De Griekse tragedies, jullie hoorden er wellicht ooit eens van. Ze werden destijds opgevoerd om het publiek een zekere catharsis (zuivering, ontlading) te laten beleven. Ze deden dat door via het schouwspel elos (‘medelijden’) en fobos (‘angst’) op te wekken en er de aanwezige toeschouwer(s) mee te overspoelen. Voor een Griek is het ‘zien lijden’ (mentaal en fysiek) het ergste wat er is.

Dat geldt natuurlijk ook voor elke niet-Griek. Op het theater van ons levens zijn oneindig veel kleine en grote tragedies te aanschouwen die ons raken, ons verstillen of in beweging brengen. Ook kan de ‘Griek-in-onszelf’ wel af en toe eens ontaarden in voyeurisme, in leedvermaak en jawel zelfs tot het pijnlijke ‘we staan erbij en kijken ernaar’– ook wel het Bystander-effect genoemd.

Het zien lijden of ‘afzien’ van een ander beroert onze zintuigen, hersenen en harten, bij de één al meer dan bij de ander. Onze spiegelneuronen zouden er voor iets tussen zitten, dat zijn specifieke hersencellen die ons via waarneming van (en afstemming met) de buitenwereld een soort van gespiegelde ervaring bezorgen. Het houdt ook verband met ons leer- en empathisch vermogen. Maar wat doen we er dan mee, of wat moeten we er eigenlijk mee doen?

(zelf)Medelijden, een bijzonder humane reflex.

Het brengt me bij een andere (klassieke) vraag die ik al meer dan 20 jaar voorgeschoteld krijg: “Steve, zo alle dagen de miserie van een ander aanhoren, hoe hou jij dat vol?” Natuurlijk zijn er meerdere antwoorden mogelijk. Over één kernachtig antwoord wil ik het in deze blogpost ietwat genuanceerder hebben, wellicht herken- en invoelbaar voor iedere gevoelige ziel die zich ook wel eens kan verliezen in de pijn, de zorgen van een ander. Het gaat over medelijden, en vooral de valkuil ervan

Medelijden, het maakt ons schijnbaar zachter en milder, het brengt ons bij kwetsbaarheid, de kleine en grotere hel van de ander, en het maakt ons tevens bewuster van ons eigen (on)geluk, de voorgespiegelde (on)rechtvaardigheden des levens, én het opent debatten naar diepere zingeving en machten.

Dé vraag is echter of (zelf)medelijden echt een toegevoegde waarde biedt, of het werkelijk ‘helpt’ en sterkt, of het daarentegen onszelf en de ander niet eerder gaat kleineren, devalueren en zelfs stagneren?

De geboorte van de vlinder 

Een man zat op een zonnige middag rustig te genieten in zijn tuin. Zijn oog viel op een cocon waar net beweging in kwam. Er verscheen een kleine opening in de cocon en een vlinder probeerde met veel moeite zijn weg naar buiten te vinden door dat kleine gaatje heen. Tot verwondering van de man was de geboorte van de vlinder een niet zo gemakkelijk proces. De vlinder was anderhalf uur bezig om te proberen uit de nauwe opening te komen. Hij raakte daardoor vrijwel uitgeput, want hij deed plotseling niets meer. De man had medelijden met de arme vlinder en liep zijn keuken in, op zoek naar een schaar. Toen hij terugkwam met de schaar, zat de vlinder nog altijd in de cocon, wachtend op wat nieuwe energie. De man knipte de rest van de cocon weg; nu kon de vlinder zich moeiteloos bevrijden. Met een schok stelde de man echter vast dat de vlinder een gezwollen lijf en verschrompelde vleugels had! Hij zag hoe de kreupele vlinder over de grond schrompelde en hij wachtte tevergeefs op het spreiden van de vleugels. Wat bleek? In zijn medelijden had de man niet beseft dat het nauwe gaatje de wijsheid van de natuur voorstelde. De vlinder wordt namelijk gedwongen zich door een klein gaatje te wurmen, omdat daardoor de levenssappen vanuit het lijf in de vleugels worden geperst. Het moeilijke geboorteproces was precies wat nodig was voor de vlinder.

Teveel schrik voor nauwe gaatjes en zure appels

Het transformatieproces van rups tot vlinder wordt sinds oudsher in menige culturele, religieuze en spirituele tradities gebruikt als metafoor voor onze ontpopping van ‘onbewuste-kruipende-aardse-ego-staat’ naar een ‘lichtere-bovenbewuste-spirituele-staat’. Het popstadium wordt daarbij figuurlijk gezien als de overgangs- en natuurlijk dwingende loslaatfase: een lastige doortocht doorheen het donker waarbij in een fase van klaarblijkelijke verstilling en verdwijning in feite de integratie van al het oude (‘vergetene’) geschiedt, en dit als voorbode van een nieuwe verschijningsvorm.

Het verhaaltje hierboven houdt ons een spiegel voor en zit dus boordevol analogie. De man in het verhaal bijvoorbeeld. Hij lijkt alert en wakker, behulpzaam en vol (zelf)medelijden! Hij vertegenwoordigt onze klassieke manier van kijken, denken en probleemhantering. Enerzijds verwijzend naar ons aangeleerd verzet tegen verandering en groei, en de hiermee verbonden angst- en betuttelcultuur (waar we met zijn allen deel van uitmaken). Anderzijds naar onze ‘slaperige en geautomatiseerde staat’ van zijn en leven, waarbij we vooral niet willen en kunnen losmaken van wat vertrouwd is en daardoor angstvallig smachten naar ‘het oude normaal’. In mijn ‘Wakker & Bereid’ podcast zoom ik hier via een eerste mini-reeks dieper op in.

“Wat is er mis met helpen dan?” hoor ik jullie luidop denken. Goeie vraag! Op zich niks mis, alleen, wat is de definitie van helpen en hoe nodig is het precies? En vooral hoe gevraagd en welkom is het werkelijk?

Er ‘doorheen’ groeien kan ook

Zoals ik beschreef in de 9 takeaways naar een kwaliteitsvoller leven is ‘ongemak vaak een voorbode van groei’, en kunnen we naast vlindergeworden rupsen ook heel wat van zich terugtrekkende kreeften leren! Alleen wordt ‘ongemak’ (en bij uitbreiding ‘crisis’) vanuit ons westers denk- en geneesmodel zelden echt zo bekeken. Onmiddellijk comfort daarentegen staat voorop. Weg dus met die (groei)pijn, te nauwe gaatjes en te zure appelen! Onze hedendaagse quick fix mentaliteit en -cultuur met haar favoriete instantoplossingen (zoals overmedicalisering, junk food, Tinder, onlineverheerlijking) worden als meer ‘passend, #yolo en normaal’ beschouwd.

We zijn ergens onderweg vervreemd geraakt van de oerkennis over het diepere ‘waarom’, inclusief het belang, de initiatie en waardering van (overgangs)rituelen. We hebben het afgeleerd om te pauzeren, vertrouwen minder op ons eigen ontwikkelproces en hebben daardoor immens veel moeite om door te bijten en te zetten. We verkrampen bij (grote) crisissen en schieten in vermijdingsgedrag omdat we vergeten zijn dat verandering de enige constante is in het leven. We moeten het willen én durven onder ogen zien: we zijn gebrainwasht en misvoed – én – we geven dit vaak blindelings gewoon verder door aan onze kinderen, onze vrienden en om te beginnen aan onszelf. Graag nieuwe en andere boodschappen dus, boodschappen die ‘t liefst sterke wortels en vleugels geven. Ik belichtte er ter info 12 ‘eenvoudige’ hier.

Medelijden naar zichzelf en anderen is dus i.m.o. zelden een goede raadgever want het wortelt in een waarheid van ‘gepercipieerd slachtofferschap’, bij onszelf en vervolgens ook geprojecteerd op onze omgeving. Het biedt schijnbare voordelen en schept een gemeenschappelijke deler van onschuld, gekwetst en bang zijn. Dat menselijk lijden zelden in een groter perspectief wordt geplaatst leerde dit verhaaltje ons. Ook uit de crisispsychologie wordt dit bevestigd: het menselijk lijden kan slechts waarlijk transformeren als ‘de situatie’ niet als (goddelijke) ‘straf’ maar als ‘opportuniteit’ wordt gezien, als doortocht naar meer licht(heid).

We zijn dus geen slachtoffers van de omstandigheden (ook al geloven we dit graag en kunnen de omstandigheden ook behoorlijk uitdagend zijn), maar bezitten het vermogen om te kiezen ons denkpatroon hierover te veranderen en jawel zelfs ‘post-traumatisch veerkrachtig‘ te groeien ipv in het stresssyndroom te blijven hangen.

De imaginaal cellen (eren)

Terug naar de worsteling van de rups. In het popstadium gebeurt de histolyse: alle organen van de rups worden opgelost tot vormloze materie. Hieruit ontwikkelt zich de toekomstige vlinder. Met dank vooral aan de imaginale schijven! Deze ‘schijven’ zijn als kleine groepjes cellen de belangrijkste werkpaarden die de ombouw van de hongerige rups naar kilometervretende vlinder mogelijk maken. Deze cellen ‘lezen’ als het ware die informatie van hun genetische blauwdruk en fungeren als een levendig en dwingend ‘design’ dat de rups tot een andere vorm laat evolueren. Fantastisch toch!

Deze analogie kunnen we zeker ook doortrekken naar elke zich-ontwikkelende-mens. Jezelf of een ander (onwetend of angstvallig) identificeren met ‘teveel rups’ is ook vergeten dat er een dieper ‘design’ is dat wil ontwikkeld geraken. Pijn, tegenslag, crisis, het heeft allemaal een functie, tenminste als we dit ook zo willen zien en begrijpen. Zoals ik verhelderde aan de hand van deze 3 metaforen heeft elke crisis naast een vergrootglas- ook ‘brug-functie’: het dicht een kloof, lost altijd iets op en maant ons aan om meer te leren loslaten en meer op het zich ‘ontvouwende en onzekere nieuwe’ te vertrouwen.

Van medelijden naar medeleven, -reizen en -rijzen

Brengt mij tot slot terug bij de gestelde vraag van hierboven (“waarom enthousiast blijven?”). Mijn allerdiepste drijfveer en bron van enthousiasme in het begeleiden van cliënten-in-pijn ligt dus niet in (zelf)medelijden vervat bij maar leeft in de verwondering die elke crisisdoorgang en -doorbraak (en de daarbij potentiële nieuwe evolutievorm die tevoorschijn rijst) met zich kan meebrengen. Wat een ander ‘miserie’ noemt geldt voor mij slechts als een vernauwing van iemands (gevoelsmatige) werkelijkheid.

De pijn, het verdriet, de angst, frustraties, twijfels en uitzichtloosheid waarmee cliënten geconfronteerd worden zie ik dus niet als slotsom of eindpunt aan een menselijk verhaal, en evenmin als een verhaal dat bovenop mijn zgn. denkbeeldige ‘op te lossen berg’ komt te liggen, maar als een mogelijke hergeboorte of ‘ingang naar een dieper en nieuwer leven’. Het actief getuige en medereiziger mogen zijn van diverse wedergeboortes zorgt voor een onvoorstelbare positieve energiestorm die niet enkel elke gedachte aan ‘hoe erg het wel was’ resoluut teniet doet maar tevens de mens-in-mijzelf doet rijzen.

Als hulpverlener en wakker(der) mens leer je ook dat er een verschil bestaat tussen helpen en begeleiden. Je bent geen rasecht technieker die de problemen van een ander eventjes fixt zodat ze vervolgens weer verdwijnen. Begeleiden is ruimer dan en omvat (oa) het helpen. Maar het kan ook perfect iemand met rust laten zijn.

In die zin is medeleven belangrijker en ruimer dan medelijden, want medeleven veronderstelt een gemeende aandachtigheid en betrokkenheid met behoud van respect voor de vrijheid van de ander (tenzij die zichzelf en anderen in gevaar brengt). Medelijden daarentegen verlengt en accentueert het lijden, en onderbreekt het natuurlijke vermogen tot een autonomer, bewuster en innovatiever leven.

– Steve Van Herreweghe –

Ik schrijf dit artikel in tijden van ‘Coronaberoering’.

Begin april werd ik gevraagd om het zwaar getroffen WZC De Meers te begeleiden, in het bijzonder het personeelskader. Het virus had een ware ravage aangericht en met een ongeziene snelheid voor een besmettings- en overlijdensgolf gezorgd. Niemand die het kon blijven volgen en behappen, temeer omdat ook het personeel massaal uitviel.

De Meers is – met meer dan 300 bedden en 200 personeelsleden – het grootste woon- & zorgcentrum van W-Vlaanderen. En alhoewel de woonzorgcentra niet meteen in de aandacht kwamen verschoof onderweg (terecht) meer en meer de focus hiernaar. De statistieken spreken (dd. juni 2020) voor zich: in België 9500 overlijdens bijna 2/3 in de (55) wzc. In De Meers stierf tot op heden 1 op de 5 bewoners (60 in totaal).

Crisis- en arbeidspsychologische begeleiding was dan ook geen overbodige luxe, laat staan een sinecure. Het getroffen centrum leek op een echte ‘warzone’, waar vooral paniek, wanhoop en verslagenheid overheerste. Hier was niemand op voorbereid. Gelukkig herstelde – in lijn met de algemene statistieken (plusminus 98%) – het merendeel van de besmette bewoners en personeelsleden. Het blijft natuurlijk bang en vooral Corona-vermoeid afwachten wat de volgende maanden gaan ontwaren. De implicaties van deze crisis zijn dan ook – vanuit alle (expert)hoeken bekeken – onvoorspelbaar, pervasief en tot op zekere hoogte traumatiserend te noemen. Want, deze Coronapandemie baarde tegelijk ook parallelle pandemieën van angst, woede, economische en psychosociale overdruk of stress.

Metaforen

“Een klop van de hamer” …”‘t Licht ging uit” … “Aan de voordeur van de hel” … “Door de zure appel bijten” … “Licht op ‘t einde van de tunnel”... Het waren alomtegenwoordige verzuchtingen; beeldspraak die trouwens iedereen meteen (gevoelsmatig) begrijpt, want een beeld, het zegt nog steeds meer dan 1000 woorden. Dank je wel aan de metaforen, ze werken net als verhalen: verhelderend, verlichtend (in alle betekenissen), en versterkend.  

Ook omtrent (het begrip van) crisisbegeleiding bestaan er diverse metaforen zoals bijv. een reisgids die ‘gepakt en gezakte reizigers doorheen een bijzonder lastige bergtocht wil leiden, niet wetend wie en hoe men het zal halen’, en dat geldt ook allerminst voor de reisgids dezes..

In de marge. Elke vorm van psychologische begeleiding bij een crisis doorloopt standaard een aantal fasen. Er is de acute shock-, de recuperatie- en de rehabilitatie- of groeifase. Ook in het WZC De Meers is dat niet anders (geweest). De begeleiding geschiedde dientengevolge op alle niveaus binnen de organisatie én via diverse methoden: actieve presentie, groepsdebriefing, individuele sessies, (indirecte) bewonerszorg en psychoeducatie. De volgende 3 metaforen werkten daarbij bijzonder inspirerend en zelfs creatief crisisverheffend.

1. Crisis als wekker

Is een crisis als een nachtmerrie die komt terwijl we wakker zijn, of eerder een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen waren?

“Crisis, het zorgt voor (meer) beweging”

Niet enkel deze Coronapandemie maar au fond elke crisis fungeert als een actieve wekker. Het maakt ons wakker, gewild of ongewild, ongeacht onze bewustzijnsstaat; veelal wakker uit een soort slaperige – dromerige – geautomatiseerde staat. Een staat waarmee we onze tijd doodden, een staat ook die zelden echt in de diepte bevredigt, tot spijt van wat we onszelf vaak vertelden. Dit geautomatiseerde leven geldt als een soort ‘normaal’ waarbij we slaafs door het geheel van onze gewoontes (existentieel) in slaap worden gewiegd, de lett. en fig. slaapstoornissen van deze tijd inbegrepen. Ik leefde me er in Minder online en meer inline kritisch in uit.

Zoals de dagelijkse wekker wakker maakt en typisch menselijke reacties uitlokt: van paniekerig, verveeld tot neutraal en blij dat de dag weer begint; zo loopt het in feite ook wanneer een crisis (als wekker) uitbreekt: alhoewel de reacties zeer uiteenlopend kunnen zijn, zijn deze nog het meest op angst en verzet gebaseerd. Het hamsteren en andere impulsieve op zekerheidgerichte acties staan nog heel vers in het geheugen.

Deze vrijgekomen ‘wat-gebeurt-er-nu-en-wat-moet-nog-komen-angst’ heeft typische kenmerken: ze komt in golven, is vrij intens zijn, gericht op overleving en kan naast motiverend soms ook verlammend gaan werken. Zoals ik in de mini-podcastreeks rond crisis en wijze coping belicht zijn de instinctieve en aangeleerde crisis- en stressreflexen universeel en oermenselijk: we willen de realiteit vermijden, er tegen vechten, ervan wegvluchten of zelfs ter plaatse bevriezen.

Veranderstress. Niet iedereen wil echt die donkere tunnel door, de ‘terug-naar-normaal-wens’ weergalmt vanop elk balkon en bovendien wordt deze angst jammergenoeg ook op allerlei manieren ge- en misvoed door media, traditionele geneeskunde en andere politieke en economische agenda’s.

Wakker (geschud) worden kan best pijn doen en kan aanvoelen als een vorm van ‘verdoving die is uitgewerkt’. En in de comfort- en quick-fix cultuur waarin we leven is het devies om ‘pijn ten allen tijde te vermijden en te bestrijden’. Dat de valkuil van (zelf)medelijden niet enkel een universeel menselijk fenomeen is maar tevens aan de basis ligt van een verzwakte individuele en collectieve veerkracht, lees je trouwens hier.

Soms lijken we te zijn vergeten dat onze belangrijkste leer- en groeiprocessen nooit echt pijnvrij waren en dat onze verworven veerkracht en vertrouwen is gestut op bijzonder veel moeite en doorzetting. De keuze ligt steeds in het besef en gebruik van het vermogen om positief – creatief gevolg te leren geven aan wat jou in negatieve zin lijkt te overkomen, ook wel (modern) post-traumatische groei (PTG) genoemd. Let wel, geen enkel oordeel hierover! Elke mens verwerkt beproevingen volgens diens eigen kwetsbaarheid, verhaal, mogelijkheden en ondersteuning op dat moment!

2. Crisis als vergrootglas

Wanneer het leven aan je boom schudt, wat wil het dan anders, misschien, dan dat je doorheen de nu kaalgeworden takken duidelijker de hemel kan zien?

“Crisis, het maakt (iets) zichtbaar”

Als de maskers aan moe(s)ten, vallen ze ook dikwijls af. Wat vòòr een crisis niet zo goed liep (ook al ontkenden of verdrongen we dit), komt vervolgens (on)gewild nog duidelijker in beeld. De kans is dus bijzonder groot dat – onder een verhoogde (crisis)druk – de kwalitatieve mate van gezondheid, afstand-nabijheid, voldoening, communicatie en integriteit van en met jezelf, je partner, kinderen, je collega’s, je chef(s) mogelijks zal – ont’mask‘erd worden. De vooraf bestaande kwetsbaarheid wordt als het ware ontmanteld en komt helemaal bloot te liggen, en met de verhoogde crisisalertheid en inherente nood aan nabijheid wordt elk contrast hiermee des te pijnlijker aangevoeld.

Door de ingrijpende slagkracht maakt een crisis niet enkel wakkerder, maar dwingt het ons ook om onder die ‘ontstane en immense druk’ eerlijker en dieper te reflecteren op wat zich ontvouwt en niet in het minst op onze werkelijke bereidheid hierbij naar een dieper en waarachtiger engagement. Ahum..

En zet je nu schrap. In die zin spiegelt en uitvergroot ook elke crisis een (sociaal) gedrag dat reeds impliciet aanwezig was maar vooral aan het bewuste weten voorbijging. Kijken we bijvoorbeeld naar de typische ‘reactie- en zgn voorzorgsfenomenen’ eigen aan de Coronatijd – namelijk het dragen van maskers, de sociale distancing, de verdeeldheid en polarisatie in de samenleving, de bubbel – dan weerspiegelt dit tegelijk ook hoe we vòòr de crisis in het leven stonden en met elkaar verbonden waren: eerder aangepast – gemaskerd ipv ingepast – authentiek, eerder (sociaal) vervreemd-indirect ipv verbonden en rechttoe rechtaan, eerder angstig-vast in de comfortzone ipv enthousiast-vertrouwensvol gericht op (onze) groei.

‘Wat we niet ons bewustzijn brengen verschijnt ons als lot’, zo verwees C.G. Jung naar de binnen-buiten dynamiek van vergeten pijn en trauma. Heel veel psychische, somatische, relationele, professionele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dieper (zelf)onderzoek, analyse en zelfs (klinische en arbeids-)therapeutische begeleiding geen overbodige luxe vormt, vooraleer de carroussel van gewoonte (en dus verdrukking) zich weer manifesteert. l’Histoire se répète (toejours) omdat we vaak kennis en lef ontberen en we schermen met de “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”-attitude. Maar zo werkt het natuurlijk niet, en dit weerklinkt niet enkel bij dieptepsychologen en -filosofen maar vooral in toenemende zin bij de kwantumwetenschappers.

Het is m.a.w. niet omdat we in ‘voortdurende beweging’ leken te zijn dat we wel degelijk in lijn of harmonie met de diepere meer authentieke stroom des levens waren. Geleefd worden door agenda, gewoontes, oude patronen, niet bevredigende gewoontes, jobs, relaties … en toch maar verder doen, dat is om dramatische omwentelingen vragen. Crisis, het maakt dus niet enkel wakker, het herinnert ook in uitvergrote zin aan die zaken waar we al te slaperig-‘normaal’ over zijn blijven gaan.

3. Crisis als brug

Afscheid-ing, het is meestal vrij pijnlijk, alsof de huid van je verleden langzaam afscheurt. Maar kunnen we een uitgang ook ervaren als een ingang naar ergens anders? En kunnen we in het breken ook een stimulans om (nog meer) te delen zien, of zelfs het gebroken zijn als een kans tot naakte herverbinding beschouwen?

“Crisis, het verbindt en lost iets op”

Je lees het eigenlijk wel tussen de regels. Ik hou van het transformerend potentieel van elke crisis. Zelf heb ik er menige mogen en ook wel moeten doorspertelen om te kunnen evolueren tot een zichzelf respecterend, (sociaal) evenwichtig individu en ervaringsdeskundige professional.

Ook bij cliënten-en cursisten-in-pijn tracht ik sinds meer dan 20 jaar telkens deze natuurlijke doorbraaktendens te belichten en hen enthousiast te maken voor elke verborgen parel die in de brekende schelp van crisis schuilt. Een beetje naar analogie met Michelangelo’s “Ik zag een engel in het marmer en houwde tot ik hem bevrijdde”, zo is het ook zaak om zowel als hulpverlener én als wakker(geworden) mens in elk blok (probleem, crisis) het authentieke beeld te (durven en blijven) zien.

In 5 dingen waar stervenden spijt over hebben (naar het boek van B. Ware) ging het vooral over de dood als ultieme spiegel voor de gemaakte levenskeuzes en over het belang van verschuiving van ‘wat belangrijk leek te zijn’ naar ‘wat echt werkelijk telt‘. Net als de dood werkt ook crisis als een soort verbindingsbrug, een brug tussen wat je voorrang gaf en wat niet; tussen het oude (vergetene) en het nieuwe (zich ontwikkelende); tussen het hoofd en het hart en tussen harten onderling; tussen het lichamelijk (zichtbare) en het geestelijk (onzichtbare); tussen wie je beweert te zijn en wie je werkelijk bent; tussen je schijnbare en je ware roeping. In die zin kan het de kloof dichten en je als het ware terugroepen naar de kern en wat essentieel is, naar de herwaardering van vriendschap, het eigen (gezins)geluk en de herstelkracht van je (diepere) gevoelens. En dit geldt voor elk systeem: individu, relatie, groep!

Bottom line is..

Dat elke crisis – klein of groot, verwacht of onverwacht – niet enkel wakker schudt, het oude zichtbaar maakt, een brug slaat tussen wat van elkaar vervreemd was maar bovendien ook een product of manifestatie is van een (onbewuste) staat van zijn, zowel op individuele als op collectieve schaal. Op hun best zijn het dus unieke en zinvolle kansen om van ‘meer naar minder’, van ‘geautomatiseerd naar geïnspireerd’, van ‘hebben naar zijn’, en van ‘vereenzaming naar verbinding’ te evolueren. Aan ons om hen zo steeds meer te benaderen.

– Steve Van Herreweghe –

Coronatijden. Ze confronte(e)r(d)en ons met ‘halt’, duw(d)en ons naar ‘minder’, hakten in op ons pantser en ma(a)k(t)en ons bang. Ze brachten ons verder van elkaar en ook veel dichter bij essenties: bij tijdelijkheid, vergankelijkheid, bij onze gehechtheden, de (toenemende) vervreemding alsook de emotionele afstandelijkheid en zingevingsarmoede. Vrolijk, neen, dat werden we er niet echt van, de gezellige bubbelmomenten buiten beschouwing gelaten.

En voor heel wat mensen ging en gaat deze pandemie ook hand in hand met 2 andere pandemieën van deze tijd: de (financiële) stress- en eenzaamheidspandemie. Over dat laatste schreef ik een gewaagd, kritisch maar m.i. noodzakelijk stukje.

De Post-Corona vermoeidheidsklachten en behoedzaamheid houden ons nog deels op de rem, deels lonkt wel al meer en meer de gaspedaal. We zijn waarlijk door elkaar geschud, dat doen individuele en collectief zwaar ingrijpende gebeurtenissen nu eenmaal willens nillens met ons.

Crisis, trauma en verzet

Crisissen, kleine en grote, ze zijn – echter – van alle (leef)tijden, en ze presenteren zich in alle vormen, maten en kleuren. Soms lijken ze wel op mysterieuze en he(me)lse poorten en doorgangen die ons meenemen op golven van vertwijfeling en angst alsook met de valkuil van (zelf)medelijden confronteren. We reageren er vaak heel typisch menselijk op met diverse vormen van verzet: we mijden ze, overstemmen ze vaak met misplaatst positivisme, junk food, medicatie, alcohol en vele andere onderdrukkingsvormen. Finaal houden we zelden van verandering, zeker de gedwongen, het bezorgt ons veranderstress en groeipijnen. Ik zoom hier trouwens dieper op in via mijn Wakker en Bereid podcast.

Voor heel wat mensen heeft deze crisis trouwens ook oude (herinnerings)pijn doen heropleven evenals ook nieuwe gebaard, ik besprak dit trouwens iets dieper via deze 3 verhelderende metaforen. Hoe kwetsbaarder mensen waren voorheen des te groter de kans op een langer durend traumatiserend effect op lichaam en geest.

Soms lees je dat trauma ‘een nachtmerrie is die komt terwijl we wakker zijn’ en dat klopt ergens (letterlijk verwijzend naar de alles omwentelende ‘shock’) maar m.i. werkt het evengoed andersom, namelijk ‘een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen zijn’. Dat is natuurlijk gewaagd geschreven hoor ik sommigen denken, en dat klopt ook wel. De slachtofferrol of -positie is vaak een hele lastige om te willen verlaten, niet in het minst in het licht van onze relaties met anderen. Het vraagt gigantisch veel introspectie en moed om zich los te maken van de eigen verhalen – nl. deze waar het ego zich in wentelt – enerzijds, en anderzijds om ons te willen herverbinden met anderen vanuit een diepere visie en noodzaak en op een geheel andere wijze.

Van gewone tot traumatische events

Traumatische ervaringen en perioden doorworstelen, het vergt een enorme inspanning, doorzettingsvermogen en de juiste steun en omkadering om dit te doen. Lijden is niet enkel pijnlijk, het heeft ook een transformerende kracht. Of het nu in religie, poëzie, filosofie of literatuur is – het algemene begrip van hoe pijn nuttig kan zijn, is helemaal geen nieuw concept. Ik schreef in 50 wijsheden voor een lichter leven over wat ik autobiografisch en via cliënten-in-pijn hierover heb geleerd.

Grosso modo zijn er 3 soorten gebeurtenissen (events) in ons leven: de normale, de ingrijpende en de traumatische. Over de normale kunnen we kort zijn: deze gaan over de alledaagse weinig ingrijpende gang van zaken, geen echte hoogtes of laagtes, waar we op de zgn. automatische piloot drijven. De ingrijpende events, deze kunnen positief – de zgn. ‘hoogtes’ – zijn (bijv. geboorte, huwelijk, promotie) of negatief – de zng. ‘laagtes’ – van aard zijn (bijv. verlies dierbare, accident, ontslag), en deze halen ons steeds uit onze comfort- of geautomatiseerde zone. De traumatische events, deze zijn het zwaarst en in se altijd negatief en vooral destructief geaard. Ze kunnen collectief (bijv. oorlog, epidemie) en individueel (bijv. agressie, misbruik van macht) voorkomen in diverse vormen en tijdspannes. Hoe destructiever het event hoe groter de kans op problematieken nadien (angst- en stemmingsklachten, PTSS, verslavingen, psychosomatische ziektes). Ingrijpende gebeurtenissen kunnen ook een traumatische impact hebben, afhankelijk van de kwetsbaarheid op dat moment of oude pijn die daardoor heropflakkert (zie artikel metaforen).

Heel veel psychische, somatische, relationele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dit vooral voer is voor dieper zelfonderzoek, analyse en zelfs therapeutische begeleiding. Jammer genoeg behelpen we ons te vaak veel te oppervlakkig (jawel zelfs met overdreven positivisme) onder het mom van “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”. Maar zo werkt het natuurlijk niet, weerklinkt het bij dieptepsychologen, daarbij verwijzend naar het Jungiaanse kerncitaat ‘Wat je niet in je bewustzijn brengt, zal je verschijnen als lot’.

De talrijke ‘beperkingen’ en ‘vernauwingen’ waarin we terecht komen als basis leren zien van een potentiële (weder)geboorte, het blijft in tijden van globale verzieking, onlineverslaving en opgebrand zijn een gigantische uitdaging. Het uitklaren van, het stilstaan bij wat donker, oud en zuur is, het begrijpend leren en het leren doorbijten en doorzetten, vragen veel meer tijd en moeite (ook al leidt dit finaal tot structureel duurzamere veerkracht).

Post-traumatische groei (PTG) en veerkracht

Een vader-alcoholieker had twee zonen. De ene werd eveneens een alcoholieker en geraakte aan lager wal. De andere werd een succesvol ondernemer. Op de vraag wat de oorzaak van hun parcours was antwoordden ze beiden “mijn vader was een alcoholieker”. Waarin ligt het verschil? Gewoonweg toeval, een speling van het lot, of is er meer in het spel?

De Amerikaanse psychologen Tedeschi en Calhoun wijzen er al langer op dat ingrijpende en ontregelende situaties en alle daaruit voortvloeiende (existentiële) vragen niet enkele kunnen leiden tot posttraumatische stress (PTSS) maar ook posttraumatische groei (PTG, ofte het ‘bloeiende proces’ van Post-Traumatic Growth).

PTG is een mogelijk positief veranderproces dat volgt na een (reeks) onverwachte negatieve gebeurtenissen. In essentie dus een vorm van zelfverbetering die men ondergaat na het ervaren van levensuitdagingen. Zo is het is niet toevallig dat we bijv. in deze periode van sociale afzondering meer solidariteit en appreciatie van menselijk contact zien opduiken, alsook nieuwe vormen van (tele)’werken’. Crisissen herinneren ons aan onze kwetsbare status en maken ons alerter voor wat werkelijk van belang is, ook al werkt dit meestal maar voor even..

PTG sluit de pijn en de angst van het moment niet uit, maar het stuurt onszelf in de richting van een authentieker en zinvoller leven. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen meestal in staat zijn om na dit soort indringende gebeurtenissen het leven op een andere manier aanpakken. Ze vertonen een grotere veerkracht bij volgende tegenslagen en meer realiteitszin. Ze begrijpen dat wat hen overkomt op zich geen macht hoeft te hebben op hoe ze het willen verwerken. Ik ging er ook dieper op in in het artikel 2 instructies die je leven kunnen veranderen. In die zin kan PTG als een psychologische transformatie die volgt op een (reeks van) stressvolle ervaring(en) ook begrepen worden als ‘een uitdagende manier om het doel van pijn te vinden, en dus verder te kijken dan de (on)bewuste strijd er tegen’.

De 5 kenmerken van PTG

Interessant en diepzinnig allemaal maar hoe herkennen we het verschil nu? Wel, de positieve transformatie van PTG weerspiegelt zich volgens de heren Tedeschi en Calhoun in een of meer van de volgende vijf gebieden:

  • Het durven omarmen van nieuwe kansen zowel op persoonlijk als op professioneel vlak.
  • Verbeterde persoonlijke relaties en meer plezier door samen te zijn met mensen van wie we houden.
  • Een verhoogd gevoel van dankbaarheid voor het leven.
  • Grotere spirituele verbinding.
  • Verhoogde emotionele kracht en veerkracht.

PTG kan zich heel divers uiten, in stilte, in kracht maar ook in toenemende zelfexpressie; soms ook als onzelfzuchtige hulp aan anderen, of als verdiept zelfinzicht en waarachtige zelfacceptatie. Er zijn massaal veel voorbeelden hiervan, in mijn eigen leven, dat van cliënten en denk ook zelf maar eens na over hoe je zelf je als mens, ouder, partner ‘gegroeid’ bent doorheen het vaak pijnlijke proces van tegenslagen. PTG verwijst naar onze natuurlijke veerkracht en naar het belang van meer te denken vanuit de ‘waartoe (leidt dit allemaal)- dan de ‘waarom (overkomt mij/ons dit nu)-vraag.

Hier zijn tot slot enkele voorbeelden van hoe posttraumatische groei er klassiek kunnen uitzien:

  • Ouders die hun kind aan kanker of door suïcide hebben verloren die geld inzamelen voor verschillende organisaties of goede preventiegerichte doelen.
  • Overlevenden van terroristische aanslagen worden vaak vriendelijker en accepteren meer anderen. Veel van hun gedragsverandering is te danken aan het trauma waarmee ze zijn geconfronteerd.
  • Oorlogsslachtoffers en soldaten die veilig terugkeren uit de strijd krijgen een breder perspectief op het leven.
  • Mensen die op jonge leeftijd een dierbaar persoon verliezen zijn veel dankbaarder voor wat ze hebben dan anderen van hun leeftijd. Een kind dat zijn moeder heeft verloren, kent bijvoorbeeld de waarde van moederlijke genegenheid en zou waarschijnlijk emotioneler volwassen zijn dan andere kinderen van haar leeftijd.
  • Koppels die hertrouwen nadat ze hun eerste echtgenoot hebben verloren, ontwikkelen vaak een diepere en transparantere relatie. Het eerdere trauma waarmee ze in het verleden zijn geconfronteerd, zet hen ertoe aan het heden te waarderen en de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties die ze nu hebben te verbeteren.

– Steve Van Herreweghe –

Start van de podcast in historische crisistijden. Een mini-reeks over visie en coping bij crisis. Vandaag deel 2: over hoe lastig én zinnig de lastigheden des crisissen en veranderingen wel kunnen zijn.

Start van de podcast in historische crisistijden. Een mini-reeks over visie en coping bij crisis. Vandaag deel 1: over onze angstige en reflexmatige natuur, en onze invloed erop.

De gemiddelde Vlaming checkt plusminus 150x/dag zijn smartphone, waarvan 28% diens mails. De rest wordt verdeeld over allerlei sociale ea. apps. Google en Apple hebben nu ook zelfs hun aandacht verschoven naar meer ‘well-being’ en introduceerden niet zolang geleden oa de ‘schermtijd-app’, om ons smartphonegebruik in de gaten te houden. Ook dealers hebben blijkbaar een hart..

En volgens verslavingsexperts klopt het excuus niet dat “we geen tijd hebben”, aangezien gemiddeld genomen een volwassene 4u/dag neust in en kleeft aan diens toestelletje. Deze ‘checkhouding’ heeft met het bevredigingshormoon ‘dopamine’ te maken, een natuurlijke beloningsdrug, waaraan we megaverslaafd zijn. Face it.

Met zijn allen (dopamine)verslaafd

Ik stel het al lang vast, en ‘t gaat van kwaad naar erger: online zijn is de roes, de smartphone de nieuwe drug. Als dopamine-junkies willen we steeds op de hoogte zijn en blijven, zien en gezien worden, geliket en gevolgd worden. Vandaag misschien het sociale sterretje van de dag, morgen het object van eenieders lach. We scrollen, filteren, posten, verzamelen, (ont)vrienden en swipen er gedreven op los. De maatschappij lijkt het van ons te vragen, te eisen zelfs: steeds meer geautomatiseerd, korter, sneller, efficiënter. De hyperactiviteit, hoogsensitiviteit, uitputting, en andere aandoeningen nemen we er ook gewoon bij. We fixen het wel met psy-pil, powernap, Redbull, online shopping & ‘hot or not’ zijn op Instagram. Graag kant-en-klare oplossingen (zo goedkoop mogelijk, op maat, en liefst nu aub), want the (rat)race continues…

Contactarmoede, het maakt me triest en ‘t moet van mijn hart. Ik belichtte het reeds in het licht van mijn 8-minuten wandelingetje richting ‘t kantoor (toen nog) te Gent.

Binnen en buiten mijn dagelijkse praktijk stel ik onthutsende dingen vast die om meer aandacht schreeuwen. Het lijkt er namelijk steeds meer op dat we het afgeleerd of moeilijker hebben met de volgende individuele en collectieve fenomenen:

  • tegenslag, verlies, trauma op een rustige en natuurlijke wijze te verwerken
  • echt naar elkaar te luisteren, elkaar aan te spreken, werkelijk betrokken te zijn
  • echt contact te hebben met ons lichaam, ons denkapparaat en onze gevoelswereld
  • gewoon blij te zijn, te spelen en echt plezier te maken
  • bij het eigen (levens, werk, relatie) plan te blijven
  • harmonieus te (blijven) communiceren en relateren
  • de juiste (dosis) verantwoordelijkheid op te nemen
  • de ander te zien en soms eens belangeloos te helpen

Welkom in de ‘wegwerp- en verdwaalmaatschappij’, waar vermoeide en kompasloze zielen lijden aan infobesitas, geleid door de dorstige kapitein ‘ego‘, geautomatiseerd het pad opgaand als compulsieve ééndagsjournalist, met het schermpje als symptoom van én middel tegen emotionele en culturele verarming.

Het nieuwe roken, zeg maar, waarbij de tijd en vooral de kwaliTIJD steeds meer in virtuele rook lijkt op te gaan. “Who cares?” We doen het toch met zijn allen? Bijna toch, en steeds meer, steeds langer, het straatbeeld, de huislijke en allerhande sociale ontmoetingsplaatsen spreken voor zich. Pure droefheid is het. Zo virtueel verbonden met elkaar en tegelijk zo vervreemd van elkaar in de realiteit.

Corona- e.a. virussen maken ons wakker van onze werkelijke verbinding met elkaar, maar dat we elkaar voortdurend ‘besmetten’ met sociale afwezigheid, dat dringt amper door. Waar we ook zijn, daar zijn wel zelden echt. Het is al lang geen gevaarlijke trend meer maar een status praesens. We geven nooit thuis, noch in lijf, noch bij de ander. En dit terwijl gezien en geliefd zijn de motor blijft. Hoe paradoxaal, en triest..

Groeiende eenzaamheid

Dit is geen louter pessimistisch betoog, het is een oproep, een wakkerschudder voor de grootste pandemie van het moment: vereenzaming.

In zijn boek ‘Het gebroken hart: medische gevolgen van eenzaamheid’, schetst Dr. James Lynch recente ontdekkingen die uitleggen hoe dergelijke uiteenlopende sociaal isolerende ervaringen als schoolfalen, echtscheiding en alleen leven een gemeenschappelijke ziekte delen, een “communicatief ongemak” dat letterlijk de macht heeft het menselijke hart breken. Hij adviseert ons daarbij vooral dat “oefeningen om de communicatieve gezondheid te verbeteren” net zo serieus moeten genomen worden als dat oefeningen op loopbanden dat voor de lichamelijke gezondheid betekenen.”

Het is nu ook zelfs wetenschappelijk aangetoond dat aanhoudende eenzaamheid even nefast is voor ons immuunsysteem als 15 sigaretten/dag. Er zou namelijk een significante wisselwerking bestaan tussen cytokine (een afweerhormoon) en het sociale interactiepeil. In mensentaal: hoe meer en beter de interactie en het sociaal gevoel hoe weerbaarder men zich voelt en ook werkelijk is. In de UK hebben ze reeds een minister voor eenzaamheid die deze teneur beleidsmatig bewaakt en nationale acties coördineert. Ondertussen rijst ook hier steeds meer de nood aan sociale innovatieve projecten, aan laagdrempelige co-creatie ter bevordering van emotioneel en gemeenschapswelzijn, aan minder contact via schermpjes, aan elkaar aanspreken, de luister(kwali)tijd verhogen, aan back-2-basics als je het mij vraagt.

Bottom line is dat zo lang mensen zich niet realiseren dat ze verslaafd zijn is de brug naar dieper commitment een brug te ver. Vervreemding van zichzelf is de basis van relationele en emotionele armoede. Eigenliefde is de sleutel doorheen de eigen hardheid en tot het hart van anderen. Onze verslaafde en verdwaalde samenleving zal dus meer dan 30 dagen tournées behoeven om uit de greep van individuele en collectieve compulsiviteit en verstrikking te geraken.

Van online naar inline. Hoe dan?

Online kennen we. Maar kennen we inline?

In lijn zijn met jezelf, met je omgeving, met anderen, met de natuur, de wereld om je heen? Hoe verbonden ben jij met je lijf, je hart, je ziel, met je afkomst, je roots, je talenten, je schaduwen, je potentieel? Hoe belangrijk is werkelijke levenskwaliteit voor jou, en durf je dat ook te eisen van je omgeving, je dierbaren?

Er is amper nog voeling, voeling met de binnenkant, voeling met de buitenkant, voeling met de onderstroom des levens. De maatschappij mensen, dat zijn wij, verwerping daarbuiten weerspiegelt de verwerping naar onszelf, het begint dus in de eerste plaats bij onszelf. Maar beseffen we dat wel? En willen we dat onder ogen zien en dieper onderzoeken? Een verwerpende houding beschadigt tot diep op cellulair niveau, het schept chronische pijn en een immens groot (verborgen) verdriet.

‘De tranen die niet gehuild worden door de ogen, worden gehuild door onze organen.’ – James Lynch

Daarom een ode aan het willen ‘consuminderen, het (digitaal) detoxen, het durven verstillen en dagdromen, het bewuster ademen, het tijd maken voor verrassing en de ruimte creëren om even te pauzeren en gewoon te niksen, het ontwapenende oogcontact, het groeien in spontaneïteit en oprechtheid, de magie van de intieme verbinding, het leren luisteren tot de laatste noot, spelvreugde, gewoon het vriendelijker en lief zijn tout court.’

De fenomenen die ik hierboven beschreef, ze vragen bijzondere aandacht en we moeten ze met zijn allen (te beginnen met onszelf) dringend terug aanleren. Finaal kunnen we korte en lange reizen maken, maar de moedigste en meest duurzame trip is wel deze: van online naar meer offline, en van offline naar steeds meer inline, in baby-stapjes desnoods maar wel gedisciplineerd, omdat het nodig is, opdat we terug wakkerder en vrijer worden, rustiger worden en kunnen groeien in waarachtig zelfvertrouwen en vertrouwen in elkaar.

– Steve Van Herreweghe –

In 8 psychologische effecten die uw blik kunnen verruimen lichtte ik reeds een tipje van de sluier omtrent het waarom van enkele mentaal-sociale fenomenen en waarom ‘de dingen niet altijd of net wel lopen zoals we willen … of denken’.

Ook in de blogtekst over denkfouten verwees ik naar hoe we soms door het eigen denkapparaat op het verkeerde been kunnen worden gezet. Misleid worden door ons eigen brein, het is een wetenschappelijk gegeven waar we niet om heen kunnen.

Vandaar dat ik hier wil inzoomen op de li-‘mythe’-n van positief denken. Vooral omdat het zo vaak wordt gehypet en – hoe goed bedoeld ook – te snel en ondoordacht als ‘boodschap’ meegegeven. Met vaak als gevolg dat we opgezadeld geraken met een gevoel van ‘iets’ verkeerd te doen, en onszelf en het leven niet onder controle lijken te hebben, hoe positief we ook (willen) denken.

Misverstand

We gaan er namelijk van uit dat door ‘anders’ of ‘positiever’ te denken onze (binnen)wereld verandert en we ons beduidend beter gaan voelen. En dat gebeurt ook, maar soms ook niet, en bovendien levert het zelden een garantie op een duurzaam effect af. Ietwat vergelijkbaar met een roesmiddel: het werkt voor even, maar meestal blijven we met een kater zitten (het effect ervan geraakt ‘uitgewerkt’).

Het misverstand is dat men ervan uitgaat dat een ‘stemming’ veranderen vooral neerkomt op het aanpassen of switchen van gedachten (alleen). De oorzaak van een bepaalde stemming ligt voor alle duidelijkheid niet enkel in mentaal maar ook in emotioneel gebied en wordt trouwens versterkt of verzwakt door de context waarin we vertoeven. Dat stemmingen (zonder de inmenging van positief denken) bijvoorbeeld snel kunnen veranderen door een andere omgeving, andere mensen en activiteiten weten de sensitieve zielen onder ons heel goed. Het is dan ook niet verrassend wanneer ik zeg dat film, muziek, kunst, sport, huisdieren, kinderen, panoramische views je stemming danig kunnen kleuren én switchen.

Mentale overspoeling

Maar we zijn nu eenmaal mentaal overactieve wezens, en dus als we ervaren ‘vast te zitten’ denken we in het mentale ook een uitweg te kunnen vinden, of liever ‘short cut’. Het past ook perfect in de tijds’geest’ van vandaag waar alles liefst instant, snel en met minimum aan inspanning wordt aangepakt.

Volgens het Standford Research Institute (Washington, VS) denken we gemiddeld 120.000 gedachten per dag, een stijging van 70.000 ten opzichte van 20 jaar geleden, toen men het onderzoek begon. Een groot deel hiervan is niet effectief en zelfs belemmerend voor ons functioneren. Het zijn de zogenaamde nutteloze gedachten als ‘wat denkt hij van mij, ik ben niet goed genoeg, waarom dit nu weer’, enz. Bovendien bevestigt de neurowetenschap dat ‘elke gedachte ‘neurochemisch spoor’ nalaat in het lichaam en dat die ‘sporen’ dieper gaan wanneer we dergelijke ‘loops’ blijven herhalen (bijv. bij overmatig piekeren). Of hoe gedachten tot stofjes verworden en zich in ons lijf gaan nestelen.

Dat onze gedachten wel degelijk een bijzondere invloed en uitwerking hebben staat buiten kijf. Het is echter maar de vraag hoeveel van die duizenden gedachten van bij ontwaken tot het inslapen we wel degelijk bewust denken en kennen? En bijkomend, wat gaan die 5 à 10 eventuele positieve countergedachten dan kunnen veroorzaken? Het neigt naar dweilen met de kraan open, niet?

Het vergeten zuur

Duurzaam en ingebakken positivisme is natuurlijk wel gezond, laat daarover geen twijfel bestaan aub. Overdreven positivisme – echter – kan wel als een soort van verdringingsmechanisme werken en jouw zin voor (gevoelsmatige) realiteit en de connectie met je diepere verlangens en dromen overschaduwen. ‘Positief denken’ werkt dan een beetje zoals vers fruit op een zure taart, helemaal warm en verlekkerd word je er niet van.

Als in de rest van ons lijf namelijk veel ‘weerstand’ zit, dan landt het lekkere gedachtenfruit in een zure bodem van oude pijn (verdriet, zelfverwijt, angst, enz) en werkt het verzet zoals ‘de wet van communicerende vaten’, namelijk de overdruk op het ene vat zorgt ervoor dat het andere vat gaat overlopen. Herkenbaar toch? Hoe reageer jij zelf (meestal) op commando’s van een ander: “wees eens lief, spontaan, blij, gelukkig?” Inderdaad…

Via de psycho-neuro-immunologie weten we al jaren dat (emotionele) stress, zeker deze die chronisch aansleept, een impact heeft op ons psychosomatisch ziek- en welzijn. Meer recent wetenschappelijk bio-genetisch onderzoek verwijst zelfs naar een heel duidelijke link tussen onze (dieperliggende) emoties en de structuur van ons DNA! Emoties kleuren niet alleen ons leven, ze beïnvloeden blijkbaar ook het erfelijk materiaal van waaruit we gevormd worden.

Think about it, and think again. Daarom werken quotes, oneliners ea. goedbedoelde positief denken suggesties niet echt in de diepte: het zuur overheerst, kleurt en vraagt om aandacht en aanpak. Ik besprak dit proces ook deels in het licht van zelfdoding via de metafoor van zure melk.

Verbindingsvrees

Het brengt me bij de vraag die ik af en toe gesteld krijg: “‘Emotionele vervreemding’, wat is dat nu precies, Steve?”

Tussen de prikkels die we krijgen en de reacties die we geven ligt een vergeten oceaan van voelen, antwoord ik dan. Het probleem – echter – is dat we koudwater- en duikangst lijken te hebben (ontwikkeld) vanuit onze ‘hoofd’cultuur, waar koning ratio regeert en gevoelsmatigheid tot verzwakte knecht wordt gedegradeerd. Schrik voor de zuurtegraad van onze taart, emmer- of verbindingsvrees kan je het ook noemen, het is een steeds groter wordend probleem voor ons lijf én samenleving, en het is er één met jammerlijke effecten, thuis, op kleine en op grotere schaal.

Emotionele vervreemding werkt ook besmettelijk, het zou met spiegelneuronen (hersencellen die weerspiegelen wat ze extern ervaren) te maken hebben waardoor we elkaars vermijdingsgedrag spontaan gaan kopiëren. Het werkt ook in de tegenovergestelde richting, vandaar het belang van rolmodellen en voorbeeldgedrag.

Wat dan wel?

Via de waarnemings-, de zelfdeterminatietheorie en de neurobiopsychologie weten we ondertussen dat…

wie (1) de eigen perceptie verzorgt, (2) het eigen denken bewuster stuurt in de richting van eigen waarden, dromen en doelen, (3) het eigen gevoelsleven onderzoekt, beschrijft, bespreekt, ontzuurt en creatief uitwerkt, (4) dagelijks inzet op activiteiten die de goedgevoelhormonen aanwakkeren (lachen, spelen, sporten, natuur, dieren, aanraking, …) en (5) assertief de eigen grenzen aangeeft, en deze moedig durft te verleggen 

… die de eigen macht en invloed naar een verbeterd welbevinden ontwikkelt, en zodoende ook minder vervalt in het uit handen geven van voldoening, plezier en geluk.

Dit is echter geen evidente stap, de weg is vaak hobbelig en lang, maar het proces loont, en de resultaten volgen soms sneller dan verwacht.

Om bewuster en anders te leren denken besprak ik hier samenvattend enkele tips inclusief het belang van ‘meer en dieper durven voelen, navoelen en doorvoelen’.

En aangezien we met zijn allen last hebben van drukte, gejaagdheid en compulsiviteit is leren pauzeren op deze 3 domeinen ook bijzonder wenselijk.

Het komt in essentie neer op het principe van ‘wie zich beter wil voelen, dient het voelen te verbeteren’, d.w.z. de realiteit durven onder ogen zien zoals ze is, de gevoelsvervlakking leren onderkennen en bespreekbaar maken bij onszelf en de ander, inclusief de hele resem ‘verbergtaktiekjes’ die daaraan zijn gekoppeld.

Het is m.a.w. ‘beter’ of ‘gezonder’ je af te vragen wat je gemoed je vertelt, je influistert en wat maakt dat jij je precies (nu) zo ‘negatief’ gestemd voelt. Is het verdriet, pijn, eenzaamheid, gemis, verveling, enz..?

Herverbinding

De weg van hoofd naar hart betreft slechts 30 cm, en toch is het vaak de langste reis die mensen maken. Voelen verbindt je hoofd met je hart en onze harten onderling. Maar dan is de voorwaarde op zijn minst dat je elke crisisperiode of tegenslag ook als een groeikans dient te zien, zoals ik hier en hier besprak. Neem dus meer tijd om in de diepte van eigen emmer te duiken, het zuur te begrijpen, dat versterkt zowel je eigenliefde als je vermogen om in de diepte bij anderen te gaan en te blijven. Met deze 3 wegwijzers geraak je trouwens ook een hele eind verder.

Luisteren naar je lijf, in dialoog gaan met je gevoelens, je onderliggende verlangens leren begrijpen, hierover durven praten of schrijven, dit werkt finaal (veel) beter, net als de vraag aan een ander “hoe voel jij je (werkelijk)?” beter werkt dan een ‘feel good quote’. Anderzijds kunnen ze wel inspireren, verhelderen en ondersteunend zijn.

Laat dus de dingen nog meer bezinken en landen, schrijf wat vaker over de innerlijke landschappen van je gevoelsleven. Zoek de natuur ook op, wandel meer, en laat je gevoelens opborrelen, luister zoveel mogelijk zonder oordeel en leer van natuurlijke herkauwers én zenmeesters zoals de koetjes!

– Steve Van Herreweghe –

Vandaag 25/6/19 in De Morgen (weliswaar enkel voor abonnees) laait het debat over medicatie weer op. Het is exact 10 jaar geleden dat Yasmine – die in het echt Hilde Rens heette – zich van het leven had beroofd. In ‘de marge’: exact 10 jaar geleden stierf ook ‘The King of Pop’ Michael (Joseph) Jackson.

Yasmine. Een emotionele vrouw, een kwetsbare artieste, die prachtige liedjes had geschreven en gezongen, was plotsklaps uitgezongen. Het kon niet waar zijn, maar dat was het wél. Er was de laatste trigger van de relatiebreuk, maar Yasmine zat ook al een tijdje vrij diep, depressief, zo luidde het.

Pillen bevatten ook boodschappen

‘t Blijft een beladen thema ‘het nemen/voorgeschreven worden van psychofarmaca’. Vele visies. Respect voor iedereens visie (laat dat duidelijk zijn).

Maar zoals jullie wellicht weten ben ik – in globo – ‘niet pro’ (tenzij uitzonderlijk, strikt in tijd afgebakend en met voorzichtigheid in de boodschappen die door de betrokken arts worden gegeven, want 1000-en placebostudies tonen aan dat meer dan de helft van de uitwerking van het middel door ‘het verhaal erover’ wordt gecreëerd). Over psychologische effecten ala placebo schreef ik hier.

Mensen zijn vormelijke verhalen, ik zeg het vaak. En de verhalen die we over onszelf hebben gehoord gebruiken we als opbouw van ons groter levensverhaal. En alle boodschappen (de mooie, de lelijke) vertalen zich neurochemisch ook tot stofjes (neurotransmitters) in ons lijf (voor meer over belang van bewuste en positieve boodschappen, check dit artikel)

Verhalen die door een machtsfiguur (ouderfiguur, familie, arts, …) werden gebracht én vaak herhaald in een situatie van verhoogde kwetsbaarheid hakken er steeds zwaar op in en blijven een soort hypnotische kracht uitoefenen, lang ook nadat we dit voor het eerst hebben gehoord. Over stigmatisering sprak ik (iets feller) hier.

Psychofarmaca verdoven de intensiteit van je emoties, zorgen voor vervlakking van hoogtes en laagtes maar versterken in de diepte je weerloosheid en afhankelijkheid, hetgeen finaal je algehele conditie niet ten goede komt. Dat farmaceutische bedrijven hier slechts heel selectief over publiceren is natuurlijk logisch (‘de publicatiebias’) maar mijns inziens onethisch – immoreel. Lees eens dit Knack-artikel over ‘the dirty little secret van antidepressiva’.

Trauma ligt altijd aan de basis van kwetsbaarheid, en niet geheelde diepere kwetsuren kunnen een suïcidaal proces in gang steken dat zelfs 10-15 en meer jaar later pas de kop kan opsteken. Dat legde ik aan Phaedra (studente) uit via de zure melkmetafoor inclusief wat we er als omgeving aan kunnen doen.

Alles begint bij visie

Wat dan als alternatief, Steve?

Wel, 1 alternatief ‘product of methode’ bestaat er jammer genoeg niet, wel een alternatieve ‘visie’ op mens, gezondheid en genezing. Een visie gestut op de zelfregulerende intelligentie van ons organisme, een visie die 3 dingen zegt, namelijk dat:

(1) ‘zolang je ademt er meer goed met je is dan fout’, wat je denken je ook wijsmaakt (check denkfouten en een ode aan het vandaag in elke dag).
(2) ziekte ook ‘een vorm van genezing op zich is’, een teken dat het lichaam te lang en te zwaar onder spanning heeft gestaan en er ‘nu’ genoeg van heeft en wil loslaten.
(3) er meerdere wegen naar Rome zijn, tenminste als je de moed om naar Rome te willen gaan nooit opgeeft (lees over doorzetten en moed).

En Rome, dat staat dan voor: wie je werkelijk bent of wilt worden, waar je hart van droomt, je diepste zielewensen, je verlangen naar werkelijke gezondheid, verbondenheid, liefhebben en je geliefd voelen.

Alternatieve wegen, autobiografisch getest

De alternatieve wegen die mij onderweg (en met vallen en opstaan) hebben bevallen zijn:

(1) studie over filosofie, psychologie en psychosomatiek
(2) lichaamswerk: bewuster eten/drinken, yoga, meditatie, fitness, sport
(3) gevoelsverdieping: onderzoeken, schrijven, praten over alles wat leeft aan de binnenkant, van toen tot nu
(4) zelfexpressie: je (verborgen) talenten laten zien en ontwikkelen
(5) hulp toelaten: van anderen, professionals, het getuigt van moed en zelfrespect
(6) hulp verlenen: anderen helpen stimuleren de goedgevoelhormonen
(7) je eigen visie ontwikkelen en er blijven aan schaven
(8) van veel lachen en in verbinding blijven met alles en iedereen buiten je, een dagelijkse zaak maken
(9) reizen: innerlijk (dagdromen, fantasieën toelaten, visualiseren) en letterlijk (kleine en grotere), je grenzen verleggen, nieuwe plekken en mensen ontdekken en waarderen, een reisattitude ontwikkelen.

Good luck en … You are not alone 🌼🍀

– Steve Van Herreweghe –

Claire’s pensioen nadert.

Ze kijkt terug op meer dan 30 jaar als zorgcoördinator in een basisschool. “Met hart en ziel een klein steentje verlegd”, spreekt haar mond sereen, terwijl haar lijf haar ingetogen bescheidenheid beaamt.

Ze vertelt over Mona, een meisje van 11. Thuis gaat papa’s aandacht naar de fles, deze van mama naar haar ziekte, en Mona, in haar jonge schoot ligt vooral de zorg voor haar jongere broer en zus.

Het viel ook juf Caro op dat Mona zich vaker afzonderde, en in onbereikbaarheid een soort ontroostbaarheid verborg. Met de steun van Claire overhandigden ze haar een zorgenpopje, of ‘worry doll’, een met de handgemaakt kleurrijk poppetje uit Guatemala. “Om het overal mee te nemen en ook onder uw kussen te leggen, want het poppetje neemt uw zorgen over zodat je heerlijk kunt slapen en ‘s morgens onbezorgd en met een glimlach kunt ontwaken.”

Met Mona ging het gaandeweg de betere kant op, ook al bleef haar thuissituatie moeilijk. Ze had Rani (zo had ze haar poppetje genoemd, naar ‘rain’, maar dan beter) overal bij zich, vond makkelijker aansluiting bij haar klas en had al enkele nieuwe vriendinnetjes gemaakt. Met dank aan juf Caro en Claire werd Mona gezien: in haar nood, in haar klein zijn, in haar (te vroeg) groot (willen) zijn ook.

Ook al houdt Claire niet zo van de schijnwerpers, het inspireerde me wel om haar in de bloemetjes te zetten en haar te danken voor dit sprekend verhaal, daar achter de coulissen van een schooltje, een verhaal over zorgzame aandacht, samenwerking en de magische kracht van een zorgenpopje.

– Steve Van Herreweghe –

“Imagine (all the people, living life in peace)”

Wie kent de legendarische song van J. Lennon nu niet? Een universeel gebed is het, groots in zijn eenvoud, een tijdloze melodie van de hoop, in soms barre tijden van toenemende vervreemding, polarisering en radicalisering.

In harmonie leren leven – echter – zowel met je directe omgeving, je belangrijkste relaties, maar ook vreemden (in alle betekenissen van het woord), dat is vaak een ander paar mouwen. Vaak kiezen we nog teveel voor de ontkenning, de ontvluchting maar ook de minimalisering van de situatie. Of, we trekken als ruiters ten strijde, om vervolgens eindeloos in conflict te (blijven) vervallen.

Een volwassen verzoenende benadering is vaak het laatste waar we aan denken. Het is trouwens in dat denken van ons dat het vaak hapert, ook al zijn we ons daar amper van bewust: we ervaren de wereld buiten ons door denkfilters en -fouten, we externaliseren, generaliseren en projecteren er op los. Mensen hebben het au fond bijzonder lastig met zichzelf en hun emoties, ‘denk’ ik dan luidop…

De paradox is dat we dit eigenlijk deep down niet echt willen, maar oude overlevings- en gedragspatronen zitten nu eenmaal diep ingebakken in ons systeem(geheugen) en sociaal DNA.

Ik verwijs in de marge ook graag naar hoe je kunt leren ruziën in stijl en ook hoe jij je ego moedig kunt tackelen om nog wijzer in verbinding te groeien.

Beter leren fil(t)eren

Verandering kan, mits we ons aangeboren onderscheidingsvermogen intelligenter leren gebruiken. Het (cognitieve) fileermes, zeg maar, dat helpt om – binnen de veelheid waaraan we worden blootgesteld – een soort mentale scheidingslijn te kunnen trekken tussen wat we wel kunnen vast-/aanpakken en wat net niet.

Je communicatie verbeteren bijvoorbeeld, het is iets wat je wel kan leren, zowel naar buiten toe (interpersoonlijk) als naar binnen toe (intrapersoonlijk).

“Ja maar, ik ben nu eenmaal zo, en door mijn opvoeding en ervaringen is dat zo gelopen”, is een populair en menselijk eerste excuus.

Dat we als mensdieren grotendeels het product zijn van ons verleden, daarover geen enkele twijfel. Hoe er van kindsaf aan met ons werd gecommuniceerd heeft immense indruk gemaakt op geest, lijf, hart en ziel. En dat we naar die ‘oude stemmen’ blijven luisteren, ons leven erop inrichten en ze zelfs papegaaigewijs doorgeven staat als een paal boven water (ook al waren onze intenties anders).

Boodschappen, ze zijn pervasief, ze komen, blijven en gaan, ze geven vleugels of leggen die lam, én het zijn onze kinderen vooral die hierbij onze belangrijkste spiegels en leraren zijn (zie 12 universele boodschappen).

Sleutelzinnen die kunnen verheffen

In twee instructies die je leven kunnen veranderen en pauzeren kan je leren benadrukte ik reeds hoe belangrijk het vergroten van de verwerkingstijd is ‘tussen de prikkels die je ontvangt en de reacties die je terug verzendt’. Ik verwees hierbij naar een hulpmiddeltje, het aub-acroniem dat kan helpen: alert zijn voor wat je ontvangt, uitstel van onmiddellijke reactie en de bon-filter goed gebruiken (“is wat ik ga zeggen wel voldoende bedachtzaam, opbouwend en nuttig?”)

Hieronder som ik ter aanvulling 3 sleutelzinnen die wegwijs kunnen bieden naar een rustiger, gemoedelijker en zinvoller intermenselijk verkeer. Het zijn ‘werkzinnen’ die enerzijds helpen in het doorbreken van ‘communicatiestoringen’ met anderen, zowel in thuis-, de vrienden- als in de professionele kringen van jouw leven. En anderzijds tillen ze ook de kwaliteit van de verbinding en de relatie naar een hoger niveau op. Wees wel gewaarschuwd: het leidt tot verrassende effecten en werkt vaak heel snel!

“Jij maakt mij niet … ik maak mezelf …”

Het is niet omdat jij je boos, verdrietig, bang, ontgoocheld voelt dat deze emoties per se gelinkt zijn aan waarheid. Gevoelens – hoe echt ze ook aanvoelen – spelen zich aan de binnenkant af als resultaat van hoe wij de informatie van buitenaf zien en vervolgens verwerken.

De “Jij maakt mij niet (emotie), ik maak mezelf (emotie)” – zin is een uitdagende blikopener van formaat omdat het je confronteert met eigenaarschap over je innerlijk leven. Vooral bij heftige emoties gaan we vaak projecteren op de omgeving en maken we die omgeving verantwoordelijk voor wat we voelen. We gaan in de aanval, kruipen in de verdediging of trekken een muur op, zoals ik oa. hier besprak.

Ik besprak deze sleutelzin tevens als belangrijke woededemper in functie van het bewaren van je eigen macht en het 100% opnemen van je verantwoordelijkheid in de situatie. Jouw emotie als een intern product leren beschouwen, namelijk een complex samenspel van automatische gedachten, overtuigingen, neigingen en onderliggende verlangens, is dé volwassen opdracht.

Een alternatief op deze sleutelzin is “het voelt als waar aan, maar is daarom niet echt”. Daardoor geef je erkenning aan het gevoel zonder het als een absolute waarheid naar de ander te gooien.

“Ik ben niet meer, niet beter dan jij”

De bron van veel communicatielijden ligt in een bewust of onbewust streven naar macht. Het diepere egoverlangen om een sociale situatie onder controle te houden levert een oeroud strijd- en steekspel met als titel ‘gelijk willen hebben en winnen’. Het probleem is echter dat deze honger naar macht zelden wordt gestild en dus nooit echt (innerlijke) peis en vree schept.

“Ik ben niet meer, niet beter dan jij” is daarom een sleutelzin die niet enkel rust maar ook een diepere hartconnectie mogelijk maakt. Persoonlijk en in mijn werk drijft het mij om te luisteren zonder oordeel, om de mens achter de façade te zien en mezelf er in te herontdekken ook. Het is wat me heeft bevrijd van oordeel en strijd en me onderweg toegankelijker en nederiger maakte voor overvolle hoofden, gekwetste harten en verdwaalde zielen.

Het is een sleutelzin die ijs doet smelten, gesloten deuren kan openen, wapens laat vallen en bruggen bouwt over rivieren van angst, strijd en eenzaamheid. Het cultiveert een houding die weliswaar blijvende alertheid en moed vraagt en op de vraag “waar en wanneer kan ik hiermee aan de slag gaan?” is het antwoord: daar waar je nu bent en bij elke volgende ontmoeting met de mens die jouw pad kruist.

Ongeacht of het om een ouder, kind, partner, collega, familielid, vriend, vijand of vreemde gaat, met die ene zin baan jij je een weg naar een nieuwe wereld waarin de waan van individualiteit en vervreemding beetje bij beetje opgaat in een sfeer van dieper bewustzijn, voeling en gemeenschappelijkheid.

“Jij bent mijn spiegel, en ik de jouwe”

‘We zijn niet een druppel in de oceaan’, zo sprak Rumi, ‘we zijn de oceaan in een druppel’.

De gelijkheids- en universaliteitsgedachte. Ofwel de ander als spiegel zien (en gebruiken) in plaats van als doelwit. Wat een wereld van verschil schep je door “Jij bent mijn spiegel …” te denken. Niet eenvoudig, zeker niet bij spanning, maar o zo leerrijk!

Het geldt trouwens als één van de grote gemene delers in veel psychodynamische, spirituele e.a. levensbeschouwelijke theorieën. En bovendien wordt dit steeds meer door de kwantumwetenschap gedragen, namelijk dat er ‘een allesomvattend elektromagnetisch kwantumveld bestaat waarbinnen alles en iedereen met elkaar is verbonden via niet-zintuiglijk waarneembare ‘draden’ én buiten de tijd- en ruimtedimensie.

Iedereen heeft een geschiedenis, een verhaal, behoeften en een nog af te leggen weg. En, iedereen worstelt achter de schermen wel met ‘iets’, groots of kleins. Of het nu om jouw vriend, een vreemde, maar ook een eventuele tegenstander gaat, denk daaraan. Doorprik jouw strijd om macht, trek je eigen aannames in twijfel en stel je nieuws- en leergierig open voor het contact.

Tot (voorlopig) slot. Voorbij elk oordeel op zoek (blijven) gaan naar het mooie en de diepere versie van de ander, maakt je niet enkel toegankelijker maar ook immens aantrekkelijker. En bovendien geef je die ander de gelegenheid om zichzelf te herontdekken zoals hij werkelijk is, voorbij alle schijnbaarheid en boodschappen die hem hebben gevormd en getekend…

– Steve Van Herreweghe –