De Griekse tragedies, jullie hoorden er wellicht ooit eens van. Ze werden destijds opgevoerd om het publiek een zekere catharsis (zuivering, ontlading) te laten beleven. Ze deden dat door via het schouwspel elos (‘medelijden’) en fobos (‘angst’) op te wekken en er de aanwezige toeschouwer(s) mee te overspoelen. Voor een Griek is het ‘zien lijden’ (mentaal en fysiek) het ergste wat er is.

Dat geldt natuurlijk ook voor elke niet-Griek. Op het theater van ons levens zijn oneindig veel kleine en grote tragedies te aanschouwen die ons raken, ons verstillen of in beweging brengen. Ook kan de ‘Griek-in-onszelf’ wel af en toe eens ontaarden in voyeurisme, in leedvermaak en jawel zelfs tot het pijnlijke ‘we staan erbij en kijken ernaar’– ook wel het Bystander-effect genoemd.

Het zien lijden of ‘afzien’ van een ander beroert onze zintuigen, hersenen en harten, bij de één al meer dan bij de ander. Onze spiegelneuronen zouden er voor iets tussen zitten, dat zijn specifieke hersencellen die ons via waarneming van (en afstemming met) de buitenwereld een soort van gespiegelde ervaring bezorgen. Het houdt ook verband met ons leer- en empathisch vermogen. Maar wat doen we er dan mee, of wat moeten we er eigenlijk mee doen?

(zelf)Medelijden, een bijzonder humane reflex.

Het brengt me bij een andere (klassieke) vraag die ik al meer dan 20 jaar voorgeschoteld krijg: “Steve, zo alle dagen de miserie van een ander aanhoren, hoe hou jij dat vol?” Natuurlijk zijn er meerdere antwoorden mogelijk. Over één kernachtig antwoord wil ik het in deze blogpost ietwat genuanceerder hebben, wellicht herken- en invoelbaar voor iedere gevoelige ziel die zich ook wel eens kan verliezen in de pijn, de zorgen van een ander. Het gaat over medelijden, en vooral de valkuil ervan

Medelijden, het maakt ons schijnbaar zachter en milder, het brengt ons bij kwetsbaarheid, de kleine en grotere hel van de ander, en het maakt ons tevens bewuster van ons eigen (on)geluk, de voorgespiegelde (on)rechtvaardigheden des levens, én het opent debatten naar diepere zingeving en machten.

Dé vraag is echter of (zelf)medelijden echt een toegevoegde waarde biedt, of het werkelijk ‘helpt’ en sterkt, of het daarentegen onszelf en de ander niet eerder gaat kleineren, devalueren en zelfs stagneren?

De geboorte van de vlinder 

Een man zat op een zonnige middag rustig te genieten in zijn tuin. Zijn oog viel op een cocon waar net beweging in kwam. Er verscheen een kleine opening in de cocon en een vlinder probeerde met veel moeite zijn weg naar buiten te vinden door dat kleine gaatje heen. Tot verwondering van de man was de geboorte van de vlinder een niet zo gemakkelijk proces. De vlinder was anderhalf uur bezig om te proberen uit de nauwe opening te komen. Hij raakte daardoor vrijwel uitgeput, want hij deed plotseling niets meer. De man had medelijden met de arme vlinder en liep zijn keuken in, op zoek naar een schaar. Toen hij terugkwam met de schaar, zat de vlinder nog altijd in de cocon, wachtend op wat nieuwe energie. De man knipte de rest van de cocon weg; nu kon de vlinder zich moeiteloos bevrijden. Met een schok stelde de man echter vast dat de vlinder een gezwollen lijf en verschrompelde vleugels had! Hij zag hoe de kreupele vlinder over de grond schrompelde en hij wachtte tevergeefs op het spreiden van de vleugels. Wat bleek? In zijn medelijden had de man niet beseft dat het nauwe gaatje de wijsheid van de natuur voorstelde. De vlinder wordt namelijk gedwongen zich door een klein gaatje te wurmen, omdat daardoor de levenssappen vanuit het lijf in de vleugels worden geperst. Het moeilijke geboorteproces was precies wat nodig was voor de vlinder.

Teveel schrik voor nauwe gaatjes en zure appels

Het transformatieproces van rups tot vlinder wordt sinds oudsher in menige culturele, religieuze en spirituele tradities gebruikt als metafoor voor onze ontpopping van ‘onbewuste-kruipende-aardse-ego-staat’ naar een ‘lichtere-bovenbewuste-spirituele-staat’. Het popstadium wordt daarbij figuurlijk gezien als de overgangs- en natuurlijk dwingende loslaatfase: een lastige doortocht doorheen het donker waarbij in een fase van klaarblijkelijke verstilling en verdwijning in feite de integratie van al het oude (‘vergetene’) geschiedt, en dit als voorbode van een nieuwe verschijningsvorm.

Het verhaaltje hierboven houdt ons een spiegel voor en zit dus boordevol analogie. De man in het verhaal bijvoorbeeld. Hij lijkt alert en wakker, behulpzaam en vol (zelf)medelijden! Hij vertegenwoordigt onze klassieke manier van kijken, denken en probleemhantering. Enerzijds verwijzend naar ons aangeleerd verzet tegen verandering en groei, en de hiermee verbonden angst- en betuttelcultuur (waar we met zijn allen deel van uitmaken). Anderzijds naar onze ‘slaperige en geautomatiseerde staat’ van zijn en leven, waarbij we vooral niet willen en kunnen losmaken van wat vertrouwd is en daardoor angstvallig smachten naar ‘het oude normaal’. In mijn ‘Wakker & Bereid’ podcast zoom ik hier via een eerste mini-reeks dieper op in.

“Wat is er mis met helpen dan?” hoor ik jullie luidop denken. Goeie vraag! Op zich niks mis, alleen, wat is de definitie van helpen en hoe nodig is het precies? En vooral hoe gevraagd en welkom is het werkelijk?

Er ‘doorheen’ groeien kan ook

Zoals ik beschreef in de 9 takeaways naar een kwaliteitsvoller leven is ‘ongemak vaak een voorbode van groei’, en kunnen we naast vlindergeworden rupsen ook heel wat van zich terugtrekkende kreeften leren! Alleen wordt ‘ongemak’ (en bij uitbreiding ‘crisis’) vanuit ons westers denk- en geneesmodel zelden echt zo bekeken. Onmiddellijk comfort daarentegen staat voorop. Weg dus met die (groei)pijn, te nauwe gaatjes en te zure appelen! Onze hedendaagse quick fix mentaliteit en -cultuur met haar favoriete instantoplossingen (zoals overmedicalisering, junk food, Tinder, onlineverheerlijking) worden als meer ‘passend, #yolo en normaal’ beschouwd.

We zijn ergens onderweg vervreemd geraakt van de oerkennis over het diepere ‘waarom’, inclusief het belang, de initiatie en waardering van (overgangs)rituelen. We hebben het afgeleerd om te pauzeren, vertrouwen minder op ons eigen ontwikkelproces en hebben daardoor immens veel moeite om door te bijten en te zetten. We verkrampen bij (grote) crisissen en schieten in vermijdingsgedrag omdat we vergeten zijn dat verandering de enige constante is in het leven. We moeten het willen én durven onder ogen zien: we zijn gebrainwasht en misvoed – én – we geven dit vaak blindelings gewoon verder door aan onze kinderen, onze vrienden en om te beginnen aan onszelf. Graag nieuwe en andere boodschappen dus, boodschappen die ‘t liefst sterke wortels en vleugels geven. Ik belichtte er ter info 12 ‘eenvoudige’ hier.

Medelijden naar zichzelf en anderen is dus i.m.o. zelden een goede raadgever want het wortelt in een waarheid van ‘gepercipieerd slachtofferschap’, bij onszelf en vervolgens ook geprojecteerd op onze omgeving. Het biedt schijnbare voordelen en schept een gemeenschappelijke deler van onschuld, gekwetst en bang zijn. Dat menselijk lijden zelden in een groter perspectief wordt geplaatst leerde dit verhaaltje ons. Ook uit de crisispsychologie wordt dit bevestigd: het menselijk lijden kan slechts waarlijk transformeren als ‘de situatie’ niet als (goddelijke) ‘straf’ maar als ‘opportuniteit’ wordt gezien, als doortocht naar meer licht(heid).

We zijn dus geen slachtoffers van de omstandigheden (ook al geloven we dit graag en kunnen de omstandigheden ook behoorlijk uitdagend zijn), maar bezitten het vermogen om te kiezen ons denkpatroon hierover te veranderen en jawel zelfs ‘post-traumatisch veerkrachtig‘ te groeien ipv in het stresssyndroom te blijven hangen.

De imaginaal cellen (eren)

Terug naar de worsteling van de rups. In het popstadium gebeurt de histolyse: alle organen van de rups worden opgelost tot vormloze materie. Hieruit ontwikkelt zich de toekomstige vlinder. Met dank vooral aan de imaginale schijven! Deze ‘schijven’ zijn als kleine groepjes cellen de belangrijkste werkpaarden die de ombouw van de hongerige rups naar kilometervretende vlinder mogelijk maken. Deze cellen ‘lezen’ als het ware die informatie van hun genetische blauwdruk en fungeren als een levendig en dwingend ‘design’ dat de rups tot een andere vorm laat evolueren. Fantastisch toch!

Deze analogie kunnen we zeker ook doortrekken naar elke zich-ontwikkelende-mens. Jezelf of een ander (onwetend of angstvallig) identificeren met ‘teveel rups’ is ook vergeten dat er een dieper ‘design’ is dat wil ontwikkeld geraken. Pijn, tegenslag, crisis, het heeft allemaal een functie, tenminste als we dit ook zo willen zien en begrijpen. Zoals ik verhelderde aan de hand van deze 3 metaforen heeft elke crisis naast een vergrootglas- ook ‘brug-functie’: het dicht een kloof, lost altijd iets op en maant ons aan om meer te leren loslaten en meer op het zich ‘ontvouwende en onzekere nieuwe’ te vertrouwen.

Van medelijden naar medeleven, -reizen en -rijzen

Brengt mij tot slot terug bij de gestelde vraag van hierboven (“waarom enthousiast blijven?”). Mijn allerdiepste drijfveer en bron van enthousiasme in het begeleiden van cliënten-in-pijn ligt dus niet in (zelf)medelijden vervat bij maar leeft in de verwondering die elke crisisdoorgang en -doorbraak (en de daarbij potentiële nieuwe evolutievorm die tevoorschijn rijst) met zich kan meebrengen. Wat een ander ‘miserie’ noemt geldt voor mij slechts als een vernauwing van iemands (gevoelsmatige) werkelijkheid.

De pijn, het verdriet, de angst, frustraties, twijfels en uitzichtloosheid waarmee cliënten geconfronteerd worden zie ik dus niet als slotsom of eindpunt aan een menselijk verhaal, en evenmin als een verhaal dat bovenop mijn zgn. denkbeeldige ‘op te lossen berg’ komt te liggen, maar als een mogelijke hergeboorte of ‘ingang naar een dieper en nieuwer leven’. Het actief getuige en medereiziger mogen zijn van diverse wedergeboortes zorgt voor een onvoorstelbare positieve energiestorm die niet enkel elke gedachte aan ‘hoe erg het wel was’ resoluut teniet doet maar tevens de mens-in-mijzelf doet rijzen.

Als hulpverlener en wakker(der) mens leer je ook dat er een verschil bestaat tussen helpen en begeleiden. Je bent geen rasecht technieker die de problemen van een ander eventjes fixt zodat ze vervolgens weer verdwijnen. Begeleiden is ruimer dan en omvat (oa) het helpen. Maar het kan ook perfect iemand met rust laten zijn.

In die zin is medeleven belangrijker en ruimer dan medelijden, want medeleven veronderstelt een gemeende aandachtigheid en betrokkenheid met behoud van respect voor de vrijheid van de ander (tenzij die zichzelf en anderen in gevaar brengt). Medelijden daarentegen verlengt en accentueert het lijden, en onderbreekt het natuurlijke vermogen tot een autonomer, bewuster en innovatiever leven.

– Steve Van Herreweghe –

Ik schrijf dit artikel in tijden van ‘Coronaberoering’.

Begin april werd ik gevraagd om het zwaar getroffen WZC De Meers te begeleiden, in het bijzonder het personeelskader. Het virus had een ware ravage aangericht en met een ongeziene snelheid voor een besmettings- en overlijdensgolf gezorgd. Niemand die het kon blijven volgen en behappen, temeer omdat ook het personeel massaal uitviel.

De Meers is – met meer dan 300 bedden en 200 personeelsleden – het grootste woon- & zorgcentrum van W-Vlaanderen. En alhoewel de woonzorgcentra niet meteen in de aandacht kwamen verschoof onderweg (terecht) meer en meer de focus hiernaar. De statistieken spreken (dd. juni 2020) voor zich: in België 9500 overlijdens bijna 2/3 in de (55) wzc. In De Meers stierf tot op heden 1 op de 5 bewoners (60 in totaal).

Crisis- en arbeidspsychologische begeleiding was dan ook geen overbodige luxe, laat staan een sinecure. Het getroffen centrum leek op een echte ‘warzone’, waar vooral paniek, wanhoop en verslagenheid overheerste. Hier was niemand op voorbereid. Gelukkig herstelde – in lijn met de algemene statistieken (plusminus 98%) – het merendeel van de besmette bewoners en personeelsleden. Het blijft natuurlijk bang en vooral Corona-vermoeid afwachten wat de volgende maanden gaan ontwaren. De implicaties van deze crisis zijn dan ook – vanuit alle (expert)hoeken bekeken – onvoorspelbaar, pervasief en tot op zekere hoogte traumatiserend te noemen. Want, deze Coronapandemie baarde tegelijk ook parallelle pandemieën van angst, woede, economische en psychosociale overdruk of stress.

Metaforen

“Een klop van de hamer” …”‘t Licht ging uit” … “Aan de voordeur van de hel” … “Door de zure appel bijten” … “Licht op ‘t einde van de tunnel”... Het waren alomtegenwoordige verzuchtingen; beeldspraak die trouwens iedereen meteen (gevoelsmatig) begrijpt, want een beeld, het zegt nog steeds meer dan 1000 woorden. Dank je wel aan de metaforen, ze werken net als verhalen: verhelderend, verlichtend (in alle betekenissen), en versterkend.  

Ook omtrent (het begrip van) crisisbegeleiding bestaan er diverse metaforen zoals bijv. een reisgids die ‘gepakt en gezakte reizigers doorheen een bijzonder lastige bergtocht wil leiden, niet wetend wie en hoe men het zal halen’, en dat geldt ook allerminst voor de reisgids dezes..

In de marge. Elke vorm van psychologische begeleiding bij een crisis doorloopt standaard een aantal fasen. Er is de acute shock-, de recuperatie- en de rehabilitatie- of groeifase. Ook in het WZC De Meers is dat niet anders (geweest). De begeleiding geschiedde dientengevolge op alle niveaus binnen de organisatie én via diverse methoden: actieve presentie, groepsdebriefing, individuele sessies, (indirecte) bewonerszorg en psychoeducatie. De volgende 3 metaforen werkten daarbij bijzonder inspirerend en zelfs creatief crisisverheffend.

1. Crisis als wekker

Is een crisis als een nachtmerrie die komt terwijl we wakker zijn, of eerder een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen waren?

“Crisis, het zorgt voor (meer) beweging”

Niet enkel deze Coronapandemie maar au fond elke crisis fungeert als een actieve wekker. Het maakt ons wakker, gewild of ongewild, ongeacht onze bewustzijnsstaat; veelal wakker uit een soort slaperige – dromerige – geautomatiseerde staat. Een staat waarmee we onze tijd doodden, een staat ook die zelden echt in de diepte bevredigt, tot spijt van wat we onszelf vaak vertelden. Dit geautomatiseerde leven geldt als een soort ‘normaal’ waarbij we slaafs door het geheel van onze gewoontes (existentieel) in slaap worden gewiegd, de lett. en fig. slaapstoornissen van deze tijd inbegrepen. Ik leefde me er in Minder online en meer inline kritisch in uit.

Zoals de dagelijkse wekker wakker maakt en typisch menselijke reacties uitlokt: van paniekerig, verveeld tot neutraal en blij dat de dag weer begint; zo loopt het in feite ook wanneer een crisis (als wekker) uitbreekt: alhoewel de reacties zeer uiteenlopend kunnen zijn, zijn deze nog het meest op angst en verzet gebaseerd. Het hamsteren en andere impulsieve op zekerheidgerichte acties staan nog heel vers in het geheugen.

Deze vrijgekomen ‘wat-gebeurt-er-nu-en-wat-moet-nog-komen-angst’ heeft typische kenmerken: ze komt in golven, is vrij intens zijn, gericht op overleving en kan naast motiverend soms ook verlammend gaan werken. Zoals ik in de mini-podcastreeks rond crisis en wijze coping belicht zijn de instinctieve en aangeleerde crisis- en stressreflexen universeel en oermenselijk: we willen de realiteit vermijden, er tegen vechten, ervan wegvluchten of zelfs ter plaatse bevriezen.

Veranderstress. Niet iedereen wil echt die donkere tunnel door, de ‘terug-naar-normaal-wens’ weergalmt vanop elk balkon en bovendien wordt deze angst jammergenoeg ook op allerlei manieren ge- en misvoed door media, traditionele geneeskunde en andere politieke en economische agenda’s.

Wakker (geschud) worden kan best pijn doen en kan aanvoelen als een vorm van ‘verdoving die is uitgewerkt’. En in de comfort- en quick-fix cultuur waarin we leven is het devies om ‘pijn ten allen tijde te vermijden en te bestrijden’. Dat de valkuil van (zelf)medelijden niet enkel een universeel menselijk fenomeen is maar tevens aan de basis ligt van een verzwakte individuele en collectieve veerkracht, lees je trouwens hier.

Soms lijken we te zijn vergeten dat onze belangrijkste leer- en groeiprocessen nooit echt pijnvrij waren en dat onze verworven veerkracht en vertrouwen is gestut op bijzonder veel moeite en doorzetting. De keuze ligt steeds in het besef en gebruik van het vermogen om positief – creatief gevolg te leren geven aan wat jou in negatieve zin lijkt te overkomen, ook wel (modern) post-traumatische groei (PTG) genoemd. Let wel, geen enkel oordeel hierover! Elke mens verwerkt beproevingen volgens diens eigen kwetsbaarheid, verhaal, mogelijkheden en ondersteuning op dat moment!

2. Crisis als vergrootglas

Wanneer het leven aan je boom schudt, wat wil het dan anders, misschien, dan dat je doorheen de nu kaalgeworden takken duidelijker de hemel kan zien?

“Crisis, het maakt (iets) zichtbaar”

Als de maskers aan moe(s)ten, vallen ze ook dikwijls af. Wat vòòr een crisis niet zo goed liep (ook al ontkenden of verdrongen we dit), komt vervolgens (on)gewild nog duidelijker in beeld. De kans is dus bijzonder groot dat – onder een verhoogde (crisis)druk – de kwalitatieve mate van gezondheid, afstand-nabijheid, voldoening, communicatie en integriteit van en met jezelf, je partner, kinderen, je collega’s, je chef(s) mogelijks zal – ont’mask‘erd worden. De vooraf bestaande kwetsbaarheid wordt als het ware ontmanteld en komt helemaal bloot te liggen, en met de verhoogde crisisalertheid en inherente nood aan nabijheid wordt elk contrast hiermee des te pijnlijker aangevoeld.

Door de ingrijpende slagkracht maakt een crisis niet enkel wakkerder, maar dwingt het ons ook om onder die ‘ontstane en immense druk’ eerlijker en dieper te reflecteren op wat zich ontvouwt en niet in het minst op onze werkelijke bereidheid hierbij naar een dieper en waarachtiger engagement. Ahum..

En zet je nu schrap. In die zin spiegelt en uitvergroot ook elke crisis een (sociaal) gedrag dat reeds impliciet aanwezig was maar vooral aan het bewuste weten voorbijging. Kijken we bijvoorbeeld naar de typische ‘reactie- en zgn voorzorgsfenomenen’ eigen aan de Coronatijd – namelijk het dragen van maskers, de sociale distancing, de verdeeldheid en polarisatie in de samenleving, de bubbel – dan weerspiegelt dit tegelijk ook hoe we vòòr de crisis in het leven stonden en met elkaar verbonden waren: eerder aangepast – gemaskerd ipv ingepast – authentiek, eerder (sociaal) vervreemd-indirect ipv verbonden en rechttoe rechtaan, eerder angstig-vast in de comfortzone ipv enthousiast-vertrouwensvol gericht op (onze) groei.

‘Wat we niet ons bewustzijn brengen verschijnt ons als lot’, zo verwees C.G. Jung naar de binnen-buiten dynamiek van vergeten pijn en trauma. Heel veel psychische, somatische, relationele, professionele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dieper (zelf)onderzoek, analyse en zelfs (klinische en arbeids-)therapeutische begeleiding geen overbodige luxe vormt, vooraleer de carroussel van gewoonte (en dus verdrukking) zich weer manifesteert. l’Histoire se répète (toejours) omdat we vaak kennis en lef ontberen en we schermen met de “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”-attitude. Maar zo werkt het natuurlijk niet, en dit weerklinkt niet enkel bij dieptepsychologen en -filosofen maar vooral in toenemende zin bij de kwantumwetenschappers.

Het is m.a.w. niet omdat we in ‘voortdurende beweging’ leken te zijn dat we wel degelijk in lijn of harmonie met de diepere meer authentieke stroom des levens waren. Geleefd worden door agenda, gewoontes, oude patronen, niet bevredigende gewoontes, jobs, relaties … en toch maar verder doen, dat is om dramatische omwentelingen vragen. Crisis, het maakt dus niet enkel wakker, het herinnert ook in uitvergrote zin aan die zaken waar we al te slaperig-‘normaal’ over zijn blijven gaan.

3. Crisis als brug

Afscheid-ing, het is meestal vrij pijnlijk, alsof de huid van je verleden langzaam afscheurt. Maar kunnen we een uitgang ook ervaren als een ingang naar ergens anders? En kunnen we in het breken ook een stimulans om (nog meer) te delen zien, of zelfs het gebroken zijn als een kans tot naakte herverbinding beschouwen?

“Crisis, het verbindt en lost iets op”

Je lees het eigenlijk wel tussen de regels. Ik hou van het transformerend potentieel van elke crisis. Zelf heb ik er menige mogen en ook wel moeten doorspertelen om te kunnen evolueren tot een zichzelf respecterend, (sociaal) evenwichtig individu en ervaringsdeskundige professional.

Ook bij cliënten-en cursisten-in-pijn tracht ik sinds meer dan 20 jaar telkens deze natuurlijke doorbraaktendens te belichten en hen enthousiast te maken voor elke verborgen parel die in de brekende schelp van crisis schuilt. Een beetje naar analogie met Michelangelo’s “Ik zag een engel in het marmer en houwde tot ik hem bevrijdde”, zo is het ook zaak om zowel als hulpverlener én als wakker(geworden) mens in elk blok (probleem, crisis) het authentieke beeld te (durven en blijven) zien.

In 5 dingen waar stervenden spijt over hebben (naar het boek van B. Ware) ging het vooral over de dood als ultieme spiegel voor de gemaakte levenskeuzes en over het belang van verschuiving van ‘wat belangrijk leek te zijn’ naar ‘wat echt werkelijk telt‘. Net als de dood werkt ook crisis als een soort verbindingsbrug, een brug tussen wat je voorrang gaf en wat niet; tussen het oude (vergetene) en het nieuwe (zich ontwikkelende); tussen het hoofd en het hart en tussen harten onderling; tussen het lichamelijk (zichtbare) en het geestelijk (onzichtbare); tussen wie je beweert te zijn en wie je werkelijk bent; tussen je schijnbare en je ware roeping. In die zin kan het de kloof dichten en je als het ware terugroepen naar de kern en wat essentieel is, naar de herwaardering van vriendschap, het eigen (gezins)geluk en de herstelkracht van je (diepere) gevoelens. En dit geldt voor elk systeem: individu, relatie, groep!

Bottom line is..

Dat elke crisis – klein of groot, verwacht of onverwacht – niet enkel wakker schudt, het oude zichtbaar maakt, een brug slaat tussen wat van elkaar vervreemd was maar bovendien ook een product of manifestatie is van een (onbewuste) staat van zijn, zowel op individuele als op collectieve schaal. Op hun best zijn het dus unieke en zinvolle kansen om van ‘meer naar minder’, van ‘geautomatiseerd naar geïnspireerd’, van ‘hebben naar zijn’, en van ‘vereenzaming naar verbinding’ te evolueren. Aan ons om hen zo steeds meer te benaderen.

– Steve Van Herreweghe –

Coronatijden. Ze confronte(e)r(d)en ons met ‘halt’, duw(d)en ons naar ‘minder’, hakten in op ons pantser en ma(a)k(t)en ons bang. Ze brachten ons verder van elkaar en ook veel dichter bij essenties: bij tijdelijkheid, vergankelijkheid, bij onze gehechtheden, de (toenemende) vervreemding alsook de emotionele afstandelijkheid en zingevingsarmoede. Vrolijk, neen, dat werden we er niet echt van, de gezellige bubbelmomenten buiten beschouwing gelaten.

En voor heel wat mensen ging en gaat deze pandemie ook hand in hand met 2 andere pandemieën van deze tijd: de (financiële) stress- en eenzaamheidspandemie. Over dat laatste schreef ik een gewaagd, kritisch maar m.i. noodzakelijk stukje.

De Post-Corona vermoeidheidsklachten en behoedzaamheid houden ons nog deels op de rem, deels lonkt wel al meer en meer de gaspedaal. We zijn waarlijk door elkaar geschud, dat doen individuele en collectief zwaar ingrijpende gebeurtenissen nu eenmaal willens nillens met ons.

Crisis, trauma en verzet

Crisissen, kleine en grote, ze zijn – echter – van alle (leef)tijden, en ze presenteren zich in alle vormen, maten en kleuren. Soms lijken ze wel op mysterieuze en he(me)lse poorten en doorgangen die ons meenemen op golven van vertwijfeling en angst alsook met de valkuil van (zelf)medelijden confronteren. We reageren er vaak heel typisch menselijk op met diverse vormen van verzet: we mijden ze, overstemmen ze vaak met misplaatst positivisme, junk food, medicatie, alcohol en vele andere onderdrukkingsvormen. Finaal houden we zelden van verandering, zeker de gedwongen, het bezorgt ons veranderstress en groeipijnen. Ik zoom hier trouwens dieper op in via mijn Wakker en Bereid podcast.

Voor heel wat mensen heeft deze crisis trouwens ook oude (herinnerings)pijn doen heropleven evenals ook nieuwe gebaard, ik besprak dit trouwens iets dieper via deze 3 verhelderende metaforen. Hoe kwetsbaarder mensen waren voorheen des te groter de kans op een langer durend traumatiserend effect op lichaam en geest.

Soms lees je dat trauma ‘een nachtmerrie is die komt terwijl we wakker zijn’ en dat klopt ergens (letterlijk verwijzend naar de alles omwentelende ‘shock’) maar m.i. werkt het evengoed andersom, namelijk ‘een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen zijn’. Dat is natuurlijk gewaagd geschreven hoor ik sommigen denken, en dat klopt ook wel. De slachtofferrol of -positie is vaak een hele lastige om te willen verlaten, niet in het minst in het licht van onze relaties met anderen. Het vraagt gigantisch veel introspectie en moed om zich los te maken van de eigen verhalen – nl. deze waar het ego zich in wentelt – enerzijds, en anderzijds om ons te willen herverbinden met anderen vanuit een diepere visie en noodzaak en op een geheel andere wijze.

Van gewone tot traumatische events

Traumatische ervaringen en perioden doorworstelen, het vergt een enorme inspanning, doorzettingsvermogen en de juiste steun en omkadering om dit te doen. Lijden is niet enkel pijnlijk, het heeft ook een transformerende kracht. Of het nu in religie, poëzie, filosofie of literatuur is – het algemene begrip van hoe pijn nuttig kan zijn, is helemaal geen nieuw concept. Ik schreef in 50 wijsheden voor een lichter leven over wat ik autobiografisch en via cliënten-in-pijn hierover heb geleerd.

Grosso modo zijn er 3 soorten gebeurtenissen (events) in ons leven: de normale, de ingrijpende en de traumatische. Over de normale kunnen we kort zijn: deze gaan over de alledaagse weinig ingrijpende gang van zaken, geen echte hoogtes of laagtes, waar we op de zgn. automatische piloot drijven. De ingrijpende events, deze kunnen positief – de zgn. ‘hoogtes’ – zijn (bijv. geboorte, huwelijk, promotie) of negatief – de zng. ‘laagtes’ – van aard zijn (bijv. verlies dierbare, accident, ontslag), en deze halen ons steeds uit onze comfort- of geautomatiseerde zone. De traumatische events, deze zijn het zwaarst en in se altijd negatief en vooral destructief geaard. Ze kunnen collectief (bijv. oorlog, epidemie) en individueel (bijv. agressie, misbruik van macht) voorkomen in diverse vormen en tijdspannes. Hoe destructiever het event hoe groter de kans op problematieken nadien (angst- en stemmingsklachten, PTSS, verslavingen, psychosomatische ziektes). Ingrijpende gebeurtenissen kunnen ook een traumatische impact hebben, afhankelijk van de kwetsbaarheid op dat moment of oude pijn die daardoor heropflakkert (zie artikel metaforen).

Heel veel psychische, somatische, relationele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dit vooral voer is voor dieper zelfonderzoek, analyse en zelfs therapeutische begeleiding. Jammer genoeg behelpen we ons te vaak veel te oppervlakkig (jawel zelfs met overdreven positivisme) onder het mom van “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”. Maar zo werkt het natuurlijk niet, weerklinkt het bij dieptepsychologen, daarbij verwijzend naar het Jungiaanse kerncitaat ‘Wat je niet in je bewustzijn brengt, zal je verschijnen als lot’.

De talrijke ‘beperkingen’ en ‘vernauwingen’ waarin we terecht komen als basis leren zien van een potentiële (weder)geboorte, het blijft in tijden van globale verzieking, onlineverslaving en opgebrand zijn een gigantische uitdaging. Het uitklaren van, het stilstaan bij wat donker, oud en zuur is, het begrijpend leren en het leren doorbijten en doorzetten, vragen veel meer tijd en moeite (ook al leidt dit finaal tot structureel duurzamere veerkracht).

Post-traumatische groei (PTG) en veerkracht

Een vader-alcoholieker had twee zonen. De ene werd eveneens een alcoholieker en geraakte aan lager wal. De andere werd een succesvol ondernemer. Op de vraag wat de oorzaak van hun parcours was antwoordden ze beiden “mijn vader was een alcoholieker”. Waarin ligt het verschil? Gewoonweg toeval, een speling van het lot, of is er meer in het spel?

De Amerikaanse psychologen Tedeschi en Calhoun wijzen er al langer op dat ingrijpende en ontregelende situaties en alle daaruit voortvloeiende (existentiële) vragen niet enkele kunnen leiden tot posttraumatische stress (PTSS) maar ook posttraumatische groei (PTG, ofte het ‘bloeiende proces’ van Post-Traumatic Growth).

PTG is een mogelijk positief veranderproces dat volgt na een (reeks) onverwachte negatieve gebeurtenissen. In essentie dus een vorm van zelfverbetering die men ondergaat na het ervaren van levensuitdagingen. Zo is het is niet toevallig dat we bijv. in deze periode van sociale afzondering meer solidariteit en appreciatie van menselijk contact zien opduiken, alsook nieuwe vormen van (tele)’werken’. Crisissen herinneren ons aan onze kwetsbare status en maken ons alerter voor wat werkelijk van belang is, ook al werkt dit meestal maar voor even..

PTG sluit de pijn en de angst van het moment niet uit, maar het stuurt onszelf in de richting van een authentieker en zinvoller leven. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen meestal in staat zijn om na dit soort indringende gebeurtenissen het leven op een andere manier aanpakken. Ze vertonen een grotere veerkracht bij volgende tegenslagen en meer realiteitszin. Ze begrijpen dat wat hen overkomt op zich geen macht hoeft te hebben op hoe ze het willen verwerken. Ik ging er ook dieper op in in het artikel 2 instructies die je leven kunnen veranderen. In die zin kan PTG als een psychologische transformatie die volgt op een (reeks van) stressvolle ervaring(en) ook begrepen worden als ‘een uitdagende manier om het doel van pijn te vinden, en dus verder te kijken dan de (on)bewuste strijd er tegen’.

De 5 kenmerken van PTG

Interessant en diepzinnig allemaal maar hoe herkennen we het verschil nu? Wel, de positieve transformatie van PTG weerspiegelt zich volgens de heren Tedeschi en Calhoun in een of meer van de volgende vijf gebieden:

  • Het durven omarmen van nieuwe kansen zowel op persoonlijk als op professioneel vlak.
  • Verbeterde persoonlijke relaties en meer plezier door samen te zijn met mensen van wie we houden.
  • Een verhoogd gevoel van dankbaarheid voor het leven.
  • Grotere spirituele verbinding.
  • Verhoogde emotionele kracht en veerkracht.

PTG kan zich heel divers uiten, in stilte, in kracht maar ook in toenemende zelfexpressie; soms ook als onzelfzuchtige hulp aan anderen, of als verdiept zelfinzicht en waarachtige zelfacceptatie. Er zijn massaal veel voorbeelden hiervan, in mijn eigen leven, dat van cliënten en denk ook zelf maar eens na over hoe je zelf je als mens, ouder, partner ‘gegroeid’ bent doorheen het vaak pijnlijke proces van tegenslagen. PTG verwijst naar onze natuurlijke veerkracht en naar het belang van meer te denken vanuit de ‘waartoe (leidt dit allemaal)- dan de ‘waarom (overkomt mij/ons dit nu)-vraag.

Hier zijn tot slot enkele voorbeelden van hoe posttraumatische groei er klassiek kunnen uitzien:

  • Ouders die hun kind aan kanker of door suïcide hebben verloren die geld inzamelen voor verschillende organisaties of goede preventiegerichte doelen.
  • Overlevenden van terroristische aanslagen worden vaak vriendelijker en accepteren meer anderen. Veel van hun gedragsverandering is te danken aan het trauma waarmee ze zijn geconfronteerd.
  • Oorlogsslachtoffers en soldaten die veilig terugkeren uit de strijd krijgen een breder perspectief op het leven.
  • Mensen die op jonge leeftijd een dierbaar persoon verliezen zijn veel dankbaarder voor wat ze hebben dan anderen van hun leeftijd. Een kind dat zijn moeder heeft verloren, kent bijvoorbeeld de waarde van moederlijke genegenheid en zou waarschijnlijk emotioneler volwassen zijn dan andere kinderen van haar leeftijd.
  • Koppels die hertrouwen nadat ze hun eerste echtgenoot hebben verloren, ontwikkelen vaak een diepere en transparantere relatie. Het eerdere trauma waarmee ze in het verleden zijn geconfronteerd, zet hen ertoe aan het heden te waarderen en de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties die ze nu hebben te verbeteren.

– Steve Van Herreweghe –

De gemiddelde Vlaming checkt plusminus 150x/dag zijn smartphone, waarvan 28% diens mails. De rest wordt verdeeld over allerlei sociale ea. apps. Google en Apple hebben nu ook zelfs hun aandacht verschoven naar meer ‘well-being’ en introduceerden niet zolang geleden oa de ‘schermtijd-app’, om ons smartphonegebruik in de gaten te houden. Ook dealers hebben blijkbaar een hart..

En volgens verslavingsexperts klopt het excuus niet dat “we geen tijd hebben”, aangezien gemiddeld genomen een volwassene 4u/dag neust in en kleeft aan diens toestelletje. Deze ‘checkhouding’ heeft met het bevredigingshormoon ‘dopamine’ te maken, een natuurlijke beloningsdrug, waaraan we megaverslaafd zijn. Face it.

Met zijn allen (dopamine)verslaafd

Ik stel het al lang vast, en ‘t gaat van kwaad naar erger: online zijn is de roes, de smartphone de nieuwe drug. Als dopamine-junkies willen we steeds op de hoogte zijn en blijven, zien en gezien worden, geliket en gevolgd worden. Vandaag misschien het sociale sterretje van de dag, morgen het object van eenieders lach. We scrollen, filteren, posten, verzamelen, (ont)vrienden en swipen er gedreven op los. De maatschappij lijkt het van ons te vragen, te eisen zelfs: steeds meer geautomatiseerd, korter, sneller, efficiënter. De hyperactiviteit, hoogsensitiviteit, uitputting, en andere aandoeningen nemen we er ook gewoon bij. We fixen het wel met psy-pil, powernap, Redbull, online shopping & ‘hot or not’ zijn op Instagram. Graag kant-en-klare oplossingen (zo goedkoop mogelijk, op maat, en liefst nu aub), want the (rat)race continues…

Contactarmoede, het maakt me triest en ‘t moet van mijn hart. Ik belichtte het reeds in het licht van mijn 8-minuten wandelingetje richting ‘t kantoor (toen nog) te Gent.

Binnen en buiten mijn dagelijkse praktijk stel ik onthutsende dingen vast die om meer aandacht schreeuwen. Het lijkt er namelijk steeds meer op dat we het afgeleerd of moeilijker hebben met de volgende individuele en collectieve fenomenen:

  • tegenslag, verlies, trauma op een rustige en natuurlijke wijze te verwerken
  • echt naar elkaar te luisteren, elkaar aan te spreken, werkelijk betrokken te zijn
  • echt contact te hebben met ons lichaam, ons denkapparaat en onze gevoelswereld
  • gewoon blij te zijn, te spelen en echt plezier te maken
  • bij het eigen (levens, werk, relatie) plan te blijven
  • harmonieus te (blijven) communiceren en relateren
  • de juiste (dosis) verantwoordelijkheid op te nemen
  • de ander te zien en soms eens belangeloos te helpen

Welkom in de ‘wegwerp- en verdwaalmaatschappij’, waar vermoeide en kompasloze zielen lijden aan infobesitas, geleid door de dorstige kapitein ‘ego‘, geautomatiseerd het pad opgaand als compulsieve ééndagsjournalist, met het schermpje als symptoom van én middel tegen emotionele en culturele verarming.

Het nieuwe roken, zeg maar, waarbij de tijd en vooral de kwaliTIJD steeds meer in virtuele rook lijkt op te gaan. “Who cares?” We doen het toch met zijn allen? Bijna toch, en steeds meer, steeds langer, het straatbeeld, de huislijke en allerhande sociale ontmoetingsplaatsen spreken voor zich. Pure droefheid is het. Zo virtueel verbonden met elkaar en tegelijk zo vervreemd van elkaar in de realiteit.

Corona- e.a. virussen maken ons wakker van onze werkelijke verbinding met elkaar, maar dat we elkaar voortdurend ‘besmetten’ met sociale afwezigheid, dat dringt amper door. Waar we ook zijn, daar zijn wel zelden echt. Het is al lang geen gevaarlijke trend meer maar een status praesens. We geven nooit thuis, noch in lijf, noch bij de ander. En dit terwijl gezien en geliefd zijn de motor blijft. Hoe paradoxaal, en triest..

Groeiende eenzaamheid

Dit is geen louter pessimistisch betoog, het is een oproep, een wakkerschudder voor de grootste pandemie van het moment: vereenzaming.

In zijn boek ‘Het gebroken hart: medische gevolgen van eenzaamheid’, schetst Dr. James Lynch recente ontdekkingen die uitleggen hoe dergelijke uiteenlopende sociaal isolerende ervaringen als schoolfalen, echtscheiding en alleen leven een gemeenschappelijke ziekte delen, een “communicatief ongemak” dat letterlijk de macht heeft het menselijke hart breken. Hij adviseert ons daarbij vooral dat “oefeningen om de communicatieve gezondheid te verbeteren” net zo serieus moeten genomen worden als dat oefeningen op loopbanden dat voor de lichamelijke gezondheid betekenen.”

Het is nu ook zelfs wetenschappelijk aangetoond dat aanhoudende eenzaamheid even nefast is voor ons immuunsysteem als 15 sigaretten/dag. Er zou namelijk een significante wisselwerking bestaan tussen cytokine (een afweerhormoon) en het sociale interactiepeil. In mensentaal: hoe meer en beter de interactie en het sociaal gevoel hoe weerbaarder men zich voelt en ook werkelijk is. In de UK hebben ze reeds een minister voor eenzaamheid die deze teneur beleidsmatig bewaakt en nationale acties coördineert. Ondertussen rijst ook hier steeds meer de nood aan sociale innovatieve projecten, aan laagdrempelige co-creatie ter bevordering van emotioneel en gemeenschapswelzijn, aan minder contact via schermpjes, aan elkaar aanspreken, de luister(kwali)tijd verhogen, aan back-2-basics als je het mij vraagt.

Bottom line is dat zo lang mensen zich niet realiseren dat ze verslaafd zijn is de brug naar dieper commitment een brug te ver. Vervreemding van zichzelf is de basis van relationele en emotionele armoede. Eigenliefde is de sleutel doorheen de eigen hardheid en tot het hart van anderen. Onze verslaafde en verdwaalde samenleving zal dus meer dan 30 dagen tournées behoeven om uit de greep van individuele en collectieve compulsiviteit en verstrikking te geraken.

Van online naar inline. Hoe dan?

Online kennen we. Maar kennen we inline?

In lijn zijn met jezelf, met je omgeving, met anderen, met de natuur, de wereld om je heen? Hoe verbonden ben jij met je lijf, je hart, je ziel, met je afkomst, je roots, je talenten, je schaduwen, je potentieel? Hoe belangrijk is werkelijke levenskwaliteit voor jou, en durf je dat ook te eisen van je omgeving, je dierbaren?

Er is amper nog voeling, voeling met de binnenkant, voeling met de buitenkant, voeling met de onderstroom des levens. De maatschappij mensen, dat zijn wij, verwerping daarbuiten weerspiegelt de verwerping naar onszelf, het begint dus in de eerste plaats bij onszelf. Maar beseffen we dat wel? En willen we dat onder ogen zien en dieper onderzoeken? Een verwerpende houding beschadigt tot diep op cellulair niveau, het schept chronische pijn en een immens groot (verborgen) verdriet.

‘De tranen die niet gehuild worden door de ogen, worden gehuild door onze organen.’ – James Lynch

Daarom een ode aan het willen ‘consuminderen, het (digitaal) detoxen, het durven verstillen en dagdromen, het bewuster ademen, het tijd maken voor verrassing en de ruimte creëren om even te pauzeren en gewoon te niksen, het ontwapenende oogcontact, het groeien in spontaneïteit en oprechtheid, de magie van de intieme verbinding, het leren luisteren tot de laatste noot, spelvreugde, gewoon het vriendelijker en lief zijn tout court.’

De fenomenen die ik hierboven beschreef, ze vragen bijzondere aandacht en we moeten ze met zijn allen (te beginnen met onszelf) dringend terug aanleren. Finaal kunnen we korte en lange reizen maken, maar de moedigste en meest duurzame trip is wel deze: van online naar meer offline, en van offline naar steeds meer inline, in baby-stapjes desnoods maar wel gedisciplineerd, omdat het nodig is, opdat we terug wakkerder en vrijer worden, rustiger worden en kunnen groeien in waarachtig zelfvertrouwen en vertrouwen in elkaar.

– Steve Van Herreweghe –

Claire’s pensioen nadert.

Ze kijkt terug op meer dan 30 jaar als zorgcoördinator in een basisschool. “Met hart en ziel een klein steentje verlegd”, spreekt haar mond sereen, terwijl haar lijf haar ingetogen bescheidenheid beaamt.

Ze vertelt over Mona, een meisje van 11. Thuis gaat papa’s aandacht naar de fles, deze van mama naar haar ziekte, en Mona, in haar jonge schoot ligt vooral de zorg voor haar jongere broer en zus.

Het viel ook juf Caro op dat Mona zich vaker afzonderde, en in onbereikbaarheid een soort ontroostbaarheid verborg. Met de steun van Claire overhandigden ze haar een zorgenpopje, of ‘worry doll’, een met de handgemaakt kleurrijk poppetje uit Guatemala. “Om het overal mee te nemen en ook onder uw kussen te leggen, want het poppetje neemt uw zorgen over zodat je heerlijk kunt slapen en ‘s morgens onbezorgd en met een glimlach kunt ontwaken.”

Met Mona ging het gaandeweg de betere kant op, ook al bleef haar thuissituatie moeilijk. Ze had Rani (zo had ze haar poppetje genoemd, naar ‘rain’, maar dan beter) overal bij zich, vond makkelijker aansluiting bij haar klas en had al enkele nieuwe vriendinnetjes gemaakt. Met dank aan juf Caro en Claire werd Mona gezien: in haar nood, in haar klein zijn, in haar (te vroeg) groot (willen) zijn ook.

Ook al houdt Claire niet zo van de schijnwerpers, het inspireerde me wel om haar in de bloemetjes te zetten en haar te danken voor dit sprekend verhaal, daar achter de coulissen van een schooltje, een verhaal over zorgzame aandacht, samenwerking en de magische kracht van een zorgenpopje.

– Steve Van Herreweghe –

“Imagine (all the people, living life in peace)”

Wie kent de legendarische song van J. Lennon nu niet? Een universeel gebed is het, groots in zijn eenvoud, een tijdloze melodie van de hoop, in soms barre tijden van toenemende vervreemding, polarisering en radicalisering.

In harmonie leren leven – echter – zowel met je directe omgeving, je belangrijkste relaties, maar ook vreemden (in alle betekenissen van het woord), dat is vaak een ander paar mouwen. Vaak kiezen we nog teveel voor de ontkenning, de ontvluchting maar ook de minimalisering van de situatie. Of, we trekken als ruiters ten strijde, om vervolgens eindeloos in conflict te (blijven) vervallen.

Een volwassen verzoenende benadering is vaak het laatste waar we aan denken. Het is trouwens in dat denken van ons dat het vaak hapert, ook al zijn we ons daar amper van bewust: we ervaren de wereld buiten ons door denkfilters en -fouten, we externaliseren, generaliseren en projecteren er op los. Mensen hebben het au fond bijzonder lastig met zichzelf en hun emoties, ‘denk’ ik dan luidop…

De paradox is dat we dit eigenlijk deep down niet echt willen, maar oude overlevings- en gedragspatronen zitten nu eenmaal diep ingebakken in ons systeem(geheugen) en sociaal DNA.

Ik verwijs in de marge ook graag naar hoe je kunt leren ruziën in stijl en ook hoe jij je ego moedig kunt tackelen om nog wijzer in verbinding te groeien.

Beter leren fil(t)eren

Verandering kan, mits we ons aangeboren onderscheidingsvermogen intelligenter leren gebruiken. Het (cognitieve) fileermes, zeg maar, dat helpt om – binnen de veelheid waaraan we worden blootgesteld – een soort mentale scheidingslijn te kunnen trekken tussen wat we wel kunnen vast-/aanpakken en wat net niet.

Je communicatie verbeteren bijvoorbeeld, het is iets wat je wel kan leren, zowel naar buiten toe (interpersoonlijk) als naar binnen toe (intrapersoonlijk).

“Ja maar, ik ben nu eenmaal zo, en door mijn opvoeding en ervaringen is dat zo gelopen”, is een populair en menselijk eerste excuus.

Dat we als mensdieren grotendeels het product zijn van ons verleden, daarover geen enkele twijfel. Hoe er van kindsaf aan met ons werd gecommuniceerd heeft immense indruk gemaakt op geest, lijf, hart en ziel. En dat we naar die ‘oude stemmen’ blijven luisteren, ons leven erop inrichten en ze zelfs papegaaigewijs doorgeven staat als een paal boven water (ook al waren onze intenties anders).

Boodschappen, ze zijn pervasief, ze komen, blijven en gaan, ze geven vleugels of leggen die lam, én het zijn onze kinderen vooral die hierbij onze belangrijkste spiegels en leraren zijn (zie 12 universele boodschappen).

Sleutelzinnen die kunnen verheffen

In twee instructies die je leven kunnen veranderen en pauzeren kan je leren benadrukte ik reeds hoe belangrijk het vergroten van de verwerkingstijd is ‘tussen de prikkels die je ontvangt en de reacties die je terug verzendt’. Ik verwees hierbij naar een hulpmiddeltje, het aub-acroniem dat kan helpen: alert zijn voor wat je ontvangt, uitstel van onmiddellijke reactie en de bon-filter goed gebruiken (“is wat ik ga zeggen wel voldoende bedachtzaam, opbouwend en nuttig?”)

Hieronder som ik ter aanvulling 3 sleutelzinnen die wegwijs kunnen bieden naar een rustiger, gemoedelijker en zinvoller intermenselijk verkeer. Het zijn ‘werkzinnen’ die enerzijds helpen in het doorbreken van ‘communicatiestoringen’ met anderen, zowel in thuis-, de vrienden- als in de professionele kringen van jouw leven. En anderzijds tillen ze ook de kwaliteit van de verbinding en de relatie naar een hoger niveau op. Wees wel gewaarschuwd: het leidt tot verrassende effecten en werkt vaak heel snel!

“Jij maakt mij niet … ik maak mezelf …”

Het is niet omdat jij je boos, verdrietig, bang, ontgoocheld voelt dat deze emoties per se gelinkt zijn aan waarheid. Gevoelens – hoe echt ze ook aanvoelen – spelen zich aan de binnenkant af als resultaat van hoe wij de informatie van buitenaf zien en vervolgens verwerken.

De “Jij maakt mij niet (emotie), ik maak mezelf (emotie)” – zin is een uitdagende blikopener van formaat omdat het je confronteert met eigenaarschap over je innerlijk leven. Vooral bij heftige emoties gaan we vaak projecteren op de omgeving en maken we die omgeving verantwoordelijk voor wat we voelen. We gaan in de aanval, kruipen in de verdediging of trekken een muur op, zoals ik oa. hier besprak.

Ik besprak deze sleutelzin tevens als belangrijke woededemper in functie van het bewaren van je eigen macht en het 100% opnemen van je verantwoordelijkheid in de situatie. Jouw emotie als een intern product leren beschouwen, namelijk een complex samenspel van automatische gedachten, overtuigingen, neigingen en onderliggende verlangens, is dé volwassen opdracht.

Een alternatief op deze sleutelzin is “het voelt als waar aan, maar is daarom niet echt”. Daardoor geef je erkenning aan het gevoel zonder het als een absolute waarheid naar de ander te gooien.

“Ik ben niet meer, niet beter dan jij”

De bron van veel communicatielijden ligt in een bewust of onbewust streven naar macht. Het diepere egoverlangen om een sociale situatie onder controle te houden levert een oeroud strijd- en steekspel met als titel ‘gelijk willen hebben en winnen’. Het probleem is echter dat deze honger naar macht zelden wordt gestild en dus nooit echt (innerlijke) peis en vree schept.

“Ik ben niet meer, niet beter dan jij” is daarom een sleutelzin die niet enkel rust maar ook een diepere hartconnectie mogelijk maakt. Persoonlijk en in mijn werk drijft het mij om te luisteren zonder oordeel, om de mens achter de façade te zien en mezelf er in te herontdekken ook. Het is wat me heeft bevrijd van oordeel en strijd en me onderweg toegankelijker en nederiger maakte voor overvolle hoofden, gekwetste harten en verdwaalde zielen.

Het is een sleutelzin die ijs doet smelten, gesloten deuren kan openen, wapens laat vallen en bruggen bouwt over rivieren van angst, strijd en eenzaamheid. Het cultiveert een houding die weliswaar blijvende alertheid en moed vraagt en op de vraag “waar en wanneer kan ik hiermee aan de slag gaan?” is het antwoord: daar waar je nu bent en bij elke volgende ontmoeting met de mens die jouw pad kruist.

Ongeacht of het om een ouder, kind, partner, collega, familielid, vriend, vijand of vreemde gaat, met die ene zin baan jij je een weg naar een nieuwe wereld waarin de waan van individualiteit en vervreemding beetje bij beetje opgaat in een sfeer van dieper bewustzijn, voeling en gemeenschappelijkheid.

“Jij bent mijn spiegel, en ik de jouwe”

‘We zijn niet een druppel in de oceaan’, zo sprak Rumi, ‘we zijn de oceaan in een druppel’.

De gelijkheids- en universaliteitsgedachte. Ofwel de ander als spiegel zien (en gebruiken) in plaats van als doelwit. Wat een wereld van verschil schep je door “Jij bent mijn spiegel …” te denken. Niet eenvoudig, zeker niet bij spanning, maar o zo leerrijk!

Het geldt trouwens als één van de grote gemene delers in veel psychodynamische, spirituele e.a. levensbeschouwelijke theorieën. En bovendien wordt dit steeds meer door de kwantumwetenschap gedragen, namelijk dat er ‘een allesomvattend elektromagnetisch kwantumveld bestaat waarbinnen alles en iedereen met elkaar is verbonden via niet-zintuiglijk waarneembare ‘draden’ én buiten de tijd- en ruimtedimensie.

Iedereen heeft een geschiedenis, een verhaal, behoeften en een nog af te leggen weg. En, iedereen worstelt achter de schermen wel met ‘iets’, groots of kleins. Of het nu om jouw vriend, een vreemde, maar ook een eventuele tegenstander gaat, denk daaraan. Doorprik jouw strijd om macht, trek je eigen aannames in twijfel en stel je nieuws- en leergierig open voor het contact.

Tot (voorlopig) slot. Voorbij elk oordeel op zoek (blijven) gaan naar het mooie en de diepere versie van de ander, maakt je niet enkel toegankelijker maar ook immens aantrekkelijker. En bovendien geef je die ander de gelegenheid om zichzelf te herontdekken zoals hij werkelijk is, voorbij alle schijnbaarheid en boodschappen die hem hebben gevormd en getekend…

– Steve Van Herreweghe –

Op een winterse morgen hoorde ik een Vlaamse radiostem diep zuchten: “de helft van de Vlamingen zijn volgens een recent onderzoek ongelukkig”…

De werkelijke armoede van een zgn. welvaartsland is niet langer van feitelijke maar van emotionele aard. Compulsieve scrollers zijn we geworden, van bericht naar bericht, op zoek naar (n)iets, automatisch piloterend van punt A naar Z, gestuwd en dus geleefd door vreemde agenda’s en afglijdend in ‘meer, beter, sneller’, net als verdwaalde dopamine-junkies, met vervreemding van zichzelf en anderen als neveneffect. In tijden van nooit geziene digitale interconnectiviteit lijkt het erop dat de kloof tussen elkaars harten en zielen zelden groter is. Vroeger sprak men nog over muren tussen mensen, nu zijn het schermpjes geworden.

En toch. Elke morgen opnieuw probeer ik het – tijdens mijn 8-minuten-wandeling – naar het bureau in hartje Gent: oogcontact met anderen, een glimlach misschien. Mensen zijn zo gehaast, zo verdwaald in gedachten, in tijd en smartphone, kijken zo afwezig, vaak bedrukt en slaperig voor zich uit. En toch blijf ik het doen, het houdt mij wakker, in verwondering ook, wanneer een enkeling het erop waagt. Oogcontact, basis van verbinding, hoe eenvoudig kan het zijn. Blikken die zich kruisen en mogelijks vermengen, in ruimte en tijd, en misschien een glimp van eenheid in verscheidenheid, van eeuwigheid in vergankelijkheid en van zin in gedeelde on-zin ervaren. Zien en gezien worden, maar dan zonder schermpjes en duimpjes als verb(l)indingsbruggen en -tools.

Hieronder een experiment van Amnesty International – geïnspireerd op de ontdekking van psycholoog Arthur Aron, zo’n 20 jaar terug, dat 4 minuten in elkaars ogen kijken mensen werkelijk dichterbij kan brengen. Het experiment – waarbij vluchtelingen en Europeanen tegenover elkaar werden gezet – werd (niet toevallig) uitgevoerd in Berlijn: de stad, die in de eerste plaats een symbool is van het overwinnen van de scheidslijnen, en ten tweede het centrum van het hedendaagse Europa lijkt te zijn.

Werkelijk zien en gezien worden, met naast oogcontact vooral ook spontaneïteit als sociaal maizena. Want niet zozeer de held- maar vooral de ‘kindhaftigheid’ in onszelf is aan herwaardering toe.

“Minder online, meer inline” is dan ook mijn motto voor 2018, en ik daag jullie uit. Want ook al leven we in een steeds transparantere wereld – waar het voyeurisme menige universele inzichten heeft gebaard en dus ergens een stiekeme vorm van verbondenheid in verscheidenheid heeft gecreëerd – stel ik echter vast dat veel mensen nog al te vaak verkrampen bij natuurlijke spontaneïteit en assertiviteit. Op zich geen drama, maar ‘te strak’ en ‘te geremd’ in woord, daad en dus keurslijf, kan finaal leiden tot milde en ook wel ernstige problemen op biopsychosociaal én professioneel vlak.

We functioneren nog teveel vanuit afweging en via de reageermodus, waarbij ‘overleven’ primeert boven ‘waarachtig leven’, ‘aanpassen’ het nog steeds haalt van ‘inpassen’, ‘vullen’ wint van ‘voeden’, ‘vermijden’ voorrang krijgt op ‘verzoenen’ en ‘maskeren’ belangrijker lijkt dan ‘exprimeren’. Daarom een ode aan en warme oproep voor de complexloze alledaagse spontaneïteit (in elk van ons): het vertrouwen op eerste impulsen, het alerter en opmerkzamer zijn, het sneller uiten van ongenoegen, het opkomen voor wat je ok maar vooral niet ok vindt, je binnenkant laten blinken aan de buitenkant. Want finaal kan men enkel in helder water – ontdaan van al het troebele en andere kleurstoffen – echt diep gaan kijken.

Laten we, naast het meisje in de regen, ook de driejarige Madeline als voorbeeld nemen en terug opgaan in ervaringen, mensen maar ook dieren en dingen alsof we ze voor het eerst (en misschien wel het laatst zullen) zien en beleven.

– Steve Van Herreweghe –

“Wie teveel naar vakantie verlangt, leeft verkeerd.”

Als doordenker kan dit wel tellen, niet? Het klopt ook, in waarheid en hopelijk ons ook (een beetje) meer wakker. Wakker waaruit dan? Uit het “doen,doen,doen” en “moeten, moeten, moeten” – deuntje waarmee we onszelf en anderen blijven opjagen en zelfs irriteren, tot het deuntje zelfs uitmondt in een doffe cynische klaagzang. Moderne voorbode van burn-out, empathie-, levens- e.a. moeheden.

We lijken wel duracellkippen geworden, met onze AAA – batterijen ontzettend in het rood: in Ademnood hijgend, zuchtend – vol van kleine en grotere Angsten – en steeds Agressiever in woord en (over)daad, opgejaagd door vreemde agenda’s, rennend naar (n)ergens, en troost zoekend in gezonde en minder gezonde afrodisiaca.  En dit i.p.v. gezond en wel het groen in: de stroom des levens Accepterend – er zich wijs aan Adapterend – en met correct assertieve Acties er doorheen groeiend.

Wel, hoe tevreden ben jij eigenlijk? Ja jij! En neen, niet enkel over je werk, maar over jezelf, je relaties, je ontwikkeling? Check eens – als je wilt en tijd hebt – via deze quick scan hoe het met je globale tevredenheid, je prioriteiten en aandachtspunten op diverse levensdomeinen is gesteld.

De kom van je leven

Op een dag werd een oude professor gevraagd een lezing te geven over efficiënt tijdsbeheer. Hij nam het woord en zei: ‘Laten we beginnen met een experiment’. Hij haalde een aardewerken pot onder de tafel vandaag en zette die voorzichtig voor zich neer. Daarna nam hij een twaalftal grote stenen die hij voorzichtig in de pot legde. Toen deze gevuld was, richtte hij zijn blik langzaam naar zijn publiek en vroeg: ‘Is deze pot vol?’. Deze vraag werd unaniem met ‘ja’ beantwoord. De professor bukte zich opnieuw en nam een pot met kiezelsteentjes. Minutieus goot hij ze over de stenen. De kiezeltjes vielen tussen de stenen tot op de bodem van de pot. Opnieuw vroeg de professor: ‘Is deze pot vol?’. Zijn toehoorders begrepen zijn opzet en één van hen antwoordde: ‘Waarschijnlijk niet…’. Daarop haalde de professor onder de tafel een zakje met zand vandaan, dat hij aandachtig in de grote pot leeggoot. Het zand vulde de plaats tussen de grote stenen en de kiezelsteentjes. Wederom vroeg de professor: ‘Is deze pot vol?’. Ditmaal schudde zijn publiek eensgezind het hoofd. ‘Goed’, zei de professor, en alsof iedereen het verwachtte, nam hij een kannetje water en vulde de pot tot de rand en vroeg: ‘Welke grote waarheid laat dit experiment ons zien?’. De moedigste antwoordde: ‘Het laat zien dat onze agenda nooit zo gevuld is als we wel denken en dat er, als we het echt willen, nog altijd wel wat tijd is voor meer afspraken en meer activiteiten’. ‘Nee’, zei de professor, ‘daar gaat het niet om … de grote waarheid die in dit experiment schuilt, is de volgende: als je niet eerst de grote stenen in de pot doet, krijg je ze er achteraf nooit meer in’. ‘Wat zijn jouw grote stenen in jouw leven: je familie,  je vrienden, je dromen, gezondheid? Als we meer belang hechten aan de futiliteiten zoals het zand en de kiezelsteentjes, zullen ze alle plaats in beslag nemen en blijft er geen tijd meer over voor de belangrijkste dingen in het leven. Daarom mag je niet vergeten jezelf de vraag te stellen wat de grote stenen van je leven zijn, om ze vervolgens in de pot te leggen’.

Het is een heel herkenbaar menselijk fenomeen dat we pas echt grondig in actie schieten wanneer we vaak al ‘te ver’ in de alarmfase vertoeven. Uitstelgedrag, het is des mensen. Wachten tot het begin van een nieuw jaar om de goede voornemens (terug) uit de diepvries te halen is in feite totaal ineffectief als strategie. Wachten op ziekte hoeft al evenmin. Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden, schreef een wijze ooit. Een regelmatige en dus structurele reflectie (dagelijks, wekelijks, maandelijks) daarentegen werkt veel constructiever.

De Australische palliatieve verpleegkundige Bronnie Ware verzorgt mensen op hun sterfbed. Zij schreef het boek ‘The Top Five Regrets of the Dying’. Deze vijf punten sluiten naadloos aan bij het carpe diem en het memento mori beginsel en niet in het minst Abraham Lincolns wake – up quote dat “op het einde niet zozeer de hoeveelheid jaren in je leven tellen maar eerder de hoeveelheid leven in je jaren.”

Enkele ‘take – away’ BOODSCHAPPEN (inclusief oefening) vanuit het experiment :

1. Krijg zicht op JOUW bokaal

Evolueren of veranderen vertrekt steeds vanuit een confrontatie met de realiteit, jouw realiteit. En dit kan je zelf in kaart brengen door te inventariseren waar jij al je kostbare tijd aan spendeert. Hoe ziet jouw feitelijke agenda er vandaag werkelijk uit? Uit welke ingrediënten bestaat deze? Zit er een goede spreiding in werk, privé, sociaal? Ben je gelukkig met de gang van zaken? Is er evenwicht tussen diverse domeinen (professioneel, relationeel, hobby, familie, cultuur)? Hanteer jij wel de wetenschappelijke 8 (u werk)/8 (u privé)/8 (u slaap) gezondheidsregel?

Oefening : zet je neer en noteer eens alles wat je doet van maandag – zondagavond, dit is jouw bokaal, het is tevens de vertaling van jouw prioriteiten, focus en (actueel) leven. Maak vervolgens je TO DON’T lijst eens op. Check nadien ook de vuistregels omtrent intelligent tijdsbeheer.

2. Bezinnen over je grote stenen

Heb jij zicht op je waardenschaal, jouw bucket list? Waar droom(de) jij van als kind, als tiener, als (jong)volwassene? Heb je het gevoel dat je reële agenda dicht en heel ver van je droomagenda ligt? Waar zou jij (later) spijt over hebben nooit te hebben ondernomen, gedaan, gedurfd? Wat zou ‘je toekomstige zelf’ jou adviseren? Wat als je nog 1 jaar te leven zou hebben, wat zou je dan (niet meer) doen? Wat zou je doen wetende nooit te kunnen falen? (her)Opbouw van eigenwaarde is een dagelijkse oefening, begin vandaag nog!

Oefening : maak een collage (‘moodbord’, ‘mindmap’), met in het hart jezelf en er omheen alles waar je van houdt / hield en waar je heen wenst. Proactief visualiseren begint met een inspirerend design, dat weten we van architecten. Tip : gebruik wat meer Pinterest.

3. Erover praten met anderen

Reflectie is 1 ding, het allemaal helder krijgen iets anders. ‘Praten helpt’ zo luidt het cliché, en het blijft een waarheid als een koe. Niet alleen wanneer je vastzit of jij je down voelt of zelfs helemaal het noorden kwijt. Ook om zicht te krijgen op je waardenschaal, je diepere wensen en doelen kunnen gesprekken met anderen helpen. Een goede mix van vertrouwde – neutrale en deskundige ‘anderen’ werkt nog het best. Durf hen te betrekken, tijd en steun te vragen jou om je te helpen bij de uitklaring van je diepere waarden. En als praten nog niet goed lukt, begin dan met schrijven, kleine stukjes, langere, het liefst regelmatig (15min / dag). Schrijven (‘journaling’) is trouwens een heel gezonde zelfs therapeutische start om taal te geven aan wat onduidelijk of vaag is (ook bij bij conflict en ruzie)

Oefening : werk aan een lijstje van 5-10 mensen die jou zouden kunnen helpen in je verdere onderzoek naar jezelf. Dit kunnen mensen uit je kring maar ook (en het liefst) buiten je kring zijn. Doelgerichte netwerking verhoogt je zelfsturing en veerkracht. Stuur hen een mail / smsje, of beter nog : bel hen, nu!

4. Je identiteit niet verloochenen

Leef jij je eigen leven of voel jij je eerder geleefd worden? Blijf je eerder steken in het verleden van ‘hoe (goed) het vroeger was’ of klamp je vast aan ‘hoe het zou kunnen zijn’ – fantasieën, of heb je zelfs reeds die best case scenario’s opgeborgen? Veel levenswetenschappers maken in hun betogen, boeken ea media gewag van het belang van authentiek in het leven staan als basis van dieper geluk en voldoening. Voeling krijgen met wat werkelijk telt voor jou. Want wie zich beter wil voelen, dient ook het voelen te verbeteren. Tijd, ruimte en orde scheppen voor jezelf, het kan zelfs starten met 5-10 min / dag. Lang leve de reisattitude want je werkagenda moet in je levensvalies kunnen passen, nooit omgekeerd!

Oefening : denk eens na en schrijf neer wat je zou doen mocht je slechts nog 1 jaar te leven hebben. Wat zou je minder doen, wat meer, waarmee zou je stoppen, wie zou je opzoeken, met wie zou je breken, waar zou je heen willen gaan, welke oude dromen zou je van onder het stof halen, enz. En giet dit in een persoonlijke wensenkaart.

5. Van reactief naar proactief

Veel mensen ervaren hun werk, relaties en leven als ‘reageren op de omstandigheden die hen overkomen’, of ‘brandjes blussen’, of ‘dweilen met de kraan open’. Het kan zorgen voor een daling in het controlegevoel en je mate van eigenaarschap doen afzwakken. Investeren in jezelf, je doelen, je dromen vraagt spontane en gerichte actie én dus zelfvertrouwen. Maar zelfvertrouwen groeit ook door spontane en gerichte actie. Faalangst, drempelvrees, verlegenheid, het heeft altijd betrekking met en zit vastgeroest in verhalen uit het verleden, verhalen die we zelf blijven herhalen. Om deze vervelende cirkel te doorbreken vormen creatieve fantasie en gepast assertief gedrag dé sleutel. Nieuwe verhalen creëren aan de binnenkant schept de basis voor best case scenario’s aan de buitenkant. Niemand, hoe lief, goed, deskundig ook kan je over de brug helpen naar meer zelfvertrouwen indien jijzelf niet aan die nieuwe verhalen gaat werken. Of jij nu gelooft of niet gelooft dat het kan, je hebt altijd gelijk.

Oefening :  Verdeel een A4-tje in ligstand in 5 kolommen. Uiterst links plaats je jouw frustraties. Daarnaast wat je in de plaats zou willen (wensen – doelen). Rechts ervan maak je een kolom met als titel “Ja, maar” (jouw ‘verhalen’). Rechts in de 4de kolom bedenk je een alternatieve gedachte. Uiterst rechts : “to do (+timing)”

6. Streven naar progressie ipv perfectie

Uit diverse studies blijkt een sterk verband tussen perfectionisme en (verhoogde kans op bijv.) burn – out. Perfectionisme kan motiverend maar ook verlammend en destructief werken, dit hangt af van de totale persoonlijkheidsstructuur en de effectieve graad van perfectionisme. Perfectionisten hebben een ingebakken voorkeur voor wat ontbreekt, wat nog niet af is, goed is en vertrekken vaak vanuit een te enge focus. Het is echter beter je scope te verbreden via de vragen (1) van waar kom ik (2) waar wil ik werkelijk heen en van je dromen doelstellingen maken door ze in een plan te gieten en deze te voorzien van haalbare stappen maar ook wel uitdagende deadlines. Vermijd hierbij teveel vergelijken en angstig vooruitzien en laat ‘beter worden dan wie ik gisteren was’ voortaan je motto worden.

Oefening : Lees meer autobiografieën. Lees meer tout court. Plan een 5-10 tal / boeken jaar. Suggesties : Leef voor jezelf (Ph. Mc Graw), Hoe overleef ik mijn familie (J. Cleese), Macht der gewoonte (J. Duhigg), Denken als Da Vinci (M. Gelb). Tip: maak je lijstje en recensies op via Goodreads

7. Grenzen kennen, stellen en bewaken

Verwijzend naar het homeostatisch principe is het van belang om je (biopsychosociaal en professioneel) evenwicht niet alleen te behouden maar het ook proactief te scheppen : leren doseren dus tussen moeten én willen, tussen geven én vragen, tussen activiteit én intimiteit.

Een dag bestaat finaal slechts uit 24u en deze deel je best structureel in volgens het 8/8/8 – principe. Plannen doe je best elke dag. Rust in bouwen (4x15min) is een dagelijkse maar ook wekelijkse must (4u). Verplichte bezoeken aan ouders, familie herbekijk je best, er zijn maar 52 weekends in een jaar! Kwaliteit der contact is belangrijker dan de kwantiteit. Sommige zaken moeten nu eenmaal gebeuren, da’s waar, doe het dan wel met enthousiasme, voeg meer willen toe aan het moeten, maar ook meer moeten aan het willen. Vergeet ook niet echt contact te (blijven) maken met je geliefden (op een dagelijkse basis) en als je iets nodig hebt of graag zou willen, verwacht het niet maar vraag!

Oefening : inventariseer eens je versterkende en verzwakkende relaties met anderen en zet er naast hoeveel tijd je er telkens aan besteedt. Check ook Pauzeren kan je leren en print de infografiek Relaxeren vanuit je 5 zintuigen af

8. Ongemak als voorbode van groei

Ongemak, stress, verandering, niemand die er echt van houdt. De geneeskunde ook niet. Leren omgaan met pijn is een vaardigheid die van pas komt bij nieuwe moeilijkheden en tegenslagen. Dit wordt vaak vergeten terwijl het net heel normaal – natuurlijk is gezien wij ‘voortdurende in ontwikkeling zijnde wezens’ zijn. Via dit filmpje wordt verduidelijkt wat we van kreeften kunnen leren over stress, weerstand tegen verandering en groei.

Oefening : 4xG. ga eens terug in je persoonlijke geschiedenis en lijst je dieptepunten links chronologisch op een blad (Gebeurtenis). Zet vervolgens in een kolom ernaast hoe jij ermee bent om gegaan (Gedrag) en in de derde kolom wat het Gevolg hierbij was, hoe ben je er uit gekomen, wie is in je leven gekomen, wie verdwenen, wat is er veranderd? In de laatste kolom schrijf je uit wat je liever had gehad dat gebeurde (Gewenst).

9. Schakel een mentor in

“Alleen jij kan het, maar je kan het nooit alleen”, zo luidt de centrale gedachte in een bekende organisatie voor verslavingszorg. Verslaafd zijn we ergens allemaal, aan kleine en grotere zaken. Gewoontes doorbreken vraagt enorm veel moed, wilskracht en .. helpers onderweg! Je kan veel alleen maar je hebt hulp nodig en hulp inschakelen getuigt van bijzonder veel moed, lef en proactieve intelligentie!

Succes gewenst!

Mentor nodig? Welkom!

– Steve Van Herreweghe –

‘In kwetsbaarheid een troef zien’, het is geen evidentie, noch bij onszelf, noch bij anderen.

Zeker niet in een wereld waarin oppervlakkigheid, snelheid van handelen, overmatig consumeren en compenseren voorop staan.

Geduld hebben met zichzelf en anderen, voorbij de façade durven kijken, creatief omgaan met tekorten, gebreken en tegenslagen, het vraagt inzicht, diepgang, werkelijk commitment, rust en enorm veel empathie. We knikken ongetwijfeld instemmend, dragen misschien diezelfde boodschap met visie en graagte uit, ook al leven we er wellicht zelf nog al te weinig naar. Menselijk, dat wel, maar we moeten toch beter kunnen, met zijn allen individueel en tesaam, niet?

Hieronder een oud toepasselijk *blijft goed* – verhaaltje over coping van en leiderschap bij (of in tijden van) kwetsbaarheid. Een inspirerende tekst voor jong en oud, opvoeders, leraren en (bege)leiders die ook naadloos aansluit bij de typische gangbare HR hashtags anno 2019 ala #softskills #peoplemanagement #talentmanagement #waarderendonderzoek #creativiteit #jobcrafting e.a..

Een verhaal uit India

Een waterdrager in India had twee grote emmers waarmee hij elke dag voor zijn meester water haalde uit de put. Elke emmer hing aan één kant van een juk dat hij over zijn schouders droeg. Eén van de emmers had een barst, de andere emmer was in perfecte staat. Terwijl die tweede emmer aan het einde van de lange weg tussen de rivier en het huis van de meester een volle portie water afleverde, was tegen die tijd de gebarsten emmer nog maar half vol.
Dat ging zo twee volle jaren lang. De waterdrager leverde altijd anderhalve emmer water af in het huis van zijn meester. Natuurlijk was de goede emmer bijzonder trots op zijn prestaties omdat hij perfect voldeed aan het doel waarvoor hij gemaakt was. Maar de arme gebarsten emmer was beschaamd om zijn gebrek en voelde zich ellendig omdat hij maar de helft kon presteren van wat je van hem had mogen verwachten.

Nadat hij zich zo twee jaar lang als een mislukking had beschouwd begon hij op een dag bij de rivier tegen de waterdrager te praten. “Ik ben beschaamd over mezelf en ik wil me bij jou verontschuldigen.” “Waarom?”, vroeg de waterdrager. “Waarom ben je beschaamd?” “Omdat ik de laatste twee jaar slechts in staat ben geweest een halve portie water af te leveren. Door die barst in mijn zijwand verlies ik voortdurend water onderweg naar het huis van je meester. Door mijn falen moet jij zo hard werken en krijg je niet het volle loon voor je inspanning”, antwoordde de emmer.

De waterdrager begon te lachen en zei: “Als we dadelijk teruggaan naar het huis van mijn meester moet je eens goed opletten op jouw kant van de weg”.
En inderdaad: toen ze de heuvel opliepen zag de gebarsten emmer dat de berm volstond met prachtige wilde bloemen en dat bracht hem troost. Maar aan het einde van de reis voelde hij zich toch weer ongelukkig omdat de helft van het water was weggelopen en hij verontschuldigde zich opnieuw bij de waterdrager omdat hij gefaald had.

De waterdrager bekeek de emmer en zei: “Heb je dan niet gezien dat er alleen maar bloemen groeien langs jouw kant van de weg en niet langs de andere kant? Dat komt omdat ik altijd al wist dat je een beetje lekte en ik heb daar mijn voordeel mee gedaan. Ik heb bloemzaadjes geplant aan jouw kant van de weg en elke keer dat we terugkwamen van de rivier heb jij ze water gegeven. En zo heb ik twee jaar lang telkens prachtige bloemen kunnen plukken om de tafel van mijn meester mee te versieren. Als jij niet zou zijn zoals je nu eenmaal bent dan zou zijn huis er nooit zo prachtig uitzien.”

En zo heeft ieder van ons zijn eigen kleine en grote (p)“lekken” – bekend of verborgen voor onszelf of de anderen. Het zijn onze zgn. tekorten, onze limieten, onze blinde vlekken die we veelal afstoten met zuchten van schaamte, spijt en schuld. Ingebakken en in feite onnodige aspecten van zelfminachting, die afstammen van oude én wederkerige verhalen, boodschappen over onszelf, onze waarde, onze wereld die impact hebben (gehad) op onze wortels en vleugels in het leven. Over gezonde en voedende boodschappen, lees dit stuk.

Het vraagt bijzondere moed anders te leren kijken naar imperfecties van onszelf en des levens, de bestaande vertwijfeling ook kwetsbaar te durven uitspreken, en zicht leren krijgen op hoe die unieke ‘verzwakkingen’ als troeven kunnen bijdragen aan jouw leven, het leven en de mensen rondom jou. En misschien vergeet het lot ook jou niet en laat het je dragen, begeleiden of omringen door een gelijkaardig warm, liefdevol en creatief medemens.

Ik wens het je alvast van harte toe!

– Steve Van Herreweghe –