Ik schrijf dit artikel in tijden van ‘Coronaberoering’.

Begin april werd ik gevraagd om het zwaar getroffen WZC De Meers te begeleiden, in het bijzonder het personeelskader. Het virus had een ware ravage aangericht en met een ongeziene snelheid voor een besmettings- en overlijdensgolf gezorgd. Niemand die het kon blijven volgen en behappen, temeer omdat ook het personeel massaal uitviel.

De Meers is – met meer dan 300 bedden en 200 personeelsleden – het grootste woon- & zorgcentrum van W-Vlaanderen. En alhoewel de woonzorgcentra niet meteen in de aandacht kwamen verschoof onderweg (terecht) meer en meer de focus hiernaar. De statistieken spreken (dd. juni 2020) voor zich: in België 9500 overlijdens bijna 2/3 in de (55) wzc. In De Meers stierf tot op heden 1 op de 5 bewoners (60 in totaal).

Crisis- en arbeidspsychologische begeleiding was dan ook geen overbodige luxe, laat staan een sinecure. Het getroffen centrum leek op een echte ‘warzone’, waar vooral paniek, wanhoop en verslagenheid overheerste. Hier was niemand op voorbereid. Gelukkig herstelde – in lijn met de algemene statistieken (plusminus 98%) – het merendeel van de besmette bewoners en personeelsleden. Het blijft natuurlijk bang en vooral Corona-vermoeid afwachten wat de volgende maanden gaan ontwaren. De implicaties van deze crisis zijn dan ook – vanuit alle (expert)hoeken bekeken – onvoorspelbaar, pervasief en tot op zekere hoogte traumatiserend te noemen. Want, deze Coronapandemie baarde tegelijk ook parallelle pandemieën van angst, woede, economische en psychosociale overdruk of stress.

Metaforen

“Een klop van de hamer” …”‘t Licht ging uit” … “Aan de voordeur van de hel” … “Door de zure appel bijten” … “Licht op ‘t einde van de tunnel”... Het waren alomtegenwoordige verzuchtingen; beeldspraak die trouwens iedereen meteen (gevoelsmatig) begrijpt, want een beeld, het zegt nog steeds meer dan 1000 woorden. Dank je wel aan de metaforen, ze werken net als verhalen: verhelderend, verlichtend (in alle betekenissen), en versterkend.  

Ook omtrent (het begrip van) crisisbegeleiding bestaan er diverse metaforen zoals bijv. een reisgids die ‘gepakt en gezakte reizigers doorheen een bijzonder lastige bergtocht wil leiden, niet wetend wie en hoe men het zal halen’, en dat geldt ook allerminst voor de reisgids dezes..

In de marge. Elke vorm van psychologische begeleiding bij een crisis doorloopt standaard een aantal fasen. Er is de acute shock-, de recuperatie- en de rehabilitatie- of groeifase. Ook in het WZC De Meers is dat niet anders (geweest). De begeleiding geschiedde dientengevolge op alle niveaus binnen de organisatie én via diverse methoden: actieve presentie, groepsdebriefing, individuele sessies, (indirecte) bewonerszorg en psychoeducatie. De volgende 3 metaforen werkten daarbij bijzonder inspirerend en zelfs creatief crisisverheffend.

1. Crisis als wekker

Is een crisis als een nachtmerrie die komt terwijl we wakker zijn, of eerder een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen waren?

“Crisis, het zorgt voor (meer) beweging”

Niet enkel deze Coronapandemie maar au fond elke crisis fungeert als een actieve wekker. Het maakt ons wakker, gewild of ongewild, ongeacht onze bewustzijnsstaat; veelal wakker uit een soort slaperige – dromerige – geautomatiseerde staat. Een staat waarmee we onze tijd doodden, een staat ook die zelden echt in de diepte bevredigt, tot spijt van wat we onszelf vaak vertelden. Dit geautomatiseerde leven geldt als een soort ‘normaal’ waarbij we slaafs door het geheel van onze gewoontes (existentieel) in slaap worden gewiegd, de lett. en fig. slaapstoornissen van deze tijd inbegrepen. Ik leefde me er in Minder online en meer inline kritisch in uit.

Zoals de dagelijkse wekker wakker maakt en typisch menselijke reacties uitlokt: van paniekerig, verveeld tot neutraal en blij dat de dag weer begint; zo loopt het in feite ook wanneer een crisis (als wekker) uitbreekt: alhoewel de reacties zeer uiteenlopend kunnen zijn, zijn deze nog het meest op angst en verzet gebaseerd. Het hamsteren en andere impulsieve op zekerheidgerichte acties staan nog heel vers in het geheugen.

Deze vrijgekomen ‘wat-gebeurt-er-nu-en-wat-moet-nog-komen-angst’ heeft typische kenmerken: ze komt in golven, is vrij intens zijn, gericht op overleving en kan naast motiverend soms ook verlammend gaan werken. Zoals ik in de mini-podcastreeks rond crisis en wijze coping belicht zijn de instinctieve en aangeleerde crisis- en stressreflexen universeel en oermenselijk: we willen de realiteit vermijden, er tegen vechten, ervan wegvluchten of zelfs ter plaatse bevriezen.

Veranderstress. Niet iedereen wil echt die donkere tunnel door, de ‘terug-naar-normaal-wens’ weergalmt vanop elk balkon en bovendien wordt deze angst jammergenoeg ook op allerlei manieren ge- en misvoed door media, traditionele geneeskunde en andere politieke en economische agenda’s.

Wakker (geschud) worden kan best pijn doen en kan aanvoelen als een vorm van ‘verdoving die is uitgewerkt’. En in de comfort- en quick-fix cultuur waarin we leven is het devies om ‘pijn ten allen tijde te vermijden en te bestrijden’. In het (sterk aan te raden) artikel “de valkuil van (zelf)medelijden” beschrijf ik waarom de ‘underdogpositie’ niet enkel een universeel menselijk fenomeen is maar tevens aan de basis ligt van een verzwakte individuele en collectieve veerkracht.

Soms lijken we te zijn vergeten dat onze belangrijkste leer- en groeiprocessen nooit echt pijnvrij waren en dat onze verworven veerkracht en vertrouwen is gestut op bijzonder veel moeite en doorzetting. De keuze ligt steeds in het besef en gebruik van het vermogen om positief – creatief gevolg te leren geven aan wat jou in negatieve zin lijkt te overkomen, ook wel (modern) post-traumatische groei (PTG) genoemd. Let wel, geen enkel oordeel hierover! Elke mens verwerkt beproevingen volgens diens eigen kwetsbaarheid, verhaal, mogelijkheden en ondersteuning op dat moment!

2. Crisis als vergrootglas

Wanneer het leven aan je boom schudt, wat wil het dan anders, misschien, dan dat je doorheen de nu kaalgeworden takken duidelijker de hemel kan zien?

“Crisis, het maakt (iets) zichtbaar”

Als de maskers aan moe(s)ten, vallen ze ook dikwijls af. Wat vòòr een crisis niet zo goed liep (ook al ontkenden of verdrongen we dit), komt vervolgens (on)gewild nog duidelijker in beeld. De kans is dus bijzonder groot dat – onder een verhoogde (crisis)druk – de kwalitatieve mate van gezondheid, afstand-nabijheid, voldoening, communicatie en integriteit van en met jezelf, je partner, kinderen, je collega’s, je chef(s) mogelijks zal – ont’mask‘erd worden. De vooraf bestaande kwetsbaarheid wordt als het ware ontmanteld en komt helemaal bloot te liggen, en met de verhoogde crisisalertheid en inherente nood aan nabijheid wordt elk contrast hiermee des te pijnlijker aangevoeld.

Door de ingrijpende slagkracht maakt een crisis niet enkel wakkerder, maar dwingt het ons ook om onder die ‘ontstane en immense druk’ eerlijker en dieper te reflecteren op wat zich ontvouwt en niet in het minst op onze werkelijke bereidheid hierbij naar een dieper en waarachtiger engagement. Ahum..

En zet je nu schrap. In die zin spiegelt en uitvergroot ook elke crisis een (sociaal) gedrag dat reeds impliciet aanwezig was maar vooral aan het bewuste weten voorbijging. Kijken we bijvoorbeeld naar de typische ‘reactie- en zgn voorzorgsfenomenen’ eigen aan de Coronatijd – namelijk het dragen van maskers, de sociale distancing, de verdeeldheid en polarisatie in de samenleving, de bubbel – dan weerspiegelt dit tegelijk ook hoe we vòòr de crisis in het leven stonden en met elkaar verbonden waren: eerder aangepast – gemaskerd ipv ingepast – authentiek, eerder (sociaal) vervreemd-indirect ipv verbonden en rechttoe rechtaan, eerder angstig-vast in de comfortzone ipv enthousiast-vertrouwensvol gericht op (onze) groei.

‘Wat we niet ons bewustzijn brengen verschijnt ons als lot’, zo verwees C.G. Jung naar de binnen-buiten dynamiek van vergeten pijn en trauma. Heel veel psychische, somatische, relationele, professionele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dieper (zelf)onderzoek, analyse en zelfs (klinische en arbeids-)therapeutische begeleiding geen overbodige luxe vormt, vooraleer de carroussel van gewoonte (en dus verdrukking) zich weer manifesteert. l’Histoire se répète (toejours) omdat we vaak kennis en lef ontberen en we schermen met de “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”-attitude. Maar zo werkt het natuurlijk niet, en dit weerklinkt niet enkel bij dieptepsychologen en -filosofen maar vooral in toenemende zin bij de kwantumwetenschappers.

Het is m.a.w. niet omdat we in ‘voortdurende beweging’ leken te zijn dat we wel degelijk in lijn of harmonie met de diepere meer authentieke stroom des levens waren. Geleefd worden door agenda, gewoontes, oude patronen, niet bevredigende gewoontes, jobs, relaties … en toch maar verder doen, dat is om dramatische omwentelingen vragen. Crisis, het maakt dus niet enkel wakker, het herinnert ook in uitvergrote zin aan die zaken waar we al te slaperig-‘normaal’ over zijn blijven gaan.

3. Crisis als brug

Afscheid-ing, het is meestal vrij pijnlijk, alsof de huid van je verleden langzaam afscheurt. Maar kunnen we een uitgang ook ervaren als een ingang naar ergens anders? En kunnen we in het breken ook een stimulans om (nog meer) te delen zien, of zelfs het gebroken zijn als een kans tot naakte herverbinding beschouwen?

“Crisis, het verbindt en lost iets op”

Je lees het eigenlijk wel tussen de regels. Ik hou van het transformerend potentieel van elke crisis. Zelf heb ik er menige mogen en ook wel moeten doorspertelen om te kunnen evolueren tot een zichzelf respecterend, (sociaal) evenwichtig individu en ervaringsdeskundige professional.

Ook bij cliënten-en cursisten-in-pijn tracht ik sinds meer dan 20 jaar telkens deze natuurlijke doorbraaktendens te belichten en hen enthousiast te maken voor elke verborgen parel die in de brekende schelp van crisis schuilt. Een beetje naar analogie met Michelangelo’s “Ik zag een engel in het marmer en houwde tot ik hem bevrijdde”, zo is het ook zaak om zowel als hulpverlener én als wakker(geworden) mens in elk blok (probleem, crisis) het authentieke beeld te (durven en blijven) zien.

In 5 dingen waar stervenden spijt over hebben (naar het boek van B. Ware) ging het vooral over de dood als ultieme spiegel voor de gemaakte levenskeuzes en over het belang van verschuiving van ‘wat belangrijk leek te zijn’ naar ‘wat echt werkelijk telt‘. Net als de dood werkt ook crisis als een soort verbindingsbrug, een brug tussen wat je voorrang gaf en wat niet; tussen het oude (vergetene) en het nieuwe (zich ontwikkelende); tussen het hoofd en het hart en tussen harten onderling; tussen het lichamelijk (zichtbare) en het geestelijk (onzichtbare); tussen wie je beweert te zijn en wie je werkelijk bent; tussen je schijnbare en je ware roeping. In die zin kan het de kloof dichten en je als het ware terugroepen naar de kern en wat essentieel is, naar de herwaardering van vriendschap, het eigen (gezins)geluk en de herstelkracht van je (diepere) gevoelens. En dit geldt voor elk systeem: individu, relatie, groep!

Bottom line is..

Dat elke crisis – klein of groot, verwacht of onverwacht – niet enkel wakker schudt, het oude zichtbaar maakt, een brug slaat tussen wat van elkaar vervreemd was maar bovendien ook een product of manifestatie is van een (onbewuste) staat van zijn, zowel op individuele als op collectieve schaal. Op hun best zijn het dus unieke en zinvolle kansen om van ‘meer naar minder’, van ‘geautomatiseerd naar geïnspireerd’, van ‘hebben naar zijn’, en van ‘vereenzaming naar verbinding’ te evolueren. Aan ons om hen zo steeds meer te benaderen.

– Steve Van Herreweghe –

Coronatijden. Ze confronte(e)r(d)en ons met ‘halt’, duw(d)en ons naar ‘minder’, hakten in op ons pantser en ma(a)k(t)en ons bang. Ze brachten ons verder van elkaar en ook veel dichter bij essenties: bij tijdelijkheid, vergankelijkheid, bij onze gehechtheden, de (toenemende) vervreemding alsook de emotionele afstandelijkheid en zingevingsarmoede. Vrolijk, neen, dat werden we er niet echt van, de gezellige bubbelmomenten buiten beschouwing gelaten.

En voor heel wat mensen ging en gaat deze pandemie ook hand in hand met 2 andere pandemieën van deze tijd: de (financiële) stress- en eenzaamheidspandemie. Over dat laatste schreef ik een gewaagd, kritisch maar m.i. noodzakelijk stukje.

De Post-Corona vermoeidheidsklachten en behoedzaamheid houden ons nog deels op de rem, deels lonkt wel al meer en meer de gaspedaal. We zijn waarlijk door elkaar geschud, dat doen individuele en collectief zwaar ingrijpende gebeurtenissen nu eenmaal willens nillens met ons.

Crisis, trauma en verzet

Crisissen, kleine en grote, ze zijn – echter – van alle (leef)tijden, en ze presenteren zich in alle vormen, maten en kleuren. Soms lijken ze wel op mysterieuze en he(me)lse poorten en doorgangen die ons meenemen op golven van vertwijfeling en angst alsook met de valkuil van (zelf)medelijden confronteren. We reageren er vaak heel typisch menselijk op met diverse vormen van verzet: we mijden ze, overstemmen ze vaak met misplaatst positivisme, junk food, medicatie, alcohol en vele andere onderdrukkingsvormen. Finaal houden we zelden van verandering, zeker de gedwongen, het bezorgt ons veranderstress en groeipijnen. Ik zoom hier trouwens dieper op in via mijn Wakker en Bereid podcast.

Voor heel wat mensen heeft deze crisis trouwens ook oude (herinnerings)pijn doen heropleven evenals ook nieuwe gebaard, ik besprak dit trouwens iets dieper via deze 3 verhelderende metaforen. Hoe kwetsbaarder mensen waren voorheen des te groter de kans op een langer durend traumatiserend effect op lichaam en geest.

Soms lees je dat trauma ‘een nachtmerrie is die komt terwijl we wakker zijn’ en dat klopt ergens (letterlijk verwijzend naar de alles omwentelende ‘shock’) maar m.i. werkt het evengoed andersom, namelijk ‘een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen zijn’. Dat is natuurlijk gewaagd geschreven hoor ik sommigen denken, en dat klopt ook wel. De slachtofferrol of -positie is vaak een hele lastige om te willen verlaten, niet in het minst in het licht van onze relaties met anderen. Het vraagt gigantisch veel introspectie en moed om zich los te maken van de eigen verhalen – nl. deze waar het ego zich in wentelt – enerzijds, en anderzijds om ons te willen herverbinden met anderen vanuit een diepere visie en noodzaak en op een geheel andere wijze.

Van gewone tot traumatische events

Traumatische ervaringen en perioden doorworstelen, het vergt een enorme inspanning, doorzettingsvermogen en de juiste steun en omkadering om dit te doen. Lijden is niet enkel pijnlijk, het heeft ook een transformerende kracht. Of het nu in religie, poëzie, filosofie of literatuur is – het algemene begrip van hoe pijn nuttig kan zijn, is helemaal geen nieuw concept. Ik schreef in 50 wijsheden voor een lichter leven over wat ik autobiografisch en via cliënten-in-pijn hierover heb geleerd.

Grosso modo zijn er 3 soorten gebeurtenissen (events) in ons leven: de normale, de ingrijpende en de traumatische. Over de normale kunnen we kort zijn: deze gaan over de alledaagse weinig ingrijpende gang van zaken, geen echte hoogtes of laagtes, waar we op de zgn. automatische piloot drijven. De ingrijpende events, deze kunnen positief – de zgn. ‘hoogtes’ – zijn (bijv. geboorte, huwelijk, promotie) of negatief – de zng. ‘laagtes’ – van aard zijn (bijv. verlies dierbare, accident, ontslag), en deze halen ons steeds uit onze comfort- of geautomatiseerde zone. De traumatische events, deze zijn het zwaarst en in se altijd negatief en vooral destructief geaard. Ze kunnen collectief (bijv. oorlog, epidemie) en individueel (bijv. agressie, misbruik van macht) voorkomen in diverse vormen en tijdspannes. Hoe destructiever het event hoe groter de kans op problematieken nadien (angst- en stemmingsklachten, PTSS, verslavingen, psychosomatische ziektes). Ingrijpende gebeurtenissen kunnen ook een traumatische impact hebben, afhankelijk van de kwetsbaarheid op dat moment of oude pijn die daardoor heropflakkert (zie artikel metaforen).

Heel veel psychische, somatische, relationele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dit vooral voer is voor dieper zelfonderzoek, analyse en zelfs therapeutische begeleiding. Jammer genoeg behelpen we ons te vaak veel te oppervlakkig (jawel zelfs met overdreven positivisme) onder het mom van “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”. Maar zo werkt het natuurlijk niet, weerklinkt het bij dieptepsychologen, daarbij verwijzend naar het Jungiaanse kerncitaat ‘Wat je niet in je bewustzijn brengt, zal je verschijnen als lot’.

De talrijke ‘beperkingen’ en ‘vernauwingen’ waarin we terecht komen als basis leren zien van een potentiële (weder)geboorte, het blijft in tijden van globale verzieking, onlineverslaving en opgebrand zijn een gigantische uitdaging. Het uitklaren van, het stilstaan bij wat donker, oud en zuur is, het begrijpend leren en het leren doorbijten en doorzetten, vragen veel meer tijd en moeite (ook al leidt dit finaal tot structureel duurzamere veerkracht).

Post-traumatische groei (PTG) en veerkracht

Een vader-alcoholieker had twee zonen. De ene werd eveneens een alcoholieker en geraakte aan lager wal. De andere werd een succesvol ondernemer. Op de vraag wat de oorzaak van hun parcours was antwoordden ze beiden “mijn vader was een alcoholieker”. Waarin ligt het verschil? Gewoonweg toeval, een speling van het lot, of is er meer in het spel?

De Amerikaanse psychologen Tedeschi en Calhoun wijzen er al langer op dat ingrijpende en ontregelende situaties en alle daaruit voortvloeiende (existentiële) vragen niet enkele kunnen leiden tot posttraumatische stress (PTSS) maar ook posttraumatische groei (PTG, ofte het ‘bloeiende proces’ van Post-Traumatic Growth).

PTG is een mogelijk positief veranderproces dat volgt na een (reeks) onverwachte negatieve gebeurtenissen. In essentie dus een vorm van zelfverbetering die men ondergaat na het ervaren van levensuitdagingen. Zo is het is niet toevallig dat we bijv. in deze periode van sociale afzondering meer solidariteit en appreciatie van menselijk contact zien opduiken, alsook nieuwe vormen van (tele)’werken’. Crisissen herinneren ons aan onze kwetsbare status en maken ons alerter voor wat werkelijk van belang is, ook al werkt dit meestal maar voor even..

PTG sluit de pijn en de angst van het moment niet uit, maar het stuurt onszelf in de richting van een authentieker en zinvoller leven. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen meestal in staat zijn om na dit soort indringende gebeurtenissen het leven op een andere manier aanpakken. Ze vertonen een grotere veerkracht bij volgende tegenslagen en meer realiteitszin. Ze begrijpen dat wat hen overkomt op zich geen macht hoeft te hebben op hoe ze het willen verwerken. Ik ging er ook dieper op in in het artikel 2 instructies die je leven kunnen veranderen. In die zin kan PTG als een psychologische transformatie die volgt op een (reeks van) stressvolle ervaring(en) ook begrepen worden als ‘een uitdagende manier om het doel van pijn te vinden, en dus verder te kijken dan de (on)bewuste strijd er tegen’.

De 5 kenmerken van PTG

Interessant en diepzinnig allemaal maar hoe herkennen we het verschil nu? Wel, de positieve transformatie van PTG weerspiegelt zich volgens de heren Tedeschi en Calhoun in een of meer van de volgende vijf gebieden:

  • Het durven omarmen van nieuwe kansen zowel op persoonlijk als op professioneel vlak.
  • Verbeterde persoonlijke relaties en meer plezier door samen te zijn met mensen van wie we houden.
  • Een verhoogd gevoel van dankbaarheid voor het leven.
  • Grotere spirituele verbinding.
  • Verhoogde emotionele kracht en veerkracht.

PTG kan zich heel divers uiten, in stilte, in kracht maar ook in toenemende zelfexpressie; soms ook als onzelfzuchtige hulp aan anderen, of als verdiept zelfinzicht en waarachtige zelfacceptatie. Er zijn massaal veel voorbeelden hiervan, in mijn eigen leven, dat van cliënten en denk ook zelf maar eens na over hoe je zelf je als mens, ouder, partner ‘gegroeid’ bent doorheen het vaak pijnlijke proces van tegenslagen. PTG verwijst naar onze natuurlijke veerkracht en naar het belang van meer te denken vanuit de ‘waartoe (leidt dit allemaal)- dan de ‘waarom (overkomt mij/ons dit nu)-vraag.

Hier zijn tot slot enkele voorbeelden van hoe posttraumatische groei er klassiek kunnen uitzien:

  • Ouders die hun kind aan kanker of door suïcide hebben verloren die geld inzamelen voor verschillende organisaties of goede preventiegerichte doelen.
  • Overlevenden van terroristische aanslagen worden vaak vriendelijker en accepteren meer anderen. Veel van hun gedragsverandering is te danken aan het trauma waarmee ze zijn geconfronteerd.
  • Oorlogsslachtoffers en soldaten die veilig terugkeren uit de strijd krijgen een breder perspectief op het leven.
  • Mensen die op jonge leeftijd een dierbaar persoon verliezen zijn veel dankbaarder voor wat ze hebben dan anderen van hun leeftijd. Een kind dat zijn moeder heeft verloren, kent bijvoorbeeld de waarde van moederlijke genegenheid en zou waarschijnlijk emotioneler volwassen zijn dan andere kinderen van haar leeftijd.
  • Koppels die hertrouwen nadat ze hun eerste echtgenoot hebben verloren, ontwikkelen vaak een diepere en transparantere relatie. Het eerdere trauma waarmee ze in het verleden zijn geconfronteerd, zet hen ertoe aan het heden te waarderen en de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties die ze nu hebben te verbeteren.

– Steve Van Herreweghe –

De gemiddelde Vlaming checkt plusminus 150x/dag zijn smartphone, waarvan 28% diens mails. De rest wordt verdeeld over allerlei sociale ea. apps. Google en Apple hebben nu ook zelfs hun aandacht verschoven naar meer ‘well-being’ en introduceerden niet zolang geleden oa de ‘schermtijd-app’, om ons smartphonegebruik in de gaten te houden. Ook dealers hebben blijkbaar een hart..

En volgens verslavingsexperts klopt het excuus niet dat “we geen tijd hebben”, aangezien gemiddeld genomen een volwassene 4u/dag neust in en kleeft aan diens toestelletje. Deze ‘checkhouding’ heeft met het bevredigingshormoon ‘dopamine’ te maken, een natuurlijke beloningsdrug, waaraan we megaverslaafd zijn. Face it.

Met zijn allen (dopamine)verslaafd

Ik stel het al lang vast, en ‘t gaat van kwaad naar erger: online zijn is de roes, de smartphone de nieuwe drug. Als dopamine-junkies willen we steeds op de hoogte zijn en blijven, zien en gezien worden, geliket en gevolgd worden. Vandaag misschien het sociale sterretje van de dag, morgen het object van eenieders lach. We scrollen, filteren, posten, verzamelen, (ont)vrienden en swipen er gedreven op los. De maatschappij lijkt het van ons te vragen, te eisen zelfs: steeds meer geautomatiseerd, korter, sneller, efficiënter. De hyperactiviteit, hoogsensitiviteit, uitputting, en andere aandoeningen nemen we er ook gewoon bij. We fixen het wel met psy-pil, powernap, Redbull, online shopping & ‘hot or not’ zijn op Instagram. Graag kant-en-klare oplossingen (zo goedkoop mogelijk, op maat, en liefst nu aub), want the (rat)race continues…

Contactarmoede, het maakt me triest en ‘t moet van mijn hart. Ik belichtte het reeds in het licht van mijn 8-minuten wandelingetje richting ‘t kantoor (toen nog) te Gent.

Binnen en buiten mijn dagelijkse praktijk stel ik onthutsende dingen vast die om meer aandacht schreeuwen. Het lijkt er namelijk steeds meer op dat we het afgeleerd of moeilijker hebben met de volgende individuele en collectieve fenomenen:

  • tegenslag, verlies, trauma op een rustige en natuurlijke wijze te verwerken
  • echt naar elkaar te luisteren, elkaar aan te spreken, werkelijk betrokken te zijn
  • echt contact te hebben met ons lichaam, ons denkapparaat en onze gevoelswereld
  • gewoon blij te zijn, te spelen en echt plezier te maken
  • bij het eigen (levens, werk, relatie) plan te blijven
  • harmonieus te (blijven) communiceren en relateren
  • de juiste (dosis) verantwoordelijkheid op te nemen
  • de ander te zien en soms eens belangeloos te helpen

Welkom in de ‘wegwerp- en verdwaalmaatschappij’, waar vermoeide en kompasloze zielen lijden aan infobesitas, geleid door de dorstige kapitein ‘ego‘, geautomatiseerd het pad opgaand als compulsieve ééndagsjournalist, met het schermpje als symptoom van én middel tegen emotionele en culturele verarming.

Het nieuwe roken, zeg maar, waarbij de tijd en vooral de kwaliTIJD steeds meer in virtuele rook lijkt op te gaan. “Who cares?” We doen het toch met zijn allen? Bijna toch, en steeds meer, steeds langer, het straatbeeld, de huislijke en allerhande sociale ontmoetingsplaatsen spreken voor zich. Pure droefheid is het. Zo virtueel verbonden met elkaar en tegelijk zo vervreemd van elkaar in de realiteit.

Corona- e.a. virussen maken ons wakker van onze werkelijke verbinding met elkaar, maar dat we elkaar voortdurend ‘besmetten’ met sociale afwezigheid, dat dringt amper door. Waar we ook zijn, daar zijn wel zelden echt. Het is al lang geen gevaarlijke trend meer maar een status praesens. We geven nooit thuis, noch in lijf, noch bij de ander. En dit terwijl gezien en geliefd zijn de motor blijft. Hoe paradoxaal, en triest..

Groeiende eenzaamheid

Dit is geen louter pessimistisch betoog, het is een oproep, een wakkerschudder voor de grootste pandemie van het moment: vereenzaming.

In zijn boek ‘Het gebroken hart: medische gevolgen van eenzaamheid’, schetst Dr. James Lynch recente ontdekkingen die uitleggen hoe dergelijke uiteenlopende sociaal isolerende ervaringen als schoolfalen, echtscheiding en alleen leven een gemeenschappelijke ziekte delen, een “communicatief ongemak” dat letterlijk de macht heeft het menselijke hart breken. Hij adviseert ons daarbij vooral dat “oefeningen om de communicatieve gezondheid te verbeteren” net zo serieus moeten genomen worden als dat oefeningen op loopbanden dat voor de lichamelijke gezondheid betekenen.”

Het is nu ook zelfs wetenschappelijk aangetoond dat aanhoudende eenzaamheid even nefast is voor ons immuunsysteem als 15 sigaretten/dag. Er zou namelijk een significante wisselwerking bestaan tussen cytokine (een afweerhormoon) en het sociale interactiepeil. In mensentaal: hoe meer en beter de interactie en het sociaal gevoel hoe weerbaarder men zich voelt en ook werkelijk is. In de UK hebben ze reeds een minister voor eenzaamheid die deze teneur beleidsmatig bewaakt en nationale acties coördineert. Ondertussen rijst ook hier steeds meer de nood aan sociale innovatieve projecten, aan laagdrempelige co-creatie ter bevordering van emotioneel en gemeenschapswelzijn, aan minder contact via schermpjes, aan elkaar aanspreken, de luister(kwali)tijd verhogen, aan back-2-basics als je het mij vraagt.

Bottom line is dat zo lang mensen zich niet realiseren dat ze verslaafd zijn is de brug naar dieper commitment een brug te ver. Vervreemding van zichzelf is de basis van relationele en emotionele armoede. Eigenliefde is de sleutel doorheen de eigen hardheid en tot het hart van anderen. Onze verslaafde en verdwaalde samenleving zal dus meer dan 30 dagen tournées behoeven om uit de greep van individuele en collectieve compulsiviteit en verstrikking te geraken.

Van online naar inline. Hoe dan?

Online kennen we. Maar kennen we inline?

In lijn zijn met jezelf, met je omgeving, met anderen, met de natuur, de wereld om je heen? Hoe verbonden ben jij met je lijf, je hart, je ziel, met je afkomst, je roots, je talenten, je schaduwen, je potentieel? Hoe belangrijk is werkelijke levenskwaliteit voor jou, en durf je dat ook te eisen van je omgeving, je dierbaren?

Er is amper nog voeling, voeling met de binnenkant, voeling met de buitenkant, voeling met de onderstroom des levens. De maatschappij mensen, dat zijn wij, verwerping daarbuiten weerspiegelt de verwerping naar onszelf, het begint dus in de eerste plaats bij onszelf. Maar beseffen we dat wel? En willen we dat onder ogen zien en dieper onderzoeken? Een verwerpende houding beschadigt tot diep op cellulair niveau, het schept chronische pijn en een immens groot (verborgen) verdriet.

‘De tranen die niet gehuild worden door de ogen, worden gehuild door onze organen.’ – James Lynch

Daarom een ode aan het willen ‘consuminderen, het (digitaal) detoxen, het durven verstillen en dagdromen, het bewuster ademen, het tijd maken voor verrassing en de ruimte creëren om even te pauzeren en gewoon te niksen, het ontwapenende oogcontact, het groeien in spontaneïteit en oprechtheid, de magie van de intieme verbinding, het leren luisteren tot de laatste noot, spelvreugde, gewoon het vriendelijker en lief zijn tout court.’

De fenomenen die ik hierboven beschreef, ze vragen bijzondere aandacht en we moeten ze met zijn allen (te beginnen met onszelf) dringend terug aanleren. Finaal kunnen we korte en lange reizen maken, maar de moedigste en meest duurzame trip is wel deze: van online naar meer offline, en van offline naar steeds meer inline, in baby-stapjes desnoods maar wel gedisciplineerd, omdat het nodig is, opdat we terug wakkerder en vrijer worden, rustiger worden en kunnen groeien in waarachtig zelfvertrouwen en vertrouwen in elkaar.

– Steve Van Herreweghe –

“Imagine (all the people, living life in peace)”

Wie kent de legendarische song van J. Lennon nu niet? Een universeel gebed is het, groots in zijn eenvoud, een tijdloze melodie van de hoop, in soms barre tijden van toenemende vervreemding, polarisering en radicalisering.

In harmonie leren leven – echter – zowel met je directe omgeving, je belangrijkste relaties, maar ook vreemden (in alle betekenissen van het woord), dat is vaak een ander paar mouwen. Vaak kiezen we nog teveel voor de ontkenning, de ontvluchting maar ook de minimalisering van de situatie. Of, we trekken als ruiters ten strijde, om vervolgens eindeloos in conflict te (blijven) vervallen.

Een volwassen verzoenende benadering is vaak het laatste waar we aan denken. Het is trouwens in dat denken van ons dat het vaak hapert, ook al zijn we ons daar amper van bewust: we ervaren de wereld buiten ons door denkfilters en -fouten, we externaliseren, generaliseren en projecteren er op los. Mensen hebben het au fond bijzonder lastig met zichzelf en hun emoties, ‘denk’ ik dan luidop…

De paradox is dat we dit eigenlijk deep down niet echt willen, maar oude overlevings- en gedragspatronen zitten nu eenmaal diep ingebakken in ons systeem(geheugen) en sociaal DNA.

Ik verwijs in de marge ook graag naar hoe je kunt leren ruziën in stijl en ook hoe jij je ego moedig kunt tackelen om nog wijzer in verbinding te groeien.

Beter leren fil(t)eren

Verandering kan, mits we ons aangeboren onderscheidingsvermogen intelligenter leren gebruiken. Het (cognitieve) fileermes, zeg maar, dat helpt om – binnen de veelheid waaraan we worden blootgesteld – een soort mentale scheidingslijn te kunnen trekken tussen wat we wel kunnen vast-/aanpakken en wat net niet.

Je communicatie verbeteren bijvoorbeeld, het is iets wat je wel kan leren, zowel naar buiten toe (interpersoonlijk) als naar binnen toe (intrapersoonlijk).

“Ja maar, ik ben nu eenmaal zo, en door mijn opvoeding en ervaringen is dat zo gelopen”, is een populair en menselijk eerste excuus.

Dat we als mensdieren grotendeels het product zijn van ons verleden, daarover geen enkele twijfel. Hoe er van kindsaf aan met ons werd gecommuniceerd heeft immense indruk gemaakt op geest, lijf, hart en ziel. En dat we naar die ‘oude stemmen’ blijven luisteren, ons leven erop inrichten en ze zelfs papegaaigewijs doorgeven staat als een paal boven water (ook al waren onze intenties anders).

Boodschappen, ze zijn pervasief, ze komen, blijven en gaan, ze geven vleugels of leggen die lam, én het zijn onze kinderen vooral die hierbij onze belangrijkste spiegels en leraren zijn (zie 12 universele boodschappen).

Sleutelzinnen die kunnen verheffen

In twee instructies die je leven kunnen veranderen en pauzeren kan je leren benadrukte ik reeds hoe belangrijk het vergroten van de verwerkingstijd is ‘tussen de prikkels die je ontvangt en de reacties die je terug verzendt’. Ik verwees hierbij naar een hulpmiddeltje, het aub-acroniem dat kan helpen: alert zijn voor wat je ontvangt, uitstel van onmiddellijke reactie en de bon-filter goed gebruiken (“is wat ik ga zeggen wel voldoende bedachtzaam, opbouwend en nuttig?”)

Hieronder som ik ter aanvulling 3 sleutelzinnen die wegwijs kunnen bieden naar een rustiger, gemoedelijker en zinvoller intermenselijk verkeer. Het zijn ‘werkzinnen’ die enerzijds helpen in het doorbreken van ‘communicatiestoringen’ met anderen, zowel in thuis-, de vrienden- als in de professionele kringen van jouw leven. En anderzijds tillen ze ook de kwaliteit van de verbinding en de relatie naar een hoger niveau op. Wees wel gewaarschuwd: het leidt tot verrassende effecten en werkt vaak heel snel!

“Jij maakt mij niet … ik maak mezelf …”

Het is niet omdat jij je boos, verdrietig, bang, ontgoocheld voelt dat deze emoties per se gelinkt zijn aan waarheid. Gevoelens – hoe echt ze ook aanvoelen – spelen zich aan de binnenkant af als resultaat van hoe wij de informatie van buitenaf zien en vervolgens verwerken.

De “Jij maakt mij niet (emotie), ik maak mezelf (emotie)” – zin is een uitdagende blikopener van formaat omdat het je confronteert met eigenaarschap over je innerlijk leven. Vooral bij heftige emoties gaan we vaak projecteren op de omgeving en maken we die omgeving verantwoordelijk voor wat we voelen. We gaan in de aanval, kruipen in de verdediging of trekken een muur op, zoals ik oa. hier besprak.

Ik besprak deze sleutelzin tevens als belangrijke woededemper in functie van het bewaren van je eigen macht en het 100% opnemen van je verantwoordelijkheid in de situatie. Jouw emotie als een intern product leren beschouwen, namelijk een complex samenspel van automatische gedachten, overtuigingen, neigingen en onderliggende verlangens, is dé volwassen opdracht.

Een alternatief op deze sleutelzin is “het voelt als waar aan, maar is daarom niet echt”. Daardoor geef je erkenning aan het gevoel zonder het als een absolute waarheid naar de ander te gooien.

“Ik ben niet meer, niet beter dan jij”

De bron van veel communicatielijden ligt in een bewust of onbewust streven naar macht. Het diepere egoverlangen om een sociale situatie onder controle te houden levert een oeroud strijd- en steekspel met als titel ‘gelijk willen hebben en winnen’. Het probleem is echter dat deze honger naar macht zelden wordt gestild en dus nooit echt (innerlijke) peis en vree schept.

“Ik ben niet meer, niet beter dan jij” is daarom een sleutelzin die niet enkel rust maar ook een diepere hartconnectie mogelijk maakt. Persoonlijk en in mijn werk drijft het mij om te luisteren zonder oordeel, om de mens achter de façade te zien en mezelf er in te herontdekken ook. Het is wat me heeft bevrijd van oordeel en strijd en me onderweg toegankelijker en nederiger maakte voor overvolle hoofden, gekwetste harten en verdwaalde zielen.

Het is een sleutelzin die ijs doet smelten, gesloten deuren kan openen, wapens laat vallen en bruggen bouwt over rivieren van angst, strijd en eenzaamheid. Het cultiveert een houding die weliswaar blijvende alertheid en moed vraagt en op de vraag “waar en wanneer kan ik hiermee aan de slag gaan?” is het antwoord: daar waar je nu bent en bij elke volgende ontmoeting met de mens die jouw pad kruist.

Ongeacht of het om een ouder, kind, partner, collega, familielid, vriend, vijand of vreemde gaat, met die ene zin baan jij je een weg naar een nieuwe wereld waarin de waan van individualiteit en vervreemding beetje bij beetje opgaat in een sfeer van dieper bewustzijn, voeling en gemeenschappelijkheid.

“Jij bent mijn spiegel, en ik de jouwe”

‘We zijn niet een druppel in de oceaan’, zo sprak Rumi, ‘we zijn de oceaan in een druppel’.

De gelijkheids- en universaliteitsgedachte. Ofwel de ander als spiegel zien (en gebruiken) in plaats van als doelwit. Wat een wereld van verschil schep je door “Jij bent mijn spiegel …” te denken. Niet eenvoudig, zeker niet bij spanning, maar o zo leerrijk!

Het geldt trouwens als één van de grote gemene delers in veel psychodynamische, spirituele e.a. levensbeschouwelijke theorieën. En bovendien wordt dit steeds meer door de kwantumwetenschap gedragen, namelijk dat er ‘een allesomvattend elektromagnetisch kwantumveld bestaat waarbinnen alles en iedereen met elkaar is verbonden via niet-zintuiglijk waarneembare ‘draden’ én buiten de tijd- en ruimtedimensie.

Iedereen heeft een geschiedenis, een verhaal, behoeften en een nog af te leggen weg. En, iedereen worstelt achter de schermen wel met ‘iets’, groots of kleins. Of het nu om jouw vriend, een vreemde, maar ook een eventuele tegenstander gaat, denk daaraan. Doorprik jouw strijd om macht, trek je eigen aannames in twijfel en stel je nieuws- en leergierig open voor het contact.

Tot (voorlopig) slot. Voorbij elk oordeel op zoek (blijven) gaan naar het mooie en de diepere versie van de ander, maakt je niet enkel toegankelijker maar ook immens aantrekkelijker. En bovendien geef je die ander de gelegenheid om zichzelf te herontdekken zoals hij werkelijk is, voorbij alle schijnbaarheid en boodschappen die hem hebben gevormd en getekend…

– Steve Van Herreweghe –

14 februari. Valentijn. Ideaal moment om één van mijn overrijpe drafts rond intieme relaties de ether in te sturen. Tenslotte is het morgen alweer 15 februari…

“Op elk potje past een dekseltje”, we kennen het oude gezegde allemaal. De vraag is of we er vandaag de dag nog echt in geloven. Statistici, sociologen, filosofen en psychologen krabben sinds oudsher twijfelend over hun diepdenkende hersenpan. En net als de man in de straat ook de schrijver dezes.

Vergane duurzaamheid?

Ondanks de vele vernieuwende onlinemogelijkheden, blind-, speeddating ea. Blind Getrouwd-formules rijst steeds meer de hamvraag “of de duurzame intieme relatie nog wel bestaat, van deze tijd is en nog wel realistisch is?” En zo ja “hoe deze kan overleven in het yolo-tijdperk – waar de individualiteit de gezamenlijkheid heeft overstemd, en waar de aardse shortcut-, wegwerp- en recyclagecultuur de langetermijn- en spirituele focus heeft verdreven?

Duurzaamheid staat haaks op kortzichtigheid en snelheid. De langetermijnrelatie is bij uitstek – jammer genoeg net als veel kinderen – het ongewenste kind van deze tijd geworden. We voelen wel ergens de sociomorele druk om ermee ‘bezig’ te zijn, maar het wordt steeds meer als de spruitjes eten van toen we kleiner waren: met hele lange tanden…

In België strandt anno 2018 1 op de 2 huwelijken, treedt er binnen 1 op de 4 gezinnen een vorm van partnergeweld op (zowel van man naar vrouw als vice versa), is het gemiddelde normgezin stilaan een samengesteld gezin. Seriële monogamie, het wordt mogelijks het hoogst haalbare, afgewisseld met periodes van vereenzaming, FWB (friends with benefits), ONS (one night stands) en massa’s afterwork ea doelloze fakefeestjes. Sprookjes lijken dus al lang hun magische krachten kwijt. We zien, voelen, vrezen de realiteit met zijn allen. Klinkt verre van hoopgevend, er zijn ook uitzonderingen, gelukkig… Houden zo!

Mijns inziens is dit echter van alle tijden, alleen werden de laatste decennia door de transparantie en snelheid van informatiedeling (wat ik ten zeerste apprecieer) de huiskamergordijnen opengetrokken, kwam er meer licht op de vaak donkere intieme werelden, en werden hierdoor heel wat taboes doorprikt.

Filosofen, natuurwetenschappers, antropologen ea. mensonderzoekers bijten er sinds mensenheugenis hun tanden op stuk. Zoeken we via onze partner naar voortplantingskansen en/of zekerheid, naar volledigheid en/of aanvulling, naar romantiek en/of extase? En wat is de garantie op duurzaamheid en succes? Hoe meer scheidingen (en dus kinderen van gescheiden ouders), hoe groter het risico op scheidingsherhaling en bindingsangst later bij die dan groot geworden kinderen. Tot de jaren ’80-’90 was het eerder uitzondering dan regel, nu is een kind van nog steeds getrouwde ouders stilaan een unicum… Er wordt – in de marge – ook veel te weinig onderwijs en vorming gegeven rond relatie- en gezinspsychologie, terwijl het – samen met ADL (activiteiten van het dagelijkse leven) één van de meest essentiële pijlers is van ons zo kort en worstelende aardse bestaan.

Het eeuwige romantische ideaal

Kan het nog mooier, poëtischer, profetischer dan dit? In exact – jawel – 69 woorden drukt Khalil zich hier meesterlijk en tijdloos uit over de liefde, de intieme relatie, het huwelijk, en haar intrinsieke uitdagingen, valkuilen en problemen.

Het blijft aanspreken en de (dag)dromen voeden, ook bij mezelf, moet ik eerlijk bekennen. Soms omschrijf ik mezelf knipogend als een ex-romanticus, maar in feite klopt dat niet echt. Een post-romanticus is misschien wel juister. Een dromer blijf je nu eenmaal voor het leven, alleen – en wellicht herkenbaar bij velen – eentje die de liefde pragmatischer, wat meer berekend en ook wel collectiever aanschouwt, vanuit ontnuchtering vooral gestoeld op de dubbele “ik-ben-en-heb-ontgoocheld”-moraal.

Die belangrijke intieme ander als een ultieme reddingsboei, surrogaat-ouder, bron van geluk, tijdverdrijf of als invulling van (existentiële) leegte beschouwen, het is nu eenmaal des mensen, ook al kent het een vervaldatum én heeft het een niet te versmaden prijs.

Liefhebben kan je leren

De ervaring heeft mij (naast de wetenschap) geleerd dat liefhebben niet enkel een werkwoord maar vooral een levenslang leer- en groeiproces is, van vallen (in oude gewoontes) en opstaan (in nieuwe), een schoorvoetende herontdekking van wie je werkelijk bent, je licht- en schaduwkanten inbegrepen.

En verder. Dat het loslaten van alle geleende maskers – die jou bescherm(d)en tegen oude pijn en diepe wonden – een weg van lange adem kan zijn. Dat het bevrijdend werkt onbevreesd “ja” en “neen” te kunnen zeggen tegen de ander, net als tegen jezelf. En dat de evenwichtsoefening tussen afstand houden en nabij blijven een werkelijk martiale – venusiaanse levenskunst is waarbij veel introspectieve oefening – en vooral heldere en frequente communicatie de blijvende centrale pijlers vormen.

Tot (voorlopig) slot. Leren liefhebben in een (ludieke) notendop:

1. vòòr je in relatie gaat: je sterktes eren, je verleden omarmen, je doelen kennen, reizen, in zelfzorg en -respect groeien, humor cultiveren

2. vòòr je vreemd gaat: zie 1, hulplijn(en) inschakelen, een afgebakende time-out inlassen, van perspectief wisselen, het niet doen

3. vòòr je breekt met iets of iemand: zie 1-2, scenario’s uitwerken en doorleven, je omgeving erbij betrekken 

4. vòòr je alle relaties verbrandt: zie 1-2-3, een huisdier nemen, verdiepen in fauna & flora, oude connecties opzoeken

5. vòòr je jezelf opgeeft: zie 1-2-3-4, vernieuwing scheppen, anderen helpen, een hoger ideaal zoeken

Lukt het steeds moeizamer, neem gerust contact op

Succes ♥♥♥

– Steve Van Herreweghe –

Spijkers met gaten

Er was eens een jongen met zeer weinig zelfbeheersing. Zijn vader gaf hem een zak spijkers en zei tegen hem dat elke keer als hij zijn zelfbeheersing verloor, hij een spijker in de achterkant van de schutting moest slaan. De eerste dag sloeg de jongen 37 spijkers in de schutting. Over de volgende paar weken, toen hij leerde om zijn kwaadheid onder controle te krijgen, werd het aantal spijkers dat hij in de schutting sloeg geleidelijk aan minder. Hij zag in dat het gemakkelijker was om zijn zelfbeheersing niet te verliezen, dan al die spijkers in de schutting te slaan. Uiteindelijk, kwam de dag dat de jongen zijn zelfbeheersing niet meer verloor.

Hij vertelde dit aan zijn vader en zijn vader stelde voor dat de jongen nu voor elke dag dat hij zijn zelfbeheersing behield hij een spijker uit de schutting haalde.

De dagen gingen voorbij en de jonge man was eindelijk zover dat hij zijn vader kon vertellen dat alle spijkers waren verdwenen.

De vader nam de jongen bij de hand en ging met hem naar de schutting. Hij zei: “Je hebt het goed gedaan, mijn zoon, maar kijk nu eens naar al die gaten in de schutting. De schutting zal nooit meer hetzelfde zijn. Als je dingen zegt in woede, dan laten ze een litteken achter net als deze gaten. Je kunt iemand met een mes steken en het mes er weer uit trekken. Het maakt niet uit hoe vaak je zegt dat het je spijt, de wond zal er blijven.”

Woede, een universele emotie

Woede. We kennen het allemaal, net als het niet goed kunnen beheersen ervan.

Woede kent diverse gedaanten en is dus alomtegenwoordig. Het is een ongecontroleerde emotie die uit het niets kan tevoorschijn komen en vaak getriggerd wordt door een externe situatie of persoon.

Woede en agressiviteit zijn besmettelijk.  Ongeacht waar het zich afspeelt: in huis, in het verkeer, op het werk, op social media of in het wilde weg. Het heeft met spiegelneuronen te maken en het activeert onmiddellijk ons overlevingsmechanisme dat zetelt in het oude reptielenbrein: (terug)vechten of (weg)vluchten. Begrijpelijk dus dat wanneer het in ‘jouw veld’ te warm wordt door taal of gedrag van een verhitte ander, dat je dan zelf ook gaat gloeien. Het gloeien hoeft echter niet te betekenen dat je er naar moet handelen.

Woede is altijd 100% jouw emotie, de projectie ervan op de situatie, het afreageren op allerlei manieren 100% jouw verantwoordelijkheid.

Gelukkig maar. Want dit betekent dat jij wel degelijk 100% controle kunt ontwikkelen over deze destructieve en toxische energie.

Excuses en mythes

Je eigen woede beheersen. Het is één van de moeilijkste vaardigheden die je toch (!) kunt ontwikkelen.

Echter, heel vaak verschuilen we ons achter de volgende ‘klassieke’ excuses en mythes:

– “Ik ben nu eenmaal zo” => gedrag is als kledij, je kan het veranderen, yes you can!
– “O het was niet mijn bedoeling” => je intenties tellen niet wanneer je gedrag en het effect op een ander pijn doet, draai de rollen eens om.
– “Sorry” => de ‘sorry-plaat’ is er één die best niet teveel blijft hangen. Nadenken vooraleer je praat werkt beter dan excuses. Gif of gal spugen doe je beter in het toilet.

‘Maar hoe kan het dan anders?’

Het ABC-tje van woedebeheersing

Woedebeheersing vraagt inzicht en volwassen ‘ouderlijke’ regulering. Het is oefenen in emotioneel intelligent gedrag en dus leerbaar en coachbaar. Natuurlijk is dat sneller geschreven dan gefixt in de praktijk. Introspectie, oefening en een ervaren mentor zijn hierbij imperatief. Toch zijn hier alvast enkele adviezen: 

Stop met denken dat de ander, de situatie, je werk, de maatschappij verantwoordelijk is voor jouw innerlijke emoties. Het leven buiten je houdt je slechts een spiegel voor en daagt je uit na te denken over je eigen keuzes, je koers, je reactiepatronen, je demonen, je verleden en je toekomst.

Start met denken “jij maakt mij niet boos, ik maak mezelf boos.” Dit en nog twee andere sleutelzinnen kunnen echt voor een doorbraak van jewelste zorgen en vormt trouwens de basis van het boeddhistische zelfreguleringsprincipe.

Onderzoek je denkfouten alsook (!) de wortels van je kwaadheid. Beloftes maken, teren op mooie intenties, het werkt – net als overdreven positivisme – echt niet! Hoe intenser je woede, hoe ouder je pijn en hoe dieper je verdriet. Je zal merken dat niet de actuele situatie noch persoon aan de basis ligt, maar een langer en vaak vergeten verleden.

Experimenteer ook met de transformerende woededempers van pauze, kalmte, plezier en humor. Het cultiveren van deze dempers in je leven, je agenda, je hoofd, je activiteiten bevordert de kwaliteit in je werk, relaties en leven.

‘En wat bij moeilijke relationele situaties?’

Check bijvoorbeeld deze spelregels. Het ABC-tje kan hierbij ook helpen:

Afleiding

Jezelf of de ander afleiden van het object of subject van de woede.

Wees de lamp ipv de lont en schakel over naar een helikoptermodus, activeer daardoor de innerlijke beschouwer, stop met jezelf boos te maken, stop met reageren, verschuif je focus van onmacht naar waar je wel macht (over hebt), verlaat desnoods (even) de situatie, koel af, kijk weg, adem in adem uit, beschouw vanuit rust.

Blootstelling

Eens de temperatuur is gezakt – en de ander ook emotioneel ‘beschikbaar’ is – de situatie op tafel leggen en er volwassen naar kijken, het aanpakken. De confrontatie durven aangaan. Want conflictvermijding is alleen goed in de eerste fase.

Het is raadzaam de situatie of de persoon meer vanuit mededogen en begrip te benaderen, spreek uit wat je voelt en dat je de situatie of ander wil begrijpen, luister, luister nog meer (dan je praat).

Correctie

Dit betreft een ander gedrag tonen, het vragen of voorstellen. Het gaat om het herstellen van veiligheid en vertrouwen.

Benoem je eigen aandeel zonder ‘(ja) maar’, stel de ander de vraag hoe die zich voelt, wat die zou willen, waar de pijn zit, wat die nodig heeft en wat jij kan doen. Verwoord ook voor jezelf hetzelfde naar die ander. Geef je grenzen aan en luister naar deze van de ander. Oefenen met ‘als…dan…’. Schakel eventueel een mentor of bemiddelende derde in.

Onthoud vooral het volgende:

“Beschadigde mensen beschadigen mensen, tot een veranderde houding de verhouding verandert.”

Liefhebben is veel meer dan een werkwoord. Wees aub bij ‘verhitting’ wat meer de held en wat minder het slachtoffer.

En jawel, oefening baart kunst…!

Good luck!

– Steve Van Herreweghe –

Op een winterse morgen hoorde ik een Vlaamse radiostem diep zuchten: “de helft van de Vlamingen zijn volgens een recent onderzoek ongelukkig”…

De werkelijke armoede van een zgn. welvaartsland is niet langer van feitelijke maar van emotionele aard. Compulsieve scrollers zijn we geworden, van bericht naar bericht, op zoek naar (n)iets, automatisch piloterend van punt A naar Z, gestuwd en dus geleefd door vreemde agenda’s en afglijdend in ‘meer, beter, sneller’, net als verdwaalde dopamine-junkies, met vervreemding van zichzelf en anderen als neveneffect. In tijden van nooit geziene digitale interconnectiviteit lijkt het erop dat de kloof tussen elkaars harten en zielen zelden groter is. Vroeger sprak men nog over muren tussen mensen, nu zijn het schermpjes geworden.

En toch. Elke morgen opnieuw probeer ik het – tijdens mijn 8-minuten-wandeling – naar het bureau in hartje Gent: oogcontact met anderen, een glimlach misschien. Mensen zijn zo gehaast, zo verdwaald in gedachten, in tijd en smartphone, kijken zo afwezig, vaak bedrukt en slaperig voor zich uit. En toch blijf ik het doen, het houdt mij wakker, in verwondering ook, wanneer een enkeling het erop waagt. Oogcontact, basis van verbinding, hoe eenvoudig kan het zijn. Blikken die zich kruisen en mogelijks vermengen, in ruimte en tijd, en misschien een glimp van eenheid in verscheidenheid, van eeuwigheid in vergankelijkheid en van zin in gedeelde on-zin ervaren. Zien en gezien worden, maar dan zonder schermpjes en duimpjes als verb(l)indingsbruggen en -tools.

Hieronder een experiment van Amnesty International – geïnspireerd op de ontdekking van psycholoog Arthur Aron, zo’n 20 jaar terug, dat 4 minuten in elkaars ogen kijken mensen werkelijk dichterbij kan brengen. Het experiment – waarbij vluchtelingen en Europeanen tegenover elkaar werden gezet – werd (niet toevallig) uitgevoerd in Berlijn: de stad, die in de eerste plaats een symbool is van het overwinnen van de scheidslijnen, en ten tweede het centrum van het hedendaagse Europa lijkt te zijn.

Werkelijk zien en gezien worden, met naast oogcontact vooral ook spontaneïteit als sociaal maizena. Want niet zozeer de held- maar vooral de ‘kindhaftigheid’ in onszelf is aan herwaardering toe.

“Minder online, meer inline” is dan ook mijn motto voor 2018, en ik daag jullie uit. Want ook al leven we in een steeds transparantere wereld – waar het voyeurisme menige universele inzichten heeft gebaard en dus ergens een stiekeme vorm van verbondenheid in verscheidenheid heeft gecreëerd – stel ik echter vast dat veel mensen nog al te vaak verkrampen bij natuurlijke spontaneïteit en assertiviteit. Op zich geen drama, maar ‘te strak’ en ‘te geremd’ in woord, daad en dus keurslijf, kan finaal leiden tot milde en ook wel ernstige problemen op biopsychosociaal én professioneel vlak.

We functioneren nog teveel vanuit afweging en via de reageermodus, waarbij ‘overleven’ primeert boven ‘waarachtig leven’, ‘aanpassen’ het nog steeds haalt van ‘inpassen’, ‘vullen’ wint van ‘voeden’, ‘vermijden’ voorrang krijgt op ‘verzoenen’ en ‘maskeren’ belangrijker lijkt dan ‘exprimeren’. Daarom een ode aan en warme oproep voor de complexloze alledaagse spontaneïteit (in elk van ons): het vertrouwen op eerste impulsen, het alerter en opmerkzamer zijn, het sneller uiten van ongenoegen, het opkomen voor wat je ok maar vooral niet ok vindt, je binnenkant laten blinken aan de buitenkant. Want finaal kan men enkel in helder water – ontdaan van al het troebele en andere kleurstoffen – echt diep gaan kijken.

Laten we, naast het meisje in de regen, ook de driejarige Madeline als voorbeeld nemen en terug opgaan in ervaringen, mensen maar ook dieren en dingen alsof we ze voor het eerst (en misschien wel het laatst zullen) zien en beleven.

– Steve Van Herreweghe –

“Love Is All We Need”

En toch slagen we er vaak niet in om deze diepmenselijke behoefte te erkennen bij onszelf en bij onze dierbaren..

Waar we wel in slagen zijn ‘spelletjes spelen’ om verbondenheid manipulatief en soms destructief af te dwingen.

Het is één van de vele relatiemythes dat ruzie maken nodig is om een stevige relatie uit te bouwen. Niets is minder waar. Diverse vormen van ruzie laten zonder pardon onuitwisbare sporen na en knagen aan de binnenkant, en dus ook buitenkant van elke relatie. Het moet dus echt veel korter en gerichter (zie ook andere spelregels) en het liefst zo weinig mogelijk.

Onze noden versus ons hechtingsalarm

De behoefte aan verbondenheid is een fundamentele menselijke behoefte en na de ouders in de kindertijd en onze peers onderweg zijn het vooral de partner(s) en kinderen bij wie we deze behoefte hopen ingevuld te zien. Wanneer we deze verbondenheid met hen dreigen te verliezen ontstaat er hechtingspaniek, slaat ons hechtingsalarm aan, maar drukken we dit – vaak onwetend en compulsief – en dus allesbehalve op de juiste manier uit.

De Amerikaanse professor J. Gottman – die wordt beschouwd als de Einstein van de liefde – bracht naast zijn wetenschappelijke inzichten omtrent oa ‘hoe de quality-time tussen geliefden te verhogen’ (zie de magische 5 uur). ook de metafoor van de ‘Vier ruiters van de Apocalyps’ (verwijzend naar het Oude Testament, in casu de Openbaringen van Johannes: de 4 ruiters die een ‘rampspoed’ aankondigen).

Deze staan bij Gottman voor de 4 negatieve communicatievormen die in een intieme relatie zoveel schade kunnen aanrichten dat deze krachtige voorspellers kunnen zijn van relationeel falen en dus scheiding. Uit zijn wetenschappelijke observatiestudies blijkt dat 95% van de koppels gaat scheiden indien deze ‘ruiters’ te vaak en vooral samen optreden. Het vermogen van koppels om deze patronen te doorbreken en te veranderen (de inherente denkfouten incluis) is tevens een goede voorspeller voor de duurzaamheid van de intieme relatie.

John Gottman: “Repair during and after fight is the key to relationship success!”

De eerste ruiter:  kritiek

Deze ruiter is die van de persoonlijke aanval, de wijzende vinger, met “jij” als favoriete aanzet en de woorden “altijd, nooit” als conflictversterkers. “Er is iets mis met jou. Jij bent fout ! Jij bent alweer de vuilzakken vergeten buiten te zetten. Het interesseert je blijkbaar niet dat de garage stinkt. Jij neemt nooit je verantwoordelijkheid op”. Kritiek brengt een venijnige relatiedynamiek op gang, het levert vaak de brandstof voor een conflict en laat dit ook makkelijk escaleren. Het schept een gevechtssfeer en activeert automatisch het vecht- of vluchtmechanisme van ons instinctieve brein.

Het is enerzijds beter te leren pauzeren (zie vele tips), te oefenen met deze 3 nieuwe sleutelgedachten en je ergernis verstandig te uiten of gepast feedback te geven. Je zegt dan iets vanuit jezelf over het gedrag van de ander, zonder die onderuit te halen. Je blijft in het hier – en – nu, start met “ik”, zegt wat je observeert, deelt je gevoel en verduidelijkt je vraag. “Ik merk dat je vuilzak niet hebt buiten gezet en dat vind ik vervelend. We hadden daarover toch een afspraak gemaakt”.

De tweede ruiter: verdediging

Kritiek lokt dus een typisch instinctief gedrag uit, nl. verdediging. Bijna iedereen die zich aangevallen voelt reageert met afweer, met “Ja, maar” als veelvoorkomend begin. “Ja, maar ik heb de hele dag gewerkt en heb dan nadien nog de kinderen in het bad gezet. Ik ben dat vergeten”. Door zich te verdedigen gaat men niet in op wat de partner die ‘aanvalt’ tracht te zeggen. Het ego voelt zich bedreigd, het harnas aan, defensie voorbereid en daar gaat de energie… Men doet geen moeite om erachter te komen wat het precies is dat de ander zo stoort waardoor deze zich niet serieus genomen voelt en er vaak nog een schepje bovenop doet. Meestal gaat de verdediging dan ook weer over in een tegenaanval. “En ik dan ? Ik heb ook de hele dag gewerkt en wat als ik ook vergeet te koken of de kinderen vergeet af te halen ?”

Het is beter de actie – reactie te benoemen en te onderzoeken wat je partner zegt, proeven dus alvorens defensieve gal te spuwen. “Ik heb het gevoel me te gaan verdedigen wat ik niet wens, maar je “jij boodschap / kritiek” doet me wat pijn, kan zijn dat ik in de fout ben gegaan, kunnen we er anders over praten?”

De derde ruiter: minachting

Voor Gottman is dit de gevaarlijkste ruiter omdat hij tot doel heeft de ander bewust te kwetsen. De wapens van deze ruiter halen de ander helemaal onderuit, ontnemen de eigenwaarde en zorgen voor vernedering. Minachting kent vele gezichten: sarcastische opmerkingen, cynisme, een spottende blik, rollen met de ogen, … Minachting duikt niet plotseling op maar wortelt in ‘onuitgeklaarde negatieve ervaringen tussen beiden’ en het wordt gevoed door ‘blijvende negatieve gedachtencirkels over de partner’

Bijvoorbeeld: ‘Ben je moe? Ocharme toch! Ik ben hier ook van deze morgen vroeg op om alles gedaan te krijgen, en het enige wat jij kan doen als je thuis komt is in je zetel ploffen als een klein kind en te gaan gamen of op je gsm tokkelen. Ik heb aan jou gewoon een kind er bij.’

Het is raadzaam te onderzoeken wat onderliggend blijft steken, hoe lang geleden ook. Waar en wanneer is ‘dit’ begonnen, wat werd niet uitgesproken, waar zit men nog mee in de maag of ligt op de lever te sudderen? Oude niet-erkende en besproken pijn verzuurt de communicatie en dus de relatie. Anderzijds moet paal en perk gesteld worden en minachting buiten de intimiteit van de relatie gehouden worden. Het ABC – tje van woedebeheersing kan helpen, net als inzicht in de vele psychologische effecten. Ook het inschakelen van een professional (bemiddelaar / relatietherapeut) kan van waarde zijn.

De vierde ruiter: zich terugtrekken

Als een partner op een aanval reageert met verdediging is dat schadelijk omdat hij een conflict veroorzaakt, maar nog kwetsender is het als hij helemaal niet reageert door zich in stilzwijgen te hullen, te gaan lopen of een muur op te trekken. In het eerste voorbeeld van de vuilzakken zou dit betekenen dat de partner in kwestie niet reageert en bijvoorbeeld gewoon naar de living loopt en de TV opzet zonder een reactie te geven op zijn partner. Doordat hij zich afwendt, gaat hij een ruzie uit de weg zegt Gottman, maar ook de relatie. Er is geen contact meer, alleen nog afstand. Niets laat de ander zo machteloos achter omdat je de boodschap geeft: het interesseert me niet meer, je bent lucht voor me. Klank zonder beeld, weggaan, negeren zijn vormen van manipulatie en zeer nefast voor de veiligheid en het vertrouwen tussen beiden. Vermijdingsgedrag is des mensen, maar erken het, benoem het en vermijdt het zo veel mogelijk, zeker binnen intieme relaties. Het vraagt moed om heikel onderwerpen aan te kaarten en door te spreken maar geeft ook immens veel nieuwe energie, vertrouwen en hoop.

Liefhebben is – anno 2019 – niet enkel een werkwoord, maar vooral een leerproces van jezelf (verder) ontwikkelen in het aanschijns van die bijzondere ‘eveneens in ontwikkeling zijnde’ ander. Bezint dus, eer ge beg/mint’ én vooral smeed samen een weldoordacht strak plan om deze 4 vernietigende machten voorgoed uit jullie huis te bannen.

Good luck!

– Steve Van Herreweghe –

Het leven is een geschenk dat we vaak vergeten uit te pakken, van het wonder te genieten. Steeds verstrooid en oeverloos zoekend naar het geluk er buiten en veelal moedeloos van een kale reis terugkerend. Tot we het geschenk terug (leren) zien en het licht erin aanvaarden. Ook al is het maar voor even. Gewoontes. Nog al te vaak ‘smet op dieper geluk’…

Velen zijn ziek – en dus ook ‘zoek’ – in fundamentele eigenwaarde en innerlijke vrijheid. Velen filteren te weinig, laten toe wat komt, slikken overmatig, stellen geen grenzen. Velen missen een helder zicht op het eigen prijskaartje, en zich tevreden stellen met wat de ander (niet) biedt, blijft vaak de enige optie. Ze volgen, ze lijden, verglijden, vergeten zelf te leiden, en troosten zich met tal van vervangmiddelen en positief denken.

De ‘zeef’ van eigenwaarde is jouw belangrijkste instrument in werk, relaties en leven om uit te filteren wat voor jou echt telt: geen kaf maar koren; geen overschot maar kwaliteit; geen zilver maar goud; geen beklemming maar stroming; geen oneerlijkheid maar respect! Wie niet zeeft, die zweeft…

Werkelijke vrijheid en waarde – beste mensen – ligt dus niet aan de overkant, noch in het huis of in de agenda van de ander. Neen. Het betreft veeleer een te ontdekken innerlijke schat. Dé ultieme limiet van jouw kennen, jouw kunnen en jouw zijn grenst namelijk aan de omtrek van jouw eigen voorstellingsvermogen en schuilt in de diepte van je eigen bewustzijn en – jawel – goedkeuring.

De volgende analoge denkoefening kan helpen naar ‘heropbouw’ van eigenwaarde. Ze begint met een vraag.

Herinner jij je laatste bezoek aan een chique restaurant nog?

In het bijzijn van één of meerdere geliefden, helemaal uitgedost, welriekend, en met honger uitkijkend naar een kwaliteitsvol kader, waar jij helemaal op je wenken werd bediend. Zalig!

Wel. Die beleving, die atmosfeer, die werkelijkheid … dat is je levensrecht … niet alleen dan … maar ALTIJD!

Beschouw jouw leven, jouw wereld wat meer als een klasserestaurant waar je elke dag heen gaat. Hier volgen 10 richtlijnen.

  1. wacht niet tot één of ander feest om je mooiste kledij aan te trekken, kleed je elke dag op je best, draag parfum, je favoriete sieraden, je nieuw paar schoenen.
  2. maak jezelf mooi elke dag met wat je hebt, vergeet niet te glimlachen in de spiegel voor je wegkijkt, schenk een knipoog aan jezelf.
  3. verras je partner en kinderen onverwachts en regelmatig met een welgemeend compliment omdat zij ook schoonheid (in zich) dragen, en dit horen van een naaste warmt het hart.
  4. kijk verwachtingsvol uit naar wat en wie je zal zien vandaag, te eten en te beleven zult krijgen. Gisteren is voorbij, vandaag wacht en heeft mogelijks van alles voor je in petto.
  5. weet dat jij als klant in het leven koning(in) bent, weet heel goed wat je wilt, zo niet vergelijk en onderzoek. Vraag naar datgene wat jij wenst, kies er intens voor en eis altijd kwaliteit voor je geld.
  6. durf je ook open stellen voor het nieuwe, het onbekende, met ogen, armen en handen open, maak (oog)contact met vreemden, knik alsof het een vriend is, en vooral proef alvorens je mening te geven.
  7. geniet elke dag van gezellig en sfeervol samenzijn, wetend dat het straks misschien voorbij kan zijn, elke keer opnieuw. Zeg wat vaker ‘dank je’ en ‘zie je graag’ en vergeet je geliefden niet te kussen.
  8. praat – net zoals tijdens zo’n diner – elke dag bij met je geliefden, luister naar hun verhalen, maak ruimte voor emoties zonder te oordelen, haal oude herinneringen boven en droom, samen.
  9. socialiseer, wees geïnteresseerd en vriendelijk tegen je buren (aan tafel), vreemden zijn potentiële vrienden, weet ook dat de glimlach steeds de kortste weg is tussen mensen.
  10. deel je opgedane (genots)ervaringen met anderen en schenk hen datzelfde adres, datzelfde geluk, gedeelde smart is halve smart, maar gedeelde vreugde is altijd dubbele vreugde.

Succes!

– Steve Van Herreweghe –

Het gaat tegenwoordig snel, heel snel. We hebben het druk met 1001 dingen en “geen tijd voor” wordt stilaan een algemeen aanvaard stopzinnetje om wat werkelijk belangrijk is te verdrukken. Tot het natuurlijk niet meer kan, tot ziekte, onophoudelijk geruzie, afstand of zelfs een scheiding uitbreekt…

Kwaliteitsdenkers maken gewag van het belang van prioriteitengebaseerde tijdsbesteding, jouw persoonlijke prioriteiten. Buig je eens over je agenda en stel de hamvraag : beg/heer ik mijn agenda of beg/heert mijn agenda mij? Is er wel degelijk evenwicht tussen activiteit en … intimiteit?

Eén van dé belangrijkste waarden en pijlers van veerkracht in het leven blijft nog steeds de intieme relatie met je partner.

Een relatie is, net als een bloem, een levend organisme : het ‘wij’ kent een geboorte, groeipijnen, behoeften, een eigen karakter en een bestemming. Hou het daarom levendig, blijf het voeden, verzorg de bodem, geef het voldoende licht, water en liefde, en dit op een dagelijkse basis, liefhebben blijft een werkwoord.

Gottman, een gerenommeerd Amerikaans professor in de psychologie (Washington) bestudeerde met zijn team langdurig koppels met een zgn. sterke ‘partnerband’. Deze bleken niet enkel de 4 ruiters in bedwang te houden, maar vooral ook gemiddeld genomen per week 5 uur kwaliteitsvol met elkaar ‘bezig zijn’ … het seksueel contact zelfs buiten beschouwing gelaten. Deze magische 5 uur zorgen ervoor dat de chemie, de verbondenheid, het rustgevoel, de vitaliteit in je relatie en dus in je leven aanwezig blijft.

De Magische 5 uur:

Afscheid: zorg voordat je ‘s morgens afscheid neemt van je partner op de hoogte te zijn van een ding dat er die dag in zijn of haar leven gebeurt, of dat nu een lunch met de baas is, een bezoek aan de dokter of een gepland telefoontje met een oude vriend(in)
Tijd: 2 minuten / dag x 5 werkdagen
Totaal: 10 minuten

Weerzien: zorg aan het eind van elke werkdag voor een gesprek ter vermindering van je stress. De vraag “hoe was het vandaag schat?” gevolgd door een begripvol – vanuit een ‘wij-tegen-de-anderen’-houding – beluisteren van elkaars belevenissen, werkt heel destresserend en versterkt het gevoelsmatig en relationeel welbevinden
Tijd: 20 minuten / dag x 5 dagen
Totaal: 1 uur en 40 minuten

Bewondering en waardering: probeer elke dag een manier te vinden om oprechte genegenheid en waardering aan je partner te laten blijken
Tijd: 5 minuten / dag x 7 dagen
Totaal: 35 minuten

Genegenheid: kus elkaar, raak elkaar aan, houd elkaar vast en knuffel elkaar in de tijd dat je bij elkaar bent. Denk eraan elkaar een kus te geven voordat je gaat slapen. Beschouw die kus ook als een manier om kleine ergernissen die zich in de loop van de dag hebben opgebouwd te laten verdwijnen.
Tijd: 5 minuten / dag x 7 dagen
Totaal: 35 minuten

Wekelijkse afspraak: dit kan een ontspannen, gemakkelijke manier zijn om contact met elkaar te houden. Stel elkaar vragen om je liefdeskaarten bij te werken en richt je op elkaar. Uiteraard kan je deze afspraak ook gebruiken om zo nodig een probleem of een ruzie die je hebt gehad uit te praten.
Tijd: 2 uur / week
Totaal: 2 uur

——————————-
Algemeen totaal: 5 uur

En dan nu, aan de slag!

– Steve Van Herreweghe –