De Griekse tragedies, jullie hoorden er wellicht ooit eens van. Ze werden destijds opgevoerd om het publiek een zekere catharsis (zuivering, ontlading) te laten beleven. Ze deden dat door via het schouwspel elos (‘medelijden’) en fobos (‘angst’) op te wekken en er de aanwezige toeschouwer(s) mee te overspoelen. Voor een Griek is het ‘zien lijden’ (mentaal en fysiek) het ergste wat er is.

Dat geldt natuurlijk ook voor elke niet-Griek. Op het theater van ons levens zijn oneindig veel kleine en grote tragedies te aanschouwen die ons raken, ons verstillen of in beweging brengen. Ook kan de ‘Griek-in-onszelf’ wel af en toe eens ontaarden in voyeurisme, in leedvermaak en jawel zelfs tot het pijnlijke ‘we staan erbij en kijken ernaar’– ook wel het Bystander-effect genoemd.

Het zien lijden of ‘afzien’ van een ander beroert onze zintuigen, hersenen en harten, bij de één al meer dan bij de ander. Onze spiegelneuronen zouden er voor iets tussen zitten, dat zijn specifieke hersencellen die ons via waarneming van (en afstemming met) de buitenwereld een soort van gespiegelde ervaring bezorgen. Het houdt ook verband met ons leer- en empathisch vermogen. Maar wat doen we er dan mee, of wat moeten we er eigenlijk mee doen?

(zelf)Medelijden, een bijzonder humane reflex.

Het brengt me bij een andere (klassieke) vraag die ik al meer dan 20 jaar voorgeschoteld krijg: “Steve, zo alle dagen de miserie van een ander aanhoren, hoe hou jij dat vol?” Natuurlijk zijn er meerdere antwoorden mogelijk. Over één kernachtig antwoord wil ik het in deze blogpost ietwat genuanceerder hebben, wellicht herken- en invoelbaar voor iedere gevoelige ziel die zich ook wel eens kan verliezen in de pijn, de zorgen van een ander. Het gaat over medelijden, en vooral de valkuil ervan

Medelijden, het maakt ons schijnbaar zachter en milder, het brengt ons bij kwetsbaarheid, de kleine en grotere hel van de ander, en het maakt ons tevens bewuster van ons eigen (on)geluk, de voorgespiegelde (on)rechtvaardigheden des levens, én het opent debatten naar diepere zingeving en machten.

Dé vraag is echter of (zelf)medelijden echt een toegevoegde waarde biedt, of het werkelijk ‘helpt’ en sterkt, of het daarentegen onszelf en de ander niet eerder gaat kleineren, devalueren en zelfs stagneren?

De geboorte van de vlinder 

Een man zat op een zonnige middag rustig te genieten in zijn tuin. Zijn oog viel op een cocon waar net beweging in kwam. Er verscheen een kleine opening in de cocon en een vlinder probeerde met veel moeite zijn weg naar buiten te vinden door dat kleine gaatje heen. Tot verwondering van de man was de geboorte van de vlinder een niet zo gemakkelijk proces. De vlinder was anderhalf uur bezig om te proberen uit de nauwe opening te komen. Hij raakte daardoor vrijwel uitgeput, want hij deed plotseling niets meer. De man had medelijden met de arme vlinder en liep zijn keuken in, op zoek naar een schaar. Toen hij terugkwam met de schaar, zat de vlinder nog altijd in de cocon, wachtend op wat nieuwe energie. De man knipte de rest van de cocon weg; nu kon de vlinder zich moeiteloos bevrijden. Met een schok stelde de man echter vast dat de vlinder een gezwollen lijf en verschrompelde vleugels had! Hij zag hoe de kreupele vlinder over de grond schrompelde en hij wachtte tevergeefs op het spreiden van de vleugels. Wat bleek? In zijn medelijden had de man niet beseft dat het nauwe gaatje de wijsheid van de natuur voorstelde. De vlinder wordt namelijk gedwongen zich door een klein gaatje te wurmen, omdat daardoor de levenssappen vanuit het lijf in de vleugels worden geperst. Het moeilijke geboorteproces was precies wat nodig was voor de vlinder.

Teveel schrik voor nauwe gaatjes en zure appels

Het transformatieproces van rups tot vlinder wordt sinds oudsher in menige culturele, religieuze en spirituele tradities gebruikt als metafoor voor onze ontpopping van ‘onbewuste-kruipende-aardse-ego-staat’ naar een ‘lichtere-bovenbewuste-spirituele-staat’. Het popstadium wordt daarbij figuurlijk gezien als de overgangs- en natuurlijk dwingende loslaatfase: een lastige doortocht doorheen het donker waarbij in een fase van klaarblijkelijke verstilling en verdwijning in feite de integratie van al het oude (‘vergetene’) geschiedt, en dit als voorbode van een nieuwe verschijningsvorm.

Het verhaaltje hierboven houdt ons een spiegel voor en zit dus boordevol analogie. De man in het verhaal bijvoorbeeld. Hij lijkt alert en wakker, behulpzaam en vol (zelf)medelijden! Hij vertegenwoordigt onze klassieke manier van kijken, denken en probleemhantering. Enerzijds verwijzend naar ons aangeleerd verzet tegen verandering en groei, en de hiermee verbonden angst- en betuttelcultuur (waar we met zijn allen deel van uitmaken). Anderzijds naar onze ‘slaperige en geautomatiseerde staat’ van zijn en leven, waarbij we vooral niet willen en kunnen losmaken van wat vertrouwd is en daardoor angstvallig smachten naar ‘het oude normaal’. In mijn ‘Wakker & Bereid’ podcast zoom ik hier via een eerste mini-reeks dieper op in.

“Wat is er mis met helpen dan?” hoor ik jullie luidop denken. Goeie vraag! Op zich niks mis, alleen, wat is de definitie van helpen en hoe nodig is het precies? En vooral hoe gevraagd en welkom is het werkelijk?

Er ‘doorheen’ groeien kan ook

Zoals ik beschreef in de 9 takeaways naar een kwaliteitsvoller leven is ‘ongemak vaak een voorbode van groei’, en kunnen we naast vlindergeworden rupsen ook heel wat van zich terugtrekkende kreeften leren! Alleen wordt ‘ongemak’ (en bij uitbreiding ‘crisis’) vanuit ons westers denk- en geneesmodel zelden echt zo bekeken. Onmiddellijk comfort daarentegen staat voorop. Weg dus met die (groei)pijn, te nauwe gaatjes en te zure appelen! Onze hedendaagse quick fix mentaliteit en -cultuur met haar favoriete instantoplossingen (zoals overmedicalisering, junk food, Tinder, onlineverheerlijking) worden als meer ‘passend, #yolo en normaal’ beschouwd.

We zijn ergens onderweg vervreemd geraakt van de oerkennis over het diepere ‘waarom’, inclusief het belang, de initiatie en waardering van (overgangs)rituelen. We hebben het afgeleerd om te pauzeren, vertrouwen minder op ons eigen ontwikkelproces en hebben daardoor immens veel moeite om door te bijten en te zetten. We verkrampen bij (grote) crisissen en schieten in vermijdingsgedrag omdat we vergeten zijn dat verandering de enige constante is in het leven. We moeten het willen én durven onder ogen zien: we zijn gebrainwasht en misvoed – én – we geven dit vaak blindelings gewoon verder door aan onze kinderen, onze vrienden en om te beginnen aan onszelf. Graag nieuwe en andere boodschappen dus, boodschappen die ‘t liefst sterke wortels en vleugels geven. Ik belichtte er ter info 12 ‘eenvoudige’ hier.

Medelijden naar zichzelf en anderen is dus i.m.o. zelden een goede raadgever want het wortelt in een waarheid van ‘gepercipieerd slachtofferschap’, bij onszelf en vervolgens ook geprojecteerd op onze omgeving. Het biedt schijnbare voordelen en schept een gemeenschappelijke deler van onschuld, gekwetst en bang zijn. Dat menselijk lijden zelden in een groter perspectief wordt geplaatst leerde dit verhaaltje ons. Ook uit de crisispsychologie wordt dit bevestigd: het menselijk lijden kan slechts waarlijk transformeren als ‘de situatie’ niet als (goddelijke) ‘straf’ maar als ‘opportuniteit’ wordt gezien, als doortocht naar meer licht(heid).

We zijn dus geen slachtoffers van de omstandigheden (ook al geloven we dit graag en kunnen de omstandigheden ook behoorlijk uitdagend zijn), maar bezitten het vermogen om te kiezen ons denkpatroon hierover te veranderen en jawel zelfs ‘post-traumatisch veerkrachtig‘ te groeien ipv in het stresssyndroom te blijven hangen.

De imaginaal cellen (eren)

Terug naar de worsteling van de rups. In het popstadium gebeurt de histolyse: alle organen van de rups worden opgelost tot vormloze materie. Hieruit ontwikkelt zich de toekomstige vlinder. Met dank vooral aan de imaginale schijven! Deze ‘schijven’ zijn als kleine groepjes cellen de belangrijkste werkpaarden die de ombouw van de hongerige rups naar kilometervretende vlinder mogelijk maken. Deze cellen ‘lezen’ als het ware die informatie van hun genetische blauwdruk en fungeren als een levendig en dwingend ‘design’ dat de rups tot een andere vorm laat evolueren. Fantastisch toch!

Deze analogie kunnen we zeker ook doortrekken naar elke zich-ontwikkelende-mens. Jezelf of een ander (onwetend of angstvallig) identificeren met ‘teveel rups’ is ook vergeten dat er een dieper ‘design’ is dat wil ontwikkeld geraken. Pijn, tegenslag, crisis, het heeft allemaal een functie, tenminste als we dit ook zo willen zien en begrijpen. Zoals ik verhelderde aan de hand van deze 3 metaforen heeft elke crisis naast een vergrootglas- ook ‘brug-functie’: het dicht een kloof, lost altijd iets op en maant ons aan om meer te leren loslaten en meer op het zich ‘ontvouwende en onzekere nieuwe’ te vertrouwen.

Van medelijden naar medeleven, -reizen en -rijzen

Brengt mij tot slot terug bij de gestelde vraag van hierboven (“waarom enthousiast blijven?”). Mijn allerdiepste drijfveer en bron van enthousiasme in het begeleiden van cliënten-in-pijn ligt dus niet in (zelf)medelijden vervat bij maar leeft in de verwondering die elke crisisdoorgang en -doorbraak (en de daarbij potentiële nieuwe evolutievorm die tevoorschijn rijst) met zich kan meebrengen. Wat een ander ‘miserie’ noemt geldt voor mij slechts als een vernauwing van iemands (gevoelsmatige) werkelijkheid.

De pijn, het verdriet, de angst, frustraties, twijfels en uitzichtloosheid waarmee cliënten geconfronteerd worden zie ik dus niet als slotsom of eindpunt aan een menselijk verhaal, en evenmin als een verhaal dat bovenop mijn zgn. denkbeeldige ‘op te lossen berg’ komt te liggen, maar als een mogelijke hergeboorte of ‘ingang naar een dieper en nieuwer leven’. Het actief getuige en medereiziger mogen zijn van diverse wedergeboortes zorgt voor een onvoorstelbare positieve energiestorm die niet enkel elke gedachte aan ‘hoe erg het wel was’ resoluut teniet doet maar tevens de mens-in-mijzelf doet rijzen.

Als hulpverlener en wakker(der) mens leer je ook dat er een verschil bestaat tussen helpen en begeleiden. Je bent geen rasecht technieker die de problemen van een ander eventjes fixt zodat ze vervolgens weer verdwijnen. Begeleiden is ruimer dan en omvat (oa) het helpen. Maar het kan ook perfect iemand met rust laten zijn.

In die zin is medeleven belangrijker en ruimer dan medelijden, want medeleven veronderstelt een gemeende aandachtigheid en betrokkenheid met behoud van respect voor de vrijheid van de ander (tenzij die zichzelf en anderen in gevaar brengt). Medelijden daarentegen verlengt en accentueert het lijden, en onderbreekt het natuurlijke vermogen tot een autonomer, bewuster en innovatiever leven.

– Steve Van Herreweghe –

Coronatijden. Ze confronte(e)r(d)en ons met ‘halt’, duw(d)en ons naar ‘minder’, hakten in op ons pantser en ma(a)k(t)en ons bang. Ze brachten ons verder van elkaar en ook veel dichter bij essenties: bij tijdelijkheid, vergankelijkheid, bij onze gehechtheden, de (toenemende) vervreemding alsook de emotionele afstandelijkheid en zingevingsarmoede. Vrolijk, neen, dat werden we er niet echt van, de gezellige bubbelmomenten buiten beschouwing gelaten.

En voor heel wat mensen ging en gaat deze pandemie ook hand in hand met 2 andere pandemieën van deze tijd: de (financiële) stress- en eenzaamheidspandemie. Over dat laatste schreef ik een gewaagd, kritisch maar m.i. noodzakelijk stukje.

De Post-Corona vermoeidheidsklachten en behoedzaamheid houden ons nog deels op de rem, deels lonkt wel al meer en meer de gaspedaal. We zijn waarlijk door elkaar geschud, dat doen individuele en collectief zwaar ingrijpende gebeurtenissen nu eenmaal willens nillens met ons.

Crisis, trauma en verzet

Crisissen, kleine en grote, ze zijn – echter – van alle (leef)tijden, en ze presenteren zich in alle vormen, maten en kleuren. Soms lijken ze wel op mysterieuze en he(me)lse poorten en doorgangen die ons meenemen op golven van vertwijfeling en angst alsook met de valkuil van (zelf)medelijden confronteren. We reageren er vaak heel typisch menselijk op met diverse vormen van verzet: we mijden ze, overstemmen ze vaak met misplaatst positivisme, junk food, medicatie, alcohol en vele andere onderdrukkingsvormen. Finaal houden we zelden van verandering, zeker de gedwongen, het bezorgt ons veranderstress en groeipijnen. Ik zoom hier trouwens dieper op in via mijn Wakker en Bereid podcast.

Voor heel wat mensen heeft deze crisis trouwens ook oude (herinnerings)pijn doen heropleven evenals ook nieuwe gebaard, ik besprak dit trouwens iets dieper via deze 3 verhelderende metaforen. Hoe kwetsbaarder mensen waren voorheen des te groter de kans op een langer durend traumatiserend effect op lichaam en geest.

Soms lees je dat trauma ‘een nachtmerrie is die komt terwijl we wakker zijn’ en dat klopt ergens (letterlijk verwijzend naar de alles omwentelende ‘shock’) maar m.i. werkt het evengoed andersom, namelijk ‘een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen zijn’. Dat is natuurlijk gewaagd geschreven hoor ik sommigen denken, en dat klopt ook wel. De slachtofferrol of -positie is vaak een hele lastige om te willen verlaten, niet in het minst in het licht van onze relaties met anderen. Het vraagt gigantisch veel introspectie en moed om zich los te maken van de eigen verhalen – nl. deze waar het ego zich in wentelt – enerzijds, en anderzijds om ons te willen herverbinden met anderen vanuit een diepere visie en noodzaak en op een geheel andere wijze.

Van gewone tot traumatische events

Traumatische ervaringen en perioden doorworstelen, het vergt een enorme inspanning, doorzettingsvermogen en de juiste steun en omkadering om dit te doen. Lijden is niet enkel pijnlijk, het heeft ook een transformerende kracht. Of het nu in religie, poëzie, filosofie of literatuur is – het algemene begrip van hoe pijn nuttig kan zijn, is helemaal geen nieuw concept. Ik schreef in 50 wijsheden voor een lichter leven over wat ik autobiografisch en via cliënten-in-pijn hierover heb geleerd.

Grosso modo zijn er 3 soorten gebeurtenissen (events) in ons leven: de normale, de ingrijpende en de traumatische. Over de normale kunnen we kort zijn: deze gaan over de alledaagse weinig ingrijpende gang van zaken, geen echte hoogtes of laagtes, waar we op de zgn. automatische piloot drijven. De ingrijpende events, deze kunnen positief – de zgn. ‘hoogtes’ – zijn (bijv. geboorte, huwelijk, promotie) of negatief – de zng. ‘laagtes’ – van aard zijn (bijv. verlies dierbare, accident, ontslag), en deze halen ons steeds uit onze comfort- of geautomatiseerde zone. De traumatische events, deze zijn het zwaarst en in se altijd negatief en vooral destructief geaard. Ze kunnen collectief (bijv. oorlog, epidemie) en individueel (bijv. agressie, misbruik van macht) voorkomen in diverse vormen en tijdspannes. Hoe destructiever het event hoe groter de kans op problematieken nadien (angst- en stemmingsklachten, PTSS, verslavingen, psychosomatische ziektes). Ingrijpende gebeurtenissen kunnen ook een traumatische impact hebben, afhankelijk van de kwetsbaarheid op dat moment of oude pijn die daardoor heropflakkert (zie artikel metaforen).

Heel veel psychische, somatische, relationele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dit vooral voer is voor dieper zelfonderzoek, analyse en zelfs therapeutische begeleiding. Jammer genoeg behelpen we ons te vaak veel te oppervlakkig (jawel zelfs met overdreven positivisme) onder het mom van “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”. Maar zo werkt het natuurlijk niet, weerklinkt het bij dieptepsychologen, daarbij verwijzend naar het Jungiaanse kerncitaat ‘Wat je niet in je bewustzijn brengt, zal je verschijnen als lot’.

De talrijke ‘beperkingen’ en ‘vernauwingen’ waarin we terecht komen als basis leren zien van een potentiële (weder)geboorte, het blijft in tijden van globale verzieking, onlineverslaving en opgebrand zijn een gigantische uitdaging. Het uitklaren van, het stilstaan bij wat donker, oud en zuur is, het begrijpend leren en het leren doorbijten en doorzetten, vragen veel meer tijd en moeite (ook al leidt dit finaal tot structureel duurzamere veerkracht).

Post-traumatische groei (PTG) en veerkracht

Een vader-alcoholieker had twee zonen. De ene werd eveneens een alcoholieker en geraakte aan lager wal. De andere werd een succesvol ondernemer. Op de vraag wat de oorzaak van hun parcours was antwoordden ze beiden “mijn vader was een alcoholieker”. Waarin ligt het verschil? Gewoonweg toeval, een speling van het lot, of is er meer in het spel?

De Amerikaanse psychologen Tedeschi en Calhoun wijzen er al langer op dat ingrijpende en ontregelende situaties en alle daaruit voortvloeiende (existentiële) vragen niet enkele kunnen leiden tot posttraumatische stress (PTSS) maar ook posttraumatische groei (PTG, ofte het ‘bloeiende proces’ van Post-Traumatic Growth).

PTG is een mogelijk positief veranderproces dat volgt na een (reeks) onverwachte negatieve gebeurtenissen. In essentie dus een vorm van zelfverbetering die men ondergaat na het ervaren van levensuitdagingen. Zo is het is niet toevallig dat we bijv. in deze periode van sociale afzondering meer solidariteit en appreciatie van menselijk contact zien opduiken, alsook nieuwe vormen van (tele)’werken’. Crisissen herinneren ons aan onze kwetsbare status en maken ons alerter voor wat werkelijk van belang is, ook al werkt dit meestal maar voor even..

PTG sluit de pijn en de angst van het moment niet uit, maar het stuurt onszelf in de richting van een authentieker en zinvoller leven. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen meestal in staat zijn om na dit soort indringende gebeurtenissen het leven op een andere manier aanpakken. Ze vertonen een grotere veerkracht bij volgende tegenslagen en meer realiteitszin. Ze begrijpen dat wat hen overkomt op zich geen macht hoeft te hebben op hoe ze het willen verwerken. Ik ging er ook dieper op in in het artikel 2 instructies die je leven kunnen veranderen. In die zin kan PTG als een psychologische transformatie die volgt op een (reeks van) stressvolle ervaring(en) ook begrepen worden als ‘een uitdagende manier om het doel van pijn te vinden, en dus verder te kijken dan de (on)bewuste strijd er tegen’.

De 5 kenmerken van PTG

Interessant en diepzinnig allemaal maar hoe herkennen we het verschil nu? Wel, de positieve transformatie van PTG weerspiegelt zich volgens de heren Tedeschi en Calhoun in een of meer van de volgende vijf gebieden:

  • Het durven omarmen van nieuwe kansen zowel op persoonlijk als op professioneel vlak.
  • Verbeterde persoonlijke relaties en meer plezier door samen te zijn met mensen van wie we houden.
  • Een verhoogd gevoel van dankbaarheid voor het leven.
  • Grotere spirituele verbinding.
  • Verhoogde emotionele kracht en veerkracht.

PTG kan zich heel divers uiten, in stilte, in kracht maar ook in toenemende zelfexpressie; soms ook als onzelfzuchtige hulp aan anderen, of als verdiept zelfinzicht en waarachtige zelfacceptatie. Er zijn massaal veel voorbeelden hiervan, in mijn eigen leven, dat van cliënten en denk ook zelf maar eens na over hoe je zelf je als mens, ouder, partner ‘gegroeid’ bent doorheen het vaak pijnlijke proces van tegenslagen. PTG verwijst naar onze natuurlijke veerkracht en naar het belang van meer te denken vanuit de ‘waartoe (leidt dit allemaal)- dan de ‘waarom (overkomt mij/ons dit nu)-vraag.

Hier zijn tot slot enkele voorbeelden van hoe posttraumatische groei er klassiek kunnen uitzien:

  • Ouders die hun kind aan kanker of door suïcide hebben verloren die geld inzamelen voor verschillende organisaties of goede preventiegerichte doelen.
  • Overlevenden van terroristische aanslagen worden vaak vriendelijker en accepteren meer anderen. Veel van hun gedragsverandering is te danken aan het trauma waarmee ze zijn geconfronteerd.
  • Oorlogsslachtoffers en soldaten die veilig terugkeren uit de strijd krijgen een breder perspectief op het leven.
  • Mensen die op jonge leeftijd een dierbaar persoon verliezen zijn veel dankbaarder voor wat ze hebben dan anderen van hun leeftijd. Een kind dat zijn moeder heeft verloren, kent bijvoorbeeld de waarde van moederlijke genegenheid en zou waarschijnlijk emotioneler volwassen zijn dan andere kinderen van haar leeftijd.
  • Koppels die hertrouwen nadat ze hun eerste echtgenoot hebben verloren, ontwikkelen vaak een diepere en transparantere relatie. Het eerdere trauma waarmee ze in het verleden zijn geconfronteerd, zet hen ertoe aan het heden te waarderen en de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties die ze nu hebben te verbeteren.

– Steve Van Herreweghe –

De gemiddelde Vlaming checkt plusminus 150x/dag zijn smartphone, waarvan 28% diens mails. De rest wordt verdeeld over allerlei sociale ea. apps. Google en Apple hebben nu ook zelfs hun aandacht verschoven naar meer ‘well-being’ en introduceerden niet zolang geleden oa de ‘schermtijd-app’, om ons smartphonegebruik in de gaten te houden. Ook dealers hebben blijkbaar een hart..

En volgens verslavingsexperts klopt het excuus niet dat “we geen tijd hebben”, aangezien gemiddeld genomen een volwassene 4u/dag neust in en kleeft aan diens toestelletje. Deze ‘checkhouding’ heeft met het bevredigingshormoon ‘dopamine’ te maken, een natuurlijke beloningsdrug, waaraan we megaverslaafd zijn. Face it.

Met zijn allen (dopamine)verslaafd

Ik stel het al lang vast, en ‘t gaat van kwaad naar erger: online zijn is de roes, de smartphone de nieuwe drug. Als dopamine-junkies willen we steeds op de hoogte zijn en blijven, zien en gezien worden, geliket en gevolgd worden. Vandaag misschien het sociale sterretje van de dag, morgen het object van eenieders lach. We scrollen, filteren, posten, verzamelen, (ont)vrienden en swipen er gedreven op los. De maatschappij lijkt het van ons te vragen, te eisen zelfs: steeds meer geautomatiseerd, korter, sneller, efficiënter. De hyperactiviteit, hoogsensitiviteit, uitputting, en andere aandoeningen nemen we er ook gewoon bij. We fixen het wel met psy-pil, powernap, Redbull, online shopping & ‘hot or not’ zijn op Instagram. Graag kant-en-klare oplossingen (zo goedkoop mogelijk, op maat, en liefst nu aub), want the (rat)race continues…

Contactarmoede, het maakt me triest en ‘t moet van mijn hart. Ik belichtte het reeds in het licht van mijn 8-minuten wandelingetje richting ‘t kantoor (toen nog) te Gent.

Binnen en buiten mijn dagelijkse praktijk stel ik onthutsende dingen vast die om meer aandacht schreeuwen. Het lijkt er namelijk steeds meer op dat we het afgeleerd of moeilijker hebben met de volgende individuele en collectieve fenomenen:

  • tegenslag, verlies, trauma op een rustige en natuurlijke wijze te verwerken
  • echt naar elkaar te luisteren, elkaar aan te spreken, werkelijk betrokken te zijn
  • echt contact te hebben met ons lichaam, ons denkapparaat en onze gevoelswereld
  • gewoon blij te zijn, te spelen en echt plezier te maken
  • bij het eigen (levens, werk, relatie) plan te blijven
  • harmonieus te (blijven) communiceren en relateren
  • de juiste (dosis) verantwoordelijkheid op te nemen
  • de ander te zien en soms eens belangeloos te helpen

Welkom in de ‘wegwerp- en verdwaalmaatschappij’, waar vermoeide en kompasloze zielen lijden aan infobesitas, geleid door de dorstige kapitein ‘ego‘, geautomatiseerd het pad opgaand als compulsieve ééndagsjournalist, met het schermpje als symptoom van én middel tegen emotionele en culturele verarming.

Het nieuwe roken, zeg maar, waarbij de tijd en vooral de kwaliTIJD steeds meer in virtuele rook lijkt op te gaan. “Who cares?” We doen het toch met zijn allen? Bijna toch, en steeds meer, steeds langer, het straatbeeld, de huislijke en allerhande sociale ontmoetingsplaatsen spreken voor zich. Pure droefheid is het. Zo virtueel verbonden met elkaar en tegelijk zo vervreemd van elkaar in de realiteit.

Corona- e.a. virussen maken ons wakker van onze werkelijke verbinding met elkaar, maar dat we elkaar voortdurend ‘besmetten’ met sociale afwezigheid, dat dringt amper door. Waar we ook zijn, daar zijn wel zelden echt. Het is al lang geen gevaarlijke trend meer maar een status praesens. We geven nooit thuis, noch in lijf, noch bij de ander. En dit terwijl gezien en geliefd zijn de motor blijft. Hoe paradoxaal, en triest..

Groeiende eenzaamheid

Dit is geen louter pessimistisch betoog, het is een oproep, een wakkerschudder voor de grootste pandemie van het moment: vereenzaming.

In zijn boek ‘Het gebroken hart: medische gevolgen van eenzaamheid’, schetst Dr. James Lynch recente ontdekkingen die uitleggen hoe dergelijke uiteenlopende sociaal isolerende ervaringen als schoolfalen, echtscheiding en alleen leven een gemeenschappelijke ziekte delen, een “communicatief ongemak” dat letterlijk de macht heeft het menselijke hart breken. Hij adviseert ons daarbij vooral dat “oefeningen om de communicatieve gezondheid te verbeteren” net zo serieus moeten genomen worden als dat oefeningen op loopbanden dat voor de lichamelijke gezondheid betekenen.”

Het is nu ook zelfs wetenschappelijk aangetoond dat aanhoudende eenzaamheid even nefast is voor ons immuunsysteem als 15 sigaretten/dag. Er zou namelijk een significante wisselwerking bestaan tussen cytokine (een afweerhormoon) en het sociale interactiepeil. In mensentaal: hoe meer en beter de interactie en het sociaal gevoel hoe weerbaarder men zich voelt en ook werkelijk is. In de UK hebben ze reeds een minister voor eenzaamheid die deze teneur beleidsmatig bewaakt en nationale acties coördineert. Ondertussen rijst ook hier steeds meer de nood aan sociale innovatieve projecten, aan laagdrempelige co-creatie ter bevordering van emotioneel en gemeenschapswelzijn, aan minder contact via schermpjes, aan elkaar aanspreken, de luister(kwali)tijd verhogen, aan back-2-basics als je het mij vraagt.

Bottom line is dat zo lang mensen zich niet realiseren dat ze verslaafd zijn is de brug naar dieper commitment een brug te ver. Vervreemding van zichzelf is de basis van relationele en emotionele armoede. Eigenliefde is de sleutel doorheen de eigen hardheid en tot het hart van anderen. Onze verslaafde en verdwaalde samenleving zal dus meer dan 30 dagen tournées behoeven om uit de greep van individuele en collectieve compulsiviteit en verstrikking te geraken.

Van online naar inline. Hoe dan?

Online kennen we. Maar kennen we inline?

In lijn zijn met jezelf, met je omgeving, met anderen, met de natuur, de wereld om je heen? Hoe verbonden ben jij met je lijf, je hart, je ziel, met je afkomst, je roots, je talenten, je schaduwen, je potentieel? Hoe belangrijk is werkelijke levenskwaliteit voor jou, en durf je dat ook te eisen van je omgeving, je dierbaren?

Er is amper nog voeling, voeling met de binnenkant, voeling met de buitenkant, voeling met de onderstroom des levens. De maatschappij mensen, dat zijn wij, verwerping daarbuiten weerspiegelt de verwerping naar onszelf, het begint dus in de eerste plaats bij onszelf. Maar beseffen we dat wel? En willen we dat onder ogen zien en dieper onderzoeken? Een verwerpende houding beschadigt tot diep op cellulair niveau, het schept chronische pijn en een immens groot (verborgen) verdriet.

‘De tranen die niet gehuild worden door de ogen, worden gehuild door onze organen.’ – James Lynch

Daarom een ode aan het willen ‘consuminderen, het (digitaal) detoxen, het durven verstillen en dagdromen, het bewuster ademen, het tijd maken voor verrassing en de ruimte creëren om even te pauzeren en gewoon te niksen, het ontwapenende oogcontact, het groeien in spontaneïteit en oprechtheid, de magie van de intieme verbinding, het leren luisteren tot de laatste noot, spelvreugde, gewoon het vriendelijker en lief zijn tout court.’

De fenomenen die ik hierboven beschreef, ze vragen bijzondere aandacht en we moeten ze met zijn allen (te beginnen met onszelf) dringend terug aanleren. Finaal kunnen we korte en lange reizen maken, maar de moedigste en meest duurzame trip is wel deze: van online naar meer offline, en van offline naar steeds meer inline, in baby-stapjes desnoods maar wel gedisciplineerd, omdat het nodig is, opdat we terug wakkerder en vrijer worden, rustiger worden en kunnen groeien in waarachtig zelfvertrouwen en vertrouwen in elkaar.

– Steve Van Herreweghe –

In 8 psychologische effecten die uw blik kunnen verruimen lichtte ik reeds een tipje van de sluier omtrent het waarom van enkele mentaal-sociale fenomenen en waarom ‘de dingen niet altijd of net wel lopen zoals we willen … of denken’.

Ook in de blogtekst over denkfouten verwees ik naar hoe we soms door het eigen denkapparaat op het verkeerde been kunnen worden gezet. Misleid worden door ons eigen brein, het is een wetenschappelijk gegeven waar we niet om heen kunnen.

Vandaar dat ik hier wil inzoomen op de li-‘mythe’-n van positief denken. Vooral omdat het zo vaak wordt gehypet en – hoe goed bedoeld ook – te snel en ondoordacht als ‘boodschap’ meegegeven. Met vaak als gevolg dat we opgezadeld geraken met een gevoel van ‘iets’ verkeerd te doen, en onszelf en het leven niet onder controle lijken te hebben, hoe positief we ook (willen) denken.

Misverstand

We gaan er namelijk van uit dat door ‘anders’ of ‘positiever’ te denken onze (binnen)wereld verandert en we ons beduidend beter gaan voelen. En dat gebeurt ook, maar soms ook niet, en bovendien levert het zelden een garantie op een duurzaam effect af. Ietwat vergelijkbaar met een roesmiddel: het werkt voor even, maar meestal blijven we met een kater zitten (het effect ervan geraakt ‘uitgewerkt’).

Het misverstand is dat men ervan uitgaat dat een ‘stemming’ veranderen vooral neerkomt op het aanpassen of switchen van gedachten (alleen). De oorzaak van een bepaalde stemming ligt voor alle duidelijkheid niet enkel in mentaal maar ook in emotioneel gebied en wordt trouwens versterkt of verzwakt door de context waarin we vertoeven. Dat stemmingen (zonder de inmenging van positief denken) bijvoorbeeld snel kunnen veranderen door een andere omgeving, andere mensen en activiteiten weten de sensitieve zielen onder ons heel goed. Het is dan ook niet verrassend wanneer ik zeg dat film, muziek, kunst, sport, huisdieren, kinderen, panoramische views je stemming danig kunnen kleuren én switchen.

Mentale overspoeling

Maar we zijn nu eenmaal mentaal overactieve wezens, en dus als we ervaren ‘vast te zitten’ denken we in het mentale ook een uitweg te kunnen vinden, of liever ‘short cut’. Het past ook perfect in de tijds’geest’ van vandaag waar alles liefst instant, snel en met minimum aan inspanning wordt aangepakt.

Volgens het Standford Research Institute (Washington, VS) denken we gemiddeld 120.000 gedachten per dag, een stijging van 70.000 ten opzichte van 20 jaar geleden, toen men het onderzoek begon. Een groot deel hiervan is niet effectief en zelfs belemmerend voor ons functioneren. Het zijn de zogenaamde nutteloze gedachten als ‘wat denkt hij van mij, ik ben niet goed genoeg, waarom dit nu weer’, enz. Bovendien bevestigt de neurowetenschap dat ‘elke gedachte ‘neurochemisch spoor’ nalaat in het lichaam en dat die ‘sporen’ dieper gaan wanneer we dergelijke ‘loops’ blijven herhalen (bijv. bij overmatig piekeren). Of hoe gedachten tot stofjes verworden en zich in ons lijf gaan nestelen.

Dat onze gedachten wel degelijk een bijzondere invloed en uitwerking hebben staat buiten kijf. Het is echter maar de vraag hoeveel van die duizenden gedachten van bij ontwaken tot het inslapen we wel degelijk bewust denken en kennen? En bijkomend, wat gaan die 5 à 10 eventuele positieve countergedachten dan kunnen veroorzaken? Het neigt naar dweilen met de kraan open, niet?

Het vergeten zuur

Duurzaam en ingebakken positivisme is natuurlijk wel gezond, laat daarover geen twijfel bestaan aub. Overdreven positivisme – echter – kan wel als een soort van verdringingsmechanisme werken en jouw zin voor (gevoelsmatige) realiteit en de connectie met je diepere verlangens en dromen overschaduwen. ‘Positief denken’ werkt dan een beetje zoals vers fruit op een zure taart, helemaal warm en verlekkerd word je er niet van.

Als in de rest van ons lijf namelijk veel ‘weerstand’ zit, dan landt het lekkere gedachtenfruit in een zure bodem van oude pijn (verdriet, zelfverwijt, angst, enz) en werkt het verzet zoals ‘de wet van communicerende vaten’, namelijk de overdruk op het ene vat zorgt ervoor dat het andere vat gaat overlopen. Herkenbaar toch? Hoe reageer jij zelf (meestal) op commando’s van een ander: “wees eens lief, spontaan, blij, gelukkig?” Inderdaad…

Via de psycho-neuro-immunologie weten we al jaren dat (emotionele) stress, zeker deze die chronisch aansleept, een impact heeft op ons psychosomatisch ziek- en welzijn. Meer recent wetenschappelijk bio-genetisch onderzoek verwijst zelfs naar een heel duidelijke link tussen onze (dieperliggende) emoties en de structuur van ons DNA! Emoties kleuren niet alleen ons leven, ze beïnvloeden blijkbaar ook het erfelijk materiaal van waaruit we gevormd worden.

Think about it, and think again. Daarom werken quotes, oneliners ea. goedbedoelde positief denken suggesties niet echt in de diepte: het zuur overheerst, kleurt en vraagt om aandacht en aanpak. Ik besprak dit proces ook deels in het licht van zelfdoding via de metafoor van zure melk.

Verbindingsvrees

Het brengt me bij de vraag die ik af en toe gesteld krijg: “‘Emotionele vervreemding’, wat is dat nu precies, Steve?”

Tussen de prikkels die we krijgen en de reacties die we geven ligt een vergeten oceaan van voelen, antwoord ik dan. Het probleem – echter – is dat we koudwater- en duikangst lijken te hebben (ontwikkeld) vanuit onze ‘hoofd’cultuur, waar koning ratio regeert en gevoelsmatigheid tot verzwakte knecht wordt gedegradeerd. Schrik voor de zuurtegraad van onze taart, emmer- of verbindingsvrees kan je het ook noemen, het is een steeds groter wordend probleem voor ons lijf én samenleving, en het is er één met jammerlijke effecten, thuis, op kleine en op grotere schaal.

Emotionele vervreemding werkt ook besmettelijk, het zou met spiegelneuronen (hersencellen die weerspiegelen wat ze extern ervaren) te maken hebben waardoor we elkaars vermijdingsgedrag spontaan gaan kopiëren. Het werkt ook in de tegenovergestelde richting, vandaar het belang van rolmodellen en voorbeeldgedrag.

Wat dan wel?

Via de waarnemings-, de zelfdeterminatietheorie en de neurobiopsychologie weten we ondertussen dat…

wie (1) de eigen perceptie verzorgt, (2) het eigen denken bewuster stuurt in de richting van eigen waarden, dromen en doelen, (3) het eigen gevoelsleven onderzoekt, beschrijft, bespreekt, ontzuurt en creatief uitwerkt, (4) dagelijks inzet op activiteiten die de goedgevoelhormonen aanwakkeren (lachen, spelen, sporten, natuur, dieren, aanraking, …) en (5) assertief de eigen grenzen aangeeft, en deze moedig durft te verleggen 

… die de eigen macht en invloed naar een verbeterd welbevinden ontwikkelt, en zodoende ook minder vervalt in het uit handen geven van voldoening, plezier en geluk.

Dit is echter geen evidente stap, de weg is vaak hobbelig en lang, maar het proces loont, en de resultaten volgen soms sneller dan verwacht.

Om bewuster en anders te leren denken besprak ik hier samenvattend enkele tips inclusief het belang van ‘meer en dieper durven voelen, navoelen en doorvoelen’.

En aangezien we met zijn allen last hebben van drukte, gejaagdheid en compulsiviteit is leren pauzeren op deze 3 domeinen ook bijzonder wenselijk.

Het komt in essentie neer op het principe van ‘wie zich beter wil voelen, dient het voelen te verbeteren’, d.w.z. de realiteit durven onder ogen zien zoals ze is, de gevoelsvervlakking leren onderkennen en bespreekbaar maken bij onszelf en de ander, inclusief de hele resem ‘verbergtaktiekjes’ die daaraan zijn gekoppeld.

Het is m.a.w. ‘beter’ of ‘gezonder’ je af te vragen wat je gemoed je vertelt, je influistert en wat maakt dat jij je precies (nu) zo ‘negatief’ gestemd voelt. Is het verdriet, pijn, eenzaamheid, gemis, verveling, enz..?

Herverbinding

De weg van hoofd naar hart betreft slechts 30 cm, en toch is het vaak de langste reis die mensen maken. Voelen verbindt je hoofd met je hart en onze harten onderling. Maar dan is de voorwaarde op zijn minst dat je elke crisisperiode of tegenslag ook als een groeikans dient te zien, zoals ik hier en hier besprak. Neem dus meer tijd om in de diepte van eigen emmer te duiken, het zuur te begrijpen, dat versterkt zowel je eigenliefde als je vermogen om in de diepte bij anderen te gaan en te blijven. Met deze 3 wegwijzers geraak je trouwens ook een hele eind verder.

Luisteren naar je lijf, in dialoog gaan met je gevoelens, je onderliggende verlangens leren begrijpen, hierover durven praten of schrijven, dit werkt finaal (veel) beter, net als de vraag aan een ander “hoe voel jij je (werkelijk)?” beter werkt dan een ‘feel good quote’. Anderzijds kunnen ze wel inspireren, verhelderen en ondersteunend zijn.

Laat dus de dingen nog meer bezinken en landen, schrijf wat vaker over de innerlijke landschappen van je gevoelsleven. Zoek de natuur ook op, wandel meer, en laat je gevoelens opborrelen, luister zoveel mogelijk zonder oordeel en leer van natuurlijke herkauwers én zenmeesters zoals de koetjes!

– Steve Van Herreweghe –

Als er één ding is wat – in tijden van donkerte, gebrek aan moed en steun – niet genoeg kan herhaald worden is het belang van de reis- en dankbaarheidsattitude.

Dankbaarheid en waardering, het zijn de stiefkinderen van deze tijd en toch verdienen ze alle liefde van de wereld. Hoe veel aangenamer zou het thuis en er buiten niet kunnen worden mochten we ze wat vaker omarmen en jawel zelfs dagelijks koesteren? Er leren een gewoonte van te maken de focus te verschuiven van wat er niet is naar wat er wel is, en ipv de frustraties te voeden meer aan oprechte schoonheidscultivering te doen, zeg maar.

Daarom een kleine ode en blijk van dank aan het eeuwige hier-en-nu van aanwezigheid en mogelijkheid.

Aan het vandaag in elke dag

Dank je dat ik wakker ben, en word, en me niet zomaar terug in gisteren stort.

Dat ik uit mijn dromen mag ontwaken, en me er stap per stap ook in kan vermaken.

Dat ik hou van wie en met wie ik ben, het mooie zie, lachend omarm en verder verken.

Dat waar ik ga, sta of kom, ik echt aanwezig blijf, in rust, kracht en verbondenheid alom.

Dat ik me door het goede en het kwade, het kleine en het grote, niet laat bloeden maar veeleer voeden.

En dat deze woorden me blijven sterken én bedaren, in me groeien vooral, alsof ze er altijd waren.

~ svh ~

-Steve Van Herreweghe-

Verhalen (blijven) inspireren.

Zeker in tijden van toenemende gejaagdheid (empathie)moeheid en ook wel ons verzwakt zingevingsvermogen.

Hieronder een mooi uit het leven gegrepen verhaal over de kracht van kinderlijke spontaneïteit en moed.

Het meisje in de regen

Een klein lief meisje stond onder een luifel.

Ze had net boodschappen gedaan in de supermarkt, met haar moeder. Ze zal ongeveer 6 jaar oud zijn geweest, dit prachtige roodharige sproetige beeld van onschuld. Het stortregende buiten. Je weet wel, dat soort regen dat goten en afvoerputjes doet overstromen, zo gehaast om de aarde te raken, dat het geen tijd had om de straal wat zachter te zetten.

We stonden allemaal onder deze luifel aan de ingang van de supermarkt. We wachtten, sommigen geduldig, anderen ‘geïrriteerd’, omdat de natuur hun haastige dag in de war had gegooid. Ik ben altijd wat dromerig als het regent. Ik verdwijn in het geluid en in het gezicht dat de hemel het vuil en het stof van de wereld afspoelt.

Herinneringen van ‘rennen en spetteren’ als een ‘kind’, zo zorgeloos spelen in je gedachten, als een welkome onderbreking van een voorbije dag met zorgen en stress… Haar stem was zo mooi toen het de hypnotische trance onderbrak waar we allemaal in gevangen zaten. ‘Mama, laten we door de regen gaan rennen’, zei ze. ‘Wat?’, vroeg mama.’Laten we door de regen gaan rennen!’, herhaalde ze. ‘Nee, lieverd. We wachten totdat het wat minder wordt’ antwoordde mama. Het kind wachtte nog een minuutje en herhaalde: ‘Mama, laten we door de regen gaan rennen.’ ‘We worden doornat als we dat doen,’ zei mama. ‘Nee, dat zullen we niet, mama. Dat is niet wat je zei vanmorgen’, zei het meisje terwijl ze aan haar mama’s arm trok. ‘Vanmorgen? Wanneer zei ik dat we door de regen konden rennen en niet nat zouden worden?’ Het meisje zei kalmpjes: ‘Weet je dat niet meer? Toen je met papa praatte over zijn kanker, toen zei je: ‘Als we hier samen doorheen komen, komen we door alles heen!’ Iedereen was opeens muisstil. Ik zweer dat je niets anders hoorde dan de regen. We stonden allemaal doodstil.

De volgende minuten kwam er niemand en ging er niemand weg. Mama dacht even na over wat ze zou antwoorden. Sommigen zouden het weglachen of haar voor gek uitmaken. Sommigen zouden zelfs negeren wat ze zei. Maar dit was een moment van affirmatie in een kinderleven. Een moment van onschuldig vertrouwen, dat wanneer het gevoed en verzorgd wordt, zal bloeien in geloof in de goede dingen en de hoop van het leven.’Lieverd, je hebt gelijk. Laten we door de regen rennen. Als het zo moet zijn dat men ons vanuit hierboven nat laat worden, nou, dan hadden we misschien juist een wasbeurt nodig,’ zei mama. Daar gingen ze. We stonden daar allemaal te kijken en te lachen, toen ze daar vooruit sprongen tussen de auto’s door, en jawel, door de plassen. Ze hielden hun boodschappentassen boven hun hoofd voor het geval dat. Ze werden doornat. Maar ze werden gevolgd door enkele anderen die schreeuwden en lachten als kinderen onderweg naar hun auto’s. En ja, ik ook. Ik rende en werd nat. Ik had ook een wasbeurt nodig.

Omstandigheden of mensen kunnen je geld, je materiële bezittingen en je gezondheid wegnemen. Maar niemand kan ooit je dierbare herinneringen wegnemen … Vergeet daarom niet om ‘tijd’ te maken en de gelegenheden te pakken om elke dag herinneringen te maken. Voor alles en voor elk doel onder de hemel is er een seizoen en een tijd.

– Steve Van Herreweghe –

Eerst innerlijk zien, dan geloven.

Het is een kleine nuance op wat we doorgaans aannemen. Vertrouwen op de goede afloop van een eigen project, het is niet aan iedereen gegeven. En toch is het leerbaar.

Herinner jij je nog die momenten toen je droomde over iets wat je wou, toen je verlangens nog embryonaal of prematuur waren? Of het nu gaat om de realisatie van je gezin, je kinderen, je professionele, recreatieve ea. projecten, het interieur van je woning, je kleerkast, enz. enz., alles maar dan ook alles wat in je leven zichtbaar is was ooit onzichtbaar voor je. Think about it. Dit inzicht, deze wetenschap is de hoofdsleutel in tijden van twijfel en onzekerheid.

Je visie en focus houden totdat het onzichtbare zichtbaar wordt, ondanks het ongeloof van anderen, de tegenstand, het soms eenzame gevoel, de vermoeidheid en verlies van moed onderweg, het is een werkelijke kunst, en iedereen kan er wel degelijk in groeien.

De groei van de Chinese bamboe

Rosh Hasjana – het Joods Nieuwjaar – naderde en een man vroeg zich af wat er het afgelopen jaar van zijn goede voornemens terecht was gekomen. Omdat hij niet veranderd was, voelde hij zich teleurgesteld. Weer was hij een jaar lang dezelfde persoon met precies dezelfde gebreken en precies dezelfde problemen gebleven. Hij begon zijn hoop te verliezen. Daarom ging hij naar zijn rabbi.

De rabbi vroeg hem: ‘Weet jij hoe lang de reusachtige Chinese bamboe erover doet om zo hoog als een boom te worden? Gedurende het eerste jaar krijgt het minuscule plantje water en mest en er gebeurt niets. Een heel jaar lang niet. Het jaar daarop gebeurt er nog steeds niets. En het jaar daarna ook niet. Net als het jaar daarna. Maar in het vijfde jaar schiet de bamboe de lucht in en groeit hij in 6 weken tot een plant van 25 meter.’ ‘Weet jij’, vroeg de rabbi, ‘Hoe lang de bamboe erover gedaan heeft om zo hoog te worden?’ ‘6 Weken’, antwoordde de man.

‘Nee’, zei de rabbi. ‘De bamboe heeft er 5 jaar over gedaan. Als de boer op een bepaald ogenblik in die 5 jaar ermee gestopt was om dat kleine plantje water en mest te geven, dan was het doodgegaan. Wat gebeurde er al die jaren? Onder de grond groeide een enorm netwerk van wortels dat het mogelijk maakte dat de bamboe zo snel kon groeien. Groei vereist geduld en volharding. Iedere druppel water zorgt voor een verschil. Elke stap zorgt voor een effect. Je ziet de verandering niet meteen, maar de groei is wel bezig. Door met toewijding en motivatie aan je doelen te werken, bereik je de ontplooiing waarnaar je streeft.’

Doorzetten kan je leren: aanvullende tips

– Vòòr je begint: “van intenties alleen gaat de kaars nooit branden”, schrijf je plan uit, visualiseer via een bord of collage, plan 3-5 startacties, informeer 4 mensen in je omgeving

– Vòòr je wat rendement haalt: “de traagst groeiende bomen produceren het beste fruit”, grote sprongen – zegt de verspringer – beginnen met kleine stappen, evalueer tijdig, waardeer je tocht, omarm een dipje, maar motiveer jezelf dagelijks

– Vòòr je luistert naar anderen: “je kan het niet” .. “het wordt moeilijk voor je”, zegt meer over de grenzen van anderen dan over de jouwe, spiegel je aan doorzetters, omring je met energieke mensen, sluit je regelmatiger af, ontwaar je innerlijke stem

– Vòòr je afhaakt: “herinner van waar je komt en waarom je er aan begonnen ben”, schakel een mentor in, laat het even rusten, kijk over de haag, zoek nieuwe bronnen

Zoek je een mentor? Stel je vraag

– Steve Van Herreweghe –

“Dit mens-zijn is een soort herberg. Elke ochtend weer nieuw bezoek. Een vreugde, een depressie, een benauwdheid, een flits van inzicht komt als een onverwachte gast. Verwelkom ze; ontvang ze allemaal. Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt, die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat. Behandel dan toch elke gast met eerbied. Misschien komt hij de boel ontruimen om plaats te maken voor extase. De donkere gedachte, schaamte, het venijn. Ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns en vraag ze om erbij te komen zitten. Wees blij met iedereen die langskomt. De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd om jou als raadgever te dienen.” (De Herberg, Rumi)

Jalāl ad-Dīn Muhammad Balkhī, ook bekend als Rumi, was een 13e-eeuwse Perzische dichter, jurist, theoloog en soefi-mysticus. Zijn gedichten zijn op grote schaal vertaald in veel van ‘s werelds talen en omgezet in verschillende formaten.

Levensvragen, het zijn logge vragen, vragen die aandacht nodig hebben, vaak nog meer vragen doen rijzen, in plaats van antwoorden te baren.

Spreuken, quotes, aforismen, gedichten, muziek, film, kunst, ze vormen allemaal slechts humane en tijdelijke pogingen om het ondefinieerbare en eeuwige te beschouwen, dit niet zozeer in te kapselen, maar het te ontrafelen, te ontwaren, en het liefdevol te aaien.

Hieronder mijn poging om 8 kleine levenslessen te destilleren uit mijn favoriete lijst van Rumi’s mooiste citaten (bewust niet vertaald).

1. De grootsheid schuilt in jou: durf je te openen en maak er gebruik van

Idealiseer niet te veel, noch te vaak en waardeer en bewonder steeds met mate. Kijk wat minder naar buiten, wat meer naar binnen, graaf naar en ontwaar je eigen schatten.

Rumi citeert:

“What is planted in each person’s soul will sprout.”
“The light which shines in the eye is really the light of the heart.”

“There is a fountain inside you. Don’t walk around with an empty bucket.”
“I smile like a flower not only with my lips but with my whole being.”

2. Grenzen zijn illusies: wees moedig en daag al je angsten uit

Beperkingen zijn vaak verouderde ideeën die tot verhalen leiden. Verhalen kunnen je hinderen, je gevangen nemen maar je ook verrijken. Kies bewust voor verhalen die jou uitdagen, jou inspireren, jou grenzen doen verleggen.

Rumi citeert:

“As you start to walk out on the way, the way appears.”
“Run from what’s comfortable. Forget safety. Live where you fear to live. Destroy your reputation. Be notorious.”
“It’s easy to stand with the crowd, but it takes courage to stand alone.”
“Don’t be satisfied with stories, how things have gone with others. Unfold your own myth.”

3. Pijn is een leraar in vermomming: omarm je tegenslagen

Zeg ja tegen pijn, het verzacht het lijden. Verzet, hoe menselijk ook, is de duivel van aanvaarding. In het huis van tegenslag schuilen mooie kamers, ontdek ze met moedige nieuwsgierigheid.

Rumi citeert:

“The wound is the place where the light enters you.”
“Don’t worry that your life is turning upside down. How do you know that the side you are used to is better than the one to come?”
“If you are irritated by every rub, how will you be polished?”
“You have to keep breaking your heart until it opens.”
“The moment you accept what troubles you’ve been given, the door will open.”

4. De waarheid woont binnenin: sluit je ogen meer, maak een innerlijke reis

Waarheden zijn er overal, kleine, grote, oude en nieuwe. Ze bestaan in allerlei talen en vormen. Maar, ze zijn altijd relatief en nooit absoluut. Je bezit – net als elke mens –  een unieke oorsprong, bestemming, talentenpakket en ontwikkelplan. Ontdek en doorleef je eigen waarheid.

Rumi citeert:

“Your task is not to seek for love, but merely to seek and find all the barriers within yourself that you have built against it.”
“When the world pushes you to your knees, you are in the perfect position to pray.”
“Everything you see has its roots in the unseen world. The forms may change, yet the essence remains the same.”
“I am not this hair. I am not this skin. I am the soul that lives within.”

5. Je bent en hebt al wat je zoekt: wees gelukzaligheid en accepteer de wereld als je spiegel

Willen wat je hebt is even essentieel als streven naar wat je nog niet hebt. Er is voor alles een tijd en een rijping. Vergeet niet te genieten onderweg, het is altijd later dan je denkt.

Rumi citeert:

“Wear gratitude like a cloak and it will feed every corner of your life.”
“What matters is how quickly you do what your soul directs.”
“What you seek, is seeking you.”

6. Liefde overwint alles: verander je verhalen, verander ze in liefdesverhalen

Van alle zoetheden is de liefde is het allerzoetst. Proef, geniet en waardeer, maar geraak er niet aan verslaafd. Gebruik haar tevens als middel bij teveel zuur en bitter in je leven.

Rumi citeert:

“Love is the bridge between you and everything.”
“Be foolishly in love, because love is all there is.”
“There is no way into presence except through a love exchange.”
“I belong to no religion. My religion is love. Every heart is my temple.”
“Love risks everything and asks for nothing.”

7. Stilte is het eeuwige goud: luister meer, luister dieper en luister langer

Geluid is er overal, stilte ook, voor wie wilt en durft te verstillen. In het hart van stilte woont wijsheid omringd door de ribbenkast van weerstand. Heb geen schrik van interne ruis, finetuning is een langzaam leer- en groeiproces.

Rumi citeert:

“The quieter you become, the more you are able to hear.”
“Silence is an ocean, speech is a river. Silence is the language of God, all else is poor translation”

“Carry your baggage towards silence , when you seek the signs of the way.”
“Love calls – everywhere and always.”

8. We zijn allemaal verbonden: oefen in mededogen en dienstbaarheid

Waarneming is bedrieglijk, scheiding een illusie. Er is het bekende en het onbekende. Mensen zijn net als eilanden in de oceaan, aan de oppervlakte gescheiden maar in de diepte verbonden. En wie zichzelf werkelijk liefheeft omarmt tegelijkertijd de wereld.

Rumi citeert:

“Goodbyes are only for those who love with their eyes. Because for those who love with heart and soul there is no such thing as separation.”
“Not the ones speaking the same language, but the ones sharing the same feeling understand each other.”
“You are not a drop in the ocean. You are the entire ocean, in a drop.”

“If you wish mercy, show mercy to the weak.”

– Steve Van Herreweghe –

Op een winterse morgen hoorde ik een Vlaamse radiostem diep zuchten: “de helft van de Vlamingen zijn volgens een recent onderzoek ongelukkig”…

De werkelijke armoede van een zgn. welvaartsland is niet langer van feitelijke maar van emotionele aard. Compulsieve scrollers zijn we geworden, van bericht naar bericht, op zoek naar (n)iets, automatisch piloterend van punt A naar Z, gestuwd en dus geleefd door vreemde agenda’s en afglijdend in ‘meer, beter, sneller’, net als verdwaalde dopamine-junkies, met vervreemding van zichzelf en anderen als neveneffect. In tijden van nooit geziene digitale interconnectiviteit lijkt het erop dat de kloof tussen elkaars harten en zielen zelden groter is. Vroeger sprak men nog over muren tussen mensen, nu zijn het schermpjes geworden.

En toch. Elke morgen opnieuw probeer ik het – tijdens mijn 8-minuten-wandeling – naar het bureau in hartje Gent: oogcontact met anderen, een glimlach misschien. Mensen zijn zo gehaast, zo verdwaald in gedachten, in tijd en smartphone, kijken zo afwezig, vaak bedrukt en slaperig voor zich uit. En toch blijf ik het doen, het houdt mij wakker, in verwondering ook, wanneer een enkeling het erop waagt. Oogcontact, basis van verbinding, hoe eenvoudig kan het zijn. Blikken die zich kruisen en mogelijks vermengen, in ruimte en tijd, en misschien een glimp van eenheid in verscheidenheid, van eeuwigheid in vergankelijkheid en van zin in gedeelde on-zin ervaren. Zien en gezien worden, maar dan zonder schermpjes en duimpjes als verb(l)indingsbruggen en -tools.

Hieronder een experiment van Amnesty International – geïnspireerd op de ontdekking van psycholoog Arthur Aron, zo’n 20 jaar terug, dat 4 minuten in elkaars ogen kijken mensen werkelijk dichterbij kan brengen. Het experiment – waarbij vluchtelingen en Europeanen tegenover elkaar werden gezet – werd (niet toevallig) uitgevoerd in Berlijn: de stad, die in de eerste plaats een symbool is van het overwinnen van de scheidslijnen, en ten tweede het centrum van het hedendaagse Europa lijkt te zijn.

Werkelijk zien en gezien worden, met naast oogcontact vooral ook spontaneïteit als sociaal maizena. Want niet zozeer de held- maar vooral de ‘kindhaftigheid’ in onszelf is aan herwaardering toe.

“Minder online, meer inline” is dan ook mijn motto voor 2018, en ik daag jullie uit. Want ook al leven we in een steeds transparantere wereld – waar het voyeurisme menige universele inzichten heeft gebaard en dus ergens een stiekeme vorm van verbondenheid in verscheidenheid heeft gecreëerd – stel ik echter vast dat veel mensen nog al te vaak verkrampen bij natuurlijke spontaneïteit en assertiviteit. Op zich geen drama, maar ‘te strak’ en ‘te geremd’ in woord, daad en dus keurslijf, kan finaal leiden tot milde en ook wel ernstige problemen op biopsychosociaal én professioneel vlak.

We functioneren nog teveel vanuit afweging en via de reageermodus, waarbij ‘overleven’ primeert boven ‘waarachtig leven’, ‘aanpassen’ het nog steeds haalt van ‘inpassen’, ‘vullen’ wint van ‘voeden’, ‘vermijden’ voorrang krijgt op ‘verzoenen’ en ‘maskeren’ belangrijker lijkt dan ‘exprimeren’. Daarom een ode aan en warme oproep voor de complexloze alledaagse spontaneïteit (in elk van ons): het vertrouwen op eerste impulsen, het alerter en opmerkzamer zijn, het sneller uiten van ongenoegen, het opkomen voor wat je ok maar vooral niet ok vindt, je binnenkant laten blinken aan de buitenkant. Want finaal kan men enkel in helder water – ontdaan van al het troebele en andere kleurstoffen – echt diep gaan kijken.

Laten we, naast het meisje in de regen, ook de driejarige Madeline als voorbeeld nemen en terug opgaan in ervaringen, mensen maar ook dieren en dingen alsof we ze voor het eerst (en misschien wel het laatst zullen) zien en beleven.

– Steve Van Herreweghe –

#30dagenzonderklagen.

Het mogen er ook 30.000 zijn, wat mij betreft. Let op, een klaag- of roddelkwartiertje kan wel eens deugd doen, zeker wanneer we er bewust van zijn, zuur verdient dan ook een plaats, zoals kiwi in een fruitmand, of citroen op een glas cola of in het vispannetje, maar het hoeft niet de hele mand in beslag te nemen, noch het gerecht of de sfeer te overheersen.

Bewuste mensen weten dat tegenslag, verlies, omwentelingen net als eb en vloed, de seizoenen, en de vele biopsychoemotionele cycli deel uitmaken van de stroom des levens. Zij vertrekken vanuit een interne locus of control en winnen aan energie en macht door een proactieve attitude.

Onbewuste mensen zien de buitenwereld als gescheiden van zichzelf en vervallen in klaagzangen, waarnemings-, attributie- en andere denkfouten. Zij vertrekken vanuit een externe locus of control en verliezen vaak aan energie en macht door een reactieve attitude.

Groeien in bewustzijn kan, maar het vraagt bijzonder veel moed, kritische introspectie, onderscheidingsvermogen, verantwoordelijkheidszin en assertief-empathische communicatie.

Aan de basis van ons wereld- en werkelijkheidsbeeld, ligt vaak ons zelfbeeld. Het zelfbeeld fungeert als een soort lens waardoor we de wereld gaan bekijken. De staat ervan steunt grotendeels op 2 pijlers: de interne en externe dialogen die we voeren en gevoerd hebben én het geheel van ons zichtbaar en verdoken gedrag.

Vandaar een bijzondere aandacht voor deze 2 boodschappen die echt het verschil kunnen maken op weg naar een (nog) bewuster, milder en positiever leven:

1. Draag zorg voor je gedachten wanneer je alleen bent

Volgens het Standford Research Institute (Washington, VS) denkt een gemiddeld mens zo’n 120.000 gedachten per dag, een stijging van 70.000 ten opzichte van 15 jaar geleden, toen men het onderzoek begon. Een groot deel hiervan is niet effectief en zelfs belemmerend voor ons functioneren. Het zijn de zogenaamde nutteloze gedachten als ‘wat denkt hij van mij, ik ben niet goed genoeg, waarom dit nu weer’, enz. Bovendien weten we dankzij de neuro- en biopsychomedische wetenschappen dat ‘elke gedachte die we opvangen of produceren bepaalde ‘neurochemische sporen’ nalaat in het lichaam en dat die ‘sporen’ dieper gaan wanneer we dergelijke ‘loops’ blijven herhalen (bijv. bij overmatig piekeren). In een wereld waarin individueel en collectief mentale overbelasting overheerst is het steeds moeilijker geworden om het overzicht te bewaren, controle te ervaren en ons innerlijk echt ‘vrij’ te voelen.

Het is m.a.w. niet langer een kwestie van ‘hoe gedachten mij met rust moeten laten maar veeleer hoe ik mijn gedachten met rust moet leren laten’. Toegepaste zachtheid naar binnen als mentale zorgoefening. Want gedachten zijn als voorbijtrekkende wolken: nu eens traag, dan weer snel, soms licht of zwaar en bij tijden ook heel donker, maar altijd, altijd trekken ze voorbij, tenminste als we ze ook zo beschouwen. Jij hoeft je er niet aan vast te klampen, noch erdoor te laten meevoeren of ze als waar te beschouwen, is de boodschap. En oefening baart kunst. Je gedachten meer opschrijven werkt bevrijdend, net als “Er is de gedachte aan …” uitspreken kan helpen om er afstand van te nemen en met “brengt deze gedachte me dichter of verder bij mijn doel?” als bijkomende hulpvraag.

2. Draag zorg voor je woorden wanneer je met anderen bent

Woorden kunnen goden maken, maar ook duivels kraken. En je maakt jezelf ook nooit witter door een ander zwart te maken. Onbegrip en negatieve projectie vormen vaak de motor van conflict en gevecht, met chronische stress en angst als olie, onwetendheid als sleutel en met toenemende emotionele afstand, ziekte en weerstandsdaling als onverbiddelijk resultaat. En dit terwijl we met zijn allen hetzelfde nastreven: ons erkend, begrepen en geliefd voelen. Ik las ooit dat “één goed woord wel voor drie winters warmte kan voorzien, terwijl één kwaad woord voor zes maanden vorst zorgt.” Mooie en treffende beeldspraak. Nadenken alvorens we ‘schieten’ dus, want tijd om een woord toe te voegen is er wel, tijd om er één terug te nemen niet. En bovendien hebben mensen al – diep verscholen – schotwonden genoeg…

Alleen inkeer en bewustwording van je diepere kern en(on)zichtbare verbondenheid met alles en iedereen rondom kan soelaas en verlichting bieden. De echt gelukkigen onder ons gebruiken de ander als spiegel en niet langer als doel(wit). Toegepaste zachtheid naar buiten als sociale zorgoefening. Want de echt gelukkigen onder ons stellen veeleer grenzen i.p.v. deze bij anderen te overschrijden. Denk daarom ook steeds sneller dan je praat, bouw wat meer aub in je communicatie: alert voor wat je binnenkant gebeurt, uitstel van onmiddellijk reageren en een secuur gebruik van bon-woorden?” (bedachtzaam, opbouwend en nuttig).

Succes!

– Steve Van Herreweghe –