Het eindejaar wenkt.

De laatste rechte lijn van 2022 wordt ingezet. De kerstkalkoen of kaasfondue is zo goed als verteerd. Straks nog de overgang van oud naar nieuw, de vele zoenen, knuffels en wensen en dan komen de startblokken terug in het vizier. Zal het met lichte of loden schoenen zijn, met veel of weinig zin, met positief, negatief of geen perspectief?

Tijd, zo dacht ik deze morgen bij het lezen van een oproeptweet van een jongedame naar ‘hulp bij burn-out’, om enkele tips, tools en reeds geschreven teksten hierover bij elkaar te brengen. Want uitputting, het is niet alleen van alle tijden, maar zeker van de tijd waarin wij nu leven. Al onze devices zijn voortdurend opgeladen, het eigen lichaam – echter – snakt naar zuurstof(flessen), naar voeding ipv vulling.

Uitputtingen zijn in essentie ‘wake-up calls’ voor de wegkwijnende ziel (die in vuur en vlam staat). Bedolven onder de vele moetens, de druk uit alle hoeken, de krampen en verzuring in hoofd, hart en lijf. Tot alles stokt en stopt. Vraag tijdig hulp, schaamte is begrijpelijk, maar elk mens is kwetsbaar en trop is teveel.

Ik heb er een elftal weerhouden. Het zijn adviezen die ook in de volgende blogteksten iets ruimer worden besproken:

SPARKLING TIPS

  1. Wie te veel naar vakantie verlangt leeft verkeerd
  2. Verlies je niet in AAN-passen, leer je IN-passen
  3. Alleen jij kan het maar je kan het nooit alleen
  4. Eerst de grote stenen in je bokaal, anders geraken ze er niet meer in
  5. Niet de jaren in je leven maar het leven in je jaren telt
  6. Wie zich beter wil voelen dient het voelen te verbeteren
  7. Laat je werkagenda in je levensvalies rusten
  8. Luister naar je hart. Het klopt altijd en vooral voor jou eerst
  9. Progressie is veel belangrijker dan perfectie
  10. Ongemak is altijd een voorbode van diepere groei
  11. Wacht niet op geluk, wees gelukkig en lach zonder reden

#printitout #keepmeposted #HNY

Keep your fire burning,
Steve

“Steeds meer nieuwe gevallen duiken op van een bijzonder aanstekelijk fenomeen, en dit overal in de wereld én op het zelfde moment. Wetenschappers staan voor een raadsel. Symptomen zijn: onbedwingbare lachbuien, spontane opwellingen van dankbaarheid, verdwijnen van angstgevoelens, het zich vrijwillig inzetten voor een groter doel en onvoorwaardelijke vriendelijkheid. Dit happy-rus zou zich razendsnel verspreiden onder mensen van alle leeftijden, ongeacht de aanwezigheid van andere aandoeningen. Men weze dus gewaarschuwd…”

Het stukje komt rechtstreeks uit mijn ‘innerlijke gazet’ van gisteren, zondagmorgen. Het stond in grote letters op de voorpagina bij het naar binnenblikken, net na het zien rondhuppelen van mijn twee dochters in de tuin. “Lekkr”, riep Emma, onze pagadder van nog geen twee, terwijl ze aan een grote roze roos rook van de veel te hoge struik. “Opletten van de doorntjes hé meissie”, riep ik er meteen bij. Onder een wit gestreepte blauwe hemel – en met op de achtergrond een koor van zingende vogeltjes – blies een zacht lentebriesje een rilling door me heen. ‘Wat kan het geluk toch heel dichtbij zijn’, dacht ik bij mezelf. ‘En waarom wordt er ipv over apenpokken, Oekraïne, mogelijke nieuwe angstverhalen, niet wat meer propaganda gemaakt over het gezonde, het mooie, het blakende, kortom alles waar we wél dankbaar voor kunnen zijn?’ Waarom krijgt het stationaire wolkendek steeds meer voorrang, ipv de zon erachter heen? Heeft men het goede opgegeven, het schone verlaten, het liefdevolle opgeborgen, het vertrouwen niet meer nodig?

Het zwarte vlekje op de witte muur

Waar je aandacht aan geeft, groeit

Het is een cliché, een universele wijsheid, maar ook een wetenschappelijk gegeven. Net als een vergrootglas werkt aandacht zowel vernauwend als versterkend. Vernauwend omwille van de selectieve focus (alles eromheen vervaagt), versterkend omwille van het inzoomende energie-gevende karakter, waarbij het kleine – zoals een zwart vlekje op een witte muur – veel groter wordt gemaakt. Groter dan het in wezen is, zowel in positieve als in negatieve zin. De psychologie buigt zich hierover al 100-en jaren en schrijft meerdere effecten toe aan dit waarnemingsfenomeen, zoals het bijvoorbeeld het focusing-effect. Hierdoor zijn misleidingen en blikvernauwingen schering en inslag en leiden ze tot denkfouten (zoals zwart-wit denken, rampdenken, generaliseren: over mensen, situaties, de wereld, ons verleden, de toekomst enz). We begrijpen de wereld om ons heen op basis van wat we geleerd hebben en kennen en filteren selectief – onbewust wat we niet geleerd hebben of kennen. Natuurlijke nieuwsgierigheid, gebaseerd op niet-weten, het vervaagt steeds meer als sneeuw voor de zon. In de plaats daarvan verschijnt het neurotisch hokjesdenken, een fenomeen dat anno 2022 heel sterk wordt gecultiveerd. Helder voor wie het ziet, pijnlijk voor wie deze ‘mentale mistigheid’ negeert. Temeer omdat het een angstcultuur voedt die ziekmakend en sociaal polariserend werkt.

Crisissen zijn doorbraken

Alles heeft een keerzijde

Ik laat mensen die worstelen met burn-out out, koppels, maar ook leidinggevenden met kopzorgen vaak bezinnen over de vraag “wat er tijdens de crisissituatie en na verloop van tijd wel is vrijgekomen, open gebloeid, veranderd in positieve zin?” En dit waarderend onderzoek brengt vaak verrassende resultaten. Men schrikt even, zoomt uit, begint zelfs de vergeten witte muur te zien. ‘Er is een scheurtje in alles’, zong L. Cohen, ‘zo geraakt het licht ook binnen’. Maar we staren als automatische en geconditioneerde piloten gefixeerd op de scheurtjes en barsten, we huilen en vervloeken om wat niet meer vlak en ‘vertrouwd’ is. Terwijl er tegelijk heel wat nieuw licht binnen dwarrelt: op onszelf in de tijd, de ruimte, met wie we verbonden zijn, waarom, en wat we doen, en vergeten te doen zijn. Het Happy-rus mag wat mij betreft de hele wereld besmetten. Temeer omdat het ook therapeutisch heel gezond en positief zingevend werkt in tijden van (seriële) tegenslag.

Pijn hebben is menselijk, leiden echter hoeft niet, er creatief doorheen groeien kan ook. Dat weten we uit de oude maar ook modernere filosofieën, we ervaren het ook in talrijke kunstvormen zoals muziek, drama, literatuur en andere artistieke expressies. De cultuur – echter – van angst, (zelf)medelijden en verzet tegen alles wat niet ‘comfortabel’ aanvoelt regeert de mens en installeert een quick fix mentaliteit, met bypassing via lichtzinnig positivisme, veel junk food, steeds meer medicatie, alcohol en vele andere verdovingen. De media bedwelmt strategisch en commercieel, de massa volgt. Niets is wat het lijkt. We moeten als mensheid terug meer naar de basis, naar de natuur, naar binnen, naar het diepere in onszelf, dichter bij waarheid, onze bronnen en elkaar. Het stationaire wolkendek van de laatste jaren en mogelijks deze die nog kunnen volgen, het is slechts ‘een realiteit’ voor wie deze blijft zien. Er zijn ook andere realiteiten.

Het Happy-rus en PTG

Je bent de hemel, de rest is slecht het weer. Pema Chodron.

De blik van een niet-wetend kind is wat we nodig hebben. Alleen door een open leerverliefde blik bruist het hart van verwondering. Want wat je niet kent kan je ook nooit herkennen, laat staan ervaren en waarderen. Het mes van snel oordeel snijdt je af van elke vorm van leren, van weten scheppen, van wetenschap, van waarheidsontvouwing. Het enige dat dit kan doorbreken is dus gezonde twijfel, nieuwsgierigheid en openheid om meer waarderend te kijken.

De Amerikaanse psychologen Tedeschi en Calhoun wijzen er in deze optiek al langer op dat bijvoorbeeld ingrijpende en ontregelende situaties en alle daaruit voortvloeiende (existentiële) vragen niet enkele kunnen leiden tot posttraumatische stress (PTSS) maar ook tot posttraumatische groei (PTG, ofte het ‘bloeiende proces’ van Post-Traumatic Growth). Ik schreef er uitgebreid hier over.

PTG is een mogelijk positief veranderproces dat volgt na een (reeks) onverwachte negatieve gebeurtenissen. In essentie dus een vorm van zelfverbetering die men ondergaat na het ervaren van levensuitdagingen. PTG sluit de pijn en de angst van het moment niet uit, maar het stuurt onszelf in de richting van een authentieker en zinvoller leven. In die zin kan PTG als een psychologische transformatie die volgt op een (reeks van) stressvolle ervaring(en) ook begrepen worden als ‘een uitdagende manier om het doel van pijn te vinden, en dus verder te kijken dan de (on)bewuste strijd er tegen’. De positieve transformatie van PTG weerspiegelt zich volgens de heren Tedeschi en Calhoun in één of meer van de volgende vijf gebieden:

  • Het durven omarmen van nieuwe kansen zowel op persoonlijk als op professioneel vlak.
  • Verbeterde persoonlijke relaties en meer plezier door samen te zijn met mensen van wie we houden.
  • Een verhoogd gevoel van dankbaarheid voor het leven.
  • Grotere spirituele verbinding.
  • Verhoogde emotionele kracht en veerkracht

Daarom heb ik een zeer sterk vermoeden dat er een niet-toevallige correlatie bestaat tussen het Happy-rus en het vermogen om tegenslagen anders, bewuster, positiever te herkaderen en te waarderen. Het slechte in ons leven is er misschien alleen maar om het beste in onszelf uit te dagen..

“Ga je mee op de trampoline papie?”, riep Sofia me uit mijn mijmering.

“Zeker meisje, ik kom eraan.”

– Steve Van Herreweghe –

Beste vrienden, volgers van deze blog,

Deze week werd een uitgebreide podcast met Greet Bunnens ingeblikt. Hierbij werp ik mijn ongezouten doch gepeperde blik, voorzien van de nodige metaforen en dit in vogelvlucht, op de gedeelde crisissituatie waar we straks twee jaar in vertoeven, proberen te overleven en zelfs het verschil te maken. Dit tegen wil en dank maar wel met de nodige moed, in verbinding en met een groot strijdershart. Diverse onderwerpen worden aangesneden tijdens dit twee uur durend interview:

  • Waarom niet iedereen op een zelfde manier denkt, kijkt, reageert
  • Welke cognitieve en sociale mechanismen een rol spelen in de dagdagelijkse strijd en polarisatie
  • Waarom gezond wantrouwen logisch is
  • Waarom dit gebeuren niet losstaat van voorafgaande maatschappelijke tendenzen
  • Wat de link is met de 4 fasen in de nacht en het donkerste uur dat voorafgaat aan de dageraad
  • Welke kenmerken typerend zijn voor hen die het ‘Spel’ doorzien
  • Wat het verschil is tussen een interne en externe locus of control
  • Hoe we best met angst omgaan, check ook survivalkit in lastige tijden
  • Waarom het blijvend debat, naast de eigen stem, het herstel van recht, inkeer en zelfactualisatie ons hierdoor kunnen halen
  • En iets over het verdriet, het gevangen leven en de kracht van olifanten (en dus mijn eerste boek-in-wording)

Veel luisterplezier en laat gerust jullie comments na hier of in de sectie comments op Youtube (onderaan de video).

Stay strong, keep connecting, be positive!

Steve

ps: momenteel non-actief op FB wegens zoveelste ban. Je vindt me wel hier en op:

Telegram: https://t.me/stevevanherreweghe
LinkedIN: https://www.linkedin.com/in/stevevanherreweghe/
MeWe: mewe.com/i/stevevanherreweghe

Dat ‘Big Pharma rules’ is een open deur intrappen. En dat deze ‘nieuwe kerk’ reeds meerdere decennia haar volgelingen indoctrineert, evenzeer. Het is wat ik ‘de stelselmatige psychiatrisering van de maatschappij’ noem:

“een gevangenschap creëren op basis van een ziekte, de stigmatisering van de mens achter de patiënt, sociaal isolement, chemische afhankelijkheid induceren, levensperspectief wegnemen, chroniciteit installeren, onderdrukking van de natuurlijke agressie en vrijheid.”

Droefenis alom. Wat er nu (2020-2021) gebeurt op grote schaal gebeurt al ettelijke decades achter de muren van de psychiatrie waar ‘verloren’ (lees: verworpen) gelopen zielen gebrandmerkt en geïnstitutionaliseerd worden. 

Ik heb er mij 17 jaar intern (in 3de en in 2de lijnszorg) tegen verzet. Vurig, risico- en gewetensvol, soms met medestanders, doch meestal alleen. Met minder resultaat dan ik voor ogen had, de uitzonderingen bevestigen de regel. 

Het is vaak onbegonnen werk, zeker als het collectief ook gedijt in slachtofferdenken en -attitude. Er is namelijk zoiets als aangeleerde hulpeloosheid (‘zelfsabotage’), secundaire ziektewinst (‘ziekte brengt voordelen en bedekt de onderliggende problematiek’) en de latente identiteitscrisis (‘de diagnose als troost bij zelfverloochening’). De quasi gehele Westerse (vooral biologisch georiënteerde) geneeskunde teert daarop en zweert daarbij, met Big Pharma als Alziende God. 

Finaal heb ik zelf dat circus verlaten. En zo zijn er nog. Ik schreef er een reeks artikelen over destijds (het Groot Psychiatrierapport van De Morgen) en het is nu ook brandend actueel, check bijv. dit artikel en volg de links onderaan.

Zoals ik hier vaak over blog en conform mijn visie is er wel een hele andere uitweg. Maar dit vraagt bewustwording, diep (zelf)onderzoek, assertiveit en herinnering niet van wie men denkt of misvoed is te zijn maar van wie men wel werkelijk is. De sleutel ligt bij ‘holistische kennis’, bij ‘het voelen’ en bij ‘gedragsverandering’. Hoe iets of iemand jou bijv. doet voelen. Maakt het, hij of zij jou kleiner of maakt het, hij of zij jou groter? Dat is de vraag. Hulp en begeleiding hierbij is vaak aangewezen, ook al is het daarbij nog steeds zoeken naar een frisse speld in een oude hooiberg. Ik ben alvast sedert 23 jaar een gedreven mentor en coach. 

Het gehele mensbeeld moet mijns inziens aan diggelen geslagen worden. Mensen zijn echt geen toevallige hoopjes cellen die losstaan van de rest, zonder eigen zelfregulerende intelligentie, afweer en veerkracht, die vooral chemisch moeten bijgewerkt worden als er symptomen van ‘disharmonie’ of ‘dis-ease’ optreden. 

Neen. Mensen zijn – op grond van inzichten uit moderne fysica, epigenetica, integratieve geneeskunde – als interafhankelijke energiesystemen te beschouwen, die aan voortdurende zelfherstelling werken (autofagie), evolutionaire homeostase als groei beogen en aan kracht winnen door rust, positieve verhalen en gezonde lifestyle. Het is juist door mentale, chemische maar ook letterlijke misvoeding en dus ‘chronische vervuiling’ dat we verglijden naar de hoek op de achtergrond waar de klappen vallen, waar we – ondanks onze dikker wordende lichamen – steeds kleiner en kleiner worden, en zodoende vergeten dat we:

“bijzondere, unieke, vormelijk geworden verhalen, gesaboteerde en miskende helden, oerkrachtige en wijze goden in vermomming zijn.”

Er is nog gigantisch veel werk, laat het de held(in)-in-jezelf inspireren en vooral activeren om nu nog meer en dieper voor jezelf te gaan denken, en, nog meer te doen – waar mogelijk – als (n)ooit voorheen. 

– Steve Van Herreweghe –

Dat het bijzondere historische tijden zijn is een eufemisme van jewelste natuurlijk.

Het Coronavirus heeft alles en iedereen in zijn macht. Het lijkt wel op een Griekse God, Chronos bijvoorbeeld. Chronos was de jongste van de 12 Titanen, afstammend van Chaos en vader van Zeus en een bijzonder snelgroeiende familie (“varianten”).

Filosofe en schrijfster Joke Hermsen schrijft: ‘De tijd heeft twee gezichten, Chronos en Kairos. In de Griekse mythologie is Chronos de kloktijd. Deze is in de westerse wereld sterk geëconomiseerd geraakt. Tijd is immers geld geworden, daarom zijn we zo gestresst. Maar Chronos had een kleinzoon die weleens vergeten wordt: Kairos. Kairos is de god van het juiste ogenblik en de goede gelegenheid. Hij personifieert de tijd van rust, inspiratie en creativiteit.”

In tijden van vertwijfeling schuilen dus ook kansen. Maar soms hebben we daarin wat extra hulp en begeleiding nodig opdat we ons niet zouden verliezen in angst, ongeduld en moedeloosheid. 

Doordat het mij ook beroert wil ik waar mogelijk ook helpen, met kennis, inspiratie en ondersteuning. Omdat ik bijvoorbeeld steeds meer vragen krijg zoals “wat met die vaccinatie-uitnodiging, wat met de druk van buitenaf, wat met het risico?” heb ik een 8-tal punten beschreven die je mogelijks kunnen ondersteunen bij je persoonlijke beslissing.

Mijn devies in een notendop (voor wie dat wenst):

1. Jouw lichaam is jouw heiligdom. Het is een fenomenaal instrument dat jou draagt, vervoert, vervult. Het beschikt over vermogens die jou helpen genezen, groeien en verbinden. 

2. Druk van buitenaf om deze integriteit te doorbreken roept altijd weerstand op. Dat is de instinctieve reflex van jouw immuunsysteem, een aangeboren en adaptief biopsychosociaal ‘leger’ met een bijzonder sterk geheugen. 

3. Denk voor jezelf. Onderzoek alle informatie, niet enkel 1 klok maar meerdere klokken. Wees nieuwsgierig en gezond achterdochtig. Laat je niet leiden door media en mensen die jou pushen. Wie een ander pusht ontneemt diens zelfbeschikking. 

4. Als het aanvoelt als manipulatie, dan is het vaak ook zo. Wie manipuleert heeft een agenda, ofwel zoekt die een manier om zich niet alleen te voelen of uitgedaagd te worden in zichzelf te leren geloven. 

5. Als men zich bang en onzeker voelt dan zoekt men naar leiderschap. Vertrouw op mensen en informatie die jou in jouw zelfleiderschap erkennen en sterken. Die jou verzoeken in je moed en kracht te durven staan, mensen bij wie jij rustig wordt. 

6. Gezondheid is ons allerhoogste goed. Zonder gezondheid staan we zo goed als nergens. Gezondheid is een zaak van lichaam, geest, hart en contact. Voeding, beweging, rust maar ook dagelijkse extra zelfzorg houden je sterk. 

7. Wie geen grenzen stelt ontkent de eigen bescherming en is geneigd dit ook bij anderen te doen. Voel je beschermd. Verdiep je in gezondheidsmaterie tot wanneer er helemaal geen angst meer is. Angst is gebrek aan kennis. 

8. Beslis voor jezelf als het helemaal helder is, de storm van vragen is gaan liggen. Handel niet vanuit overleving. “Zolang jij ademt is er meer goed met je dan fout”, zeggen de Boeddhisten.

Wat je ook beslist, mijn vriendschap blijft.

– Steve Van Herreweghe –

‘De boog kan niet altijd kan gespannen staan’.

We werpen het o zo graag, overvloedig, ook wel gemeend de sociale ether in, toch? (…ook al doen we dat quasi met zijn allen vanuit een chronisch overspannen status, denk ik dan ‘stilletjes’). Res non verba ofwel de daad bij het woord voegen is – eerlijkheidshalve – zelden een eenmalige activiteit maar een levenslang leerproces. En net nu – in het Coronatijdperk – worden we er quasi met zijn allen in geduwd, willens nillens. Verplicht onthaasten. Ideaal dus om eens wat te reflecteren over dé bron van veel ziektes en lijden.

Stress, een groot containerbegrip

‘Stress’, het heeft – anno 2021 – God al lang verbannen als meest geliefkoosde zondebok en dé reden bij uitstek waarom we ziek zijn (en ‘zoek’ lopen). En als we dr. Google raadplegen dan krijgen we ongeveer 1.010.000.000 resultaten (0,50 seconden). Het is een universeel begrip en realiteit geworden die ons in ons dagelijks lijden verbindt, ook wel verblindt, en zelfs verbrandt. De verwereldlijking of secularisering ervan is zeker geen negatieve evolutie. De ontkerkelijking en ontnuchtering brachten de voeten meer op de bodem, de aandacht naar het lijf en de focus meer op zichzelf, het soevereine zelf, het aardse zelf. Anderzijds zorgde het ook voor een soort geestelijke – spirituele ontzuiling waardoor heel wat mensen het zgn. ‘levenskompas’ kwijt zijn geraakt. Een leegte waar vooral Big Pharma van profiteert. Ik schreef er hier scherper over door.

Stress. Het is een containerbegrip geworden. We kennen en gebruiken het ondertussen voor heel veel zaken, nog steeds eerder met een negatieve lading: verwijzend naar een soort ‘onbehagen, nervositeit, angst, zorgen’ zowel thuis, op het werk, in het verkeer, wanneer we het over ons verleden, de toekomst, onze gedachten, emoties en over het gedrag van anderen hebben. Het is een term die veel omvat, te veel, en het past perfect binnen de cognitieve luiheid, de gevoelsarmoede en de illusie van ‘tijdsgebrek’ waarin we met zijn allen zijn vervallen. Dat we volgens verslavingsexperts “geen tijd hebben” klopt niet, aangezien gemiddeld genomen een volwassene 4u-6u/dag neust in en kleeft aan diens toestelletje. Deze ‘online- en checkhouding’ heeft met het bevredigingshormoon ‘dopamine’ te maken, een natuurlijke beloningsdrug, waaraan we megaverslaafd zijn. Ik besprak het hier uitgebreider.

Neutraal betekent stress ‘druk’ of ‘spanning’, zoals deze die je op een boog steekt. En die spanning kan laag of hoog zijn, aangenaam tot onaangenaam aanvoelen, en van kortdurende of aanslepende aard zijn. Algemeen spreken we van eustress wanneer het positieve druk is of ‘opwinding’ (om iets te presteren) en disstress wanneer het als negatieve druk wordt ervaren of ‘teveel’.

‘Controle’ is daarbij steeds het sleutelwoord. Vooral dan de mate ervan ofwel de autonomie die we in de situatie ervaren. Gebrek aan controle over en perspectief in een situatie bevordert heel vaak de negatieve stressbeleving en dwarsboomt de positieve zingeving.

Overlevers en hun pedalen (kwijt),

Dankzij ‘stress’ (dat weten we dankzij de evolutietheorieën) – hebben we het als mensensoort ‘overleefd’. Het is het biochemisch product van ons overlevingsmechanisme; een mechanisme met diepe roots in het instinctieve reptielenbrein en werkzaam via het autonoom zenuwstelsel (AZS).

Dat AZS heeft 2 pedalen die best zo gelijkmatig – evenwichtig mogelijk worden gebruikt: het gaspedaal (sympathisch deel) enerzijds, dat bij waarneming van ‘gevaar’ ons lijf een vloedgolf van natuurlijke chemicaliën – hormonen (adrenaline, noradrenaline, cortisol) bezorgt ifv ‘actie’ en via de vecht-vluchtreflex, en anderzijds het rempedaal (parasympathisch deel) dat ons lijf terug naar een relaxatie- en herstelmodus brengt. Dit natuurlijk evenwichtsmechanisme in ons lichaam heet de homeostase.

De kern van het probleem is niet de acute stresservaring maar wel de chronische – aanhoudende stresservaring, waardoor de homeostasis van ons organisme in het gedrang komt. Beeld je maar eens in dezelfde afstand met 1 ipv 2 pedalen te fietsen. Of nog anders gezegd, het is niet zozeer de zwaarte van de rugzak maar hoe lang je die al draagt dat gaat doorwegen, en acute lastsignalen tot ernstige ziektes gaat genereren.

De gerenommeerde celbioloog dr. Bruce Lipton (US) stelt dat het wetenschappelijk bewezen is dat 95% van alle ziektes stressgerelateerd zijn. En deze stress kan chemisch (toxische stoffen), fysiek (mechanisch) en emotioneel (overspoeling) van aard zijn. Wanneer we (1) teveel en (2) te lang ’(ver) dragen’ evolueert de spreekwoordelijke spanningsboog naar ‘te strak’ en kan die op een gegeven ogenblik ‘breken’. Onderweg vertoont ons lichaam wel al voldoende signalen (vermoeidheid, prikkelbaarheid, geheugenklachten, hartkloppingen, hoofdpijn, gedaalde frustratietolerantie, psychosomatische klachten, …) waar we te vaak ‘ontkennend’, ‘minimaliserend’ op reageren. Men gaat door op hetzelfde elan want “duty calls”, tot een toestand bereikt wordt (zoals bij burn-out) waarbij het echt helemaal niet meer gaat.

En nu (verder)?

Zoals aangestipt, ‘controle’ is het sleutelwoord. En deze lijken we grotendeels kwijt geraakt.

Eén van de allergrootste bronnen van (inter)menselijk lijden komt neer op het volgende onevenwicht:
1. een overmaatse betrokkenheid (en dus controledwang) bij zaken waar we geen invloed op hebben
2. een ondermaatse betrokkenheid (en dus ontkenning) bij zaken waar wel wel invloed op hebben
3. het onbewust zijn hiervan en het hardnekkig blijven vasthouden aan 1. en 2.

En nu het een wetenschappelijk gegeven is dat stress, naast ons denken en voelen ook onze organen (hersenen, maag-darmstelsel, huid, hart, longen, lever, nieren, enz.) teistert en het steeds meer door moderne gezondheidswetenschappen zoals psychoneuroimmunologie en epigenetica sterk wordt bekrachtigd rijst natuurlijk meer en meer de vraag ‘Hoe we dit dan in huidige jachtige geautomatiseerde cultuur moeten gaan (blijven) counteren?’

Er zijn diverse adviezen natuurlijk mogelijk, maar start misschien met de teksten Survivalkit in lastige tijden, Pauzeren kan je leren en Van kwantiteit naar kwaliteit

Ik hoop dat je in afwachting van mijn boek en via deze blog en podcast iets meer antwoorden kunt vinden. Voor verdere vragen kan je me steeds contacteren.


– Steve Van Herreweghe

‘Get busy living, or get busy dying.

Het is één van de drijvende quotes in de nr. 1 film (IMDB) The Shawshank Redemption, gebaseerd op het korte verhaal Rita Hayworth And Shawshank Redemption van Stephen King. Deze met 7 Oscarnominaties bekroonde topfilm vertelt het verhaal van Andy Dufresne (Tim Robbins) die beschuldigd wordt van de moord op zijn vrouw en haar minnaar. Hij houdt vol dat hij onschuldig is, maar krijgt toch tot tweemaal toe levenslang in de strenge gevangenis Shawshank. Hij raakt bevriend met de zwarte medegevangene Ellis (Morgan Freeman), die voor iedereen spullen kan regelen en de bijnaam ‘Red’ heeft. En er zijn nog twee dingen die Andy op de been houden: hoop en een poster van Rita Hayworth…

‘He who has a ‘why’ to live, can bear with almost any ‘how’. (F.Nietzsche)

Deze beroemde quote gidste ook Viktor Frankl – Weense psychiater, professor in de neurologie én holocaustoverlever – doorheen hele zware historische tijden. In zijn boek A Mens Search For Meaning beschrijft hij hoe mensen in zeer extreme situaties toch niet alle zin verliezen en (blijven) volhouden. Het enige antwoord op de vraag naar de zin van het leven, is je concrete leven, zegt hij. “Zoeken naar het ultieme antwoord, is een verkeerd uitgangspunt. Je moet leven van moment tot moment, en in elk moment een andere invulling ontwaren.” 

4 maal ‘W’

Twee verhalen die me – in (Corona)tijden van dreiging, lockdowns, reëel en gevoelsmatig ‘gevangenschap’ en ‘(vrijheids)beroving’ – te binnen schoten en aanvuurden tot het uitpakken van een psy-toolkit waar we zelf mee aan de slag kunnen opdat we naast lichamelijk gezond ook wakker – weerbaar – wendbaar – waarachtig (blijven). Temeer omdat mondmaskers, social distancing, handen wassen en sociale bubbels alleen de mentaal – emotionele gezondheid niet op peil gaan houden. Het verfilmde verhaal van The (Stephen) King of Horror houdt ons een universele spiegel voor van ‘onschuld en opgesloten worden’ enerzijds, en van ‘mentale vrijheid’ en grote ‘levensmoed’ anderzijds. ‘Wat (of wie) licht wil geven, dient het branden te doorstaan’ (met of zonder poster als houvast), was eveneens het centrale leitmotiv in Frankls survival .

Hieronder een zevental essentiële, doorwrochte en bruikbare adviezen om in ‘ver- en benauwde’ tijden naast de fysieke gezondheid ook deze van je hoofd en hart in optimale conditie te houden.

  1. Onderzoek de realiteit
    ‘Pijn is onvermijdelijk, lijden – echter – is optioneel’, zo luidt het bij H. Murakami. Ik schreef erover in 50 wijsheden voor een ‘licht’-er leven, een inspirerende lijst met inzichten die groeide doorheen mijn eigen tijd en deze met cliënten-in-pijn. Aanvaarden van wat onprettig is, de plannen dwarsboomt, perspectieven ontneemt, pijn doet, de hoop ontneemt, het is het aller lastigste des mensen. We verzetten ons met argumenten, vechten tegen bierkaaien, putten onszelf en anderen uit. We willen die mogelijke ziekte, de angst eromheen, de groeiende onvrede, het verlies en vrijheidsinperking niet. Controleverlies, het bezorgt ons stress, dat beschreef ik hier uitgebreider. De touwtjes, neen, die houden we liever in eigen handen. Het vertrouwde los(ser) laten boezemt schrik in. We zijn ook het vertrouwen helemaal kwijt geraakt, in media, politiek, in wetenschap, en niet in het minst: in onze ware aard, kracht en onoverwinnelijkheid. De desinformatie is niet alleen van deze tijd, maar van alle tijden. Wie of wat te geloven, wie of wat te volgen, wie of wat niet? Vooraleer we ‘de realiteit’ aanvaarden moeten we die ook durven onderzoeken, niet louter ‘aannemen’. Het onbekende echter schrikt af en maakt onbemind, we strijden, vluchten of slikken liever. Onderzoek vraagt energie, maar het loont. Ik moedig geen strijd of buiging aan, veeleer een waardig – kritisch ontrafelen. Met niet-weten als basis en niet-zomaar-aannemen als reddingsboei.
  2. Wees niet (te lang) bang.
    Een beetje bangheid kan geen kwaad. We maken wat mee en er kwam al zoveel op ons af. Het lijkt wel oorlog, ook al is de vijand van dienst zo onzichtbaar als wat. Misschien is het wel net dát laatste ook dat ons zo onrustig en onzeker maakt. Echter, teveel of te lang angst voegt niks maar dan ook niks toe dat werkelijk goed voor je is, integendeel. Ook niet wanneer je al ziek bent of mensen rondom jou ziek zijn. Angst is vooral een product van ons denken en het activeert heel snel het stresssysteem waardoor we voortdurend op onze hoede zijn voor het (veelal denkbeeldige) gevaar: we willen vluchten, vechten of ter plaatse bevriezen en zelfs verdwijnen. Hoe langer je deze angst aanhoudt en voedt hoe meer het – als een uitgehongerde familie ratten – aan je sterke maar ook gevoelige lijf gaat knagen. Bovendien is angst bijzonder aanstekelijk, besmettelijk en vernauwt het je blikveld en gevoelsleven. Stop eens met lezen nu. Kijk rondom jou en zoek naar alles wat een rode kleur heeft, lees dan verder. Ok, sluit nu je ogen, en herinner je alles wat de kleur ‘blauw’ heeft. Inderdaad.. Waar jij je aandacht op richt, dat zal toenemen, de rest bestaat niet (voor je selectieve waarneming). Wees dus waakzaam met je eigen focus en deze die wordt opgedrongen. Je angstvuur ontwikkelt snel. Het is beter er gezonde rust en kalmte ipv olie op te (blijven) gieten. Hanteer (zoals hier ook beschreven) de “Jij maakt mij niet bang, ik maak mezelf bang” afspraak (met jezelf). Zoek ook vaker de natuur op, luister naar zachtere muziek en stemmen, vermijd teveel nieuws, mediteer, en ga aub aan de slag met deze toolkit.
  3. Denk in mogelijkheden
    “Makkelijk gezegd” hoor ik sommigen denken. Klopt! Je moet het dan ook doen, en niet slechts eenmalig maar in voort-durende-zin. Iedereen heeft een “Ja, maar..”- schrift, tracht er aub geen boek of heel oeuvre van te maken. In de podcast mini-reeks rond crisis en wijze coping zoom ik in episode 3 in op de pervasieve impact van je eigen denkpatronen wanneer het ‘tegenzit’. Onder het mom van ‘anders leren denken‘ leg ik uit hoe jouw automatische gedachten aan de basis liggen van geautomatiseerde reacties en deze kleuren op hun beurt je wereld, je realiteit, je resultaten en gevoelens. Voortdurend denken aan hoe vervelend het allemaal is, wat mogelijks niet meer terugkomt, welke beperkingen er zijn enz. haalt je stemming onderuit en verziekt tegelijk ook de sfeer rondom jou. Aan je angstniveau werken betekent actief het piekeren verlaten en inzetten op initiatief en creativiteit. ‘Ieder nadeel eb zijn voordeel’, zei Johan Cruyff. Bekijk daarom wat je met de vrijgekomen tijd, ruimte en mogelijkheden kunt doen, alleen en/of samen. Focus op wat je wel nog kunt en met wie. Schrijf het allemaal op, lees het dagelijks luidop (ook aan je kinderen) en vul aan! Denken in mogelijkheden helpt je trouwens de cyclus van angstdenken te doorbreken, het maakt je creatiever en je behoudt een gevoel van controle en macht over de situatie. Bovendien geef je ook aan het concrete leven (zie Frankl) dat voor je ligt werkelijke positieve zin. Anders gezegd: ‘als jij zorgt voor het ‘nu’, dan zorgt dat nu wel voor ‘later’.
  4. Vermijd negativiteit.
    Vechten tegen de politiek en het onzichtbare enerzijds; gedijen in angst, je verliezen in rampdenken, innerlijke maar ook jammer genoeg relationele strijd anderzijds – ook al is het heel menselijk – het zorgt voor een klimaat en cultuur van (geestelijke) gezondheidsverzwakking en groeiende sociale negativiteit. Ziekenhuizen rapporteren bijvoorbeeld in de rand een verhoogd aantal patiënten dat zich aanmeldt met hyperventilatie. Hoe kan het ook anders met massale verspreiding van angst- en wanhoopinducerende boodschappen? De gezondheidszorg moe(s)t beter georganiseerd worden, zoveel is duidelijk. Ziekenhuizen kreunen natuurlijk (cfr. de besparingen- en fusiegolven). Er was al een burn-out epidemie onder de zorgverstrekkers (teveel werkdruk, overuren, administratie en te weinig waardering en heldere communicatie). Bovendien, waarom propageert men niet meer positivisme? Waarom brengt men niet meer positieve, creatieve oplossingen en verhalen van ‘overlevers’ in de schijnwerpers? Wat is er mis met hoop uitdragen? Ook hoop werkt net als angst: aanstekelijk! We doen er natuurlijk wel allemaal zelf aan mee .. Dus is het zaak om hierin (minimaal ‘iets’) verstandiger te worden. Zoals gezegd is het in lastige tijden cruciaal om je zelfcontrole en dus ook je energie beter te beheren, ofwel veel selectiever om te springen met jouw energiebronnen en jouw energievreters. Hieronder een viertal kritische hulpvragen die je helpen om van eerder vullen naar meer voeden te evolueren:
    1. Wat en wie geeft jou energie (en hoe)?
    2. Wat en wie geef jij energie (en hoe)?
    3. Wat en wie ontneemt jou energie (en hoe)?
    4. Wat en wie ontneem jij de energie (en hoe)?
  5. Blijf werken aan je doelen.
    ‘Fear can hold you prisoner, hope can set you free’ (S. King). Andy Dufresne (zie boven) slaagde er in om zich succesvol in te passen in de gevangenis: hij maakte er vrienden, stichtte er een bieb en leerde oa. analfabeten lezen. Tezelfdertijd werkte hij 20 jaar op eigen houtje aan zijn ultieme ontsnapping. Andy had één doel en stelde alles in het werk om dat doel te bereiken: een nieuw leven hebben in Zihuatanejo (Mexico), de plek waarvan hij altijd droomde. Ook Frankl hield zich meer dan staande door wat hij en anderen in de concentratiekampen voor ogen hielden. Het waren dingen als: de hoop om ooit hun geliefde weer te zien, de verwondering om een zonsondergang die tussen al het gruwelijke mooi kon zijn, het uitzicht op ergens een groene kruin boven een muur. Frankl maakte zich ondertussen ook in de kampen bijzonder nuttig als psychiater en gezondheidseducator: hij stond zowel de soldaten als zijn kamp- en lotgenoten medisch bij, gaf les over slaap- en mentale hygiëne enz. ‘Waar geluk bestaat uit drie dingen’ – zo klinkt een Oosterse tegeltjeswijsheid: ‘iets om van te houden, iets om te doen en iets om op te hopen.’ Ja, zelfs al is de uitputting nabij, staat je gezin op springen, leef je geïsoleerd als single, heb jij je baan of zaak verloren, ben je de oriëntatie wat kwijt, het devies blijft: laat de huidige situatie niet het eindpunt van je fantasieën zijn, maar veeleer de springplank naar een diepere duik in je dromen. Zie je het grotere plaatje even niet? Neem dan extra rust, zet geen druk, laat de tijd voor jou werken, focus op de dagtaken en voeg er iets meer intensiteit en plezier aan toe; vertrouw ook wat meer op kleine ingevingkjes, visualiseer jezelf af en toe denkbeeldig in volle glorie, hou een dagboek bij. Vrijheid, dat is vooral een innerlijke aangelegenheid..
  6. Verbeter je zelfzorg
    Natuurlijk is het allemaal ook lastig. En de ene dag is de andere niet. Daarom zijn positieve dagelijkse zelfversterkend gewoontes zo belangrijk. Want als jij je goed voelt, als jij voor jezelf zorg draagt, dan stimuleer jij je ‘goed-gevoel hormonen’ (dopamine, serotonine, endorfine, oxytocine) en ben je in staat ook beter zorg te dragen voor je dierbaren en je in te zetten voor anderen, indien je dat wil natuurlijk. ‘Wie voor zichzelf zorgt, zorgt steeds voor zijn beste vriend(in)’; vriendschap met jezelf is de zachtste basis van elke relatie met een ander, zowel binnen intieme als professionele context. Zelfzorg is wel voor alle duidelijkheid (ook al het is fijn dat je daarmee start) meer dan enkel je laptop of smartphone eens uitzetten, even te niksen, te luieren, te dagdromen, een warm bad nemen, een massage en lekker kopje thee. Het is vol-wassen aandacht aan en voor jezelf, je wensen, je noden, maar ook je talenten, je dromen, je valkuilen, je vergeten pijn..; het is eigenwaarde en dieper zelfengagement in de dagdagelijkse praktijk gebracht vanuit een ‘wie niet zeeft, die zweeft’ – principe. Met ‘niets minder dan het beste voor mezelf’ als dagelijkse mantra. Zelfzorg is – hoe fijn ook – ook geen instant geneesmiddel, noch een 8-weken training, het is een groeiproces van blijven opstaan en doorgaan na het vallen en uitstellen; het is een levenslang leren integreren van wat voor jou echt nodig is, gezond is en werkt. Een acroniempje hierbij is BRAVO:
    Beweging (elke dag, frequenter, meer trappen, meer te voet, yoga/tai chikwartiertje, dansen – ook thuis, duursporten indien mogelijk)
    Rust (elke dag, intenser, zie pauzeren kan je leren, check de relax nog meer met je zintuigen kaart, liefst zonder pillen)
    Attitude (elke dag, positiever, deze 2 instructies volgen, leren van stervenden, focus op het waardevolle, het mooie, het kleine, liefst zonder pillen)
    Voeding (elke dag, gezonder, biologischer, lichter, minder frequent, af en toe onderbroken vasten, met supplementen, liefst minder bewerkt, voorzichtig met alcohol)
    Ontlading (elke dag, meer, beheerst doch met overgave, in het lachen, spreken, vrijen, schrijven, hulp vragen, zingen, tekenen, op muziek vooral).
  7. Blijf connecteren en nog meer liefhebben
    De natuur gaf ons 2 oren en 1 mond, opdat we meer zouden luisteren dan praten. Het is een tijdloze waarheid, die nog het meest dwingt in tijden van nood en crisis. Hoe moeilijk we het zelf ook hebben, tracht hierin nog meer een rolmodel te worden. We worden met zijn allen waarlijk door elkaar geschud; ingrijpende (historische) gebeurtenissen doen dat nu eenmaal met ons, ook al kunnen we hierdoor veerkrachtiger worden. De kwestie is niet of de ander(en) lijdt(en), de kwestie is hoe zwaar en zichtbaar is dat lijden? Zij die lijden – vergeet dat niet – zijn meesters in vermomming! Voor heel wat mensen gaat deze pandemie hand in hand met 2 andere pandemieën van deze tijd: de (financiële) stress- en eenzaamheidspandemie. Over dat laatste schreef ik een gewaagd, kritisch maar m.i. noodzakelijk stukje. Iedereen rondom jou, ook iedereen die je – virtueel en reëel – nog zult ontmoeten lijdt ofwel luidop ofwel in stilte onder de zorgen, de angst, het verlies, het gevecht. Coronatijden, ze brengen ons inderdaad verder van het werk, cultuur én elkaar, maar tegelijk ook veel dichter bij essenties: bij tijdelijkheid, vergankelijkheid, bij onze gehechtheden, de (toenemende) vervreemding alsook de emotionele afstandelijkheid en zingevingsarmoede. Stuur daarom massaal kaartjes, cadeautjes, bloemen met de post, bel systematisch met (groot)ouders, vrienden en geliefden, wees extra vriendelijk in supermarkten, glimlach met je ogen, wees niet te streng tegen je kinderen, zeg wat vaker mooie hartelijke dingen, bied je vrijwillige hulp aan in de zorg. Treffender dan ‘Doe wat je kan met wat je hebt en waar je ook bent’ (T. Roosevelt), kan ik echt niet besluiten.

Lieve mensen,

Het is een zure mand appelen. Maar laten we hier samen waardig doorbijten en -gaan. Niets blijft duren, ook dit niet. Laten we er het beste van maken en hier sterker, wijzer en liefdevoller door worden. Steek dan nu maar die kaars van je aan ipv het duister te (blijven) vervloeken. Go go go, I’m on your side!

– Steve Van Herreweghe –

Coronatijden. Ze confronte(e)r(d)en ons met ‘halt’, duw(d)en ons naar ‘minder’, hakten in op ons pantser en ma(a)k(t)en ons bang. Ze brachten ons verder van elkaar en ook veel dichter bij essenties: bij tijdelijkheid, vergankelijkheid, bij onze gehechtheden, de (toenemende) vervreemding alsook de emotionele afstandelijkheid en zingevingsarmoede. Vrolijk, neen, dat werden we er niet echt van, de gezellige bubbelmomenten buiten beschouwing gelaten.

En voor heel wat mensen ging en gaat deze pandemie ook hand in hand met 2 andere pandemieën van deze tijd: de (financiële) stress- en eenzaamheidspandemie. Over dat laatste schreef ik een gewaagd, kritisch maar m.i. noodzakelijk stukje.

De Post-Corona vermoeidheidsklachten en behoedzaamheid houden ons nog deels op de rem, deels lonkt wel al meer en meer de gaspedaal. We zijn waarlijk door elkaar geschud, dat doen individuele en collectief zwaar ingrijpende gebeurtenissen nu eenmaal willens nillens met ons.

Crisis, trauma en verzet

Crisissen, kleine en grote, ze zijn – echter – van alle (leef)tijden, en ze presenteren zich in alle vormen, maten en kleuren. Soms lijken ze wel op mysterieuze en he(me)lse poorten en doorgangen die ons meenemen op golven van vertwijfeling en angst alsook met de valkuil van (zelf)medelijden confronteren. We reageren er vaak heel typisch menselijk op met diverse vormen van verzet: we mijden ze, overstemmen ze vaak met misplaatst positivisme, junk food, medicatie, alcohol en vele andere onderdrukkingsvormen. Finaal houden we zelden van verandering, zeker de gedwongen, het bezorgt ons veranderstress en groeipijnen. Ik zoom hier trouwens dieper op in via mijn Wakker en Bereid podcast.

Voor heel wat mensen heeft deze crisis trouwens ook oude (herinnerings)pijn doen heropleven evenals ook nieuwe gebaard, ik besprak dit trouwens iets dieper via deze 3 verhelderende metaforen. Hoe kwetsbaarder mensen waren voorheen des te groter de kans op een langer durend traumatiserend effect op lichaam en geest.

Soms lees je dat trauma ‘een nachtmerrie is die komt terwijl we wakker zijn’ en dat klopt ergens (letterlijk verwijzend naar de alles omwentelende ‘shock’) maar m.i. werkt het evengoed andersom, namelijk ‘een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen zijn’. Dat is natuurlijk gewaagd geschreven hoor ik sommigen denken, en dat klopt ook wel. De slachtofferrol of -positie is vaak een hele lastige om te willen verlaten, niet in het minst in het licht van onze relaties met anderen. Het vraagt gigantisch veel introspectie en moed om zich los te maken van de eigen verhalen – nl. deze waar het ego zich in wentelt – enerzijds, en anderzijds om ons te willen herverbinden met anderen vanuit een diepere visie en noodzaak en op een geheel andere wijze.

Van gewone tot traumatische events

Traumatische ervaringen en perioden doorworstelen, het vergt een enorme inspanning, doorzettingsvermogen en de juiste steun en omkadering om dit te doen. Lijden is niet enkel pijnlijk, het heeft ook een transformerende kracht. Of het nu in religie, poëzie, filosofie of literatuur is – het algemene begrip van hoe pijn nuttig kan zijn, is helemaal geen nieuw concept. Ik schreef in 50 wijsheden voor een lichter leven over wat ik autobiografisch en via cliënten-in-pijn hierover heb geleerd.

Grosso modo zijn er 3 soorten gebeurtenissen (events) in ons leven: de normale, de ingrijpende en de traumatische. Over de normale kunnen we kort zijn: deze gaan over de alledaagse weinig ingrijpende gang van zaken, geen echte hoogtes of laagtes, waar we op de zgn. automatische piloot drijven. De ingrijpende events, deze kunnen positief – de zgn. ‘hoogtes’ – zijn (bijv. geboorte, huwelijk, promotie) of negatief – de zng. ‘laagtes’ – van aard zijn (bijv. verlies dierbare, accident, ontslag), en deze halen ons steeds uit onze comfort- of geautomatiseerde zone. De traumatische events, deze zijn het zwaarst en in se altijd negatief en vooral destructief geaard. Ze kunnen collectief (bijv. oorlog, epidemie) en individueel (bijv. agressie, misbruik van macht) voorkomen in diverse vormen en tijdspannes. Hoe destructiever het event hoe groter de kans op problematieken nadien (angst- en stemmingsklachten, PTSS, verslavingen, psychosomatische ziektes). Ingrijpende gebeurtenissen kunnen ook een traumatische impact hebben, afhankelijk van de kwetsbaarheid op dat moment of oude pijn die daardoor heropflakkert (zie artikel metaforen).

Heel veel psychische, somatische, relationele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dit vooral voer is voor dieper zelfonderzoek, analyse en zelfs therapeutische begeleiding. Jammer genoeg behelpen we ons te vaak veel te oppervlakkig (jawel zelfs met overdreven positivisme) onder het mom van “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”. Maar zo werkt het natuurlijk niet, weerklinkt het bij dieptepsychologen, daarbij verwijzend naar het Jungiaanse kerncitaat ‘Wat je niet in je bewustzijn brengt, zal je verschijnen als lot’.

De talrijke ‘beperkingen’ en ‘vernauwingen’ waarin we terecht komen als basis leren zien van een potentiële (weder)geboorte, het blijft in tijden van globale verzieking, onlineverslaving en opgebrand zijn een gigantische uitdaging. Het uitklaren van, het stilstaan bij wat donker, oud en zuur is, het begrijpend leren en het leren doorbijten en doorzetten, vragen veel meer tijd en moeite (ook al leidt dit finaal tot structureel duurzamere veerkracht).

Post-traumatische groei (PTG) en veerkracht

Een vader-alcoholieker had twee zonen. De ene werd eveneens een alcoholieker en geraakte aan lager wal. De andere werd een succesvol ondernemer. Op de vraag wat de oorzaak van hun parcours was antwoordden ze beiden “mijn vader was een alcoholieker”. Waarin ligt het verschil? Gewoonweg toeval, een speling van het lot, of is er meer in het spel?

De Amerikaanse psychologen Tedeschi en Calhoun wijzen er al langer op dat ingrijpende en ontregelende situaties en alle daaruit voortvloeiende (existentiële) vragen niet enkele kunnen leiden tot posttraumatische stress (PTSS) maar ook posttraumatische groei (PTG, ofte het ‘bloeiende proces’ van Post-Traumatic Growth).

PTG is een mogelijk positief veranderproces dat volgt na een (reeks) onverwachte negatieve gebeurtenissen. In essentie dus een vorm van zelfverbetering die men ondergaat na het ervaren van levensuitdagingen. Zo is het is niet toevallig dat we bijv. in deze periode van sociale afzondering meer solidariteit en appreciatie van menselijk contact zien opduiken, alsook nieuwe vormen van (tele)’werken’. Crisissen herinneren ons aan onze kwetsbare status en maken ons alerter voor wat werkelijk van belang is, ook al werkt dit meestal maar voor even..

PTG sluit de pijn en de angst van het moment niet uit, maar het stuurt onszelf in de richting van een authentieker en zinvoller leven. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen meestal in staat zijn om na dit soort indringende gebeurtenissen het leven op een andere manier aanpakken. Ze vertonen een grotere veerkracht bij volgende tegenslagen en meer realiteitszin. Ze begrijpen dat wat hen overkomt op zich geen macht hoeft te hebben op hoe ze het willen verwerken. Ik ging er ook dieper op in in het artikel 2 instructies die je leven kunnen veranderen. In die zin kan PTG als een psychologische transformatie die volgt op een (reeks van) stressvolle ervaring(en) ook begrepen worden als ‘een uitdagende manier om het doel van pijn te vinden, en dus verder te kijken dan de (on)bewuste strijd er tegen’.

De 5 kenmerken van PTG

Interessant en diepzinnig allemaal maar hoe herkennen we het verschil nu? Wel, de positieve transformatie van PTG weerspiegelt zich volgens de heren Tedeschi en Calhoun in een of meer van de volgende vijf gebieden:

  • Het durven omarmen van nieuwe kansen zowel op persoonlijk als op professioneel vlak.
  • Verbeterde persoonlijke relaties en meer plezier door samen te zijn met mensen van wie we houden.
  • Een verhoogd gevoel van dankbaarheid voor het leven.
  • Grotere spirituele verbinding.
  • Verhoogde emotionele kracht en veerkracht.

PTG kan zich heel divers uiten, in stilte, in kracht maar ook in toenemende zelfexpressie; soms ook als onzelfzuchtige hulp aan anderen, of als verdiept zelfinzicht en waarachtige zelfacceptatie. Er zijn massaal veel voorbeelden hiervan, in mijn eigen leven, dat van cliënten en denk ook zelf maar eens na over hoe je zelf je als mens, ouder, partner ‘gegroeid’ bent doorheen het vaak pijnlijke proces van tegenslagen. PTG verwijst naar onze natuurlijke veerkracht en naar het belang van meer te denken vanuit de ‘waartoe (leidt dit allemaal)- dan de ‘waarom (overkomt mij/ons dit nu)-vraag.

Hier zijn tot slot enkele voorbeelden van hoe posttraumatische groei er klassiek kunnen uitzien:

  • Ouders die hun kind aan kanker of door suïcide hebben verloren die geld inzamelen voor verschillende organisaties of goede preventiegerichte doelen.
  • Overlevenden van terroristische aanslagen worden vaak vriendelijker en accepteren meer anderen. Veel van hun gedragsverandering is te danken aan het trauma waarmee ze zijn geconfronteerd.
  • Oorlogsslachtoffers en soldaten die veilig terugkeren uit de strijd krijgen een breder perspectief op het leven.
  • Mensen die op jonge leeftijd een dierbaar persoon verliezen zijn veel dankbaarder voor wat ze hebben dan anderen van hun leeftijd. Een kind dat zijn moeder heeft verloren, kent bijvoorbeeld de waarde van moederlijke genegenheid en zou waarschijnlijk emotioneler volwassen zijn dan andere kinderen van haar leeftijd.
  • Koppels die hertrouwen nadat ze hun eerste echtgenoot hebben verloren, ontwikkelen vaak een diepere en transparantere relatie. Het eerdere trauma waarmee ze in het verleden zijn geconfronteerd, zet hen ertoe aan het heden te waarderen en de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties die ze nu hebben te verbeteren.

Wil je nog meer survivaltools in lastige tijden, lees hier dan verder. Wil je nog meer tips over een verbeterd gevoelsleven, check hier. Ben je klaar voor de 4 hamvragen onderweg naar een vrijer authentieker leven, check hier.

– Steve Van Herreweghe –

Burn–out, het is anno 2022 nog steeds een heel erg ‘brandend’ actueel thema. Als dat geen contradictio in terminis is, dan weet ik het ook niet… Vergeef me a.u.b. de licht – ironische ondertoon, het is absoluut geen teken van enig ontluikend cynisme (wat nota bene één van de kernsymptomen van een ‘opgebrande status’ zou zijn).

De cijfers zijn duizelingwekkend: eind 2021 zal naar schatting bijna een half miljoen mensen meer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn en dus het statuut van invalide hebben. Dat betekent dat op de plusminus 4,9 miljoen werkenden in België ongeveer 10% langer dan 1 jaar afwezig zijn op het werk door ziekte. Het aantal invaliden in België steeg tussen 2010 en 2020 met meer dan 71 %: ze zijn nu met 1,5 keer meer dan het aantal werklozen. Voor de overheidsuitgaven betekent dit dat er nu 12 % van de totale begroting van de sociale zekerheid, d.w.z. bijna 9 miljard euro, wordt besteed aan arbeidsongeschiktheid. In 2015 werd de maatschappelijke kost van burn-out geschat op € 6,4 miljard, een bedrag dat de totale kost aan werkloosheidsuitkeringen (€ 5,7 miljard) ruim oversteeg.

Nieuwsberichten (november 2018) onthullen dat 1 op 4 Belgen op zondag lijdt aan ‘een slecht gevoel door het werk’, 1 op 10 zich er zelfs diep ongelukkig voelt, maar in 70% van de situaties men de werkomgeving niet verlaat. Bovendien riskeert 15-20% van de werkende bevolking doorheen de loopbaan ‘ooit’ een burn-out te krijgen.

Hoe kan je van dergelijke cijfers gelukkig worden? Er is iets fundamenteels fout, zoveel is zeker, en het ligt mijns inziens niet enkel aan de werkomgeving an sich.

Wijze beleidsmensen, leidinggevenden en het naar adem happend medewerkersgros erkennen steeds meer dat burn-out geen individueel of bij uitbreiding een teamfenomeen is, maar een organisatie- en sociaal-maatschappelijk symptoom is van een ‘steeds-meer-en-snellere-vooruitstuw-en-spuw-cultuur’.

Over wat hebben we het nu eigenlijk, feitelijk?

Met het oog op een goede definitie van burn-out heeft de Hoge Gezondheidsraad (september ’17) ervoor gekozen, zich te beperken tot burn-out in een professioneel kader. Burn-out werd gedefinieerd als:

de uitputting die het gevolg is van een (langdurig) gebrek aan reciprociteit tussen de investering en wat iemand ervoor terugkrijgt. Dat heeft een impact op de beheersing van de emoties en het cognitieve vermogen, wat op zijn beurt kan leiden tot een verandering in het gedrag en de attitudes (mentaal afstand nemen). Dit leidt dan weer tot een gevoel van professionele onbekwaamheid.”

Wat een definitie! Komt dus volgens deze definitie neer op een chronisch onevenwicht tussen wat je professioneel gegeven hebt en wat je ervoor in de plaats hebt gekregen. Voor velen een wellicht heel herkenbare zaak. Alleen leidt dit onevenwicht niet bij iedereen gaandeweg tot toenemende uitputting, verbittering en gevoel van ‘nog weinig te kunnen’. Er is dus meer aan de hand..

Burn-out is, net als stress (en bij uitbreiding vele psychiatrische stoornissen, check), een heel rekbaar containerbegrip. En containerbegrippen zijn m.i. als hedendaagse minirokjes: ze worden alsmaar breder, ze onthullen doorgaans wel iets interessant, maar als puntje bij paaltje komt verbergen ze veelal de diepte van de zaak. #droog

Het is dus stellig aan te raden om niet te snel zelf een diagnose in de mond te nemen en zich daarentegen te beroepen op één of meerdere deskundigen (arts, psychiater, psycholoog) aangezien er een klinisch differentiatieonderzoek moet gebeuren die bijv. uitsluit of het niet om een majeure depressie, persoonlijkheidsstoornis en neurologische (degeneratieve) aandoening gaat. De gelijkenis met depressieve symptomen bijvoorbeeld is frappant maar bij een depressie overheerst vaak (en kort door de bocht) ‘het niet meer willen’, terwijl bij een burn-out ‘het niet meer kunnen’ centraal staat.

Een collectieve (en triestige) neerwaartse spiraal

Werkgebonden stress en burn-out worden gezien als dé ziektes binnen het werkveld van de 21ste eeuw. Ook binnen de Vlaamse overheid worden we er dagelijks mee geconfronteerd. Sinds 1 september 2014 werd ook de welzijnswet gewijzigd waardoor werkgevers verplicht zijn om de nodige maatregelen te nemen om psychosociale risico’s – inclusief risico’s voor burn-out – te voorkomen.

We groeien ‘mijns inziens’ precies ook steeds meer (en tot groot jolijt van de farmaceutische, verzekering-, vorming-, coaching- en therapeutische industrie) meer naar een zgn. ‘burn-out samenleving’:

een weinig samenhangende en toenemende geïndividualiseerde en gefragmenteerde verzameling van overladen en overprikkelde automatische piloten, die (1) goochelen met multitasking, (2) hoofd- versus bijzaken nog moeilijk kunnen onderscheiden, en vooral, (3) die emotioneel vervreemden van zichzelf, buren, geliefden en anderen, en die (4) gulzig dopamine-verslaafd compenseren met medicatie, smartphone e.a. roesmiddelen, overvloedig consumeren, vluchten in absenteïsme, presenteïsme en met onbetrokkenheid als desastreus neveneffect.

In een tijdperk waarin de mogelijkheden en kansen quasi onbegrensd zijn is de biopsychosociale gezondheid bij eenieder ver zoek, net als het innerlijk levenskompas trouwens. Burn-out is in die zin een groeiend sociaal-maatschappelijk syndroom dat een collectieve verdwal/zing en vereenzaming maskeert. Het is m.a.w. te kortzichtig om dit gehypet fenomeen enkel binnen de contouren van jobcontext en -satisfactie te beschouwen.

Misschien moeten we – zoals Jean-Marie De Decker het strijdvaardig omschrijft meer gaan ‘bumperen’ ipv te ‘pamperen’, meer recht- dan kromveren, meer sociaal verdampen ipv verkrampen. Think about it. Een collectief gedoogde pamperpolitiek bestendigt quasi altijd de kleuterattitude. En de kleuters van nu zijn de ouders en leiders van straks. Straffere taal dus.

Het vuur brandende houden in burn-out tijden vraagt niet alleen diepe wortels en sterke vleugels maar ook het doorbreken van de klassieke paternalistische kijk op werk, die zorgt voor de instandhouding van afhankelijkheid en aangeleerde hulpeloosheid. Met de werkomgeving als herinnering aan de afwezige ouder. Waardering en motivatie dient finaal meer intrinsiek te groeien en minder van extrinsieke aard te blijven.

Deze “Sunday neurosis”, dixit Viktor Frankl is al heel oud. Lees zijn “Mens search for meaning”. Het is m.i. meer dan ooit tijd om naar een diepe cultuurwijziging te evolueren niet in de eerste plaats van de werkomgeving maar binnenin het individuele bewustzijn, ook al helpt het natuurlijk dat elke onderneming deze ‘shift’ ook doormaakt.

Met respect voor de complexe realiteit waarin we leven, de disharmonieuze toestand waarin we (kunnen) verkeren, en de lessen die ouderen en stervenden ons blijven influisteren weerhoud ik drie boodschappen voor eenieder (de werkenden maar ook niet-werkenden onder ons).

I. Wie te vaak naar vakantie verlangt leeft wellicht verkeerd

Leven van weekend naar weekend en van verlof naar verlof is om problemen vragen. Temeer omdat er slechts 52 weekends zijn die dan vaak ook opgaan in verplichte gezins- en familiale activiteiten. Bovendien zijn er gemiddeld 30-40 verlofdagen (als je voltijds werkt) die dan ook volgepropt worden om zo weinig mogelijk te ‘missen’.

We zijn gewoonteverslaafd en beseffen amper welke ballast we meezeulen. Zicht krijgen op jouw rugzak (de diverse lagen, de zwaarte én duur van irritaties, frustraties en aanslepende zorgen) en de herevaluatie naar zinvolheid en bruikbaarheid zijn daarom belangrijk in het verschuiven van de prioriteiten en de levensfocus. ‘Wat boeit me nu werkelijk (en wat niet), waar ga ik vooral van branden (en wat niet meer)?’, zijn dé vragen die echt om diepere confrontatie vragen.

Het meisje in de regen indachtig, de bottom line is deze: jouw leven is een geschenk, daarom is jouw beschikbare tijd als 100% vakantietijd te beschouwen, met focus op wat werkelijk telt, voor jou, en op wat jij wil doen met je tijd, je leven, je talenten en dromen. Verantwoordelijkheid is dus niet enkel het herhalen en kopiëren van anderen, maar vooral zelf- en eindigheidsbewust het vakantiegevoel aanhouden en cultiveren in alles wat je doet.

II. Het ligt niet allemaal aan jou (alleen)

Het burn-out fenomeen is een complex samenspel van interne en externe, bewuste (zichtbare) en onbewuste (onzichtbare), professionele én niet professionele factoren. De toestand van uitputting of het opgebrand zijn is slechts het topje van een slapende vulkaan en vaak het gevolg van een (chronisch sluimerend) proces van onevenwicht tussen wat we verdragen (hebben) en waar we werkelijk heen willen. Opvoeding, belangrijke (niet-verteerde) life-events, relaties kunnen daar dus ook een rol in spelen.

Er zijn dus niet enkel de persoonlijke maar ook de contextuele omstandigheden, binnen en buiten de werkomgeving. Die lakse niet-empathische leidinggevende, de zuurstofarme werkplek, de negatieve sfeer, de pesterijen, etc., daar verwijzen we ook meestal eerst naar, zeker als het over onszelf of dierbaren gaat. Als het echter gaat over vreemden of personen waar we minder sympathie voor voelen, is het meestal andere koek. In de psychologie noemen we dat een ‘attributiefout’ (één van de vele denkfouten) : de neiging om te vaak naar interne factoren te verwijzen ipv de externe ook in rekening te brengen (zeker bij anderen).

Kort samengevat. Er is de zeer herkenbare tendens van (1) met steeds minder, steeds meer te moeten verwerken, (2) de toenemende administratieve verplichtingen, (3) de collectieve online-modus, (4) de krimping van ons tijd-, ruimte- en ordegevoel, (5) het gemis aan helden… ‘Drukte’ is er – in de marge – trouwens niet enkel in onze agenda, maar ook op onze wegen, in het straatbeeld, er is de vergrijzing enz. We zijn met veel, veel teveel en we nemen elkaars tijd en ruimte in, gevraagd, maar ook vaak ongevraagd en ongepast. Wist je dat er wereldwijd dagelijks 200.000 mensen bijkomen?! In 2065 zouden er tien miljard mensen op aarde leven. Think again.

III. Je hebt wel degelijk meer invloed dan je denkt

‘Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden’, zei één van mijn cliënten ooit. Groeien uit de zwaarte van je leven naar meer lichtheid is een moeilijke weg, maar wel één die veel wijsheid baart.

Bij een toenemende ervaring van ‘opgebrand zijn’ daalt het gevoel van autonomie, zelfvertrouwen en verbondenheid. Hét sleutelbegrip hierbij is : ‘controle‘.

In tijden van teveel (dis)stress verdwijnt ons controle(gevoel) waardoor we ons absurd genoeg nog meer gaan inspannen om dat gevoel van ‘controle’ terug te verwerven. Een overprikkelde ‘sympaticus’ (de gaspedaal van ons autonoom zenuwstelsel) smacht in feite naar het omgekeerde maar geraakt niet uit ‘de ban’, tot de veer(kracht) breekt. Onderweg vertoont ons zorgzame lichaam wel al voldoende signalen (vermoeidheid, prikkelbaarheid, geheugenklachten, hartkloppingen, hoofdpijn, gedaalde frustratietolerantie, psychosomatische klachten, …) waar we vooral ‘ontkennend’, ‘minimaliserend’ op reageren. Men gaat maar door op hetzelfde elan want “ja maar” en “de plicht roept”… tot een toestand wordt bereikt waarbij het helemaal niet meer gaat.

Evolueren van een kwantitatief naar een kwalitatiever leven vraagt echter bezinning over je kleine en grote keuzes, de bouwstenen van je leven, grondig opruimwerk, een toekomstgerichte herplanning, en herwaardering van leegte, ruimte en stilte om creatief te kunnen herbeginnen. Ik verwijs hierbij verder naar deze survivalkit in het Coronatijdperk, de 9 voedzame take aways, het belang van pauzeren op minstens deze 3 domeinen en het ontwikkelen van een reisattitude in het leven.

Mijn vurig slot in een notendop:

“Keep your fire burning en leef nu, het is al veel later dan je denkt…”

– Steve Van Herreweghe –

We leven in ON-line tijden.

De PLAY-toets is quasi permanent ingedrukt, tussen REWIND of FORWARD wordt kwistig geswitcht, de STOP- en PAUZE-toets lijken wel weeskinderen die uit de aandacht en agenda zijn verbannen (tenzij het van moeten is, ziekte ons dwingt, of als vakantie nadert, hoe kort ook).

Onze mentale focus is hoofdzakelijk gericht op “straks, morgen, gisteren, vorig jaar, volgende week, volgend plan, de vorige en volgende vakantie,” onze actiemodus staat op “gaan, blijven gaan, niet stoppen, doorgaan, opgeven is voor watjes en stilstaan is achteruit gaan.”

Het momentum is niet langer, het ‘hier-en-nu’ lijkt slechts op een zomerkamp voor spirituele zonderlingen.

Alles blijft ook maar doordraaien, ook wij, en niet in het minst onze gedachtestroom, onze gewoontes en onze routines. Tijd om bij te tanken vinden we amper, vakanties en weekends zijn niet alleen wat druppels op een verhitte plaat, ze geraken steeds meer eivol. De levenskwaliteit verwordt tot ijdele hoop, zondebok God gaf de fakkel door aan stress en burn-out loert om de hoek. Leegte, stilte, niksen, we hebben het ergens afgeleerd. Voelen doen we enkel nog als we ergens tegen aan botsen, of tegen iemand, of als we ziek zijn.

Lichaam, geest, ziel en omgeving vormen een eenheid. Iets wordt ‘ziek’ als het ‘zoek’ is in die eenheid. Ziekte is een kans tot herstel van het natuurlijk evenwicht. Echter, je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden, zo leerden patiënten mij trouwens ‘onderweg’…

Vandaar een oproep om dagelijks – te midden van al je gedachten, je activiteiten en drukte – wat meer de ‘pauzetoets’ te gebruiken om zo meer te kunnen genieten en vooral bewust te leren worden van het moment. Om jezelf, je lichaam én ziel de kans te geven dat hoofd van je te kunnen blijven bijbenen. Om te kunnen voelen ook, en zo weer rustiger in (her)verbinding te komen met je omgeving, je dierbaren, jezelf vooral.

Pauzeren vòòr je moe wordt

Intenties alleen werken niet. En pauzeren als je al moe bent is in feite te laat. Elke dag je pauzemomenten vooruit plannen en ze consequent uitvoeren is het devies. Pauzeren vraagt immers geen tijd. Net als ademen. Het is een kwestie van bewuster ‘de tijd of adem’ in je op te nemen, te ervaren en los te laten.

Hoe?

  • Plan er dagelijks 3-5 per dag (kleintjes en grote). Start je dag wat vroeger en ga dus ook wat vroeger slapen. Meer tijd en ruimte om wakker te worden, te verfrissen, te ontbijten en dus ook ook je dag te plannen, zorgt voor een beter tijd- en ruimtegevoel.
  • Vertragen is ook een goede tussenweg. Trager eten en kauwen ook, en ‘t liefst zittend eten en enkel je aandacht bij je eten houden.
  • Adem 10x per dag wat bewuster in en uit. Bij elk rood licht een paar x bewust in- en uitademen, eventueel via je buik.
  • Maak wat meer oogcontact en glimlach eens naar 2 vreemden die je die dag ontmoet.
  • Zet die notificaties op je smartphone enkele uren per dag uit of schakel de vliegmodus in.
  • Gebruik meer je zintuigen dan je denken: kijk naar vogels, ruik aan bloemen, proef nieuwe dingen, oefen met aanraking en knuffels.
  • Maak van pauzeren een nieuwe gewoonte. Elke dag pauzeren met je partner en kinderen, van Q-time een dagelijkse gewoonte maken bevordert de intimiteit en dus ook de gezondheid.
  • Ook op het werk je pauzes plannen en nemen, ook als je niet rookt, even 3-4 x per dag een prikkelarme omgeving opzoeken. Een powernap op een bankje nadien, even je lichaam scannen van je voetzolen tot aan je hoofdhuid en terug. Pauze vragen tijdens vergaderingen, tijdig naar toilet gaan, tijdig naar huis gaan, noteren wat je morgen zal doen, je werk niet meenemen naar huis.

Pauzeren vòòr je oordeelt

We moeten eerlijk zijn hierover. Oordelen is een favoriete bezigheid van overvolle, vaak gesloten en egogerichte geesten. In ‘the rush’ van ons leven is er steeds minder ruimte voor onbevangenheid, diepgang, beschouwing en bedachtzaamheid. Ons hoofd bulkt van de instant meningen, standpunten en de tong volgt snel, want de klok tikt nu eenmaal. Dieper nadenken, eens doorvoelen, eventueel een extra vraag stellen en zelfs het antwoord ook afwachten, het wordt steeds moeilijker. Jammer, maar helaas. Niemand die er in feite zelf van houdt en toch bezondigen we er ons aan, meerdere keren per dag: over het nieuws, andere weggebruikers, de politiek, onze collega’s, klanten, chef, over onze vrienden, partner(s), kinderen, en ja ook over onszelf. Oordelen is de vader der denkfouten, het werkt zeer destructief  en creëert verdeeldheid en isolement in de maatschappij en in al onze relaties.

En toch is het belangrijk in ons dagelijks leven en onze relaties, zowel privé als professioneel dat we meer mentaal beschikbaar zijn, meer ruimte hebben aan de binnenkant, meer ruimte maken voor anderen.

Hoe?

  • Bouw het veelpraten in gesprekken af. Hou het korter en meer to the point. In een gesprek hoeft niet steeds alle informatie van jou te komen. Zie ontmoetingen als kansen om bij te leren.
  • Stel je onmiddellijke mening wat langer uit, denk eerst goed na, empathiseer vooral, check bij de ander hoe die de situatie ziet.
  • Vermijd te snelle offensieve of defensieve reacties zoals “ja, maar” en laat je verrassen door de informatie van de ander. Wat als een ‘6’ voor jou is, is een ‘9’ voor de ander.
  • Ken je aannames en hou je vooroordelen in de gaten, want die zoeken steeds naar bevestiging. Echt luisteren is vanuit een lege mok, waar de info van de ander kan in geschonken worden. Stel gericht vragen, wees benieuwd naar het antwoord en luister tot de laatste noot sterft.
  • Enkele acroniemen die hierbij kunnen helpen. Gebruik wat meer NIVEA (niet invullen voor een ander). Oefen met sociale LSD (luisteren, samenvatten, doorvragen), en als je denkt denk dan BON (met bedachtzame, opbouwende en nuttige gedachten)

Pauzeren vòòr je kwaad reageert

“Ik hoor niet wat je zegt want wie je bent schreeuwt zo hard.” Persoonlijkheid overschaduwt vaak de boodschap, of anders gezegd boodschappen missen quasi altijd hun doel wanneer kwaadheid overheerst. Waarom? Het overlevingsmechanisme wordt namelijk bij de ander geactiveerd en de gekende stresscopingmechanismen schieten in gang: terugvechten, wegvluchten of zelfs bevriezen. En kwaadheid werkt besmettelijk natuurlijk, weinigen die de kunst verstaan van het doorbreken hiervan. En toch is het mogelijk.

Hoe?

  • Oefen op voorhand met je fantasie. Leef je in in spannende situaties, zie jezelf rustig en beheerst reageren, voel je zelfzeker en ervaar de fierheid nadien.
  • Focus op je ademhaling, adem in adem uit, en denk vooral “jij maakt mij niet boos, ik maak mezelf boos”. Boosheid volgt vaak op een snel innerlijk besluit dat je gemaakt hebt, zonder het totaalplaatje te kennen.
  • Als jij je opwindt, durf het ook te voelen, het kloppen van je hart, de gejaagdheid in je buik, en laat het de ander ook weten. Erken dus je gevoel en onderliggend verlangen. Blijf echter gefocust op het doel en zacht in de relatie.
  • Vermijdt zoveel mogelijk zinnen die beginnen met “jij”, “jij geeft me stress” of “jij windt me op”. Draai de rollen eens om, hoe voelt het als iemand jou viseert met “jij dit of jij dat?”
  • Visualiseer desnoods een grote plakker op je mond, draai je tong 10 maal, bijt op je tanden.
  • Benoem zintuiglijk de feiten met “ik merk, ik zie, ik hoor..”.
  • Vermijd veralgemening, blijf bij de zaak.
  • Verlaat even de ruimte, het gesprek of de activiteit.
  • Hanteer het ABC-tje van woedebeheersing

Veel pauzeplezier en succes!

– Steve Van Herreweghe –