Jaarlijks worden in Europa ongeveer 250.000 kinderen als vermist opgegeven.
Wereldwijd neemt online kindermisbruik jaar na jaar toe. In 2023 alleen al werden meer dan 275.000 webpagina’s met bevestigd misbruikmateriaal geïdentificeerd. Tegelijk weten we dat deze cijfers slechts de zichtbare bovenlaag tonen. Hoe ernstiger en systemischer het geweld, hoe groter de stilte errond.

Deze cijfers zijn geen abstractie. Ze vormen de maatschappelijke context waarbinnen Beneath the Surface is ontstaan.

Sommige thema’s laten zich niet samenvatten in een mening of een standpunt. Ze vragen iets anders: aanwezigheid, betrokkenheid, zorgvuldigheid én vooral de bereidheid om te blijven kijken, ook wanneer dat ongemakkelijk is.

De documentaire Beneath the Surface ontstond precies vanuit die noodzaak. Wat begon als een symposium, groeide uit tot een film omdat de thematiek erom vroeg. Niet om harder te spreken, maar om dieper te luisteren, en om licht te werpen op het donkerste dat er is. En oh, wat voel ik me vereerd om hieraan te hebben mogen meewerken.

Waarover gaat Beneath the Surface?

Hartenvrouw en Ickonic Media schijnen in de spraakmakende documentaire.

De documentaire gaat over mind control, georganiseerd kindermisbruik, trauma en maatschappelijke ontkenning. Over vormen van geweld die zich zelden openlijk tonen, maar die zich nestelen in afhankelijkheid, geheimhouding en angst. Vormen die vaak beginnen in de kindertijd en juist daardoor zo moeilijk bespreekbaar zijn.

Wie is betrokken? Bestaat er zoiets als satanische rituelen? Hoe ontstaat trauma? Betrokkenheid van hooggeplaatste ambtenaren en het politieke systeem in Nederland. MK Ultra technieken. Vergeving, gerechtigheid en heling. 

Maar ook toont de film een reconstructie van een bestaande cold case over een twaalfjarig kind dat in een Nederlands netwerk van kinderporno en kinderprostitutie terecht kwam en nooit meer is teruggevonden.

Een ander belangrijk uitgangspunt van de film is dat trauma universeel is, dat het geen gebeurtenis is op zich, maar vooral een individuele en collectieve respons erop. Een bundeling van menselijke reacties op overweldigende dreiging, angst en intense stress, veelal diep verborgen onder het (a)sociale masker. Wat we vaak als “symptomen” benoemen, zijn in werkelijkheid sporen van overleven. Dat perspectief verschuift het gesprek: van schuld naar begrip, van oordeel naar menselijkheid.

Waarom deze documentaire – en waarom nu?

Omdat stilte geen neutraliteit is.
Omdat digitale technologie de schaal heeft veranderd.
Omdat trauma niet verdwijnt met tijd.
Omdat ontkenning ons collectief kwetsbaar maakt.

Beneath the Surface wil geen angst zaaien en geen vijandbeelden creëren. De film kiest expliciet voor bewustwording zonder sensatie, voor kritisch bewustzijn zonder polarisatie, en voor verantwoordelijkheid zonder beschuldiging.

Waarom dit thema mij persoonlijk raakt

Dit thema raakt mij bijzonder, omdat mijn leven in essentie gericht is op het ontrafelen van waarheid. Waarheidsvinding is geen abstract ideaal voor mij, maar een passie en een levenshouding. Niet omdat waarheid altijd comfortabel is, maar omdat ze noodzakelijk is.

Onrecht naar kinderen, maar ook naar volwassenen en ouderen, onrecht tout court, kan niet genegeerd worden. Het moet benoemd blijven worden. Door iedereen. Niet vanuit verontwaardiging alleen, maar vanuit betrokkenheid.

Wegkijken is geen optie in een wereld waarin we verbonden zijn in kwetsbaarheid. Wat we niet onder ogen willen zien, verdwijnt niet. Het werkt door, in mensen, in relaties, in systemen. Juist daarom vraagt dit thema om zorgvuldige aandacht en gedeelde verantwoordelijkheid.

Mijn rol in dit geheel

Ik verbind mij aan dit project vanuit mijn achtergrond in psychotraumatologie, bewustzijnswerk en systemisch kijken. Niet als iemand die antwoorden brengt, maar als iemand die ruimte wil helpen dragen voor complexe realiteiten.

In het publieke gesprek rond trauma, misbruik en mind control zie ik vaak twee uitersten: ofwel wordt het onderwerp vermeden, ofwel wordt het herleid tot simplistische verklaringen. Beide doen geen recht aan de werkelijkheid, noch aan de mensen die ermee leven.

Mijn bijdrage situeert zich precies daar tussenin: bij duidingnuance, en het bewaken van een gesprek dat menselijk blijft, ook wanneer het confronterend is.

De première: een film én een context

De première van Beneath the Surface is bewust opgevat als meer dan een filmvertoning. Ze wordt ingebed in een live context met ruimte voor reflectie en dialoog.

Filmpremière
📅 Zondag 11 januari 2026
🕐 13.00 – 18.00 uur

🎤 Openingsspeech: Andrew Bridgen (UK)
💬 Q&A: Ella Ster, Gideon van Meijeren, Steve Van Herreweghe, Heidi Gundel en Andrew Bridgen
🧭 Dagmoderatie: Sander Compagner

De bedoeling is niet om tot snelle conclusies te komen, maar om een gesprek te openen dat verder reikt dan één avond.

👉 Praktische info & tickets:
https://www.hartenvrouwproducties.nl/Documentaire-BENEATH-THE-SURFACE/

Wie wil voelen waar deze documentaire over gaat

Voor wie niet alleen wil lezen, maar ook wil aanvoelen waar Beneath the Surface over gaat, zijn er twee trailers beschikbaar die de toon, zorgvuldigheid en intentie van de documentaire weerspiegelen.

Ze zijn geen samenvatting en geven geen antwoorden. Ze openen ruimte.

🎬 Trailer 1 – Beneath the Surface
https://www.youtube.com/watch?v=MpKc14mt9E4

🎬 Trailer 2 – Beneath the Surface
https://www.youtube.com/watch?v=dkjB8RdP6g8

Tot slot: aandacht, zelfbeheersing en tijdige hulp

Deze documentaire is ook een uitnodiging tot meer aandacht voor geweld, thuis en daarbuiten. Voor wat zich afspeelt achter gesloten deuren, in relaties, gezinnen en systemen. Preventie begint niet bij schuld, maar bij zelfbeheersing, bewustzijn en het tijdig inschakelen van hulp.

En hulpverlening is er niet alleen voor slachtoffers, maar ook voor daders. Want beschadigde mensen beschadigen mensen, tot een veranderde houding de verhouding verandert. En wanneer hulp sneller en actiever wordt ingezet, kunnen patronen worden doorbroken vóór ze verder ontsporen.

Zorg dragen voor elkaar betekent ook: durven ingrijpen, durven benoemen, durven begeleiden. Niet pas wanneer het te laat is, maar precies op het moment dat spanning, onmacht en agressie nog richting kunnen krijgen. Daar ligt een gedeelde verantwoordelijkheid. Voor ons allemaal.

Steve Van Herreweghe

29/12/2025

De belangrijkste en misschien wel langste reis in ons leven is niet deze naar buiten maar deze naar ons hart.

Mijn boek ‘Circa 40 cm. Een individuele revolutie op heldenvoeten‘ gaat in essentie over moed, daadkracht en vertrouwen op een betere en vrijere staat van leven. Het draait om het principe van persoonlijke kracht en transformatie met de gemiddelde afstand van 40 cm tussen hoofd en hart symbolisch voor de reis denken naar voelen en durven.

Het ultieme doel is om jou, de lezer, de ‘held-in-wording’, te begeleiden van een ingebakken “ja maar”-slachtofferschap naar concrete “doe maar”-heldhaftigheid; je uit te nodigen en te prikkelen tot en je te vragen naar meer zelfleiderschap en een bewuster, authentieker, krachtiger en universeel liefdevoller leven (noot: baku staat vetjes omdat olifant Baku de hoofdrol opeist in het erin verweven verhaal).

Dit uitdagend leerproces vereist het vastpakken en loslaten van oude ongezonde patronen en het aangaan van een ‘nieuwe liefdesverbintenis’ met jezelf, op basis van wat ik in mijn boek heb omschreven als ‘principines‘, op groeiprincipes gebaseerde gewoontes of routines.

In dit blogartikel belicht ik deze zes belangrijkste kernboodschappen

1. Doorbreken van Geweld

Geweld is nooit geweldig. Geweld is ook alomtegenwoordig, zichtbaar en onzichtbaar, in ‘t klein en in ‘t groot. En geen enkele geweldcyclus stopt uit zichzelf. Het is daarom essentieel om alle vormen van bewust en onbewust geweld, zowel van anderen als naar jezelf en de wereld toe, actiever te doorbreken. Dit betekent het durven onder ogen zien en niet langer wegkijken. Dit betekent ook het benoemen en de confrontatie leren aangaan; leren neen zeggen, neen doen, ja zeggen, ja doen, groeien in assertiever en ethischer grenzen stellen en deze empathisch ook respecteren van anderen. En dit alles in lijn met de eed van Hippocrates “Primum non nocere” (ten eerste, niet schaden) alsook met je meest pure eerlijke zelf.

2. Overwinnen van Angst

De held-in-jou wordt opgeroepen zijn angsten te erkennen; de kleine en grotere, de nieuwe en (stok)oudere; ze niet langer te ontvluchten en voor eeuwige vermijding te blijven kiezen. Het is niet fair jezelf te (blijven) beknotten; niet fair naar je talenten toe, je kinderen noch de wereld. Jij maar ook de wereld daarbuiten verdient de beste versie van jou, jouw hartenmoed, jouw zelfvertrouwen, jouw unieke vrije complexloze jij. Door zelfonderzoek (check bijvoorbeeld de Wees niet bang – vragen), door het verbeteren van je zelfcontrole en door moedige confrontatie, alleen én met de juiste hulp, kan je echt een angstvrijer leven leren leiden. Van je eigen schaduwen je beste vrienden leren maken doet je eigenwaarde en vertrouwen groeit en vertrouwen is de basis van creatie, expressie, vrijheid en geluk.

3. Verruimen van het Zelfbeeld

‘Maar wie ben ik dan ik werkelijk?’ hoor ik wel dagelijks. Zet je schrap. Je bent niet de slotsom van je verleden, je bent niet een bundel vol tekorten, noch de verzameling van vloeken en andere projecties komende uit alle giftige hoeken. Neen. Je bent een vormgeworden lichtbundel, je bent pure magie, je bent T.O.P.: een talentrijk, ontwikkelingsgericht potentieel. Neem het maar aan, hoe sneller, hoe beter. Ontdoe aub je vastgeroest laag zelfbeeld van ziekmakend stof en gif. Herontdek je Zelf via nieuwe brillen en ervaringen. Zeg vaarwel tegen labels, leugens, rollen en oude overtuigingen die jou ten onrechte kleiner houden dan wie je in wezen bent. Je bestaat uit sterrenstof. Stretch dus die ideeën over jezelf en resoneer met dat wat wil stralen, van binnenuit.

4. Beheersen van het Denken

De belangrijkste opdracht hiertoe is het verwerven van meesterschap over je eigen denken, denklussen, je denkapparaat, oftewel je ‘interne radio’. Duizenden gedachten per dag stromen doorheen jouw radio, ze (mis)voeden je geest, je lichaam, je stemming en dus je bestemming. Je hebt wel degelijk de mogelijkheid om dit (bij) te sturen en je af te stemmen op die zenders, die frequenties die jou ten dienste zijn. Je bent je gedachten niet, je hebt de keuze om gedachten te kiezen. Gedachten zijn als bouwstenen, leer ze bewust te filteren, je ‘denk-ruis’ (check artikel denkfouten) herkennen en uitdagen. Leer actief te kiezen voor opbouwende gedachten. Door bijvoorbeeld pauzes in te lassen tussen prikkel en respons, door “er is de gedachtewolk aan … maar ik volg dit wolkje niet” te zeggen, en door andere zenders en omgevingen uit te proberen.

5. Verbeteren van het Voelen

Naast mentaal ‘werk’ is emotionele ‘hygiëne en vitaliteit’ eveneens van levensbelang. Gedachten laten chemische sporen na, ze verworden tot overtuigingen en stemmingen. Jezelf losmaken van oude patronen vereist dus ook een andere, nieuwere manier van omgaan met je gevoelens, je actuele en je dieperliggende. Ze minder negeren, minder onderdrukken, minder wegrationaliseren en ze minder projecteren op anderen (uitgelokt door triggers) is echt wel arbeid. Maar het loont. Wie zich beter wil voelen dient dus zeker het voelen te verbeteren. Leren wachten, naar binnen gaan, toetsen, luisteren naar en doorvoelen van wat daar is, daar leeft, daar wil ervaren worden en tot uitdrukking, je kan het leren. Niet de “tijd heelt wonden” wel introspectie, sensitieve aandacht en empathie. En hoe dieper je voelen gaat hoe rustiger en milder je wordt.

6. Toegewijd Handelen

Dit is de culminatie van de reis, waarbij je doordacht, doorvoeld, doorwrocht hart en ziel integreert in elke actie, klein of groot, met of zonder publiek. Het is leven vanuit je hartgeest alsof de hele wereld toekijkt, geheeld wordt, geniet en mee met jou floreert. Door jou, je diepgang, je herverbinding met je ware ik en door jouw toewijding voor alles in en rondom jezelf. Met je hart als zetel van je waarnemen, je denken, je (in)voelen, je handelen, je ondernemen, je relateren en je hanteren van moeilijke situaties. Niet je angstige, je hebberige, je bazige ik, wel je bewuste, authentieke, krachtige en universeel liefdevoller zelf aan het stuur, onderweg naar een vrijer, volwassener, voorbeeldiger en vertrouwensvoller g/leven.

Deze kernboodschappen vormen samen met de erkenning van je ‘geketende en je getekende staat’ en de innerlijke call tot niet een collectieve maar wel een ‘individuele revolutie’, de leidraad voor jou, voor de lezer, de moedige doener om te groeien als ontwaakte held-in-wording.

Good luck!

Steve Van Herreweghe

ps: Wil je mij als mentor, graag! Stuur me een mailtje, Wil je meer over mijn boek ontdekken, check. Wil je een gesigneerd exemplaar bemachtigen, klik klik. Feel free, be free.

Extra noot: voor interviews, lezingen, podcasts neem contact op via dit formulier.

‘Dit ben jij Baku. Dit ben ik, Jazeed.
Jij bent niet klein, jij bent groot, veel groter dan ik.
Groots, dat ben jij, jij machtig dier.
Jij bent niet de schaduw van je verleden. Jij bent het licht zelf. Het zijn niet de handen die jou pijn deden die over jou waken, maar de Grote Moeder zelf.
Vergeef jezelf hun ver-nietig-end zijn, en herinner wie jij bent. Kijk en zie jezelf.
Jij hoort hier, jij hoort erbij en jij bent geliefd.
Jij bent onze koning, onze hoop.
Wij houden van jou.
Ik hou van jou.
Leef en laat je grote ziel vrij.
De tijd is gekomen. De tijd is nu. Wij hebben jou nodig.’


-‘Spiegelmoment’, Jazeed en Baku, uit Circa 40 cm.

Keepers with a heart

Aan het woord is Jazeed. Hij spreekt krachtig tot het getormenteerde en ontheemde hart van de twaalfjarige weesolifant Baku tijdens een zelfherkenningsoefening (olifanten zijn een van de acht zoogdieren die zichzelf kunnen leren herkennen in een spiegel).

Jazeed is één van de protagonisten in het allegorisch verhaal verwerkt in mijn eerste boek, Circa 40 cm. Hij werkt als Keeper, ofwel hoeder, in het Naïrobi verpleegkwartier van het Sheldrick Wildlife Trust, wellicht de oudste en meest baanbrekende natuurbeschermingsorganisaties voor wilde dieren en habitatbescherming in Oost-Afrika, ontstaan ​​uit de passie van één familie. Via hun beroemde Orphans’ Project redden en rehabiliteren de Sheldricks sinds 1977 weesolifanten, neushoorns en andere wilde diersoorten in heel Kenia. Een machtig schone en bijzonder ontroerende missie is dat. Temeer omdat het hier gaat om ernstig bedreigde diersoorten (er zijn namelijk gemiddeld 95% minder olifanten en neushoorns dan een eeuw geleden).

Sinds hun start hebben de teams en hun Keepers van het SWT al 320 weesolifanten gered van ontbering en vroegtijdige dood. Met massa’s liefde, zorg en toewijding ontfermen ze zich dag en nacht over hun ontheemde en vaak getraumatiseerde ‘babies’ en ‘jonkies’. Via diverse programma’s binnen hun aangepaste vervolgunits rehabiliteren ze hen in functie van slechts één hoofddoel: terug `bevrijd’ kunnen genieten van een volwassen leven in het wild te midden van hun broeders en zusters.

De hoeders – met hun typische smaragdgroene verzorgingsjassen en rookwit padvindershoedje – zijn de vervangouders van dienst. Ze verzorgen hun olifantenwezen soms tot 24 uur per dag precies zoals hun afwezige moeders dat zouden hebben gedaan. Ze voeden hen, slapen bij hen, wandelen, spelen, masseren hun stress weg. Vleesgeworden engelen zijn het, voor wie verschil in grootte of vorm, mens of dier, niet bestaan.

Co-regulatie

‘Het is de aanhoudende liefde die het ijs laat smelten.’

Door hun onvoorwaardelijke liefdevolle nabijheid in dankbaarheid, kracht en vertrouwen, ontdooien de harten van hun geliefde kolossen. Een bijzonder samenspel is het, tussen mens, dier en natuur, alle twee- en viervoeters: de jonge en oudere wezen onder de vleugels van hun hoeders.

De herwonnen zelfwaarde en zelfliefde groeit door het vrije oord, gezien worden zoals je waarlijk bent, een resem gelijkwaardige broeders en zusters, en vooral hartgedreven helpende Keepers. Een analogie die kan tellen voor ons, menselijke zoogdieren, vervreemd van onze ware kracht en aard, gedoemd om het vaak alleen “te moeten klaren”.

Ik leerde vrij vroeg dat (bij) iedereen zowel een been als de spreekwoordelijke ‘veer’ kan breken. En dat alleen jij het kunt (hanteren), maar je het zelden alleen (kunt). En bovendien, wat fout liep in relatie mét anderen kan alleen in relatie tót anderen genezen. Co-regulatie heet dan dan in vakjargon. Het beschermende ijs rondom bevroren doch grootse harten dat eindelijk mag en kan smelten. De onvoorwaardelijke liefdevolle aanwezigheid van een rustige stem, een stabiele ander (een persoon, huisdier, groep) kan daarbij een harmoniserende hulpbron zijn. ‘Co-regulatie’ is het samen verzachten en aanpakken van de pijnlijke situatie, tussen toen en nu, en tussen nu en dan. Hoe mooi is dat!?

Co-regulatie is een zoogdierenvaardigheid. Intuïtief weten en voelen we dat wel. Het is bovendien oude wijze kennis die in veel inheemse zogenaamd ‘primitieve’ culturen gemeengoed is. De impact van een ander wezen, een roede, een commune is gigantisch, en in meervoudige richting.

Daarom onderstreep ik het waar ik kan, daarom is en blijft het mijn eeuwig verlangen en streven dat de liefdevolle aandacht voor jezelf als deze voor een ander mag groeien. Dat we samen zin uit on-zin blijven puren. Dat we wat meer ego los- en wat meer ziel toelaten. Dat we afstanden verkleinen tussen hoofd en hart en harten onderling, en dat we (terug) meer een ge-Wilde familie worden.

Trouw hoederschap, de basis van elke individuele revolutie

Individuele revoluties vragen bijzonder veel moed, wilskracht, lef en uithouding. En niet alleen bij olifantenwezen. Ook het door stress, angst en door onmacht, geautomatiseerd geteisterde wezen ‘Mens’. De kiem van elke verandering is verlangen en vertrouwen in een nieuwe contract met jezelf. Het durven aangaan van een nieuwe liefdesverbintenis, hoe onzeker en bang ook, de moed terug te vinden je open te stellen voor het Goede en het Schone in jezelf en de ander, jouw hart te voelen kloppen voor jou, en de zoekende ander-in-jou.

Liefs,
Steve

ps: Wil je iets betekenen, graag! Een comment, een mailtje, een meet & greet event, check mijn agenda. Wil je meer over mijn boek ontdekken, check. Wil je een gesigneerd exemplaar bemachtigen, klik klik. Feel free, be free.

Extra noot: voor interviews, lezingen, podcasts neem contact op via dit formulier. Een overzicht van de komende events in Vlaanderen vind je hier.

“Steeds meer nieuwe gevallen duiken op van een bijzonder aanstekelijk fenomeen, en dit overal in de wereld én op het zelfde moment. Wetenschappers staan voor een raadsel. Symptomen zijn: onbedwingbare lachbuien, spontane opwellingen van dankbaarheid, verdwijnen van angstgevoelens, het zich vrijwillig inzetten voor een groter doel en onvoorwaardelijke vriendelijkheid. Dit happy-rus zou zich razendsnel verspreiden onder mensen van alle leeftijden, ongeacht de aanwezigheid van andere aandoeningen. Men weze dus gewaarschuwd…”

Het stukje komt rechtstreeks uit mijn ‘innerlijke gazet’ van gisteren, zondagmorgen. Het stond in grote letters op de voorpagina bij het naar binnenblikken, net na het zien rondhuppelen van mijn twee dochters in de tuin. “Lekkr”, riep Emma, onze pagadder van nog geen twee, terwijl ze aan een grote roze roos rook van de veel te hoge struik. “Opletten van de doorntjes hé meissie”, riep ik er meteen bij. Onder een wit gestreepte blauwe hemel – en met op de achtergrond een koor van zingende vogeltjes – blies een zacht lentebriesje een rilling door me heen. ‘Wat kan het geluk toch heel dichtbij zijn’, dacht ik bij mezelf. ‘En waarom wordt er ipv over apenpokken, Oekraïne, mogelijke nieuwe angstverhalen, niet wat meer propaganda gemaakt over het gezonde, het mooie, het blakende, kortom alles waar we wél dankbaar voor kunnen zijn?’ Waarom krijgt het stationaire wolkendek steeds meer voorrang, ipv de zon erachter heen? Heeft men het goede opgegeven, het schone verlaten, het liefdevolle opgeborgen, het vertrouwen niet meer nodig?

Het zwarte vlekje op de witte muur

Waar je aandacht aan geeft, groeit

Het is een cliché, een universele wijsheid, maar ook een wetenschappelijk gegeven. Net als een vergrootglas werkt aandacht zowel vernauwend als versterkend. Vernauwend omwille van de selectieve focus (alles eromheen vervaagt), versterkend omwille van het inzoomende energie-gevende karakter, waarbij het kleine – zoals een zwart vlekje op een witte muur – veel groter wordt gemaakt. Groter dan het in wezen is, zowel in positieve als in negatieve zin. De psychologie buigt zich hierover al 100-en jaren en schrijft meerdere effecten toe aan dit waarnemingsfenomeen, zoals het bijvoorbeeld het focusing-effect. Hierdoor zijn misleidingen en blikvernauwingen schering en inslag en leiden ze tot denkfouten (zoals zwart-wit denken, rampdenken, generaliseren: over mensen, situaties, de wereld, ons verleden, de toekomst enz). We begrijpen de wereld om ons heen op basis van wat we geleerd hebben en kennen en filteren selectief – onbewust wat we niet geleerd hebben of kennen. Natuurlijke nieuwsgierigheid, gebaseerd op niet-weten, het vervaagt steeds meer als sneeuw voor de zon. In de plaats daarvan verschijnt het neurotisch hokjesdenken, een fenomeen dat anno 2022 heel sterk wordt gecultiveerd. Helder voor wie het ziet, pijnlijk voor wie deze ‘mentale mistigheid’ negeert. Temeer omdat het een angstcultuur voedt die ziekmakend en sociaal polariserend werkt.

Crisissen zijn doorbraken

Alles heeft een keerzijde

Ik laat mensen die worstelen met burn-out out, koppels, maar ook leidinggevenden met kopzorgen vaak bezinnen over de vraag “wat er tijdens de crisissituatie en na verloop van tijd wel is vrijgekomen, open gebloeid, veranderd in positieve zin?” En dit waarderend onderzoek brengt vaak verrassende resultaten. Men schrikt even, zoomt uit, begint zelfs de vergeten witte muur te zien. ‘Er is een scheurtje in alles’, zong L. Cohen, ‘zo geraakt het licht ook binnen’. Maar we staren als automatische en geconditioneerde piloten gefixeerd op de scheurtjes en barsten, we huilen en vervloeken om wat niet meer vlak en ‘vertrouwd’ is. Terwijl er tegelijk heel wat nieuw licht binnen dwarrelt: op onszelf in de tijd, de ruimte, met wie we verbonden zijn, waarom, en wat we doen, en vergeten te doen zijn. Het Happy-rus mag wat mij betreft de hele wereld besmetten. Temeer omdat het ook therapeutisch heel gezond en positief zingevend werkt in tijden van (seriële) tegenslag.

Pijn hebben is menselijk, leiden echter hoeft niet, er creatief doorheen groeien kan ook. Dat weten we uit de oude maar ook modernere filosofieën, we ervaren het ook in talrijke kunstvormen zoals muziek, drama, literatuur en andere artistieke expressies. De cultuur – echter – van angst, (zelf)medelijden en verzet tegen alles wat niet ‘comfortabel’ aanvoelt regeert de mens en installeert een quick fix mentaliteit, met bypassing via lichtzinnig positivisme, veel junk food, steeds meer medicatie, alcohol en vele andere verdovingen. De media bedwelmt strategisch en commercieel, de massa volgt. Niets is wat het lijkt. We moeten als mensheid terug meer naar de basis, naar de natuur, naar binnen, naar het diepere in onszelf, dichter bij waarheid, onze bronnen en elkaar. Het stationaire wolkendek van de laatste jaren en mogelijks deze die nog kunnen volgen, het is slechts ‘een realiteit’ voor wie deze blijft zien. Er zijn ook andere realiteiten.

Het Happy-rus en PTG

Je bent de hemel, de rest is slecht het weer. Pema Chodron.

De blik van een niet-wetend kind is wat we nodig hebben. Alleen door een open leerverliefde blik bruist het hart van verwondering. Want wat je niet kent kan je ook nooit herkennen, laat staan ervaren en waarderen. Het mes van snel oordeel snijdt je af van elke vorm van leren, van weten scheppen, van wetenschap, van waarheidsontvouwing. Het enige dat dit kan doorbreken is dus gezonde twijfel, nieuwsgierigheid en openheid om meer waarderend te kijken.

De Amerikaanse psychologen Tedeschi en Calhoun wijzen er in deze optiek al langer op dat bijvoorbeeld ingrijpende en ontregelende situaties en alle daaruit voortvloeiende (existentiële) vragen niet enkele kunnen leiden tot posttraumatische stress (PTSS) maar ook tot posttraumatische groei (PTG, ofte het ‘bloeiende proces’ van Post-Traumatic Growth). Ik schreef er uitgebreid hier over.

PTG is een mogelijk positief veranderproces dat volgt na een (reeks) onverwachte negatieve gebeurtenissen. In essentie dus een vorm van zelfverbetering die men ondergaat na het ervaren van levensuitdagingen. PTG sluit de pijn en de angst van het moment niet uit, maar het stuurt onszelf in de richting van een authentieker en zinvoller leven. In die zin kan PTG als een psychologische transformatie die volgt op een (reeks van) stressvolle ervaring(en) ook begrepen worden als ‘een uitdagende manier om het doel van pijn te vinden, en dus verder te kijken dan de (on)bewuste strijd er tegen’. De positieve transformatie van PTG weerspiegelt zich volgens de heren Tedeschi en Calhoun in één of meer van de volgende vijf gebieden:

  • Het durven omarmen van nieuwe kansen zowel op persoonlijk als op professioneel vlak.
  • Verbeterde persoonlijke relaties en meer plezier door samen te zijn met mensen van wie we houden.
  • Een verhoogd gevoel van dankbaarheid voor het leven.
  • Grotere spirituele verbinding.
  • Verhoogde emotionele kracht en veerkracht

Daarom heb ik een zeer sterk vermoeden dat er een niet-toevallige correlatie bestaat tussen het Happy-rus en het vermogen om tegenslagen anders, bewuster, positiever te herkaderen en te waarderen. Het slechte in ons leven is er misschien alleen maar om het beste in onszelf uit te dagen..

“Ga je mee op de trampoline papie?”, riep Sofia me uit mijn mijmering.

“Zeker meisje, ik kom eraan.”

– Steve Van Herreweghe –

Een briljant is een uniek geslepen diamant.

Diamant komt van ‘adamas’ en betekent ‘onoverwinnelijk’, ‘onverslaanbaar’. Het is met een hardheid van 10,0 op de hardheidsschaal van Mohs het hardste natuurlijke mineraal dat in de natuur voorkomt. Daar zit zijn geschiedenis voor iets tussen.

De meeste diamanten zijn tussen 1 en 3,3 miljard jaar oud. De Griekse filosofen geloofden dat in diamanten hemelse geesten leefden. De Romeinen dachten dat het tranen van de goden waren of splinters van vallende sterren. Hindoes daarentegen verwezen naar door bliksem ingeslagen stenen. In wezen zijn diamanten echter niets meer dan een brok houtskool dat de tand des tijds heeft weten te doorstaan. Houtskool ‘dat niet opgaf’, dus…

Ook wij – mensenlichamen – bestaan atomair gezien gemiddeld uit 20% koolstof. Koolstof wordt gevormd in de sterren (zoals de zon). En koolstofverbindingen (tientallen miljoenen) vormen de basis voor al het leven op aarde. Ook wij bestaan dankzij miljoenen verbindingen. Ook wij hebben evolutionair beschouwd immense druk weten te doorstaan. Ook nu in tijden van chaos, angst, beperking, kleinere zichtbare en grotere onzichtbare oorlogen is dat verre van anders. Aanhoudende druk of stress vermoeit, het duwt ons verder naar achter en ook dieper naar binnen, willens nillens. Maar hoe vervelend het ook is stress heeft ons tegelijk ook sterker gemaakt, slimmer gemaakt, creatiever gemaakt, gevoeliger gemaakt, mooier gemaakt. Het slijpt beetje bij beetje het oude, het ruwe weg, het polijst ons steeds meer naar een betere, bewustere en unieke variant. De buitengewone zeldzaamheid tegemoet.

De wereld buiten ons passeert steeds door een lens binnenin. En deze lens vernauwt en vertroebelt in tijden van angst, misleiding en overleving. Alles hangt samen met en af van hoe je naar jezelf gaat kijken. Je zelfbeeld en wereldbeeld gaan hand in hand. Trust me on this. Vergeet daarom wat meer de politieke, medische en wetenschappelijke brillen die je bang, boos en bedroefd maken. Donkere emoties zijn zelden op licht en waarheid gebaseerd, en we kunnen ze bovendien ook ‘wegwerken‘. De natuur, maar ook mijn ervaring leert dat het donkerste uur van de nacht niet zozeer de hel maar wel de dageraad voorafgaat. En blinkende sterren bewijzen dat je ook kunt stralen in het donker. Alles stroomt, het leuke en minder leuke, het goede, het kwade. Alles stroomt. Herdenk en herbegin. Kijk door de lens die jou helpt en kracht geeft, een lens die aansluit bij de natuur, haar bouwstoffen, haar cycli en dynamieken.

Jij, ik, wij zijn dus bijlange geen schaapjes, hoe bang we ook zijn. We zijn hoegenaamd geen slaven, hoe slaafs we ons ook gedragen. We zijn geen verdwaalde slachtoffers op het spoor vernieling, hoe destructief we ook zijn. Neen. Wij zijn grootse, fenomenale, creatieve en intelligente schepsels. En we doorstaan stormen en orkanen. Samen, als helden, als volhardende briljanten in wording ✨.

– Steve Van Herreweghe –

In 2019 woonde ik in Rome een congres bij gedragen door het wetenschappelijk-spiritueel ‘rockduo’ dr. Gregg Braden & dr. Bruce Lipton. Deze twee visionaire en revolutionaire zwaargewichten – beiden auteur van wereldwijde bestsellers – namen ons gezwind mee in hun geavanceerde kijk op de wisselwerking tussen de ‘deeltjes’- of quantumfysica en spiritualiteit, jawel. Een ware onderdompeling werd het in ‘de wereld der mogelijkheden en spiegelingen’ waarbij het menselijk schepsel zowel evolutionair als in co-creatieve zin in een nieuw daglicht werd geplaatst.

90% geautomatiseerd

Ook vanuit hun betoog kwam een bevestiging van wat veel psychologen, gedragswetenschappers en sociologen al wisten, namelijk dat wij als mensen voor 90% geautomatiseerd leven, in gezonde en minder gezonde zin. Wij zijn bijna machinaal ‘geconditioneerd’. Niet zozeer op basis van het eerder ‘statische erfelijkheidsbeginsel’, maar vooral via ‘ingeprente, ingesleten handleidingen, schema’s en programma’s’, uit een ‘ver verleden’. Oude programma’s zeg maar – zoals die werkten voor onze ouders en voorouders – die voor een ‘uitrol van resultaten’ zorgen in ons leven, en waar we ons al dan niet tevreden over voelen.

90% geautomatiseerd in ons denken, reageren en handelen. En deze ‘conditioneringen’ zijn in essentie ‘leereffecten’ die in hoofdzaak ontstaan via het proces van herhaling. Hoe meer iets wordt herhaald hoe dieper het spoor in het geheugen wordt gegraveerd. Dit heet in de neuro-wetenschap priming en verwijst naar ‘een onbewuste vorm van leren’. We leren klassiek op basis van drie processen: door voortdurende (1) associatie (‘connecties leggen’), (2) operaties (‘handelingen uitvoeren’) en (3) imitatie (kopiëren, modelleren). Over dat laatste wil ik het hier hebben, in concreto welke zenuwcellen hierbij een sleutelrol spelen en hoe ‘besmettelijk’ vooral gedrag en emoties wel kunnen zijn, voor onszelf, voor anderen en dus ook voor het collectief.

Spiegelneuronen

Je gesprekspartner geeuwt en plots begin je zelf te geeuwen.
Je ziet een vreemdeling z’n teen stoten en je gezicht vertrekt.
Je ziet de actrice in tranen uitbarsten – nadat haar partner haar verlaten heeft – en je huilt mee.
Je ziet iemand smullen van een ijsje en het water komt in je mond. 

Het komt door onze spiegelneuronen. Dit zijn zenuwcellen die ‘aangevuurd’ worden als je een handeling uitvoert, maar ook als je een ander persoon een handeling ‘ziet’ uitvoeren. Je brein detecteert geen verschil tussen wat er ‘werkelijk’ met je gebeurt of niet. Het spiegelt en activeert de bijhorende neuro-chemische responsen en gevoelens, en meestal automatisch. Onderzoek toont aan dat deze cellen een enorme rol spelen bij de ontwikkeling van ons leren, begrijpen én niet in het minst ons medeleven. 

Gedrag rondom ons is dus ergens besmettelijk of we het nu willen aannemen of niet. We worden zelf gebiologeerd door onze sociale interactie en vice versa. Net als communicerende vaten. En hoe hoger de sociale gevoeligheid des te hoger de mate van spiegeling. We observeren, imiteren en kopiëren nu eenmaal, willens en nillens. Zo overleven we. En hoe jonger we zijn hoe meer we dit doen. Tot ongeveer ons zevende levensjaar spiegelen we het meest omdat de hersenactiviteit tot dan theta-hersengolfdominant is. De hersenactiviteit vertoont diverse soort golven (gamma, bèta, alfa, thèta, delta). Thèta-golven (frequentie tussen 4 tot 8 Hz.) zijn aanwezig wanneer je dromerig bent, creatief bezig bent, tijdens de REM slaap, het niveau ook waarop we heel ‘hypnotiseerbaar’ en dus ‘programmeerbaar’ zijn. Confronterend als je er dieper over nadenkt, als ouder, als leerkracht, als ‘influencer’.

“Wij zijn geen (sch)apen, en toch is gedrag bijzonder besmettelijk.”

Het verklaart waarom we (ook als volwassen kinderen) gemakkelijk aan ‘copy-cat’ doen, elkaar ‘na-apen’, ‘volgen’, in het goede en in het kwade. Baas roept op medewerker, medewerker scheldt op kind, kind slaat de kat en kat krabt de hond. Niet alleen ‘leading’ maar ook ‘educating’, ‘relating’ en ‘coping’ gebeurt dus ‘by example’. We zijn dus minder vrij dan we denken en slaafser dan we willen, tot spijt van wat ons ego aankan. 

Bovendien leren we uit de theorie van en studies over de self-fulfilling prophecy, de placebo-, nocebo- en pygmalion-effecten enerzijds dat onze ‘aannames’ ons gedrag sturen, en hierdoor een gelijkwaardige ‘gevreesde’ of ‘verwachte’ realiteit gaan scheppen. Maar anderzijds ook dat we de realiteit van een ander kunnen aflijnen. Of hoe een overtuiging zich kan concretiseren en je in een waarheidswaan houdt, die zichzelf versterkt en een ander ‘besmet’. Ik besprak dit iets uitvoeriger in het artikel ‘8 psychologische effecten die uw blik kunnen verruimen’. Dit werkt zowel in positieve als in negatieve zin, en in de regel bij nagenoeg iedereen, tenzij er neurologische aandoeningen zijn.

Ik stip dit fenomeen aan aan omdat in het licht van de wereldwijde Coronapolitiek de maatregelen, de volgzaamheid ervan, maar ook de onderliggende aannames en angstpatronen, en de vele familiale en sociale conflicten evenzeer worden ‘overgedragen’. Dit betekent dat niet alleen ons eigen wereldbeeld maar ook het zelfbeeld van onze kinderen, hun zelfwaarde en zelfvertrouwen verandert. Aanzienlijk! Alleen, zijzelf hebben daar weinig impact op en macht over omdat ze compleet van ons afhankelijk zijn, ons en hun peers massaal ‘spiegelen’.

(Non)verbaal besmettingsgevaar

En de boodschappen die we (non-)verbaal doorgeven zijn:

– dat maskers dragen veilig is, geen dragen onveilig is

– dat afstand houden veilig is, geen afstand houden gevaarlijk is

– dat knuffelen gevaarlijk is, niet knuffelen gezond is

– dat spuitjes en QR-code voor vrijheid zorgt

Zo indoctrineren we onze kinderen met angst voor het onzichtbaar gevaar, fnuiken we hun emotionele expressie door de spiegeling van halve gezichten, maken we van contact iets ‘vies’ en reduceren we het lichamelijk en zelfvertrouwen tot chemische afhankelijkheid. Zo leren we ons kostbaar goud dat het slechts metaal is, geen edel, tenzij het kan aangetoond worden. De voorwaardelijkheid als sleutel naar waarachtigheid en identiteit. Je bent hoegenaamd geen QR – code, zoals ik hier schreef. Als bezorgde vader, psycholoog, gedragswetenschapper en gezondheidsdeskundige vind ik dat we ook dit dringend onder ogen moeten zien i.p.v. het passief doorgeven “omdat de anderen het doen” of “het moet”. De keuze is aan elk van ons, opvoeding begint thuis, bij onszelf. De hoofdverantwoordelijkheid voor de gevolgen ligt dus onverbiddelijk ook daar. Dat heet dan eigenaarschap. En van daaruit groeit onze energie, onze kracht en onze (mede)menselijkheid.

Lieve verstandige mensen,
Zonder te belerend te willen doen.
Voel wat meer, imiteer wat minder. Wees de verandering. Woorden wekken, maar het zijn de voorbeelden die strekken.
Ik wil daar meer van zien, horen, lezen en voelen. De paraplu-politiek, die is van de politiek, niet van de (ped)agogiek.
En hoe bewuster we ons daarvan worden, hoe bedachtzamer en keuzevrijer ons gedrag zal zijn, met het aangeboren recht op geluk van onze kinderen – ons goud – indachtig. Hun vrijheid en kracht gespiegeld in onze harten.

– Steve Van Herreweghe –

Tijden van donkerte baren pijnlijke weeën van angst en vertwijfeling. Niet in het minst wanneer het geloof in de autoriteiten rondom ons afneemt. De zoektocht naar houvast, naar herkenbaarheid, naar veiligheid maar ook naar identiteit voelt aan als kale reizen. Waar, uit wat en vooral uit wie kan nog vertrouwen geput worden? En waar, in wat en vooral in wie moeten we verder investeren?

Hoop. Het blijft de vader van elk kloppend hart en de moeder van alle drijfveren. We mogen het even verliezen, maar liefst niet te lang. En vooral dienen we te beseffen dat de bodem ervan zich niet daarbuiten maar hier ‘binnenin’ afspeelt.

Een vogel in een boom heeft geen schrik als de tak waarop ze zit plots breekt, omdat ze haar vertrouwen niet in de tak legt, maar in haar eigen vleugels.

Je vertrouwen leggen buiten jezelf is vaak aangeleerd, soms leerrijk, maar altijd ergens risicovol, zeker in tijden van verhoogde kwetsbaarheid en onzekerheid. En toch gebeurt het, steeds meer. Het enkel aan angst, ontkenning of blinde volgzaamheid toeschrijven getuigt van een te romantische mensvisie. Neen, het wordt steeds meer een regelrechte keuze, een bewuste keuze. Als je volgt, dan kies je ervoor te volgen. Als je zwijgt dan kies je ervoor te zwijgen. Als je de ogen sluit voor discriminatie dan kies je voor discriminatie. Read that again.

Je bent dus geen QR-code, geen Quick Response. Je bent niet machinaal, hoe geautomatiseerd jij je leven ook leeft of laat leven. Neen. Jij bent een actief-dynamisch, intelligent en regulerend deel van en in de samenleving. Je beschikt over een stem, over rechten, over een waarden- en talentenpakket, over een geschiedenis en een toekomst. Je bent hier met een reden en je maakt mee het verschil uit, willens nillens. Het is niet alleen door de indoctrinatie maar vooral door de acceptatie van (sociaal) geweld dat het pad wordt geëffend naar vervreemding en finaal vernietiging van onszelf en elkaar. Het is het wasdom van een pseudo-identiteit, ofwel een oneigenlijke manier van jezelf zien en zijn. Eén die ongelijkheid en destructie rechtvaardigt. Barbaarse symptomen van gedoogde ontmenselijking, ook wel ‘tirannie van de meerderheid’ genoemd, zoals Aristoteles het destijds omschreef.

Je bent geen QR – code. Het is slechts een opgedrongen en bijzonder zelfverminkend concept, een vloek op je natuur, een aanfluiting van je potentie, een misplaatst en gevaarlijk label, een asociaal wapen vooral. Het werkt misleidend, dwalend en leidt tot extreme en vooral onnodige verzieking en vernieling.

Gedraag je er dan aub ook niet naar. Doorprik de schijn, manifesteer je waardigheid, als individu, als mens. Leer van vogels, als meesters van vrijheid, die zingen zoals ze gebekt zijn, die vliegen omdat ze zichzelf licht nemen en die vertrouwen in het kwetsbare doch ook fabuleuze lichaam dat hen werd geschonken.

– Steve Van Herreweghe –

En? Hoe was het concert, de match, jullie reis, de teammeeting, ..?

We weten allemaal hoe lastig het is om onze aangename en onaangename ervaring uit te drukken, er taal aan te geven, de sfeer te beschrijven. En zelfs al doen we nog zo ons best, het is quasi onmogelijk om het totaalgevoel te vertalen. Woorden kunnen veel, maar ze beperken ons in het dieper begrip en de overdracht van de ervaring. Een dieper begrip vergt kennis van taal, kennis op zich. Wie als leek doorheen een telescoop, microscoop en de mens kijkt gaat niet hetzelfde zien als een bioloog, een astronoom, radioloog, chirurg of psycholoog. Kennis schept taal en taal snijdt de dingen in stukjes. Om het totaalplaatje te kennen en te ervaren is totaalkennis nodig, en dat gaat nooit zonder één iets: nieuwsgierigheid.

Het probleem

Is dat we te weinig bewust zijn van de link tussen de kennis die we bezitten, onze taal die we daarbij gebruiken, en haar logische beperkingen.

Is dat we te weinig bewust zijn dat onze selectieve kennis onze perceptie bepaalt, dat perceptie oordeel kleurt en dat oordeel verdeeldheid en afstand schept.

Hierdoor ontstaan psychosociale fenomenen en dynamieken die onder de noemer van hokjesdenken vallen. Hokjesdenken ofwel ‘categoriseren’ is volgens het woordenboek “een ongenuanceerde wereldbeschouwing hebben”. Iedereen doet het wel eens bij een ander, doch niemand die ervan houdt wanneer die zelf ‘gehokt’ wordt. Toch? Deze vorm van categoriek denken gaat in de regel gepaard met denkfouten (bijv. veralgemeningen), cognitieve dissonantie (innerlijke weerstand), framing (de werkelijkheid vernauwen), stigmatiseren (de ander markeren), scapegoating (de ander zondebokken). De gefilterde perceptie zorgt voor gefilterde besluitvorming, het hieruit volgend oordeel creëert naast scheiding, dualiteit en onvrede.

Is dat we in een tijd leven waarbij er niet alleen afstand moet genomen worden om ons te beschermen, maar tegelijk ook sociaal afstand wordt gecreëerd vanuit een vaccinatiestatus. Het probleem is dat we al uit een pre-Coronatijd komen van afgenomen verbondenheid en verheerlijking van status tout court. Het kernprobleem was en is dat we het bewuster reflecteren hierop en anders omgaan hiermee te wensen overlaat. En zodoende we ons aan deze rijkelijk bestudeerde fenomenen en dynamieken slaafs onderwerpen.

Door dit te doen is open dialoog vaak niet meer mogelijk, gaan de deuren van het hart dicht, en is de pijn van verwerping om te snijden. We reageren geschrokken en defensief, doch verdedigen, het heelt de wonde niet. 

De blinde vlek bij mensen zit hierin dat hokjesdenken op zichzelf een daad van projectie en egocentrisme is. Wat we veroordelen doen we zelf. En door een oordeel over de ander te vormen schept men niet alleen afstand maar tegelijk doet men zelf aan een vorm van blinde zelfverheerlijking. Tot daar de kans tot diepere verbinding. Terwijl we het met zijn allen zo sterk nodig hebben.

Wij zijn de etiketten niet, wij zijn de fles, de geschiedenis van de totale inhoud, het geheel, de 3-D ervaring. Woorden zeggen iets maar vernauwen en doden zelfs tegelijk, tenzij je poëtisch-symbolisch taalvaardigheid hebt ontwikkeld, en dan nog.

Cognitieve dissonantie en denkfouten anno 2021

“Dat is niet waar, je ziet het mis, het is complotdenken, wappie-geloof, absurd, onvoorstelbaar, de tv-experten en de politici zullen het toch wel weten?!”

In de cognitieve wetenschap noemen we dit ‘cognitieve dissonantie’ ofwel ‘het onbehaaglijk gevoel dat anderssoortige – onvertrouwde informatie teweeg brengt en een geneigdheid creëert om dit te verwerpen.’ Het is een verdedigingsreflex die wortelt in de basale ganglia – hersenstam en kenmerkend is voor het ‘reptielenbrein’. Dit oudste breindeel is vooral bezig met detectie van onveiligheid, en heeft “geen tijd om te leren”. Wat we niet (her)kennen gaan we bijgevolg verwerpen als ‘onwaar’. En waar een onbehaaglijk gevoel ontstaat daar is zelfreflectie noodzakelijk.

Verwijzen naar “dat is complotdenken” is daarom een denkfout, een cognitieve ‘bias’ omdat het selectief redeneren en veralgemenen is. Denkfouten misleiden ons. Iedereen heeft er en iedereen doet het. Denkfouten halen niet het beste in ons naar boven en buiten. Bijv. zwart-wit denken (“ik ben vóór iets of iemand, of er helemaal tegen”), veralgemenen (“alle mannen/vrouwen zijn onbetrouwbaar”), confirmeren (“zie je wel dat je altijd te laat komt”), attribueren (“die tegenslagen hebben met haar karakter te maken”). 

Nieuwsgierigheid als basis

De blik van een niet-wetend kind is wat we nodig hebben. Alleen door een open leerverliefde blik bruist het hart van verwondering. Want wat je niet kent kan je ook nooit herkennen, laat staan ervaren en waarderen. Het mes van oordeel snijdt je af van elke vorm van leren, van weten scheppen, van wetenschap, van waarheidsontvouwing. Het enige dat dit kan doorbreken is dus nieuwsgierigheid.

Om meer onze neocortex en de wijsheid van het hart (ook een ‘denkend’ brein op zich) te voeden is geen 10, 20, 80 of 0% maar 100% nieuwsgierigheid nodig. Nieuwsgierigheid is dé basis van ware wetenschap, geen beperkende noch exclusieve maar verruimende en inclusieve wetenschap. Zonder nieuwsgierigheid is er geen leren en ontwikkelen mogelijk, enkel bevestiging en herhaling van het bekende, het vertrouwde. Het comfort van het oude werkt als weerstand op de verkenning van het nieuwe, het onbekende. 

Nieuwsgierigheid zorgt er ook voor dat je zelf controle houdt over informatie. En ‘zelfcontrole’ is trouwens de sleutel naar een betere stressregulering. Zo niet zal de informatie je door onbewuste of subliminale beïnvloeding bereiken (zoals via reclame en de selectieve sensatiepers). Door niet nieuwsgierig te blijven verzwak jij je kritische zin geef je de kennis- en manipulatiemacht uit handen. Waarom maakt men trouwens zo veel reclame over farma en niet over gezonde voeding, lucht, beweging?

Daarom een pleidooi voor meer moed en lef naar verhoogde curiositeit, en je te durven openstellen voor ‘wat niet vertrouwd aanvoelt’, ‘wat niet bekend is’, ‘wat en wie anders is’ en ‘wat en wie wordt verworpen.’ 

We zijn hier mijns inziens om van elkaar te leren en vooral elkaar in waarde te zien en te laten. Het respecteren van fysieke en sociale grenzen is daarbij een recht en tegelijk ook een brug naar een hartelijker verbinding. 

– Steve Van Herreweghe –

‘Get busy living, or get busy dying.

Het is één van de drijvende quotes in de nr. 1 film (IMDB) The Shawshank Redemption, gebaseerd op het korte verhaal Rita Hayworth And Shawshank Redemption van Stephen King. Deze met 7 Oscarnominaties bekroonde topfilm vertelt het verhaal van Andy Dufresne (Tim Robbins) die beschuldigd wordt van de moord op zijn vrouw en haar minnaar. Hij houdt vol dat hij onschuldig is, maar krijgt toch tot tweemaal toe levenslang in de strenge gevangenis Shawshank. Hij raakt bevriend met de zwarte medegevangene Ellis (Morgan Freeman), die voor iedereen spullen kan regelen en de bijnaam ‘Red’ heeft. En er zijn nog twee dingen die Andy op de been houden: hoop en een poster van Rita Hayworth…

‘He who has a ‘why’ to live, can bear with almost any ‘how’. (F.Nietzsche)

Deze beroemde quote gidste ook Viktor Frankl – Weense psychiater, professor in de neurologie én holocaustoverlever – doorheen hele zware historische tijden. In zijn boek A Mens Search For Meaning beschrijft hij hoe mensen in zeer extreme situaties toch niet alle zin verliezen en (blijven) volhouden. Het enige antwoord op de vraag naar de zin van het leven, is je concrete leven, zegt hij. “Zoeken naar het ultieme antwoord, is een verkeerd uitgangspunt. Je moet leven van moment tot moment, en in elk moment een andere invulling ontwaren.” 

4 maal ‘W’

Twee verhalen die me – in (Corona)tijden van dreiging, lockdowns, reëel en gevoelsmatig ‘gevangenschap’ en ‘(vrijheids)beroving’ – te binnen schoten en aanvuurden tot het uitpakken van een psy-toolkit waar we zelf mee aan de slag kunnen opdat we naast lichamelijk gezond ook wakker – weerbaar – wendbaar – waarachtig (blijven). Temeer omdat mondmaskers, social distancing, handen wassen en sociale bubbels alleen de mentaal – emotionele gezondheid niet op peil gaan houden. Het verfilmde verhaal van The (Stephen) King of Horror houdt ons een universele spiegel voor van ‘onschuld en opgesloten worden’ enerzijds, en van ‘mentale vrijheid’ en grote ‘levensmoed’ anderzijds. ‘Wat (of wie) licht wil geven, dient het branden te doorstaan’ (met of zonder poster als houvast), was eveneens het centrale leitmotiv in Frankls survival .

Hieronder een zevental essentiële, doorwrochte en bruikbare adviezen om in ‘ver- en benauwde’ tijden naast de fysieke gezondheid ook deze van je hoofd en hart in optimale conditie te houden.

  1. Onderzoek de realiteit
    ‘Pijn is onvermijdelijk, lijden – echter – is optioneel’, zo luidt het bij H. Murakami. Ik schreef erover in 50 wijsheden voor een ‘licht’-er leven, een inspirerende lijst met inzichten die groeide doorheen mijn eigen tijd en deze met cliënten-in-pijn. Aanvaarden van wat onprettig is, de plannen dwarsboomt, perspectieven ontneemt, pijn doet, de hoop ontneemt, het is het aller lastigste des mensen. We verzetten ons met argumenten, vechten tegen bierkaaien, putten onszelf en anderen uit. We willen die mogelijke ziekte, de angst eromheen, de groeiende onvrede, het verlies en vrijheidsinperking niet. Controleverlies, het bezorgt ons stress, dat beschreef ik hier uitgebreider. De touwtjes, neen, die houden we liever in eigen handen. Het vertrouwde los(ser) laten boezemt schrik in. We zijn ook het vertrouwen helemaal kwijt geraakt, in media, politiek, in wetenschap, en niet in het minst: in onze ware aard, kracht en onoverwinnelijkheid. De desinformatie is niet alleen van deze tijd, maar van alle tijden. Wie of wat te geloven, wie of wat te volgen, wie of wat niet? Vooraleer we ‘de realiteit’ aanvaarden moeten we die ook durven onderzoeken, niet louter ‘aannemen’. Het onbekende echter schrikt af en maakt onbemind, we strijden, vluchten of slikken liever. Onderzoek vraagt energie, maar het loont. Ik moedig geen strijd of buiging aan, veeleer een waardig – kritisch ontrafelen. Met niet-weten als basis en niet-zomaar-aannemen als reddingsboei.
  2. Wees niet (te lang) bang.
    Een beetje bangheid kan geen kwaad. We maken wat mee en er kwam al zoveel op ons af. Het lijkt wel oorlog, ook al is de vijand van dienst zo onzichtbaar als wat. Misschien is het wel net dát laatste ook dat ons zo onrustig en onzeker maakt. Echter, teveel of te lang angst voegt niks maar dan ook niks toe dat werkelijk goed voor je is, integendeel. Ook niet wanneer je al ziek bent of mensen rondom jou ziek zijn. Angst is vooral een product van ons denken en het activeert heel snel het stresssysteem waardoor we voortdurend op onze hoede zijn voor het (veelal denkbeeldige) gevaar: we willen vluchten, vechten of ter plaatse bevriezen en zelfs verdwijnen. Hoe langer je deze angst aanhoudt en voedt hoe meer het – als een uitgehongerde familie ratten – aan je sterke maar ook gevoelige lijf gaat knagen. Bovendien is angst bijzonder aanstekelijk, besmettelijk en vernauwt het je blikveld en gevoelsleven. Stop eens met lezen nu. Kijk rondom jou en zoek naar alles wat een rode kleur heeft, lees dan verder. Ok, sluit nu je ogen, en herinner je alles wat de kleur ‘blauw’ heeft. Inderdaad.. Waar jij je aandacht op richt, dat zal toenemen, de rest bestaat niet (voor je selectieve waarneming). Wees dus waakzaam met je eigen focus en deze die wordt opgedrongen. Je angstvuur ontwikkelt snel. Het is beter er gezonde rust en kalmte ipv olie op te (blijven) gieten. Hanteer (zoals hier ook beschreven) de “Jij maakt mij niet bang, ik maak mezelf bang” afspraak (met jezelf). Zoek ook vaker de natuur op, luister naar zachtere muziek en stemmen, vermijd teveel nieuws, mediteer, en ga aub aan de slag met deze toolkit.
  3. Denk in mogelijkheden
    “Makkelijk gezegd” hoor ik sommigen denken. Klopt! Je moet het dan ook doen, en niet slechts eenmalig maar in voort-durende-zin. Iedereen heeft een “Ja, maar..”- schrift, tracht er aub geen boek of heel oeuvre van te maken. In de podcast mini-reeks rond crisis en wijze coping zoom ik in episode 3 in op de pervasieve impact van je eigen denkpatronen wanneer het ‘tegenzit’. Onder het mom van ‘anders leren denken‘ leg ik uit hoe jouw automatische gedachten aan de basis liggen van geautomatiseerde reacties en deze kleuren op hun beurt je wereld, je realiteit, je resultaten en gevoelens. Voortdurend denken aan hoe vervelend het allemaal is, wat mogelijks niet meer terugkomt, welke beperkingen er zijn enz. haalt je stemming onderuit en verziekt tegelijk ook de sfeer rondom jou. Aan je angstniveau werken betekent actief het piekeren verlaten en inzetten op initiatief en creativiteit. ‘Ieder nadeel eb zijn voordeel’, zei Johan Cruyff. Bekijk daarom wat je met de vrijgekomen tijd, ruimte en mogelijkheden kunt doen, alleen en/of samen. Focus op wat je wel nog kunt en met wie. Schrijf het allemaal op, lees het dagelijks luidop (ook aan je kinderen) en vul aan! Denken in mogelijkheden helpt je trouwens de cyclus van angstdenken te doorbreken, het maakt je creatiever en je behoudt een gevoel van controle en macht over de situatie. Bovendien geef je ook aan het concrete leven (zie Frankl) dat voor je ligt werkelijke positieve zin. Anders gezegd: ‘als jij zorgt voor het ‘nu’, dan zorgt dat nu wel voor ‘later’.
  4. Vermijd negativiteit.
    Vechten tegen de politiek en het onzichtbare enerzijds; gedijen in angst, je verliezen in rampdenken, innerlijke maar ook jammer genoeg relationele strijd anderzijds – ook al is het heel menselijk – het zorgt voor een klimaat en cultuur van (geestelijke) gezondheidsverzwakking en groeiende sociale negativiteit. Ziekenhuizen rapporteren bijvoorbeeld in de rand een verhoogd aantal patiënten dat zich aanmeldt met hyperventilatie. Hoe kan het ook anders met massale verspreiding van angst- en wanhoopinducerende boodschappen? De gezondheidszorg moe(s)t beter georganiseerd worden, zoveel is duidelijk. Ziekenhuizen kreunen natuurlijk (cfr. de besparingen- en fusiegolven). Er was al een burn-out epidemie onder de zorgverstrekkers (teveel werkdruk, overuren, administratie en te weinig waardering en heldere communicatie). Bovendien, waarom propageert men niet meer positivisme? Waarom brengt men niet meer positieve, creatieve oplossingen en verhalen van ‘overlevers’ in de schijnwerpers? Wat is er mis met hoop uitdragen? Ook hoop werkt net als angst: aanstekelijk! We doen er natuurlijk wel allemaal zelf aan mee .. Dus is het zaak om hierin (minimaal ‘iets’) verstandiger te worden. Zoals gezegd is het in lastige tijden cruciaal om je zelfcontrole en dus ook je energie beter te beheren, ofwel veel selectiever om te springen met jouw energiebronnen en jouw energievreters. Hieronder een viertal kritische hulpvragen die je helpen om van eerder vullen naar meer voeden te evolueren:
    1. Wat en wie geeft jou energie (en hoe)?
    2. Wat en wie geef jij energie (en hoe)?
    3. Wat en wie ontneemt jou energie (en hoe)?
    4. Wat en wie ontneem jij de energie (en hoe)?
  5. Blijf werken aan je doelen.
    ‘Fear can hold you prisoner, hope can set you free’ (S. King). Andy Dufresne (zie boven) slaagde er in om zich succesvol in te passen in de gevangenis: hij maakte er vrienden, stichtte er een bieb en leerde oa. analfabeten lezen. Tezelfdertijd werkte hij 20 jaar op eigen houtje aan zijn ultieme ontsnapping. Andy had één doel en stelde alles in het werk om dat doel te bereiken: een nieuw leven hebben in Zihuatanejo (Mexico), de plek waarvan hij altijd droomde. Ook Frankl hield zich meer dan staande door wat hij en anderen in de concentratiekampen voor ogen hielden. Het waren dingen als: de hoop om ooit hun geliefde weer te zien, de verwondering om een zonsondergang die tussen al het gruwelijke mooi kon zijn, het uitzicht op ergens een groene kruin boven een muur. Frankl maakte zich ondertussen ook in de kampen bijzonder nuttig als psychiater en gezondheidseducator: hij stond zowel de soldaten als zijn kamp- en lotgenoten medisch bij, gaf les over slaap- en mentale hygiëne enz. ‘Waar geluk bestaat uit drie dingen’ – zo klinkt een Oosterse tegeltjeswijsheid: ‘iets om van te houden, iets om te doen en iets om op te hopen.’ Ja, zelfs al is de uitputting nabij, staat je gezin op springen, leef je geïsoleerd als single, heb jij je baan of zaak verloren, ben je de oriëntatie wat kwijt, het devies blijft: laat de huidige situatie niet het eindpunt van je fantasieën zijn, maar veeleer de springplank naar een diepere duik in je dromen. Zie je het grotere plaatje even niet? Neem dan extra rust, zet geen druk, laat de tijd voor jou werken, focus op de dagtaken en voeg er iets meer intensiteit en plezier aan toe; vertrouw ook wat meer op kleine ingevingkjes, visualiseer jezelf af en toe denkbeeldig in volle glorie, hou een dagboek bij. Vrijheid, dat is vooral een innerlijke aangelegenheid..
  6. Verbeter je zelfzorg
    Natuurlijk is het allemaal ook lastig. En de ene dag is de andere niet. Daarom zijn positieve dagelijkse zelfversterkend gewoontes zo belangrijk. Want als jij je goed voelt, als jij voor jezelf zorg draagt, dan stimuleer jij je ‘goed-gevoel hormonen’ (dopamine, serotonine, endorfine, oxytocine) en ben je in staat ook beter zorg te dragen voor je dierbaren en je in te zetten voor anderen, indien je dat wil natuurlijk. ‘Wie voor zichzelf zorgt, zorgt steeds voor zijn beste vriend(in)’; vriendschap met jezelf is de zachtste basis van elke relatie met een ander, zowel binnen intieme als professionele context. Zelfzorg is wel voor alle duidelijkheid (ook al het is fijn dat je daarmee start) meer dan enkel je laptop of smartphone eens uitzetten, even te niksen, te luieren, te dagdromen, een warm bad nemen, een massage en lekker kopje thee. Het is vol-wassen aandacht aan en voor jezelf, je wensen, je noden, maar ook je talenten, je dromen, je valkuilen, je vergeten pijn..; het is eigenwaarde en dieper zelfengagement in de dagdagelijkse praktijk gebracht vanuit een ‘wie niet zeeft, die zweeft’ – principe. Met ‘niets minder dan het beste voor mezelf’ als dagelijkse mantra. Zelfzorg is – hoe fijn ook – ook geen instant geneesmiddel, noch een 8-weken training, het is een groeiproces van blijven opstaan en doorgaan na het vallen en uitstellen; het is een levenslang leren integreren van wat voor jou echt nodig is, gezond is en werkt. Een acroniempje hierbij is BRAVO:
    Beweging (elke dag, frequenter, meer trappen, meer te voet, yoga/tai chikwartiertje, dansen – ook thuis, duursporten indien mogelijk)
    Rust (elke dag, intenser, zie pauzeren kan je leren, check de relax nog meer met je zintuigen kaart, liefst zonder pillen)
    Attitude (elke dag, positiever, deze 2 instructies volgen, leren van stervenden, focus op het waardevolle, het mooie, het kleine, liefst zonder pillen)
    Voeding (elke dag, gezonder, biologischer, lichter, minder frequent, af en toe onderbroken vasten, met supplementen, liefst minder bewerkt, voorzichtig met alcohol)
    Ontlading (elke dag, meer, beheerst doch met overgave, in het lachen, spreken, vrijen, schrijven, hulp vragen, zingen, tekenen, op muziek vooral).
  7. Blijf connecteren en nog meer liefhebben
    De natuur gaf ons 2 oren en 1 mond, opdat we meer zouden luisteren dan praten. Het is een tijdloze waarheid, die nog het meest dwingt in tijden van nood en crisis. Hoe moeilijk we het zelf ook hebben, tracht hierin nog meer een rolmodel te worden. We worden met zijn allen waarlijk door elkaar geschud; ingrijpende (historische) gebeurtenissen doen dat nu eenmaal met ons, ook al kunnen we hierdoor veerkrachtiger worden. De kwestie is niet of de ander(en) lijdt(en), de kwestie is hoe zwaar en zichtbaar is dat lijden? Zij die lijden – vergeet dat niet – zijn meesters in vermomming! Voor heel wat mensen gaat deze pandemie hand in hand met 2 andere pandemieën van deze tijd: de (financiële) stress- en eenzaamheidspandemie. Over dat laatste schreef ik een gewaagd, kritisch maar m.i. noodzakelijk stukje. Iedereen rondom jou, ook iedereen die je – virtueel en reëel – nog zult ontmoeten lijdt ofwel luidop ofwel in stilte onder de zorgen, de angst, het verlies, het gevecht. Coronatijden, ze brengen ons inderdaad verder van het werk, cultuur én elkaar, maar tegelijk ook veel dichter bij essenties: bij tijdelijkheid, vergankelijkheid, bij onze gehechtheden, de (toenemende) vervreemding alsook de emotionele afstandelijkheid en zingevingsarmoede. Stuur daarom massaal kaartjes, cadeautjes, bloemen met de post, bel systematisch met (groot)ouders, vrienden en geliefden, wees extra vriendelijk in supermarkten, glimlach met je ogen, wees niet te streng tegen je kinderen, zeg wat vaker mooie hartelijke dingen, bied je vrijwillige hulp aan in de zorg. Treffender dan ‘Doe wat je kan met wat je hebt en waar je ook bent’ (T. Roosevelt), kan ik echt niet besluiten.

Lieve mensen,

Het is een zure mand appelen. Maar laten we hier samen waardig doorbijten en -gaan. Niets blijft duren, ook dit niet. Laten we er het beste van maken en hier sterker, wijzer en liefdevoller door worden. Steek dan nu maar die kaars van je aan ipv het duister te (blijven) vervloeken. Go go go, I’m on your side!

– Steve Van Herreweghe –

De Griekse tragedies, jullie hoorden er wellicht ooit eens van. Ze werden destijds opgevoerd om het publiek een zekere catharsis (zuivering, ontlading) te laten beleven. Ze deden dat door via het schouwspel elos (‘medelijden’) en fobos (‘angst’) op te wekken en er de aanwezige toeschouwer(s) mee te overspoelen. Voor een Griek is het ‘zien lijden’ (mentaal en fysiek) het ergste wat er is.

Dat geldt natuurlijk ook voor elke niet-Griek. Op het theater van ons levens zijn oneindig veel kleine en grote tragedies te aanschouwen die ons raken, ons verstillen of in beweging brengen. Ook kan de ‘Griek-in-onszelf’ wel af en toe eens ontaarden in voyeurisme, in leedvermaak en jawel zelfs tot het pijnlijke ‘we staan erbij en kijken ernaar’– ook wel het Bystander-effect genoemd.

Het zien lijden of ‘afzien’ van een ander beroert onze zintuigen, hersenen en harten, bij de één al meer dan bij de ander. Onze spiegelneuronen zouden er voor iets tussen zitten, dat zijn specifieke hersencellen die ons via waarneming van (en afstemming met) de buitenwereld een soort van gespiegelde ervaring bezorgen. Het houdt ook verband met ons leer- en empathisch vermogen. Maar wat doen we er dan mee, of wat moeten we er eigenlijk mee doen?

(zelf)Medelijden, een bijzonder humane reflex.

Het brengt me bij een andere (klassieke) vraag die ik al meer dan 20 jaar voorgeschoteld krijg: “Steve, zo alle dagen de miserie van een ander aanhoren, hoe hou jij dat vol?” Natuurlijk zijn er meerdere antwoorden mogelijk. Over één kernachtig antwoord wil ik het in deze blogpost ietwat genuanceerder hebben, wellicht herken- en invoelbaar voor iedere gevoelige ziel die zich ook wel eens kan verliezen in de pijn, de zorgen van een ander. Het gaat over medelijden, en vooral de valkuil ervan

Medelijden, het maakt ons schijnbaar zachter en milder, het brengt ons bij kwetsbaarheid, de kleine en grotere hel van de ander, en het maakt ons tevens bewuster van ons eigen (on)geluk, de voorgespiegelde (on)rechtvaardigheden des levens, én het opent debatten naar diepere zingeving en machten.

Dé vraag is echter of (zelf)medelijden echt een toegevoegde waarde biedt, of het werkelijk ‘helpt’ en sterkt, of het daarentegen onszelf en de ander niet eerder gaat kleineren, devalueren en zelfs stagneren?

De geboorte van de vlinder 

Een man zat op een zonnige middag rustig te genieten in zijn tuin. Zijn oog viel op een cocon waar net beweging in kwam. Er verscheen een kleine opening in de cocon en een vlinder probeerde met veel moeite zijn weg naar buiten te vinden door dat kleine gaatje heen. Tot verwondering van de man was de geboorte van de vlinder een niet zo gemakkelijk proces. De vlinder was anderhalf uur bezig om te proberen uit de nauwe opening te komen. Hij raakte daardoor vrijwel uitgeput, want hij deed plotseling niets meer. De man had medelijden met de arme vlinder en liep zijn keuken in, op zoek naar een schaar. Toen hij terugkwam met de schaar, zat de vlinder nog altijd in de cocon, wachtend op wat nieuwe energie. De man knipte de rest van de cocon weg; nu kon de vlinder zich moeiteloos bevrijden. Met een schok stelde de man echter vast dat de vlinder een gezwollen lijf en verschrompelde vleugels had! Hij zag hoe de kreupele vlinder over de grond schrompelde en hij wachtte tevergeefs op het spreiden van de vleugels. Wat bleek? In zijn medelijden had de man niet beseft dat het nauwe gaatje de wijsheid van de natuur voorstelde. De vlinder wordt namelijk gedwongen zich door een klein gaatje te wurmen, omdat daardoor de levenssappen vanuit het lijf in de vleugels worden geperst. Het moeilijke geboorteproces was precies wat nodig was voor de vlinder.

Teveel schrik voor nauwe gaatjes en zure appels

Het transformatieproces van rups tot vlinder wordt sinds oudsher in menige culturele, religieuze en spirituele tradities gebruikt als metafoor voor onze ontpopping van ‘onbewuste-kruipende-aardse-ego-staat’ naar een ‘lichtere-bovenbewuste-spirituele-staat’. Het popstadium wordt daarbij figuurlijk gezien als de overgangs- en natuurlijk dwingende loslaatfase: een lastige doortocht doorheen het donker waarbij in een fase van klaarblijkelijke verstilling en verdwijning in feite de integratie van al het oude (‘vergetene’) geschiedt, en dit als voorbode van een nieuwe verschijningsvorm.

Het verhaaltje hierboven houdt ons een spiegel voor en zit dus boordevol analogie. De man in het verhaal bijvoorbeeld. Hij lijkt alert en wakker, behulpzaam en vol (zelf)medelijden! Hij vertegenwoordigt onze klassieke manier van kijken, denken en probleemhantering. Enerzijds verwijzend naar ons aangeleerd verzet tegen verandering en groei, en de hiermee verbonden angst- en betuttelcultuur (waar we met zijn allen deel van uitmaken). Anderzijds naar onze ‘slaperige en geautomatiseerde staat’ van zijn en leven, waarbij we vooral niet willen en kunnen losmaken van wat vertrouwd is en daardoor angstvallig smachten naar ‘het oude normaal’. In mijn ‘Wakker & Bereid’ podcast zoom ik hier via een eerste mini-reeks dieper op in.

“Wat is er mis met helpen dan?” hoor ik jullie luidop denken. Goeie vraag! Op zich niks mis, alleen, wat is de definitie van helpen en hoe nodig is het precies? En vooral hoe gevraagd en welkom is het werkelijk?

Er ‘doorheen’ groeien kan ook

Zoals ik beschreef in de 9 takeaways naar een kwaliteitsvoller leven is ‘ongemak vaak een voorbode van groei’, en kunnen we naast vlindergeworden rupsen ook heel wat van zich terugtrekkende kreeften leren! Alleen wordt ‘ongemak’ (en bij uitbreiding ‘crisis’) vanuit ons westers denk- en geneesmodel zelden echt zo bekeken. Onmiddellijk comfort daarentegen staat voorop. Weg dus met die (groei)pijn, te nauwe gaatjes en te zure appelen! Onze hedendaagse quick fix mentaliteit en -cultuur met haar favoriete instantoplossingen (zoals overmedicalisering, junk food, Tinder, onlineverheerlijking) worden als meer ‘passend, #yolo en normaal’ beschouwd.

We zijn ergens onderweg vervreemd geraakt van de oerkennis over het diepere ‘waarom’, inclusief het belang, de initiatie en waardering van (overgangs)rituelen. We hebben het afgeleerd om te pauzeren, vertrouwen minder op ons eigen ontwikkelproces en hebben daardoor immens veel moeite om door te bijten en te zetten. We verkrampen bij (grote) crisissen en schieten in vermijdingsgedrag omdat we vergeten zijn dat verandering de enige constante is in het leven. We moeten het willen én durven onder ogen zien: we zijn gebrainwasht en misvoed – én – we geven dit vaak blindelings gewoon verder door aan onze kinderen, onze vrienden en om te beginnen aan onszelf. Graag nieuwe en andere boodschappen dus, boodschappen die ‘t liefst sterke wortels en vleugels geven. Ik belichtte er ter info 12 ‘eenvoudige’ hier.

Medelijden naar zichzelf en anderen is dus i.m.o. zelden een goede raadgever want het wortelt in een waarheid van ‘gepercipieerd slachtofferschap’, bij onszelf en vervolgens ook geprojecteerd op onze omgeving. Het biedt schijnbare voordelen en schept een gemeenschappelijke deler van onschuld, gekwetst en bang zijn. Dat menselijk lijden zelden in een groter perspectief wordt geplaatst leerde dit verhaaltje ons. Ook uit de crisispsychologie wordt dit bevestigd: het menselijk lijden kan slechts waarlijk transformeren als ‘de situatie’ niet als (goddelijke) ‘straf’ maar als ‘opportuniteit’ wordt gezien, als doortocht naar meer licht(heid).

We zijn dus geen slachtoffers van de omstandigheden (ook al geloven we dit graag en kunnen de omstandigheden ook behoorlijk uitdagend zijn), maar bezitten het vermogen om te kiezen ons denkpatroon hierover te veranderen en jawel zelfs ‘post-traumatisch veerkrachtig‘ te groeien ipv in het stresssyndroom te blijven hangen.

De imaginaal cellen (eren)

Terug naar de worsteling van de rups. In het popstadium gebeurt de histolyse: alle organen van de rups worden opgelost tot vormloze materie. Hieruit ontwikkelt zich de toekomstige vlinder. Met dank vooral aan de imaginale schijven! Deze ‘schijven’ zijn als kleine groepjes cellen de belangrijkste werkpaarden die de ombouw van de hongerige rups naar kilometervretende vlinder mogelijk maken. Deze cellen ‘lezen’ als het ware die informatie van hun genetische blauwdruk en fungeren als een levendig en dwingend ‘design’ dat de rups tot een andere vorm laat evolueren. Fantastisch toch!

Deze analogie kunnen we zeker ook doortrekken naar elke zich-ontwikkelende-mens. Jezelf of een ander (onwetend of angstvallig) identificeren met ‘teveel rups’ is ook vergeten dat er een dieper ‘design’ is dat wil ontwikkeld geraken. Pijn, tegenslag, crisis, het heeft allemaal een functie, tenminste als we dit ook zo willen zien en begrijpen. Zoals ik verhelderde aan de hand van deze 3 metaforen heeft elke crisis naast een vergrootglas- ook ‘brug-functie’: het dicht een kloof, lost altijd iets op en maant ons aan om meer te leren loslaten en meer op het zich ‘ontvouwende en onzekere nieuwe’ te vertrouwen. Wil je nog meer survivaltools in lastige tijden, lees hier dan verder.

Van medelijden naar medeleven, -reizen en -rijzen

Brengt mij tot slot terug bij de gestelde vraag van hierboven (“waarom enthousiast blijven?”). Mijn allerdiepste drijfveer en bron van enthousiasme in het begeleiden van cliënten-in-pijn ligt dus niet in (zelf)medelijden vervat bij maar leeft in de verwondering die elke crisisdoorgang en -doorbraak (en de daarbij potentiële nieuwe evolutievorm die tevoorschijn rijst) met zich kan meebrengen. Wat een ander ‘miserie’ noemt geldt voor mij slechts als een vernauwing van iemands (gevoelsmatige) werkelijkheid.

De pijn, het verdriet, de angst, frustraties, twijfels en uitzichtloosheid waarmee cliënten geconfronteerd worden zie ik dus niet als slotsom of eindpunt aan een menselijk verhaal, en evenmin als een verhaal dat bovenop mijn zgn. denkbeeldige ‘op te lossen berg’ komt te liggen, maar als een mogelijke hergeboorte of ‘ingang naar een dieper en nieuwer leven’. Het actief getuige en medereiziger mogen zijn van diverse wedergeboortes zorgt voor een onvoorstelbare positieve energiestorm die niet enkel elke gedachte aan ‘hoe erg het wel was’ resoluut teniet doet maar tevens de mens-in-mijzelf doet rijzen.

Als hulpverlener en wakker(der) mens leer je ook dat er een verschil bestaat tussen helpen en begeleiden. Je bent geen rasecht technieker die de problemen van een ander eventjes fixt zodat ze vervolgens weer verdwijnen. Begeleiden is ruimer dan en omvat (oa) het helpen. Maar het kan ook perfect iemand met rust laten zijn.

In die zin is medeleven belangrijker en ruimer dan medelijden, want medeleven veronderstelt een gemeende aandachtigheid en betrokkenheid met behoud van respect voor de vrijheid van de ander (tenzij die zichzelf en anderen in gevaar brengt). Medelijden daarentegen verlengt en accentueert het lijden, en onderbreekt het natuurlijke vermogen tot een autonomer, bewuster en innovatiever leven.

– Steve Van Herreweghe –