Coronatijden. Ze confronte(e)r(d)en ons met ‘halt’, duw(d)en ons naar ‘minder’, hakten in op ons pantser en ma(a)k(t)en ons bang. Ze brachten ons verder van elkaar en ook veel dichter bij essenties: bij tijdelijkheid, vergankelijkheid, bij onze gehechtheden, de (toenemende) vervreemding alsook de emotionele afstandelijkheid en zingevingsarmoede. Vrolijk, neen, dat werden we er niet echt van, de gezellige bubbelmomenten buiten beschouwing gelaten.

En voor heel wat mensen ging en gaat deze pandemie ook hand in hand met 2 andere pandemieën van deze tijd: de (financiële) stress- en eenzaamheidspandemie. Over dat laatste schreef ik een gewaagd, kritisch maar m.i. noodzakelijk stukje.

De Post-Corona vermoeidheidsklachten en behoedzaamheid houden ons nog deels op de rem, deels lonkt wel al meer en meer de gaspedaal. We zijn waarlijk door elkaar geschud, dat doen individuele en collectief zwaar ingrijpende gebeurtenissen nu eenmaal willens nillens met ons.

Crisis, trauma en verzet

Crisissen, kleine en grote, ze zijn – echter – van alle (leef)tijden, en ze presenteren zich in alle vormen, maten en kleuren. Soms lijken ze wel op mysterieuze en he(me)lse poorten en doorgangen die ons meenemen op golven van vertwijfeling en angst alsook met de valkuil van (zelf)medelijden confronteren. We reageren er vaak heel typisch menselijk op met diverse vormen van verzet: we mijden ze, overstemmen ze vaak met misplaatst positivisme, junk food, medicatie, alcohol en vele andere onderdrukkingsvormen. Finaal houden we zelden van verandering, zeker de gedwongen, het bezorgt ons veranderstress en groeipijnen. Ik zoom hier trouwens dieper op in via mijn Wakker en Bereid podcast.

Voor heel wat mensen heeft deze crisis trouwens ook oude (herinnerings)pijn doen heropleven evenals ook nieuwe gebaard, ik besprak dit trouwens iets dieper via deze 3 verhelderende metaforen. Hoe kwetsbaarder mensen waren voorheen des te groter de kans op een langer durend traumatiserend effect op lichaam en geest.

Soms lees je dat trauma ‘een nachtmerrie is die komt terwijl we wakker zijn’ en dat klopt ergens (letterlijk verwijzend naar de alles omwentelende ‘shock’) maar m.i. werkt het evengoed andersom, namelijk ‘een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen zijn’. Dat is natuurlijk gewaagd geschreven hoor ik sommigen denken, en dat klopt ook wel. De slachtofferrol of -positie is vaak een hele lastige om te willen verlaten, niet in het minst in het licht van onze relaties met anderen. Het vraagt gigantisch veel introspectie en moed om zich los te maken van de eigen verhalen – nl. deze waar het ego zich in wentelt – enerzijds, en anderzijds om ons te willen herverbinden met anderen vanuit een diepere visie en noodzaak en op een geheel andere wijze.

Van gewone tot traumatische events

Traumatische ervaringen en perioden doorworstelen, het vergt een enorme inspanning, doorzettingsvermogen en de juiste steun en omkadering om dit te doen. Lijden is niet enkel pijnlijk, het heeft ook een transformerende kracht. Of het nu in religie, poëzie, filosofie of literatuur is – het algemene begrip van hoe pijn nuttig kan zijn, is helemaal geen nieuw concept. Ik schreef in 50 wijsheden voor een lichter leven over wat ik autobiografisch en via cliënten-in-pijn hierover heb geleerd.

Grosso modo zijn er 3 soorten gebeurtenissen (events) in ons leven: de normale, de ingrijpende en de traumatische. Over de normale kunnen we kort zijn: deze gaan over de alledaagse weinig ingrijpende gang van zaken, geen echte hoogtes of laagtes, waar we op de zgn. automatische piloot drijven. De ingrijpende events, deze kunnen positief – de zgn. ‘hoogtes’ – zijn (bijv. geboorte, huwelijk, promotie) of negatief – de zng. ‘laagtes’ – van aard zijn (bijv. verlies dierbare, accident, ontslag), en deze halen ons steeds uit onze comfort- of geautomatiseerde zone. De traumatische events, deze zijn het zwaarst en in se altijd negatief en vooral destructief geaard. Ze kunnen collectief (bijv. oorlog, epidemie) en individueel (bijv. agressie, misbruik van macht) voorkomen in diverse vormen en tijdspannes. Hoe destructiever het event hoe groter de kans op problematieken nadien (angst- en stemmingsklachten, PTSS, verslavingen, psychosomatische ziektes). Ingrijpende gebeurtenissen kunnen ook een traumatische impact hebben, afhankelijk van de kwetsbaarheid op dat moment of oude pijn die daardoor heropflakkert (zie artikel metaforen).

Heel veel psychische, somatische, relationele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dit vooral voer is voor dieper zelfonderzoek, analyse en zelfs therapeutische begeleiding. Jammer genoeg behelpen we ons te vaak veel te oppervlakkig (jawel zelfs met overdreven positivisme) onder het mom van “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”. Maar zo werkt het natuurlijk niet, weerklinkt het bij dieptepsychologen, daarbij verwijzend naar het Jungiaanse kerncitaat ‘Wat je niet in je bewustzijn brengt, zal je verschijnen als lot’.

De talrijke ‘beperkingen’ en ‘vernauwingen’ waarin we terecht komen als basis leren zien van een potentiële (weder)geboorte, het blijft in tijden van globale verzieking, onlineverslaving en opgebrand zijn een gigantische uitdaging. Het uitklaren van, het stilstaan bij wat donker, oud en zuur is, het begrijpend leren en het leren doorbijten en doorzetten, vragen veel meer tijd en moeite (ook al leidt dit finaal tot structureel duurzamere veerkracht).

Post-traumatische groei (PTG) en veerkracht

Een vader-alcoholieker had twee zonen. De ene werd eveneens een alcoholieker en geraakte aan lager wal. De andere werd een succesvol ondernemer. Op de vraag wat de oorzaak van hun parcours was antwoordden ze beiden “mijn vader was een alcoholieker”. Waarin ligt het verschil? Gewoonweg toeval, een speling van het lot, of is er meer in het spel?

De Amerikaanse psychologen Tedeschi en Calhoun wijzen er al langer op dat ingrijpende en ontregelende situaties en alle daaruit voortvloeiende (existentiële) vragen niet enkele kunnen leiden tot posttraumatische stress (PTSS) maar ook posttraumatische groei (PTG, ofte het ‘bloeiende proces’ van Post-Traumatic Growth).

PTG is een mogelijk positief veranderproces dat volgt na een (reeks) onverwachte negatieve gebeurtenissen. In essentie dus een vorm van zelfverbetering die men ondergaat na het ervaren van levensuitdagingen. Zo is het is niet toevallig dat we bijv. in deze periode van sociale afzondering meer solidariteit en appreciatie van menselijk contact zien opduiken, alsook nieuwe vormen van (tele)’werken’. Crisissen herinneren ons aan onze kwetsbare status en maken ons alerter voor wat werkelijk van belang is, ook al werkt dit meestal maar voor even..

PTG sluit de pijn en de angst van het moment niet uit, maar het stuurt onszelf in de richting van een authentieker en zinvoller leven. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen meestal in staat zijn om na dit soort indringende gebeurtenissen het leven op een andere manier aanpakken. Ze vertonen een grotere veerkracht bij volgende tegenslagen en meer realiteitszin. Ze begrijpen dat wat hen overkomt op zich geen macht hoeft te hebben op hoe ze het willen verwerken. Ik ging er ook dieper op in in het artikel 2 instructies die je leven kunnen veranderen. In die zin kan PTG als een psychologische transformatie die volgt op een (reeks van) stressvolle ervaring(en) ook begrepen worden als ‘een uitdagende manier om het doel van pijn te vinden, en dus verder te kijken dan de (on)bewuste strijd er tegen’.

De 5 kenmerken van PTG

Interessant en diepzinnig allemaal maar hoe herkennen we het verschil nu? Wel, de positieve transformatie van PTG weerspiegelt zich volgens de heren Tedeschi en Calhoun in een of meer van de volgende vijf gebieden:

  • Het durven omarmen van nieuwe kansen zowel op persoonlijk als op professioneel vlak.
  • Verbeterde persoonlijke relaties en meer plezier door samen te zijn met mensen van wie we houden.
  • Een verhoogd gevoel van dankbaarheid voor het leven.
  • Grotere spirituele verbinding.
  • Verhoogde emotionele kracht en veerkracht.

PTG kan zich heel divers uiten, in stilte, in kracht maar ook in toenemende zelfexpressie; soms ook als onzelfzuchtige hulp aan anderen, of als verdiept zelfinzicht en waarachtige zelfacceptatie. Er zijn massaal veel voorbeelden hiervan, in mijn eigen leven, dat van cliënten en denk ook zelf maar eens na over hoe je zelf je als mens, ouder, partner ‘gegroeid’ bent doorheen het vaak pijnlijke proces van tegenslagen. PTG verwijst naar onze natuurlijke veerkracht en naar het belang van meer te denken vanuit de ‘waartoe (leidt dit allemaal)- dan de ‘waarom (overkomt mij/ons dit nu)-vraag.

Hier zijn tot slot enkele voorbeelden van hoe posttraumatische groei er klassiek kunnen uitzien:

  • Ouders die hun kind aan kanker of door suïcide hebben verloren die geld inzamelen voor verschillende organisaties of goede preventiegerichte doelen.
  • Overlevenden van terroristische aanslagen worden vaak vriendelijker en accepteren meer anderen. Veel van hun gedragsverandering is te danken aan het trauma waarmee ze zijn geconfronteerd.
  • Oorlogsslachtoffers en soldaten die veilig terugkeren uit de strijd krijgen een breder perspectief op het leven.
  • Mensen die op jonge leeftijd een dierbaar persoon verliezen zijn veel dankbaarder voor wat ze hebben dan anderen van hun leeftijd. Een kind dat zijn moeder heeft verloren, kent bijvoorbeeld de waarde van moederlijke genegenheid en zou waarschijnlijk emotioneler volwassen zijn dan andere kinderen van haar leeftijd.
  • Koppels die hertrouwen nadat ze hun eerste echtgenoot hebben verloren, ontwikkelen vaak een diepere en transparantere relatie. Het eerdere trauma waarmee ze in het verleden zijn geconfronteerd, zet hen ertoe aan het heden te waarderen en de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties die ze nu hebben te verbeteren.

– Steve Van Herreweghe –

Start van de podcast in historische crisistijden. Een mini-reeks over visie en coping bij crisis. Vandaag deel 2: over hoe lastig én zinnig de lastigheden des crisissen en veranderingen wel kunnen zijn.

Start van de podcast in historische crisistijden. Een mini-reeks over visie en coping bij crisis. Vandaag deel 1: over onze angstige en reflexmatige natuur, en onze invloed erop.

De gemiddelde Vlaming checkt plusminus 150x/dag zijn smartphone, waarvan 28% diens mails. De rest wordt verdeeld over allerlei sociale ea. apps. Google en Apple hebben nu ook zelfs hun aandacht verschoven naar meer ‘well-being’ en introduceerden niet zolang geleden oa de ‘schermtijd-app’, om ons smartphonegebruik in de gaten te houden. Ook dealers hebben blijkbaar een hart..

En volgens verslavingsexperts klopt het excuus niet dat “we geen tijd hebben”, aangezien gemiddeld genomen een volwassene 4u/dag neust in en kleeft aan diens toestelletje. Deze ‘checkhouding’ heeft met het bevredigingshormoon ‘dopamine’ te maken, een natuurlijke beloningsdrug, waaraan we megaverslaafd zijn. Face it.

Met zijn allen (dopamine)verslaafd

Ik stel het al lang vast, en ‘t gaat van kwaad naar erger: online zijn is de roes, de smartphone de nieuwe drug. Als dopamine-junkies willen we steeds op de hoogte zijn en blijven, zien en gezien worden, geliket en gevolgd worden. Vandaag misschien het sociale sterretje van de dag, morgen het object van eenieders lach. We scrollen, filteren, posten, verzamelen, (ont)vrienden en swipen er gedreven op los. De maatschappij lijkt het van ons te vragen, te eisen zelfs: steeds meer geautomatiseerd, korter, sneller, efficiënter. De hyperactiviteit, hoogsensitiviteit, uitputting, en andere aandoeningen nemen we er ook gewoon bij. We fixen het wel met psy-pil, powernap, Redbull, online shopping & ‘hot or not’ zijn op Instagram. Graag kant-en-klare oplossingen (zo goedkoop mogelijk, op maat, en liefst nu aub), want the (rat)race continues…

Contactarmoede, het maakt me triest en ‘t moet van mijn hart. Ik belichtte het reeds in het licht van mijn 8-minuten wandelingetje richting ‘t kantoor (toen nog) te Gent.

Binnen en buiten mijn dagelijkse praktijk stel ik onthutsende dingen vast die om meer aandacht schreeuwen. Het lijkt er namelijk steeds meer op dat we het afgeleerd of moeilijker hebben met de volgende individuele en collectieve fenomenen:

  • tegenslag, verlies, trauma op een rustige en natuurlijke wijze te verwerken
  • echt naar elkaar te luisteren, elkaar aan te spreken, werkelijk betrokken te zijn
  • echt contact te hebben met ons lichaam, ons denkapparaat en onze gevoelswereld
  • gewoon blij te zijn, te spelen en echt plezier te maken
  • bij het eigen (levens, werk, relatie) plan te blijven
  • harmonieus te (blijven) communiceren en relateren
  • de juiste (dosis) verantwoordelijkheid op te nemen
  • de ander te zien en soms eens belangeloos te helpen

Welkom in de ‘wegwerp- en verdwaalmaatschappij’, waar vermoeide en kompasloze zielen lijden aan infobesitas, geleid door de dorstige kapitein ‘ego‘, geautomatiseerd het pad opgaand als compulsieve ééndagsjournalist, met het schermpje als symptoom van én middel tegen emotionele en culturele verarming.

Het nieuwe roken, zeg maar, waarbij de tijd en vooral de kwaliTIJD steeds meer in virtuele rook lijkt op te gaan. “Who cares?” We doen het toch met zijn allen? Bijna toch, en steeds meer, steeds langer, het straatbeeld, de huislijke en allerhande sociale ontmoetingsplaatsen spreken voor zich. Pure droefheid is het. Zo virtueel verbonden met elkaar en tegelijk zo vervreemd van elkaar in de realiteit.

Corona- e.a. virussen maken ons wakker van onze werkelijke verbinding met elkaar, maar dat we elkaar voortdurend ‘besmetten’ met sociale afwezigheid, dat dringt amper door. Waar we ook zijn, daar zijn wel zelden echt. Het is al lang geen gevaarlijke trend meer maar een status praesens. We geven nooit thuis, noch in lijf, noch bij de ander. En dit terwijl gezien en geliefd zijn de motor blijft. Hoe paradoxaal, en triest..

Groeiende eenzaamheid

Dit is geen louter pessimistisch betoog, het is een oproep, een wakkerschudder voor de grootste pandemie van het moment: vereenzaming.

In zijn boek ‘Het gebroken hart: medische gevolgen van eenzaamheid’, schetst Dr. James Lynch recente ontdekkingen die uitleggen hoe dergelijke uiteenlopende sociaal isolerende ervaringen als schoolfalen, echtscheiding en alleen leven een gemeenschappelijke ziekte delen, een “communicatief ongemak” dat letterlijk de macht heeft het menselijke hart breken. Hij adviseert ons daarbij vooral dat “oefeningen om de communicatieve gezondheid te verbeteren” net zo serieus moeten genomen worden als dat oefeningen op loopbanden dat voor de lichamelijke gezondheid betekenen.”

Het is nu ook zelfs wetenschappelijk aangetoond dat aanhoudende eenzaamheid even nefast is voor ons immuunsysteem als 15 sigaretten/dag. Er zou namelijk een significante wisselwerking bestaan tussen cytokine (een afweerhormoon) en het sociale interactiepeil. In mensentaal: hoe meer en beter de interactie en het sociaal gevoel hoe weerbaarder men zich voelt en ook werkelijk is. In de UK hebben ze reeds een minister voor eenzaamheid die deze teneur beleidsmatig bewaakt en nationale acties coördineert. Ondertussen rijst ook hier steeds meer de nood aan sociale innovatieve projecten, aan laagdrempelige co-creatie ter bevordering van emotioneel en gemeenschapswelzijn, aan minder contact via schermpjes, aan elkaar aanspreken, de luister(kwali)tijd verhogen, aan back-2-basics als je het mij vraagt.

Bottom line is dat zo lang mensen zich niet realiseren dat ze verslaafd zijn is de brug naar dieper commitment een brug te ver. Vervreemding van zichzelf is de basis van relationele en emotionele armoede. Eigenliefde is de sleutel doorheen de eigen hardheid en tot het hart van anderen. Onze verslaafde en verdwaalde samenleving zal dus meer dan 30 dagen tournées behoeven om uit de greep van individuele en collectieve compulsiviteit en verstrikking te geraken.

Van online naar inline. Hoe dan?

Online kennen we. Maar kennen we inline?

In lijn zijn met jezelf, met je omgeving, met anderen, met de natuur, de wereld om je heen? Hoe verbonden ben jij met je lijf, je hart, je ziel, met je afkomst, je roots, je talenten, je schaduwen, je potentieel? Hoe belangrijk is werkelijke levenskwaliteit voor jou, en durf je dat ook te eisen van je omgeving, je dierbaren?

Er is amper nog voeling, voeling met de binnenkant, voeling met de buitenkant, voeling met de onderstroom des levens. De maatschappij mensen, dat zijn wij, verwerping daarbuiten weerspiegelt de verwerping naar onszelf, het begint dus in de eerste plaats bij onszelf. Maar beseffen we dat wel? En willen we dat onder ogen zien en dieper onderzoeken? Een verwerpende houding beschadigt tot diep op cellulair niveau, het schept chronische pijn en een immens groot (verborgen) verdriet.

‘De tranen die niet gehuild worden door de ogen, worden gehuild door onze organen.’ – James Lynch

Daarom een ode aan het willen ‘consuminderen, het (digitaal) detoxen, het durven verstillen en dagdromen, het bewuster ademen, het tijd maken voor verrassing en de ruimte creëren om even te pauzeren en gewoon te niksen, het ontwapenende oogcontact, het groeien in spontaneïteit en oprechtheid, de magie van de intieme verbinding, het leren luisteren tot de laatste noot, spelvreugde, gewoon het vriendelijker en lief zijn tout court.’

De fenomenen die ik hierboven beschreef, ze vragen bijzondere aandacht en we moeten ze met zijn allen (te beginnen met onszelf) dringend terug aanleren. Finaal kunnen we korte en lange reizen maken, maar de moedigste en meest duurzame trip is wel deze: van online naar meer offline, en van offline naar steeds meer inline, in baby-stapjes desnoods maar wel gedisciplineerd, omdat het nodig is, opdat we terug wakkerder en vrijer worden, rustiger worden en kunnen groeien in waarachtig zelfvertrouwen en vertrouwen in elkaar.

– Steve Van Herreweghe –

In 8 psychologische effecten die uw blik kunnen verruimen lichtte ik reeds een tipje van de sluier omtrent het waarom van enkele mentaal-sociale fenomenen en waarom ‘de dingen niet altijd of net wel lopen zoals we willen … of denken’.

Ook in de blogtekst over denkfouten verwees ik naar hoe we soms door het eigen denkapparaat op het verkeerde been kunnen worden gezet. Misleid worden door ons eigen brein, het is een wetenschappelijk gegeven waar we niet om heen kunnen.

Vandaar dat ik hier wil inzoomen op de li-‘mythe’-n van positief denken. Vooral omdat het zo vaak wordt gehypet en – hoe goed bedoeld ook – te snel en ondoordacht als ‘boodschap’ meegegeven. Met vaak als gevolg dat we opgezadeld geraken met een gevoel van ‘iets’ verkeerd te doen, en onszelf en het leven niet onder controle lijken te hebben, hoe positief we ook (willen) denken.

Misverstand

We gaan er namelijk van uit dat door ‘anders’ of ‘positiever’ te denken onze (binnen)wereld verandert en we ons beduidend beter gaan voelen. En dat gebeurt ook, maar soms ook niet, en bovendien levert het zelden een garantie op een duurzaam effect af. Ietwat vergelijkbaar met een roesmiddel: het werkt voor even, maar meestal blijven we met een kater zitten (het effect ervan geraakt ‘uitgewerkt’).

Het misverstand is dat men ervan uitgaat dat een ‘stemming’ veranderen vooral neerkomt op het aanpassen of switchen van gedachten (alleen). De oorzaak van een bepaalde stemming ligt voor alle duidelijkheid niet enkel in mentaal maar ook in emotioneel gebied en wordt trouwens versterkt of verzwakt door de context waarin we vertoeven. Dat stemmingen (zonder de inmenging van positief denken) bijvoorbeeld snel kunnen veranderen door een andere omgeving, andere mensen en activiteiten weten de sensitieve zielen onder ons heel goed. Het is dan ook niet verrassend wanneer ik zeg dat film, muziek, kunst, sport, huisdieren, kinderen, panoramische views je stemming danig kunnen kleuren én switchen.

Mentale overspoeling

Maar we zijn nu eenmaal mentaal overactieve wezens, en dus als we ervaren ‘vast te zitten’ denken we in het mentale ook een uitweg te kunnen vinden, of liever ‘short cut’. Het past ook perfect in de tijds’geest’ van vandaag waar alles liefst instant, snel en met minimum aan inspanning wordt aangepakt.

Volgens het Standford Research Institute (Washington, VS) denken we gemiddeld 120.000 gedachten per dag, een stijging van 70.000 ten opzichte van 20 jaar geleden, toen men het onderzoek begon. Een groot deel hiervan is niet effectief en zelfs belemmerend voor ons functioneren. Het zijn de zogenaamde nutteloze gedachten als ‘wat denkt hij van mij, ik ben niet goed genoeg, waarom dit nu weer’, enz. Bovendien bevestigt de neurowetenschap dat ‘elke gedachte ‘neurochemisch spoor’ nalaat in het lichaam en dat die ‘sporen’ dieper gaan wanneer we dergelijke ‘loops’ blijven herhalen (bijv. bij overmatig piekeren). Of hoe gedachten tot stofjes verworden en zich in ons lijf gaan nestelen.

Dat onze gedachten wel degelijk een bijzondere invloed en uitwerking hebben staat buiten kijf. Het is echter maar de vraag hoeveel van die duizenden gedachten van bij ontwaken tot het inslapen we wel degelijk bewust denken en kennen? En bijkomend, wat gaan die 5 à 10 eventuele positieve countergedachten dan kunnen veroorzaken? Het neigt naar dweilen met de kraan open, niet?

Het vergeten zuur

Duurzaam en ingebakken positivisme is natuurlijk wel gezond, laat daarover geen twijfel bestaan aub. Overdreven positivisme – echter – kan wel als een soort van verdringingsmechanisme werken en jouw zin voor (gevoelsmatige) realiteit en de connectie met je diepere verlangens en dromen overschaduwen. ‘Positief denken’ werkt dan een beetje zoals vers fruit op een zure taart, helemaal warm en verlekkerd word je er niet van.

Als in de rest van ons lijf namelijk veel ‘weerstand’ zit, dan landt het lekkere gedachtenfruit in een zure bodem van oude pijn (verdriet, zelfverwijt, angst, enz) en werkt het verzet zoals ‘de wet van communicerende vaten’, namelijk de overdruk op het ene vat zorgt ervoor dat het andere vat gaat overlopen. Herkenbaar toch? Hoe reageer jij zelf (meestal) op commando’s van een ander: “wees eens lief, spontaan, blij, gelukkig?” Inderdaad…

Via de psycho-neuro-immunologie weten we al jaren dat (emotionele) stress, zeker deze die chronisch aansleept, een impact heeft op ons psychosomatisch ziek- en welzijn. Meer recent wetenschappelijk bio-genetisch onderzoek verwijst zelfs naar een heel duidelijke link tussen onze (dieperliggende) emoties en de structuur van ons DNA! Emoties kleuren niet alleen ons leven, ze beïnvloeden blijkbaar ook het erfelijk materiaal van waaruit we gevormd worden.

Think about it, and think again. Daarom werken quotes, oneliners ea. goedbedoelde positief denken suggesties niet echt in de diepte: het zuur overheerst, kleurt en vraagt om aandacht en aanpak. Ik besprak dit proces ook deels in het licht van zelfdoding via de metafoor van zure melk.

Verbindingsvrees

Het brengt me bij de vraag die ik af en toe gesteld krijg: “‘Emotionele vervreemding’, wat is dat nu precies, Steve?”

Tussen de prikkels die we krijgen en de reacties die we geven ligt een vergeten oceaan van voelen, antwoord ik dan. Het probleem – echter – is dat we koudwater- en duikangst lijken te hebben (ontwikkeld) vanuit onze ‘hoofd’cultuur, waar koning ratio regeert en gevoelsmatigheid tot verzwakte knecht wordt gedegradeerd. Schrik voor de zuurtegraad van onze taart, emmer- of verbindingsvrees kan je het ook noemen, het is een steeds groter wordend probleem voor ons lijf én samenleving, en het is er één met jammerlijke effecten, thuis, op kleine en op grotere schaal.

Emotionele vervreemding werkt ook besmettelijk, het zou met spiegelneuronen (hersencellen die weerspiegelen wat ze extern ervaren) te maken hebben waardoor we elkaars vermijdingsgedrag spontaan gaan kopiëren. Het werkt ook in de tegenovergestelde richting, vandaar het belang van rolmodellen en voorbeeldgedrag.

Wat dan wel?

Via de waarnemings-, de zelfdeterminatietheorie en de neurobiopsychologie weten we ondertussen dat…

wie (1) de eigen perceptie verzorgt, (2) het eigen denken bewuster stuurt in de richting van eigen waarden, dromen en doelen, (3) het eigen gevoelsleven onderzoekt, beschrijft, bespreekt, ontzuurt en creatief uitwerkt, (4) dagelijks inzet op activiteiten die de goedgevoelhormonen aanwakkeren (lachen, spelen, sporten, natuur, dieren, aanraking, …) en (5) assertief de eigen grenzen aangeeft, en deze moedig durft te verleggen 

… die de eigen macht en invloed naar een verbeterd welbevinden ontwikkelt, en zodoende ook minder vervalt in het uit handen geven van voldoening, plezier en geluk.

Dit is echter geen evidente stap, de weg is vaak hobbelig en lang, maar het proces loont, en de resultaten volgen soms sneller dan verwacht.

Om bewuster en anders te leren denken besprak ik hier samenvattend enkele tips inclusief het belang van ‘meer en dieper durven voelen, navoelen en doorvoelen’.

En aangezien we met zijn allen last hebben van drukte, gejaagdheid en compulsiviteit is leren pauzeren op deze 3 domeinen ook bijzonder wenselijk.

Het komt in essentie neer op het principe van ‘wie zich beter wil voelen, dient het voelen te verbeteren’, d.w.z. de realiteit durven onder ogen zien zoals ze is, de gevoelsvervlakking leren onderkennen en bespreekbaar maken bij onszelf en de ander, inclusief de hele resem ‘verbergtaktiekjes’ die daaraan zijn gekoppeld.

Het is m.a.w. ‘beter’ of ‘gezonder’ je af te vragen wat je gemoed je vertelt, je influistert en wat maakt dat jij je precies (nu) zo ‘negatief’ gestemd voelt. Is het verdriet, pijn, eenzaamheid, gemis, verveling, enz..?

Herverbinding

De weg van hoofd naar hart betreft slechts 30 cm, en toch is het vaak de langste reis die mensen maken. Voelen verbindt je hoofd met je hart en onze harten onderling. Neem dus meer tijd om in de diepte van eigen emmer te duiken, het zuur te begrijpen, dat versterkt zowel je eigenliefde als je vermogen om in de diepte bij anderen te gaan en te blijven. Met deze 3 wegwijzers geraak je trouwens ook een hele eind verder.

Luisteren naar je lijf, in dialoog gaan met je gevoelens, je onderliggende verlangens leren begrijpen, hierover durven praten of schrijven, dit werkt finaal (veel) beter, net als de vraag aan een ander “hoe voel jij je (werkelijk)?” beter werkt dan een ‘feel good quote’. Anderzijds kunnen ze wel inspireren, verhelderen en ondersteunend zijn.

Laat dus de dingen nog meer bezinken en landen, schrijf wat vaker over de innerlijke landschappen van je gevoelsleven. Zoek de natuur ook op, wandel meer, en laat je gevoelens opborrelen, luister zoveel mogelijk zonder oordeel en leer van natuurlijke herkauwers én zenmeesters zoals de koetjes!

– Steve Van Herreweghe –

Vandaag 25/6/19 in De Morgen (weliswaar enkel voor abonnees) laait het debat over medicatie weer op. Het is exact 10 jaar geleden dat Yasmine – die in het echt Hilde Rens heette – zich van het leven had beroofd. In ‘de marge’: exact 10 jaar geleden stierf ook ‘The King of Pop’ Michael (Joseph) Jackson.

Yasmine. Een emotionele vrouw, een kwetsbare artieste, die prachtige liedjes had geschreven en gezongen, was plotsklaps uitgezongen. Het kon niet waar zijn, maar dat was het wél. Er was de laatste trigger van de relatiebreuk, maar Yasmine zat ook al een tijdje vrij diep, depressief, zo luidde het.

Pillen bevatten ook boodschappen

‘t Blijft een beladen thema ‘het nemen/voorgeschreven worden van psychofarmaca’. Vele visies. Respect voor iedereens visie (laat dat duidelijk zijn).

Maar zoals jullie wellicht weten ben ik – in globo – ‘niet pro’ (tenzij uitzonderlijk, strikt in tijd afgebakend en met voorzichtigheid in de boodschappen die door de betrokken arts worden gegeven, want 1000-en placebostudies tonen aan dat meer dan de helft van de uitwerking van het middel door ‘het verhaal erover’ wordt gecreëerd). Over psychologische effecten ala placebo schreef ik hier.

Mensen zijn vormelijke verhalen, ik zeg het vaak. En de verhalen die we over onszelf hebben gehoord gebruiken we als opbouw van ons groter levensverhaal. En alle boodschappen (de mooie, de lelijke) vertalen zich neurochemisch ook tot stofjes (neurotransmitters) in ons lijf (voor meer over belang van bewuste en positieve boodschappen, check dit artikel)

Verhalen die door een machtsfiguur (ouderfiguur, familie, arts, …) werden gebracht én vaak herhaald in een situatie van verhoogde kwetsbaarheid hakken er steeds zwaar op in en blijven een soort hypnotische kracht uitoefenen, lang ook nadat we dit voor het eerst hebben gehoord. Over stigmatisering sprak ik (iets feller) hier.

Psychofarmaca verdoven de intensiteit van je emoties, zorgen voor vervlakking van hoogtes en laagtes maar versterken in de diepte je weerloosheid en afhankelijkheid, hetgeen finaal je algehele conditie niet ten goede komt. Dat farmaceutische bedrijven hier slechts heel selectief over publiceren is natuurlijk logisch (‘de publicatiebias’) maar mijns inziens onethisch – immoreel. Lees eens dit Knack-artikel over ‘the dirty little secret van antidepressiva’.

Trauma ligt altijd aan de basis van kwetsbaarheid, en niet geheelde diepere kwetsuren kunnen een suïcidaal proces in gang steken dat zelfs 10-15 en meer jaar later pas de kop kan opsteken. Dat legde ik aan Phaedra (studente) uit via de zure melkmetafoor inclusief wat we er als omgeving aan kunnen doen.

Alles begint bij visie

Wat dan als alternatief, Steve?

Wel, 1 alternatief ‘product of methode’ bestaat er jammer genoeg niet, wel een alternatieve ‘visie’ op mens, gezondheid en genezing. Een visie gestut op de zelfregulerende intelligentie van ons organisme, een visie die 3 dingen zegt, namelijk dat:

(1) ‘zolang je ademt er meer goed met je is dan fout’, wat je denken je ook wijsmaakt (check denkfouten en een ode aan het vandaag in elke dag).
(2) ziekte ook ‘een vorm van genezing op zich is’, een teken dat het lichaam te lang en te zwaar onder spanning heeft gestaan en er ‘nu’ genoeg van heeft en wil loslaten.
(3) er meerdere wegen naar Rome zijn, tenminste als je de moed om naar Rome te willen gaan nooit opgeeft (lees over doorzetten en moed).

En Rome, dat staat dan voor: wie je werkelijk bent of wilt worden, waar je hart van droomt, je diepste zielewensen, je verlangen naar werkelijke gezondheid, verbondenheid, liefhebben en je geliefd voelen.

Alternatieve wegen, autobiografisch getest

De alternatieve wegen die mij onderweg (en met vallen en opstaan) hebben bevallen zijn:

(1) studie over filosofie, psychologie en psychosomatiek
(2) lichaamswerk: bewuster eten/drinken, yoga, meditatie, fitness, sport
(3) gevoelsverdieping: onderzoeken, schrijven, praten over alles wat leeft aan de binnenkant, van toen tot nu
(4) zelfexpressie: je (verborgen) talenten laten zien en ontwikkelen
(5) hulp toelaten: van anderen, professionals, het getuigt van moed en zelfrespect
(6) hulp verlenen: anderen helpen stimuleren de goedgevoelhormonen
(7) je eigen visie ontwikkelen en er blijven aan schaven
(8) van veel lachen en in verbinding blijven met alles en iedereen buiten je, een dagelijkse zaak maken
(9) reizen: innerlijk (dagdromen, fantasieën toelaten, visualiseren) en letterlijk (kleine en grotere), je grenzen verleggen, nieuwe plekken en mensen ontdekken en waarderen, een reisattitude ontwikkelen.

Good luck en … You are not alone 🌼🍀

– Steve Van Herreweghe –

Burn–out, het is anno 2019 wel een heel erg ‘brandend’ actueel thema geworden. Als dat geen contradictio in terminis is, dan weet ik het ook niet… Vergeef me a.u.b. de licht – ironische ondertoon, het is absoluut geen teken van enig ontluikend cynisme (wat nota bene één van de kernsymptomen van een ‘opgebrande status’ zou zijn).

In 2015 werd de maatschappelijke kost van burn-out geschat op € 6,4 miljard, een bedrag dat de totale kost aan werkloosheidsuitkeringen (€ 5,7 miljard) ruim oversteeg. Uit recente cijfers van RIZIV blijkt dat in 2017 8-15% (zo’n 28.000 werknemers!) van de werkende bevolking arbeidsongeschikt was door burn-out en dit voor een periode van enkele weken tot 6-8 maanden of langer.

Nieuwsberichten (november 2018) onthullen dat 1 op 4 Belgen op zondag lijdt aan ‘een slecht gevoel door het werk’, 1 op 10 zich er zelfs diep ongelukkig voelt, maar in 70% van de situaties men de werkomgeving niet verlaat. Bovendien riskeert 15-20% van de werkende bevolking doorheen de loopbaan ‘ooit’ een burn-out te krijgen.

Hoe kan je van dergelijke cijfers gelukkig worden? Er is iets fundamenteels fout, zoveel is zeker, en het ligt mijns inziens niet enkel aan de werkomgeving an sich.

Wijze beleidsmensen, leidinggevenden en het naar adem happend medewerkersgros erkennen steeds meer dat burn-out geen individueel of bij uitbreiding een teamfenomeen is, maar een organisatie- en sociaal-maatschappelijk symptoom is van een ‘steeds-meer-en-snellere-vooruitstuw-en-spuw-cultuur’.

Over wat hebben we het nu eigenlijk, feitelijk?

Met het oog op een goede definitie van burn-out heeft de Hoge Gezondheidsraad (september ’17) ervoor gekozen, zich te beperken tot burn-out in een professioneel kader. Burn-out werd gedefinieerd als:

de uitputting die het gevolg is van een (langdurig) gebrek aan reciprociteit tussen de investering en wat iemand ervoor terugkrijgt. Dat heeft een impact op de beheersing van de emoties en het cognitieve vermogen, wat op zijn beurt kan leiden tot een verandering in het gedrag en de attitudes (mentaal afstand nemen). Dit leidt dan weer tot een gevoel van professionele onbekwaamheid.”

Wat een definitie! Komt dus volgens deze definitie neer op een chronisch onevenwicht tussen wat je professioneel gegeven hebt en wat je ervoor in de plaats hebt gekregen. Voor velen een wellicht heel herkenbare zaak. Alleen leidt dit onevenwicht niet bij iedereen gaandeweg tot toenemende uitputting, verbittering en gevoel van ‘nog weinig te kunnen’. Er is dus meer aan de hand..

Burn-out is, net als stress (en bij uitbreiding vele psychiatrische stoornissen, check), een heel rekbaar containerbegrip. En containerbegrippen zijn m.i. als hedendaagse minirokjes: ze worden alsmaar breder, ze onthullen doorgaans wel iets interessant, maar als puntje bij paaltje komt verbergen ze veelal de diepte van de zaak. #droog

Het is dus stellig aan te raden om niet te snel zelf een diagnose in de mond te nemen en zich daarentegen te beroepen op één of meerdere deskundigen (arts, psychiater, psycholoog) aangezien er een klinisch differentiatieonderzoek moet gebeuren die bijv. uitsluit of het niet om een majeure depressie, persoonlijkheidsstoornis en neurologische (degeneratieve) aandoening gaat. De gelijkenis met depressieve symptomen bijvoorbeeld is frappant maar bij een depressie overheerst vaak (en kort door de bocht) ‘het niet meer willen’, terwijl bij een burn-out ‘het niet meer kunnen’ centraal staat.

Een collectieve (en triestige) neerwaartse spiraal

Werkgebonden stress en burn-out worden gezien als dé ziektes binnen het werkveld van de 21ste eeuw. Ook binnen de Vlaamse overheid worden we er dagelijks mee geconfronteerd. Sinds 1 september 2014 werd ook de welzijnswet gewijzigd waardoor werkgevers verplicht zijn om de nodige maatregelen te nemen om psychosociale risico’s – inclusief risico’s voor burn-out – te voorkomen.

We groeien ‘mijns inziens’ precies ook steeds meer (en tot groot jolijt van de farmaceutische, verzekering-, vorming-, coaching- en therapeutische industrie) meer naar een zgn. ‘burn-out samenleving’:

een weinig samenhangende en toenemende geïndividualiseerde en gefragmenteerde verzameling van overladen en overprikkelde automatische piloten, die (1) goochelen met multitasking, (2) hoofd- versus bijzaken nog moeilijk kunnen onderscheiden, en vooral, (3) die emotioneel vervreemden van zichzelf, buren, geliefden en anderen, en die (4) gulzig dopamine-verslaafd compenseren met medicatie, smartphone e.a. roesmiddelen, overvloedig consumeren, vluchten in absenteïsme, presenteïsme en met onbetrokkenheid als desastreus neveneffect.

In een tijdperk waarin de mogelijkheden en kansen quasi onbegrensd zijn is de biopsychosociale gezondheid bij eenieder ver zoek, net als het innerlijk levenskompas trouwens. Burn-out is in die zin een groeiend sociaal-maatschappelijk syndroom dat een collectieve verdwal/zing en vereenzaming maskeert. Het is m.a.w. te kortzichtig om dit gehypet fenomeen enkel binnen de contouren van jobcontext en -satisfactie te beschouwen.

Misschien moeten we – zoals Jean-Marie De Decker het strijdvaardig omschrijft meer gaan ‘bumperen’ ipv te ‘pamperen’, meer recht- dan kromveren, meer sociaal verdampen ipv verkrampen. Think about it. Een collectief gedoogde pamperpolitiek bestendigt quasi altijd de kleuterattitude. En de kleuters van nu zijn de ouders en leiders van straks. Straffere taal dus.

Het vuur brandende houden in burn-out tijden vraagt niet alleen diepe wortels en sterke vleugels maar ook het doorbreken van de klassieke paternalistische kijk op werk, die zorgt voor de instandhouding van afhankelijkheid en aangeleerde hulpeloosheid. Met de werkomgeving als herinnering aan de afwezige ouder. Waardering en motivatie dient finaal meer intrinsiek te groeien en minder van extrinsieke aard te blijven.

Deze “Sunday neurosis”, dixit Viktor Frankl is al heel oud. Lees zijn “Mens search for meaning”. Het is m.i. meer dan ooit tijd om naar een diepe cultuurwijziging te evolueren niet in de eerste plaats van de werkomgeving maar binnenin het individuele bewustzijn, ook al helpt het natuurlijk dat elke onderneming deze ‘shift’ ook doormaakt.

Met respect voor de complexe realiteit waarin we leven, de disharmonieuze toestand waarin we (kunnen) verkeren, en de lessen die ouderen en stervenden ons blijven influisteren weerhoud ik drie boodschappen voor eenieder (de werkenden maar ook niet-werkenden onder ons).

I. Wie te vaak naar vakantie verlangt leeft wellicht verkeerd

Leven van weekend naar weekend en van verlof naar verlof is om problemen vragen. Temeer omdat er slechts 52 weekends zijn die dan vaak ook opgaan in verplichte gezins- en familiale activiteiten. Bovendien zijn er gemiddeld 30-40 verlofdagen (als je voltijds werkt) die dan ook volgepropt worden om zo weinig mogelijk te ‘missen’.

We zijn gewoonteverslaafd en beseffen amper welke ballast we meezeulen. Zicht krijgen op jouw rugzak (de diverse lagen, de zwaarte én duur van irritaties, frustraties en aanslepende zorgen) en de herevaluatie naar zinvolheid en bruikbaarheid zijn daarom belangrijk in het verschuiven van de prioriteiten en de levensfocus. ‘Wat boeit me nu werkelijk (en wat niet), waar ga ik vooral van branden (en wat niet meer)?’, zijn dé vragen die echt om diepere confrontatie vragen.

Het meisje in de regen indachtig, de bottom line is deze: jouw leven is een geschenk, daarom is jouw beschikbare tijd als 100% vakantietijd te beschouwen, met focus op wat werkelijk telt, voor jou, en op wat jij wil doen met je tijd, je leven, je talenten en dromen. Verantwoordelijkheid is dus niet enkel het herhalen en kopiëren van anderen, maar vooral zelf- en eindigheidsbewust het vakantiegevoel aanhouden en cultiveren in alles wat je doet.

II. Het ligt niet allemaal aan jou (alleen)

Het burn-out fenomeen is een complex samenspel van interne en externe, bewuste (zichtbare) en onbewuste (onzichtbare), professionele én niet professionele factoren. De toestand van uitputting of het opgebrand zijn is slechts het topje van een slapende vulkaan en vaak het gevolg van een (chronisch sluimerend) proces van onevenwicht tussen wat we verdragen (hebben) en waar we werkelijk heen willen. Opvoeding, belangrijke (niet-verteerde) life-events, relaties kunnen daar dus ook een rol in spelen.

Er zijn dus niet enkel de persoonlijke maar ook de contextuele omstandigheden, binnen en buiten de werkomgeving. Die lakse niet-empathische leidinggevende, de zuurstofarme werkplek, de negatieve sfeer, de pesterijen, etc., daar verwijzen we ook meestal eerst naar, zeker als het over onszelf of dierbaren gaat. Als het echter gaat over vreemden of personen waar we minder sympathie voor voelen, is het meestal andere koek. In de psychologie noemen we dat een ‘attributiefout’ (één van de vele denkfouten) : de neiging om te vaak naar interne factoren te verwijzen ipv de externe ook in rekening te brengen (zeker bij anderen).

Kort samengevat. Er is de zeer herkenbare tendens van (1) met steeds minder, steeds meer te moeten verwerken, (2) de toenemende administratieve verplichtingen, (3) de collectieve online-modus, (4) de krimping van ons tijd-, ruimte- en ordegevoel, (5) het gemis aan helden… ‘Drukte’ is er – in de marge – trouwens niet enkel in onze agenda, maar ook op onze wegen, in het straatbeeld, er is de vergrijzing enz. We zijn met veel, veel teveel en we nemen elkaars tijd en ruimte in, gevraagd, maar ook vaak ongevraagd en ongepast. Wist je dat er wereldwijd dagelijks 200.000 mensen bijkomen?! In 2065 zouden er tien miljard mensen op aarde leven. Think again.

III. Je hebt wel degelijk meer invloed dan je denkt

‘Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden’, zei één van mijn cliënten ooit. Groeien uit de zwaarte van je leven naar meer lichtheid is een moeilijke weg, maar wel één die veel wijsheid baart.

Bij een toenemende ervaring van ‘opgebrand zijn’ daalt het gevoel van autonomie, zelfvertrouwen en verbondenheid. Hét sleutelbegrip hierbij is : ‘controle‘.

In tijden van teveel (dis)stress verdwijnt ons controle(gevoel) waardoor we ons absurd genoeg nog meer gaan inspannen om dat gevoel van ‘controle’ terug te verwerven. Een overprikkelde ‘sympaticus’ (de gaspedaal van ons autonoom zenuwstelsel) smacht in feite naar het omgekeerde maar geraakt niet uit ‘de ban’, tot de veer(kracht) breekt. Onderweg vertoont ons zorgzame lichaam wel al voldoende signalen (vermoeidheid, prikkelbaarheid, geheugenklachten, hartkloppingen, hoofdpijn, gedaalde frustratietolerantie, psychosomatische klachten, …) waar we vooral ‘ontkennend’, ‘minimaliserend’ op reageren. Men gaat maar door op hetzelfde elan want “ja maar” en “de plicht roept”… tot een toestand wordt bereikt waarbij het helemaal niet meer gaat.

Evolueren van een kwantitatief naar een kwalitatiever leven vraagt echter bezinning over je kleine en grote keuzes, de bouwstenen van je leven, grondig opruimwerk, een toekomstgerichte herplanning, en herwaardering van leegte, ruimte en stilte om creatief te kunnen herbeginnen. Ik verwijs hierbij verder naar de 9 voedzame take aways, het belang van pauzeren op minstens deze 3 domeinen en het ontwikkelen van een reisattitude in het leven.

Mijn vurig slot in een notendop:

“Keep your fire burning en leef nu, het is al veel later dan je denkt…”

– Steve Van Herreweghe –

Denken. We doen het met zijn allen. Soms te weinig, maar meestal teveel; soms wel juist, maar meestal onvoldoende ‘bewust’ en ‘gezond’.

In 2 instructies die je leven kunnen veranderen verwees ik reeds naar de ‘sporen’ die de 120k en 150k gedachten per dag nalaten, en hoe belangrijk het zorgzaam bewaken ervan is, net als de woorden trouwens die we dagelijks gebruiken.

‘De Denker’ van A. Rodin stelt Dante voor, zittend voor de poorten van de hel. Dante (1265-1321) beschreef in het driedelig gedicht ‘Divina Commedia’ een reis van de hel, door het vagevuur, naar het paradijs. Rodin bedacht een “Poort van de Hel’ naar het gedicht van Dante. ‘De Denker’ personifieerde het geweten van alle onrecht en gewelddadigheid, hij stond voor het menselijk tekort. Het beeld wordt ook wel ‘Le Poête’ genoemd omdat het eveneens de peinzende dichter Dante voorstelt.

Net als velen kan ook ik er mezelf in terug vinden. De weg doorheen het donker gaat nimmer zonder ‘je denken erover’ in vraag te stellen. En net als bij mij is het ook algemeen zo dat we te weinig ‘door’ hebben dat er in dat denkapparaat van ons soms fouten schuilen. Deze fouten zijn als geconditioneerde misleidingen in onze manier van redeneren, en ze treden vooral op voorbij de schermen van ons eigen weten en bewustzijn om. Anderzijds merken en benoemen we ze in de observaties van de ander wel vaak als eerste (op).

Denkfouten. 

Er zijn er heel wat. En ze stammen in de regel af van de vader der denkfouten: ‘oordeel’. Ik som even de voornaamste op: zwart-wit denken (“ik ben vóór iets of iemand, of er helemaal tegen”), veralgemenen (“alle mannen/vrouwen zijn onbetrouwbaar”), confirmeren (“zie je wel dat je altijd te laat komt”), attribueren (“die tegenslagen hebben met haar karakter te maken”), helderzien (“je denkt waarschijnlijk negatief over mij”), rampdenken (“het gaat nog maar eens fout aflopen met het project”), over/onderwaarderen (“die jongen kan nu eens alles/niets”).

De implicaties van deze denkfouten zijn niet gering, niet enkel omwille van het gegeven dat ze onder de radar van ons weten optreden en dat ze tezelfdertijd onze waarneming selectief sturen in de richting van bevestiging, maar vooral omdat ze ook pijn kunnen doen. 

Ik belicht er een drietal: overhaast concluderen, personaliseren en externaliseren, en hoe je het vooral anders kunt doen (op metacognitief en metacommunicatief vlak).

1.Te snel concluderen… (ofwel ‘jumping to conclusions’)

Het is menselijk, veel voorkomend en komt neer op het te snel en zonder het volledige plaatje te kennen overgaan tot conclusies. Deze (be)grijpreflex is een oeractiviteit van ons brein, met diepe wortels in het overlevingsinstinct. We willen controle over wat we niet kennen of hebben opdat we verder kunnen met .. overleven. Liever snel willen begrijpen en toedekken, dan het ongeduld van ‘niet-weten’ te trotseren en te wachten op het juiste en heldere plaatje, op het ontdekken dus.

Tijd en afstand nemen, pauzeren tussen denken en besluiten, het even open laten, vragen stellen, de antwoorden laten rijpen, checken i.p.v. vlug invullen (voor jezelf en een ander). Het zijn allemaal alternatieven die ons finaal (weliswaar niet meteen) rustiger, toegankelijker en zelfzekerder kunnen maken.

Leer bijvoorbeeld van de arend, die bij een storm – niet zoals alle andere vogels een schuilplaats zoeken – zich door de kracht van de wind omhoog laat stuwen, ver voorbij de wolken heen, en zodoende ook het overzicht bewaart i.p.v. zich door angst te laten misleiden. We noemen dit ook wel eens de helikopterview (zeker interessant bij ruzie of conflict)

Het is niet omdat je niet begrijpt wat er gebeurt dat dit in se een negatieve situatie hoeft te zijn. Soms is ook even niet krijgen wat je wilt het beste dat je dan in de gegeven omstandigheden kan overkomen, zo leerde bijvoorbeeld deze wijze boer ons.

2.Personaliseren.

Ook dit doen we met zijn allen. Komt neer op alles op jezelf betrekken of het persoonlijk nemen, hetgeen tot een ‘trek’ maar ook een manie of ziekte kan evolueren (zoals betrekkingswaan of paranoia).

De dingen buiten jezelf krijgen enkel waarde door de waarde die je er zelf aan geeft. Opmerkingen, kritiek, gedrag van anderen heeft altijd een zekere impact, zeker wanneer de inhoud of de persoon je nauw aan het hart ligt en het mogelijks ook oude wonden aanraakt.

Het is echter een kunst om je algehele zelfbeeld of -vertrouwen er niet door te laten leiden, en het als een momentum, een projectie of leerervaring te beschouwen. Je ruimte van kiezen ‘hoe het te zien’ te vergroten en alternatieve denkopties te creëren. Imperfectie is trouwens deel van ons ‘in proces’ zijn, en maant ons aan om de focus op persoonlijke progressie ipv sociale perfectie te richten.

Je bent noch de regen of de sneeuw die op je neerdaalt, noch de wind of de wolken, het onweer of de immer wisselende seizoenen. Je bent niets van dit alles.  “Denk en leef daarom wat meer als een zonnestraal”, een inzicht die ook veel cliënten-in-pijn heeft geholpen.

3. Externaliseren van stress- en geluksbronnen.

Eveneens een menselijke denkfout en misschien wel één van de hoofdoorzaken van chronische stress, aanhoudende zorgen-, conflict- en stemmingmakerij.

Het komt is essentie neer op het (on)bewust verantwoordelijk stellen van de buitenwereld (omgeving, anderen) voor je gevoel van (innerlijk) welbevinden. Want het is ‘dat rotweer’, ‘die rotjob’, ‘die vervelende partner’, ‘de jaloerse vriend’, of ‘die giftige schoonmoeder’, ‘de bekrompen politiek’, die mij somber, negatief en moedeloos maken en mijn gemoed vullen met frustratie (“waar we toch niks kunnen aan doen, toch?”).

Natuurlijk wel dat het d’office aangenamer vertoeven is onder een stralende zon, een heldere hemel, of in het gezelschap van lieve positieve mensenzielen. Natuurlijk ook dat een zuurstofrijke werkomgeving – waar het bruist van enthousiasme en vrolijke collega’s – beter ‘werkt’, of thuis en in sociale kringen waar warmte, begrip en ondersteuning rijkelijk vloeien, het bijzonder fijn is (ook al zijn er – weliswaar – mensen bij wie zelfs dat niet helpt).

Anderzijds weten we ook via bijv. de waarnemings-, de zelfdeterminatietheorie en de neurobiopsychologie dat…

wie (1) de eigen perceptie verzorgt, (2) het eigen denken bewuster stuurt in de richting van eigen waarden, dromen en doelen, (3) het eigen gevoelsleven onderzoekt, beschrijft, bespreekt, ontzuurt en creatief uitwerkt, (4) dagelijks inzet op activiteiten die de goedgevoelhormonen aanwakkeren (lachen, spelen, sporten, natuur, dieren, aanraking, …) en (5) assertief de eigen grenzen aangeeft, en deze moedig durft te verleggen

… die de eigen macht en invloed naar een verbeterd welbevinden ontwikkelt, en zodoende ook minder vervalt in het uit handen geven van voldoening, plezier en geluk.

Dit is echter geen evidente stap, de weg is vaak hobbelig en lang, maar het proces loont, en de resultaten volgen soms sneller dan verwacht.

Kortom en om mee te nemen

  • Check je denken op de oudheid van je automatische gedachten in een situatie
  • Vul niet te snel in voor jezelf, een ander of een mogelijke toekomst. Filter de denkfouten
  • Schakel flexibel in je denken: tussen (1) zo weinig mogelijk, (2) minder, (3) meer, (4) sneller en (5) trager
  • Onderzoek je eigen overtuigingen, traceer de wortels ervan, evalueer naar bruikbaarheid
  • Overdrijf niet met positief denken, want dat werkt niet (altijd)
  • Lees, studeer en test zoveel mogelijk alternatieve zienswijzen
  • Denk sneller dan je praat, denk met meer gevoel, en voel ook met meer verstand
  • Creëer innerlijke verhalen die vòòr je ipv tegen je werken

Succes!

– Steve Van Herreweghe –

In vertrouwen kunnen (her)verbinden, het is zo essentieel.

Het wordt – echter – stilaan een kostbare curiositeit in de samenleving, een met uitsterven bedreigde ervaring én gewoonte, ook al zal de behoefte eraan nooit verdwijnen. Het zit namelijk ingebakken in ons evolutionair DNA, het is het fundament waarop we ons (over)leven, onze projecten, onze relaties en onze wereld (uit)bouwen.

Jammer genoeg stel ik in de dagdagelijkse praktijk, op straat, op sociale media, op de werkvloer en ook op feestjes echter vast dat – voorbij glimlach en façade, voorbij virtuele schijn (de hedendaagse kwalen en ziektes incluis) – enorm veel verborgen pijn, teleurstelling, angst en vereenzaming schuilt. Het stemt me triest, maar ook gedreven en opstandig (soms). Zijn er grenzen aan oppervlakkigheid? Is er aan de afwezigheid van werkelijk contact een vervaldatum gekoppeld? Ik ben er helemaal van overtuigd!

In de magistrale film Crash (2004) begint het verhaal met een botsing. Een voice-over vertelt dat “het in LA allemaal anders gaat als in andere steden. In LA raakt niemand elkaar aan. Ze verstoppen zich liever achter metaal en glas. Soms botsen ze tegen elkaar; gewoon om te voelen…” Herkenbaar ‘fenomeen’, niet?

‘Ik, we lijk(en) wel emotioneel gehandicapt’, ik hoor het steeds vaker. Voelen doen we precies enkel nog wanneer we compleet overdonderd worden door tegenslag, breuk, accidenten, aanhoudende pijn, verliefdheden … en overlijden. Drama als wakkerschudder, maar hoeft het zo?

Heel wat psychische kwalen en stoornissen waarmee we te kampen hebben vinden au fond hun oorsprong in vroegere (intieme) relaties; in beschadigde verbindingen, oude verbindingen die – net als ruis – de muziek in het hier en nu blijft overstemmen of zelfs overheersen. En ondanks dat we deze storende echo’s uit een ver verleden vooral willen dempen met eten, drinken, pillen of andere roesmiddelen, en onuitputtelijk veel verslavende gewoontes, loopt de enige werkelijke weg naar diepteherstel en -genezing via het opnieuw aangaan van relaties met anderen, maar dan wel anders, bewuster, voorzichtiger, sensitiever, authentieker én liefdevoller. Ahum.

“De snelweg naar essentiële kennis loopt via steden van bedrog naar de kust van ontwaakte verstomming”, quote ik reeds eerder. Maar, soms is  – zoals in het verhaal van Bruno – de opgelopen schade zo omvangrijk en zit dit zo diep verankerd dat we die kust niet halen en dat noch kennis en transformatie, noch de nieuw aangeknoopte verbindingen maar vooral ‘gevecht’ en ‘(uit)vlucht’ de enige relaties zijn die men nog kan of durft aangaan. Oppervlakkigheid dan maar…

Groeien in menselijkheid

Om te kunnen groeien als mens – en dus in menselijkheid onder de mensen – zullen we van online naar inline, van verblinding naar verbinding en van conflict naar contact moeten overschakelen. De ‘ruis’ als kans zien naar finetuning ipv de radio uit te zetten. Neen. Rustig leren worden in contact – eerst en vooral dicht bij onszelf blijven – én zo dichter bij de ander geraken, en terug, als een soort perpetuum mobile, een blijvend heen en weer pendelen tussen binnen- en buitenkant. Daarbij én helder bewust blijvend van de eigen roots, de diepere waarden, de bezochte steden van bedrog én tegelijk ook deze van je directe naasten, je omgeving, en alles en iedereen die op je pad komt. Ja ook vreemden en zelfs vijanden. Huh?

Jawel. Het moet moeite vragen, anders groeien de diepere sociale aanhechtingsspieren niet. Hieronder een zestal uitdagingen voor het gulzig, pronkerig en ‘zich-exclusief-wanend-deel-in-onszelf’: het ego, jammer genoeg nog al te vaak het middelpunt van ons boeiend maar o zo kort aards bestaan. Een alledaagse oefening in spiritualiteit, het liefst, op weg naar – wie weet – een vriendelijker, jovialer, enthousiaster en ko(s)mischer geïnspireerde maatschappij.

1Oordeel vermijden

“Een oordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom”, zo sprak A. Einstein, meer dan een eeuw geleden. Nagels met koppen. Oordelen, het is van alle tijden en we doen het allemaal, en alle dagen, bewust en onbewust. Het is een zeer geliefd sociaal tijdverdrijf van het ego en haar pijlen missen elke vorm van diepgang, maar zelden de kwetsbare harten en zielen. Het wortelt vooral in geestelijke luiheid en blindheid en ligt aan de basis van taboevorming en dus verdrukking. Het werkt zeer destructief en creëert verdeeldheid en isolement in de maatschappij en in al onze relaties. Oordeel schept afstand, maakt onzeker en wakkert een defensieve houding aan. Check de 4 ruiters op het toneel van intieme relaties.

Mensen streven naar inclusie, naar ‘erbij horen’, zich opgenomen voelen in de ‘samen’leving. De baarmoederervaring zit nu eenmaal diep ingebakken in en drijft elk van ons naar de ander, en alle anderen toe. Iedereen heeft, ongeacht huidskleur, taal, religie, geaardheid, afkomst het recht om – met behoud van fundamenteel respect voor elk ander levend wezen – zijn/haar leven te leiden zoals hij/zij dat voor ogen heeft en dus verkiest. Het is niet omdat je de keuzes, het uitzicht, de vorm en geschiedenis van een ander niet begrijpt dat je zelf beter bent. Want dat is de boodschap achter elk oordeel: “ik ben beter dan jij”.

William James – de man die de moderne Europese psychologie naar de Verenigde Staten bracht – lanceerde ooit het volgende: “Mensen zijn als eilanden in de zee, aan de oppervlakte gescheiden, maar in de diepte verbonden.” De natuur als dankbare spiegel. Ga dus in dialoog met elkaar, leer de ander kennen, diens verhaal en geschiedenis, ontdek de persoonlijkheid voorbij diens façade en jouw eenzijdige perceptie. Finaal zijn we mensen, en dat (ver)bindt ons, de rest zijn slechts details.

Bezinningsvraag: hoeveel ruimte en vrijheid schenk jij de ander doorgaans in diens waarheid?

2Verdediging loslaten

Niks mis met het ego, we hebben het ergens nodig om onszelf te kunnen identificeren en dus onderscheiden. Maar, het is wel slechts een gereduceerde versie van onszelf, een afkooksel van ons volledig potentieel. En, het werkt als een mentaal-emotioneel programma, een soort verlevendigd script dat wil blinken door zich kritisch af te scheiden. Kritiek en verdediging horen vaak samen en vormen ‘de Siamese tweeling van conflict’. Waar de ene is, is quasi altijd de ander. Met onze kritiek plaatsen we onszelf boven en buiten de ander en zien we de ander als minder. Die ander reageert quasi instinctief en pareert de kritiek met verdediging omdat hij/zij zich gekleineerd of gedomineerd voelt, in casu het ego. Onze verdedigingsreflex zit natuurlijk heel diep in ons overlevingsmechanisme ingebakken, de vraag is echter of het wel nog nodig is, nuttig is, of het ons vooruit helpt en ons wel degelijk beschermt?

Wie zich vereenzelvigt met zijn/haar ego zit – bij een ervaren aanval – vrij snel gewapend in het zadel. Het uit elkaar halen van deze Siamese tweeling is geen sinecure, het is van lange duur en vraagt precisiewerk en vakmanschap. Belangrijk om weten is dat beiden niet zonder elkaar lijken te kunnen en ook wel als concurrenten strijden om voeding en macht. Macht is bij uitstek hét lievelingsvoedsel van het ego. En zowel via de kritiek als via de verdediging willen we die macht (terug)halen hetgeen tot een heuse uitputtingsslag kan leiden.

Het snel en gericht doorbreken van dit diep ingesleten ‘sociaal spel’ is dé uitdaging. Wat kan helpen hierbij zijn de volgende 4 reminders. Onthoud dat die (kritische) ander (1) zelf mogelijks niet goed in zijn vel zit, (2) een vorm van aandacht en geldingsdrang heeft (die identiek is of verschillend van de jouwe) maar ook (3) jou uitdaagt om zelf te groeien in ‘minder ego en reactie’ en (4) eventueel zelfs een leerrijke boodschap brengt. De kritiek(situatie) dus leren beschouwen als ‘vreemd voedsel’: ervan proeven met nieuwsgierigheid en zonder grillen, en wat je niet lust of niet voedzaam, gezond of lekker is laat je gaan. Voor meer hierover verwijs ik naar enkele spelregels rond ruziën.

Bezinningsvraag: hoe vaak schiet jij in verdediging en hoe bewust ben jij je daarvan?

3Kwetsbaarheid delen

Taboe lokte recent wekelijks 1,5 miljoen Vlaamse kijkers en is mijns inziens één van de beste sociaal-maatschappelijke programma’s van de laatste jaren! Waarom? Het brengt ludiek de verborgen maar alomtegenwoordige onderwerpen op een humane wijze in het licht, én het geeft vooral de mensen achter de aandoening een gezicht. Een uniek recept met humor als ‘de lekkerste saus’. De humanisering van psychische kwetsbaarheden, adhd, hoogsensitiviteit, depressie en burn-out is een trend die ik wel kan appreciëren, ook al gaan de gordijnen vrij snel weer dicht. Want op het toneel der ego’s weerklinkt het luid: “the show must go on”.

Het is nog steeds mijn vurig statement dat ‘in elke patiënt finaal een kwetsbare mens schuilt’, iemand met een verhaal, een diepere pijn en vaak immens verborgen verdriet, maar ook wel onrijpe dromen en verborgen verlangens. En kwetsbaarheid, dat is tevens de gedeelde natuur des mensen. Daarom schuilt ook in elke mens een patiënt, tot spijt van wie dit niet wil of durft te erkennen. Oogkleppen dus best af, het harnas van oordeel durven loslaten, de eigen broosheid erkennen en met sensitieve voelsprieten empathisch de brug oversteken naar het hart van eenieder. Het doorbreken van relationele en maatschappelijke verharding wordt ongetwijfeld één van de lastigste uitdagingen.

Bezinningsvraag: hoe moedig kan jij je eigen tere plekken laten zien, en wat vertel jij tegen jezelf om dit net niet te doen?

4Veranderlijkheid zien

Niemand houdt van verandering en zeker het ego niet. En toch is het de enige constante in ons leven. Van een tegenstrijdigheid én heuse uitdaging gesproken! Verandering vraagt dat we ‘ja’ zeggen tegen obstakels, omleidingen en koerswijzigingen, dat we controle op het/ons plan durven loslaten, een open geest en enthousiast hart bewaren ten aanzien van het onbekende, een reisattitude cultiveren in het leven en durven groeien in excellentie. Hola Pola!

Alles gaat voorbij. Slechts drie woorden, waarin o zoveel wijsheid steekt. Woorden die zowel troost kunnen bieden, in donkere tijden, maar ook de voetjes op de grond houden, bij voorspoed. Woorden die steek houden en resoneren met moeder natuur en al haar bijzondere wetten.

Iedereen gaat (dus ook) voorbij. Ontmoetingen, contacten, vriendschappen, relaties, ze zijn allemaal slechts tijdelijk én veranderlijk. Dit onthouden zorgt voor veel meer spontaneïteit, echtheid, empathie en waardering in contact, en dus ook voor minder negativiteit, wrok, haat en andere vormen van emotie-onderdrukking.

Bezinningsvraag: Hoe bereid ben jij om – onderweg naar je bestemming – je te blijven open stellen voor wat en wie er op je afkomt?

5Eindigheid aanvaarden

Van carpe diem tot memento mori, we gebruiken het te pas en te onpas. We leven in tijden van #yolo #metoo en #hierennu waarin alles zo intens mogelijk beleefd, nagestreefd en liefst zoveel mogelijk gedeeld moet worden. Dit past natuurlijk allemaal in het kraam van het ego, dat genoegzaam in de handen wrijft en deze oude levensprincipes dankbaar en gretig uitspeelt.

Het Ik boven alles, de idiotie van een zandkorrel dat zich woestijn en eeuwig waant. Een grappige, gevaarlijke tristesse is het. Vroeger hadden we de hemel nog als perspectief, maar de hemel is niet meer. Op rijstpap met gouden lepeltjes zitten we heus niet meer te wachten, de onmiddellijkheid der dingen is waar het nu om draait: onmiddellijk leuk, onmiddellijk geleverd, onmiddellijk geld, onmiddellijk succes, onmiddellijke matchkes, onmiddellijk in bed, onmiddellijk gescheiden. Onmiddellijkheid als nieuwe opium voor het volk, met opgejaagdheid, rusteloosheid, ontevredenheid en groeiende vervreemding als logische afkickverschijnselen.

Het ego ontziet en ontloopt de onzekerheid en de angst die de dood, het ultieme einde uitademt. Ook alles wat daar mogelijks aan herinnert wordt vanuit een angstvallige superioriteit weggehoond. Het dieper existentieel reflecteren hierop is nochtans een uitstekend antigif en geneesmiddel voor dit oeverloze vluchtgedrag. De diepe, ontwapenende en stralende glimlach van een boeddhistisch monnik bijvoorbeeld wortelt in dagelijkse meditatie op de eindigheid en vergankelijkheid. De dood als vriend, leraar en bron van waarachtige bevrijding en mededogen.

Bezinningsvraag: Hoe is je band met afscheid, einde, vergankelijkheid en nietigheid in het leven?

6Eeuwigheid herontdekken

In een Ik-gerichte samenleving telt de buitenkant, de status, de zichtbare resultaten, het (na te streven) bezit. De wereld aan de binnenkant, met name het afdalen in gedachten en gevoelens, het beschouwen van het samenspel der behoeften, het rijk der diepere machten en schaduwen, het waarom en waartoe der dingen en mensen, is voor het ego als het betreden van een spookkasteel, daar ook waar ‘die bizarre introverten’ onder ons zich zich vaak het meest thuis voelen.

De werkelijke zoektocht naar het goud is niet een uiterlijke maar een innerlijke, en ze brengt ons via de smalle straten der gedachten, naar moerassen en meren vol gevoelens en zo naar een diepere oceaan van mysterieuze realiteiten, mogelijkheden en waarheden. Het brengt ons bij het besef dat we ko(s)mische miscroscopische stofjes zijn, bestaande uit miljarden dansende cellen zich ingenieus groeperend tot een tijdelijk zichtbaar lichaam, dat – voorbij de zintuiglijke domheid en spirituele armoede van het ego – hunkert naar wasdom, verbinding en zielsverheffing. Het brengt ons bij verzoening met misschien wel één van de grootste paradoxen des levens: grootsheid (durven) ervaren in het nietige, en nietigheid (durven) ervaren in het grootse.

Bezinningsvraag: Hoe frequent richt jij je aandacht wat dieper naar de binnenkant en durf je in dialoog te gaan met het mysterieuze niet-weten?

 

– Steve Van Herreweghe –

 

Bruno

Nooit zal ik hem vergeten. Bruno was lang één van mijn patiënten in het psychiatrisch ziekenhuis, ongeveer 10 jaar geleden. Bruno was een geïnterneerde en verbleef in een gesloten afdeling voor 2 jaar. Toen hij naar ons dagcentrum kwam leerde ik hem kennen als een heel gevoelige maar fijne man, getormenteerd door extreme mishandeling in de jeugdjaren. Vernielde ziel, maar wel één met een hele attente en diepzinnige rand. Bruno geraakte aan de drugs, werd psychotisch, pleegde ook misdrijven en geraakte zo in de gevangenis. Een alternatieve straf werd zijn deel. Bruno geraakte heel moeizaam uit het diepe dal van zijn leven en integreren in de maatschappij – met zo’n verziekte bodem, heel veel letterlijke en emotionele schulden – leek net als beginnen aan een heuse bergbeklimming, na een marathon te hebben gelopen..

Uiteindelijk stapte hij uit het leven nadat hij opnieuw een strafrechtelijk feit had gepleegd en terug naar de gevangenis werd verwezen, waar de veilige muren de ‘bange-jongen-in-hem’ slechts tijdelijk van bescherming konden voorzien. Dit ‘geïnstitutionaliseerd’ zijn – want zo luidt deze dramatiek – wordt trouwens subliem beschreven én verfilmd in ‘The Shawshank Redemption’, naar het boek van Stephen King.

Bruno had één welbepaalde favoriete quote waarmee ik hem altijd zal blijven associëren. Hij kon dit zo vaak herhalen in gesprekken en tegen zijn medepatiënten in groep, het was zijn lijfspreuk geworden en hij gebruikte dit om zijn levensloop én inherente problematische ontwikkeling te illustreren:

“Wanneer jij je wijsvinger uitsteekt naar iemand, zijn er altijd drie vingers die in jouw richting zijn gedraaid”

Kritiek, verwijt, beschuldiging, zeker wanneer het herhaaldelijk gebeurt, schept afstand, kwaad bloed en schade. Ik schreef erover in de 4 vernietigende ruiters binnen elke betekenisvolle relatie en moedig ook aan om met zijn allen minder vanuit ego en steeds meer vanuit ziel te verbinden.

Want, in een wereld waarin onwetendheid, oordeel en verwerping vaak centraal staan, kleine en grote oorlogen worden uitgevochten binnen en buiten onze kamers, en één simpele wijsvinger in de richting van een ander de basis kan leggen van strijd, dan denk ik nog vaak aan Bruno’s wijze maar tevens intrieste woorden. Want woorden, die kunnen nu eenmaal goden maken maar tegelijk ook duivels kraken.

– Steve Van Herreweghe –