Een briljant is een uniek geslepen diamant.

Diamant komt van ‘adamas’ en betekent ‘onoverwinnelijk’, ‘onverslaanbaar’. Het is met een hardheid van 10,0 op de hardheidsschaal van Mohs het hardste natuurlijke mineraal dat in de natuur voorkomt. Daar zit zijn geschiedenis voor iets tussen.

De meeste diamanten zijn tussen 1 en 3,3 miljard jaar oud. De Griekse filosofen geloofden dat in diamanten hemelse geesten leefden. De Romeinen dachten dat het tranen van de goden waren of splinters van vallende sterren. Hindoes daarentegen verwezen naar door bliksem ingeslagen stenen. In wezen zijn diamanten echter niets meer dan een brok houtskool dat de tand des tijds heeft weten te doorstaan. Houtskool ‘dat niet opgaf’, dus…

Ook wij – mensenlichamen – bestaan atomair gezien gemiddeld uit 20% koolstof. Koolstof wordt gevormd in de sterren (zoals de zon). En koolstofverbindingen (tientallen miljoenen) vormen de basis voor al het leven op aarde. Ook wij bestaan dankzij miljoenen verbindingen. Ook wij hebben evolutionair beschouwd immense druk weten te doorstaan. Ook nu in tijden van chaos, angst, beperking, kleinere zichtbare en grotere onzichtbare oorlogen is dat verre van anders. Aanhoudende druk of stress vermoeit, het duwt ons verder naar achter en ook dieper naar binnen, willens nillens. Maar hoe vervelend het ook is stress heeft ons tegelijk ook sterker gemaakt, slimmer gemaakt, creatiever gemaakt, gevoeliger gemaakt, mooier gemaakt. Het slijpt beetje bij beetje het oude, het ruwe weg, het polijst ons steeds meer naar een betere, bewustere en unieke variant. De buitengewone zeldzaamheid tegemoet.

De wereld buiten ons passeert steeds door een lens binnenin. En deze lens vernauwt en vertroebelt in tijden van angst, misleiding en overleving. Alles hangt samen met en af van hoe je naar jezelf gaat kijken. Je zelfbeeld en wereldbeeld gaan hand in hand. Trust me on this. Vergeet daarom wat meer de politieke, medische en wetenschappelijke brillen die je bang, boos en bedroefd maken. Donkere emoties zijn zelden op licht en waarheid gebaseerd, en we kunnen ze bovendien ook ‘wegwerken‘. De natuur, maar ook mijn ervaring leert dat het donkerste uur van de nacht niet zozeer de hel maar wel de dageraad voorafgaat. En blinkende sterren bewijzen dat je ook kunt stralen in het donker. Alles stroomt, het leuke en minder leuke, het goede, het kwade. Alles stroomt. Herdenk en herbegin. Kijk door de lens die jou helpt en kracht geeft, een lens die aansluit bij de natuur, haar bouwstoffen, haar cycli en dynamieken.

Jij, ik, wij zijn dus bijlange geen schaapjes, hoe bang we ook zijn. We zijn hoegenaamd geen slaven, hoe slaafs we ons ook gedragen. We zijn geen verdwaalde slachtoffers op het spoor vernieling, hoe destructief we ook zijn. Neen. Wij zijn grootse, fenomenale, creatieve en intelligente schepsels. En we doorstaan stormen en orkanen. Samen, als helden, als volhardende briljanten in wording ✨.

– Steve Van Herreweghe –

In 2019 woonde ik in Rome een congres bij gedragen door het wetenschappelijk-spiritueel ‘rockduo’ dr. Gregg Braden & dr. Bruce Lipton. Deze twee visionaire en revolutionaire zwaargewichten – beiden auteur van wereldwijde bestsellers – namen ons gezwind mee in hun geavanceerde kijk op de wisselwerking tussen de ‘deeltjes’- of quantumfysica en spiritualiteit, jawel. Een ware onderdompeling werd het in ‘de wereld der mogelijkheden en spiegelingen’ waarbij het menselijk schepsel zowel evolutionair als in co-creatieve zin in een nieuw daglicht werd geplaatst.

90% geautomatiseerd

Ook vanuit hun betoog kwam een bevestiging van wat veel psychologen, gedragswetenschappers en sociologen al wisten, namelijk dat wij als mensen voor 90% geautomatiseerd leven, in gezonde en minder gezonde zin. Wij zijn bijna machinaal ‘geconditioneerd’. Niet zozeer op basis van het eerder ‘statische erfelijkheidsbeginsel’, maar vooral via ‘ingeprente, ingesleten handleidingen, schema’s en programma’s’, uit een ‘ver verleden’. Oude programma’s zeg maar – zoals die werkten voor onze ouders en voorouders – die voor een ‘uitrol van resultaten’ zorgen in ons leven, en waar we ons al dan niet tevreden over voelen.

90% geautomatiseerd in ons denken, reageren en handelen. En deze ‘conditioneringen’ zijn in essentie ‘leereffecten’ die in hoofdzaak ontstaan via het proces van herhaling. Hoe meer iets wordt herhaald hoe dieper het spoor in het geheugen wordt gegraveerd. Dit heet in de neuro-wetenschap priming en verwijst naar ‘een onbewuste vorm van leren’. We leren klassiek op basis van drie processen: door voortdurende (1) associatie (‘connecties leggen’), (2) operaties (‘handelingen uitvoeren’) en (3) imitatie (kopiëren, modelleren). Over dat laatste wil ik het hier hebben, in concreto welke zenuwcellen hierbij een sleutelrol spelen en hoe ‘besmettelijk’ vooral gedrag en emoties wel kunnen zijn, voor onszelf, voor anderen en dus ook voor het collectief.

Spiegelneuronen

Je gesprekspartner geeuwt en plots begin je zelf te geeuwen.
Je ziet een vreemdeling z’n teen stoten en je gezicht vertrekt.
Je ziet de actrice in tranen uitbarsten – nadat haar partner haar verlaten heeft – en je huilt mee.
Je ziet iemand smullen van een ijsje en het water komt in je mond. 

Het komt door onze spiegelneuronen. Dit zijn zenuwcellen die ‘aangevuurd’ worden als je een handeling uitvoert, maar ook als je een ander persoon een handeling ‘ziet’ uitvoeren. Je brein detecteert geen verschil tussen wat er ‘werkelijk’ met je gebeurt of niet. Het spiegelt en activeert de bijhorende neuro-chemische responsen en gevoelens, en meestal automatisch. Onderzoek toont aan dat deze cellen een enorme rol spelen bij de ontwikkeling van ons leren, begrijpen én niet in het minst ons medeleven. 

Gedrag rondom ons is dus ergens besmettelijk of we het nu willen aannemen of niet. We worden zelf gebiologeerd door onze sociale interactie en vice versa. Net als communicerende vaten. En hoe hoger de sociale gevoeligheid des te hoger de mate van spiegeling. We observeren, imiteren en kopiëren nu eenmaal, willens en nillens. Zo overleven we. En hoe jonger we zijn hoe meer we dit doen. Tot ongeveer ons zevende levensjaar spiegelen we het meest omdat de hersenactiviteit tot dan theta-hersengolfdominant is. De hersenactiviteit vertoont diverse soort golven (gamma, bèta, alfa, thèta, delta). Thèta-golven (frequentie tussen 4 tot 8 Hz.) zijn aanwezig wanneer je dromerig bent, creatief bezig bent, tijdens de REM slaap, het niveau ook waarop we heel ‘hypnotiseerbaar’ en dus ‘programmeerbaar’ zijn. Confronterend als je er dieper over nadenkt, als ouder, als leerkracht, als ‘influencer’.

“Wij zijn geen (sch)apen, en toch is gedrag bijzonder besmettelijk.”

Het verklaart waarom we (ook als volwassen kinderen) gemakkelijk aan ‘copy-cat’ doen, elkaar ‘na-apen’, ‘volgen’, in het goede en in het kwade. Baas roept op medewerker, medewerker scheldt op kind, kind slaat de kat en kat krabt de hond. Niet alleen ‘leading’ maar ook ‘educating’, ‘relating’ en ‘coping’ gebeurt dus ‘by example’. We zijn dus minder vrij dan we denken en slaafser dan we willen, tot spijt van wat ons ego aankan. 

Bovendien leren we uit de theorie van en studies over de self-fulfilling prophecy, de placebo-, nocebo- en pygmalion-effecten enerzijds dat onze ‘aannames’ ons gedrag sturen, en hierdoor een gelijkwaardige ‘gevreesde’ of ‘verwachte’ realiteit gaan scheppen. Maar anderzijds ook dat we de realiteit van een ander kunnen aflijnen. Of hoe een overtuiging zich kan concretiseren en je in een waarheidswaan houdt, die zichzelf versterkt en een ander ‘besmet’. Ik besprak dit iets uitvoeriger in het artikel ‘8 psychologische effecten die uw blik kunnen verruimen’. Dit werkt zowel in positieve als in negatieve zin, en in de regel bij nagenoeg iedereen, tenzij er neurologische aandoeningen zijn.

Ik stip dit fenomeen aan aan omdat in het licht van de wereldwijde Coronapolitiek de maatregelen, de volgzaamheid ervan, maar ook de onderliggende aannames en angstpatronen, en de vele familiale en sociale conflicten evenzeer worden ‘overgedragen’. Dit betekent dat niet alleen ons eigen wereldbeeld maar ook het zelfbeeld van onze kinderen, hun zelfwaarde en zelfvertrouwen verandert. Aanzienlijk! Alleen, zijzelf hebben daar weinig impact op en macht over omdat ze compleet van ons afhankelijk zijn, ons en hun peers massaal ‘spiegelen’.

(Non)verbaal besmettingsgevaar

En de boodschappen die we (non-)verbaal doorgeven zijn:

– dat maskers dragen veilig is, geen dragen onveilig is

– dat afstand houden veilig is, geen afstand houden gevaarlijk is

– dat knuffelen gevaarlijk is, niet knuffelen gezond is

– dat spuitjes en QR-code voor vrijheid zorgt

Zo indoctrineren we onze kinderen met angst voor het onzichtbaar gevaar, fnuiken we hun emotionele expressie door de spiegeling van halve gezichten, maken we van contact iets ‘vies’ en reduceren we het lichamelijk en zelfvertrouwen tot chemische afhankelijkheid. Zo leren we ons kostbaar goud dat het slechts metaal is, geen edel, tenzij het kan aangetoond worden. De voorwaardelijkheid als sleutel naar waarachtigheid en identiteit. Je bent hoegenaamd geen QR – code, zoals ik hier schreef. Als bezorgde vader, psycholoog, gedragswetenschapper en gezondheidsdeskundige vind ik dat we ook dit dringend onder ogen moeten zien i.p.v. het passief doorgeven “omdat de anderen het doen” of “het moet”. De keuze is aan elk van ons, opvoeding begint thuis, bij onszelf. De hoofdverantwoordelijkheid voor de gevolgen ligt dus onverbiddelijk ook daar. Dat heet dan eigenaarschap. En van daaruit groeit onze energie, onze kracht en onze (mede)menselijkheid.

Lieve verstandige mensen,
Zonder te belerend te willen doen.
Voel wat meer, imiteer wat minder. Wees de verandering. Woorden wekken, maar het zijn de voorbeelden die strekken.
Ik wil daar meer van zien, horen, lezen en voelen. De paraplu-politiek, die is van de politiek, niet van de (ped)agogiek.
En hoe bewuster we ons daarvan worden, hoe bedachtzamer en keuzevrijer ons gedrag zal zijn, met het aangeboren recht op geluk van onze kinderen – ons goud – indachtig. Hun vrijheid en kracht gespiegeld in onze harten.

– Steve Van Herreweghe –

Beste vrienden, volgers van deze blog,

Deze week werd een uitgebreide podcast met Greet Bunnens ingeblikt. Hierbij werp ik mijn ongezouten doch gepeperde blik, voorzien van de nodige metaforen en dit in vogelvlucht, op de gedeelde crisissituatie waar we straks twee jaar in vertoeven, proberen te overleven en zelfs het verschil te maken. Dit tegen wil en dank maar wel met de nodige moed, in verbinding en met een groot strijdershart. Diverse onderwerpen worden aangesneden tijdens dit twee uur durend interview:

  • Waarom niet iedereen op een zelfde manier denkt, kijkt, reageert
  • Welke cognitieve en sociale mechanismen een rol spelen in de dagdagelijkse strijd en polarisatie
  • Waarom gezond wantrouwen logisch is
  • Waarom dit gebeuren niet losstaat van voorafgaande maatschappelijke tendenzen
  • Wat de link is met de 4 fasen in de nacht en het donkerste uur dat voorafgaat aan de dageraad
  • Welke kenmerken typerend zijn voor hen die het ‘Spel’ doorzien
  • Wat het verschil is tussen een interne en externe locus of control
  • Hoe we best met angst omgaan, check ook survivalkit in lastige tijden
  • Waarom het blijvend debat, naast de eigen stem, het herstel van recht, inkeer en zelfactualisatie ons hierdoor kunnen halen
  • En iets over het verdriet, het gevangen leven en de kracht van olifanten (en dus mijn eerste boek-in-wording)

Veel luisterplezier en laat gerust jullie comments na hier of in de sectie comments op Youtube (onderaan de video).

Stay strong, keep connecting, be positive!

Steve

ps: momenteel non-actief op FB wegens zoveelste ban. Je vindt me wel hier en op:

Telegram: https://t.me/stevevanherreweghe
LinkedIN: https://www.linkedin.com/in/stevevanherreweghe/
MeWe: mewe.com/i/stevevanherreweghe

Dat het bijzondere historische tijden zijn is een eufemisme van jewelste natuurlijk.

Het Coronavirus heeft alles en iedereen in zijn macht. Het lijkt wel op een Griekse God, Chronos bijvoorbeeld. Chronos was de jongste van de 12 Titanen, afstammend van Chaos en vader van Zeus en een bijzonder snelgroeiende familie (“varianten”).

Filosofe en schrijfster Joke Hermsen schrijft: ‘De tijd heeft twee gezichten, Chronos en Kairos. In de Griekse mythologie is Chronos de kloktijd. Deze is in de westerse wereld sterk geëconomiseerd geraakt. Tijd is immers geld geworden, daarom zijn we zo gestresst. Maar Chronos had een kleinzoon die weleens vergeten wordt: Kairos. Kairos is de god van het juiste ogenblik en de goede gelegenheid. Hij personifieert de tijd van rust, inspiratie en creativiteit.”

In tijden van vertwijfeling schuilen dus ook kansen. Maar soms hebben we daarin wat extra hulp en begeleiding nodig opdat we ons niet zouden verliezen in angst, ongeduld en moedeloosheid. 

Doordat het mij ook beroert wil ik waar mogelijk ook helpen, met kennis, inspiratie en ondersteuning. Omdat ik bijvoorbeeld steeds meer vragen krijg zoals “wat met die vaccinatie-uitnodiging, wat met de druk van buitenaf, wat met het risico?” heb ik een 8-tal punten beschreven die je mogelijks kunnen ondersteunen bij je persoonlijke beslissing.

Mijn devies in een notendop (voor wie dat wenst):

1. Jouw lichaam is jouw heiligdom. Het is een fenomenaal instrument dat jou draagt, vervoert, vervult. Het beschikt over vermogens die jou helpen genezen, groeien en verbinden. 

2. Druk van buitenaf om deze integriteit te doorbreken roept altijd weerstand op. Dat is de instinctieve reflex van jouw immuunsysteem, een aangeboren en adaptief biopsychosociaal ‘leger’ met een bijzonder sterk geheugen. 

3. Denk voor jezelf. Onderzoek alle informatie, niet enkel 1 klok maar meerdere klokken. Wees nieuwsgierig en gezond achterdochtig. Laat je niet leiden door media en mensen die jou pushen. Wie een ander pusht ontneemt diens zelfbeschikking. 

4. Als het aanvoelt als manipulatie, dan is het vaak ook zo. Wie manipuleert heeft een agenda, ofwel zoekt die een manier om zich niet alleen te voelen of uitgedaagd te worden in zichzelf te leren geloven. 

5. Als men zich bang en onzeker voelt dan zoekt men naar leiderschap. Vertrouw op mensen en informatie die jou in jouw zelfleiderschap erkennen en sterken. Die jou verzoeken in je moed en kracht te durven staan, mensen bij wie jij rustig wordt. 

6. Gezondheid is ons allerhoogste goed. Zonder gezondheid staan we zo goed als nergens. Gezondheid is een zaak van lichaam, geest, hart en contact. Voeding, beweging, rust maar ook dagelijkse extra zelfzorg houden je sterk. 

7. Wie geen grenzen stelt ontkent de eigen bescherming en is geneigd dit ook bij anderen te doen. Voel je beschermd. Verdiep je in gezondheidsmaterie tot wanneer er helemaal geen angst meer is. Angst is gebrek aan kennis. 

8. Beslis voor jezelf als het helemaal helder is, de storm van vragen is gaan liggen. Handel niet vanuit overleving. “Zolang jij ademt is er meer goed met je dan fout”, zeggen de Boeddhisten.

Wat je ook beslist, mijn vriendschap blijft.

– Steve Van Herreweghe –

‘De boog kan niet altijd kan gespannen staan’.

We werpen het o zo graag, overvloedig, ook wel gemeend de sociale ether in, toch? (…ook al doen we dat quasi met zijn allen vanuit een chronisch overspannen status, denk ik dan ‘stilletjes’). Res non verba ofwel de daad bij het woord voegen is – eerlijkheidshalve – zelden een eenmalige activiteit maar een levenslang leerproces. En net nu – in het Coronatijdperk – worden we er quasi met zijn allen in geduwd, willens nillens. Verplicht onthaasten. Ideaal dus om eens wat te reflecteren over dé bron van veel ziektes en lijden.

Stress, een groot containerbegrip

‘Stress’, het heeft – anno 2021 – God al lang verbannen als meest geliefkoosde zondebok en dé reden bij uitstek waarom we ziek zijn (en ‘zoek’ lopen). En als we dr. Google raadplegen dan krijgen we ongeveer 1.010.000.000 resultaten (0,50 seconden). Het is een universeel begrip en realiteit geworden die ons in ons dagelijks lijden verbindt, ook wel verblindt, en zelfs verbrandt. De verwereldlijking of secularisering ervan is zeker geen negatieve evolutie. De ontkerkelijking en ontnuchtering brachten de voeten meer op de bodem, de aandacht naar het lijf en de focus meer op zichzelf, het soevereine zelf, het aardse zelf. Anderzijds zorgde het ook voor een soort geestelijke – spirituele ontzuiling waardoor heel wat mensen het zgn. ‘levenskompas’ kwijt zijn geraakt. Een leegte waar vooral Big Pharma van profiteert. Ik schreef er hier scherper over door.

Stress. Het is een containerbegrip geworden. We kennen en gebruiken het ondertussen voor heel veel zaken, nog steeds eerder met een negatieve lading: verwijzend naar een soort ‘onbehagen, nervositeit, angst, zorgen’ zowel thuis, op het werk, in het verkeer, wanneer we het over ons verleden, de toekomst, onze gedachten, emoties en over het gedrag van anderen hebben. Het is een term die veel omvat, te veel, en het past perfect binnen de cognitieve luiheid, de gevoelsarmoede en de illusie van ’tijdsgebrek’ waarin we met zijn allen zijn vervallen. Dat we volgens verslavingsexperts “geen tijd hebben” klopt niet, aangezien gemiddeld genomen een volwassene 4u-6u/dag neust in en kleeft aan diens toestelletje. Deze ‘online- en checkhouding’ heeft met het bevredigingshormoon ‘dopamine’ te maken, een natuurlijke beloningsdrug, waaraan we megaverslaafd zijn. Ik besprak het hier uitgebreider.

Neutraal betekent stress ‘druk’ of ‘spanning’, zoals deze die je op een boog steekt. En die spanning kan laag of hoog zijn, aangenaam tot onaangenaam aanvoelen, en van kortdurende of aanslepende aard zijn. Algemeen spreken we van eustress wanneer het positieve druk is of ‘opwinding’ (om iets te presteren) en disstress wanneer het als negatieve druk wordt ervaren of ’teveel’.

‘Controle’ is daarbij steeds het sleutelwoord. Vooral dan de mate ervan ofwel de autonomie die we in de situatie ervaren. Gebrek aan controle over en perspectief in een situatie bevordert heel vaak de negatieve stressbeleving en dwarsboomt de positieve zingeving.

Overlevers en hun pedalen (kwijt),

Dankzij ‘stress’ (dat weten we dankzij de evolutietheorieën) – hebben we het als mensensoort ‘overleefd’. Het is het biochemisch product van ons overlevingsmechanisme; een mechanisme met diepe roots in het instinctieve reptielenbrein en werkzaam via het autonoom zenuwstelsel (AZS).

Dat AZS heeft 2 pedalen die best zo gelijkmatig – evenwichtig mogelijk worden gebruikt: het gaspedaal (sympathisch deel) enerzijds, dat bij waarneming van ‘gevaar’ ons lijf een vloedgolf van natuurlijke chemicaliën – hormonen (adrenaline, noradrenaline, cortisol) bezorgt ifv ‘actie’ en via de vecht-vluchtreflex, en anderzijds het rempedaal (parasympathisch deel) dat ons lijf terug naar een relaxatie- en herstelmodus brengt. Dit natuurlijk evenwichtsmechanisme in ons lichaam heet de homeostase.

De kern van het probleem is niet de acute stresservaring maar wel de chronische – aanhoudende stresservaring, waardoor de homeostasis van ons organisme in het gedrang komt. Beeld je maar eens in dezelfde afstand met 1 ipv 2 pedalen te fietsen. Of nog anders gezegd, het is niet zozeer de zwaarte van de rugzak maar hoe lang je die al draagt dat gaat doorwegen, en acute lastsignalen tot ernstige ziektes gaat genereren.

De gerenommeerde celbioloog dr. Bruce Lipton (US) stelt dat het wetenschappelijk bewezen is dat 95% van alle ziektes stressgerelateerd zijn. En deze stress kan chemisch (toxische stoffen), fysiek (mechanisch) en emotioneel (overspoeling) van aard zijn. Wanneer we (1) teveel en (2) te lang ’(ver) dragen’ evolueert de spreekwoordelijke spanningsboog naar ‘te strak’ en kan die op een gegeven ogenblik ‘breken’. Onderweg vertoont ons lichaam wel al voldoende signalen (vermoeidheid, prikkelbaarheid, geheugenklachten, hartkloppingen, hoofdpijn, gedaalde frustratietolerantie, psychosomatische klachten, …) waar we te vaak ‘ontkennend’, ‘minimaliserend’ op reageren. Men gaat door op hetzelfde elan want “duty calls”, tot een toestand bereikt wordt (zoals bij burn-out) waarbij het echt helemaal niet meer gaat.

En nu (verder)?

Zoals aangestipt, ‘controle’ is het sleutelwoord. En deze lijken we grotendeels kwijt geraakt.

Eén van de allergrootste bronnen van (inter)menselijk lijden komt neer op het volgende onevenwicht:
1. een overmaatse betrokkenheid (en dus controledwang) bij zaken waar we geen invloed op hebben
2. een ondermaatse betrokkenheid (en dus ontkenning) bij zaken waar wel wel invloed op hebben
3. het onbewust zijn hiervan en het hardnekkig blijven vasthouden aan 1. en 2.

En nu het een wetenschappelijk gegeven is dat stress, naast ons denken en voelen ook onze organen (hersenen, maag-darmstelsel, huid, hart, longen, lever, nieren, enz.) teistert en het steeds meer door moderne gezondheidswetenschappen zoals psychoneuroimmunologie en epigenetica sterk wordt bekrachtigd rijst natuurlijk meer en meer de vraag ‘Hoe we dit dan in huidige jachtige geautomatiseerde cultuur moeten gaan (blijven) counteren?’

Er zijn diverse adviezen natuurlijk mogelijk, maar start misschien met de teksten Survivalkit in lastige tijden, Pauzeren kan je leren en Van kwantiteit naar kwaliteit

Ik hoop dat je in afwachting van mijn boek en via deze blog en podcast iets meer antwoorden kunt vinden. Voor verdere vragen kan je me steeds contacteren.


– Steve Van Herreweghe

“Te veel op mijn schouders, een krop in de keel, er ligt iets op mijn maag, er moet iets van mijn lever, dat doet pijn aan ’t hart, daar komen mijn haren van recht..”

Gevoelens, emoties, hoe ‘ongrijpbaar’ ook, ze drukken zich lijflijk en organisch uit. Niet enkel in onze taal maar ook werkelijk in de stoffelijke realiteit van ons lichaam. Of we dit nu weten of niet, willen of niet, door onze verbinding met de buitenwereld en elkaar ontstaan ze, en verblijven ze, kort maar ook vaak heel lang, en met gevolg. De prettige en de minder prettige, de mooie en de bijzonder pijnlijke.

Na 25 jaar ervaring in de (geestelijke) gezondheidszorg durf ik te stellen dat er nog steeds bijzonder weinig aandacht gaat naar de impact van de emotionele gezondheid op de algemene gezondheid, naar het verband tussen de emotionele kwetsbaarheid en de fysieke kwetsbaarheid, naar de link tussen ziektes en gevoelsvervreemding.

Via de psycho-neuro-immunologie weten we al jaren dat (emotionele) stress, zeker deze die chronisch aansleept, een impact heeft op ons psychosomatisch ziek- en welzijn. Meer recent wetenschappelijk bio-genetisch onderzoek verwijst zelfs naar een heel duidelijke link tussen onze (dieperliggende) emoties en de structuur van ons DNA! Emoties kleuren niet alleen ons leven, ze beïnvloeden blijkbaar ook het erfelijk materiaal van waaruit we gevormd worden.

‘De tranen die niet gehuild worden door de ogen, worden gehuild door onze organen’, zegt dr. James Lynch. Heel veel psychische, somatische, relationele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Ik schreef er meer over in crisis als doorbraak (leestip!). Het is zelfs wetenschappelijk aangetoond dat aanhoudende eenzaamheid even nefast is voor ons immuunsysteem als 15 sigaretten/dag. Er zou namelijk een significante wisselwerking bestaan tussen cytokine (een afweerhormoon) en het sociale interactiepeil.

Bottom line is dat in een wereld van ‘beheersbaarheid’, ‘quick fix’, ‘controle’, ‘comfort’ en ‘symptoombestrijding’ amper nog aandacht gaat naar de diepere oorzaken van hart- en vaatziekten, nier-, long-, lever- en andere aandoeningen, diabetes, obesitas, auto-immuunziektes. Het lichaam vertaalt wat de geest verdrukt en vergeet. Het lichaam weerspiegelt wat we emotioneel niet kunnen of durven uitdrukken. De weerstand ligt in oude verhalen en wat ons hoofd ons blijft vertellen: “Het is niet ok om mezelf uit te drukken.”

Tussen de prikkels die we krijgen en de reacties die we geven ligt een bijzondere ruimte, een vergeten oceaan van voelen. We leven ontheemd van onze diepste gevoelens, onze trauma’s, lijden aan rouwvrees, hebben immens veel schrik voor verwerping. En dankzij het masker en de ‘sociale aanpassing’ overleven we, in combi met alcohol, pillen, en vele andere compulsies of verslavingen, en ja zelfs overmatig positivisme. Er is amper nog voeling, voeling met de binnenkant, voeling met de buitenkant, voeling met de onderstroom des levens, voeling met het vergeten zuur en het allerdiepste zoet. We begrijpen niet meer dat ‘wie zich beter wil leren voelen ook het voelen moet leren te verbeteren’. En geloof me, ik heb net ook moeten leren, echt.

Tips voor ‘Emotioneel Werk’ ofwel je ‘Gevoelshuishouding’:

Van vat ‘vol’ naar vat ‘op’ gevoel :

🔸 leer luisteren naar en wees lief voor je lijf, het stuurt je voortdurend signalen over je emotionele zelf. Beschouw de signalen wat meer in figuurlijke zin. Wat vertelt je lijf je over je verdriet, je kwaadheid enz.

🔸 schrijf meer over je innerlijk leven: journaling of narrative writing werkt heel louterend. Je vormt een betere band met de voortdurende onderstroom, de onderliggende verlangens leer je beter begrijpen

🔸 praat meer in vertrouwen over je diepere soms verborgen gedachten, pijn, hoop, angsten, dromen. Het geheime meer aan het licht brengen klaart bijzonder veel op en uit.

🔸 schakel hulp in bij de verwerking van te pijnlijke gebeurtenissen in je leven, laat het niet verzuren, zoek een mentor, vertrouwenspersoon, ‘praatdeskundige’. Stel niet uit.

🔸 laat de dingen die je overkomen iets meer bezinken en landen. Zeg niet te snel ‘ok’, ‘ja’, ‘neen’, neem je tijd om te meer te voelen.

🔸 hou je interne radio in de gaten. Gedachten zijn de bouwstenen van onze perceptie, onze realiteit en dus ook onze gevoelens. Voorzichtig met overhaaste conclusies, veralgemeningen en negativisme. We denken bijzonder veel, de denkfouten inbegrepen.

🔸 wees selectiever: vermijd negatieve plaatsen, mensen en zoek meer zachte sferen op. Omgeving en medemens hebben heel grote impact op je stemming.

🔸 leer ook luisteren naar anderen, beter, langer, dieper. Stel vragen en reflecteer op wat je hoort bij de ander. Verleg niet te snel de focus terug op jezelf.

🔸 ga helemaal op in ervaringen, voeg meer emotie toe aan je activiteiten. Speel, dans, zing, creëer met hart en ziel.

🔸 leer van en imiteer kinderen, zij staan dichter bij hun eerlijke zelf.

🔸 fysieke aanraking: toelaten, erin groeien, durven geven bevordert de gevoelsband met jezelf en je intimi.

🔸 zoek de natuur op, wandel meer, en laat je gevoelens opborrelen, luister zoveel mogelijk zonder oordeel en leer van natuurlijke herkauwers én zenmeesters zoals de koetjes!

Het is wel ok wat je voelt. Het is wel ok om dit te delen. Vertrouw je gevoelens wat meer. Het komt je gezondheid en deze van anderen alleen maar ten goede.

– Steve Van Herreweghe

De Griekse tragedies, jullie hoorden er wellicht ooit eens van. Ze werden destijds opgevoerd om het publiek een zekere catharsis (zuivering, ontlading) te laten beleven. Ze deden dat door via het schouwspel elos (‘medelijden’) en fobos (‘angst’) op te wekken en er de aanwezige toeschouwer(s) mee te overspoelen. Voor een Griek is het ‘zien lijden’ (mentaal en fysiek) het ergste wat er is.

Dat geldt natuurlijk ook voor elke niet-Griek. Op het theater van ons levens zijn oneindig veel kleine en grote tragedies te aanschouwen die ons raken, ons verstillen of in beweging brengen. Ook kan de ‘Griek-in-onszelf’ wel af en toe eens ontaarden in voyeurisme, in leedvermaak en jawel zelfs tot het pijnlijke ‘we staan erbij en kijken ernaar’– ook wel het Bystander-effect genoemd.

Het zien lijden of ‘afzien’ van een ander beroert onze zintuigen, hersenen en harten, bij de één al meer dan bij de ander. Onze spiegelneuronen zouden er voor iets tussen zitten, dat zijn specifieke hersencellen die ons via waarneming van (en afstemming met) de buitenwereld een soort van gespiegelde ervaring bezorgen. Het houdt ook verband met ons leer- en empathisch vermogen. Maar wat doen we er dan mee, of wat moeten we er eigenlijk mee doen?

(zelf)Medelijden, een bijzonder humane reflex.

Het brengt me bij een andere (klassieke) vraag die ik al meer dan 20 jaar voorgeschoteld krijg: “Steve, zo alle dagen de miserie van een ander aanhoren, hoe hou jij dat vol?” Natuurlijk zijn er meerdere antwoorden mogelijk. Over één kernachtig antwoord wil ik het in deze blogpost ietwat genuanceerder hebben, wellicht herken- en invoelbaar voor iedere gevoelige ziel die zich ook wel eens kan verliezen in de pijn, de zorgen van een ander. Het gaat over medelijden, en vooral de valkuil ervan

Medelijden, het maakt ons schijnbaar zachter en milder, het brengt ons bij kwetsbaarheid, de kleine en grotere hel van de ander, en het maakt ons tevens bewuster van ons eigen (on)geluk, de voorgespiegelde (on)rechtvaardigheden des levens, én het opent debatten naar diepere zingeving en machten.

Dé vraag is echter of (zelf)medelijden echt een toegevoegde waarde biedt, of het werkelijk ‘helpt’ en sterkt, of het daarentegen onszelf en de ander niet eerder gaat kleineren, devalueren en zelfs stagneren?

De geboorte van de vlinder 

Een man zat op een zonnige middag rustig te genieten in zijn tuin. Zijn oog viel op een cocon waar net beweging in kwam. Er verscheen een kleine opening in de cocon en een vlinder probeerde met veel moeite zijn weg naar buiten te vinden door dat kleine gaatje heen. Tot verwondering van de man was de geboorte van de vlinder een niet zo gemakkelijk proces. De vlinder was anderhalf uur bezig om te proberen uit de nauwe opening te komen. Hij raakte daardoor vrijwel uitgeput, want hij deed plotseling niets meer. De man had medelijden met de arme vlinder en liep zijn keuken in, op zoek naar een schaar. Toen hij terugkwam met de schaar, zat de vlinder nog altijd in de cocon, wachtend op wat nieuwe energie. De man knipte de rest van de cocon weg; nu kon de vlinder zich moeiteloos bevrijden. Met een schok stelde de man echter vast dat de vlinder een gezwollen lijf en verschrompelde vleugels had! Hij zag hoe de kreupele vlinder over de grond schrompelde en hij wachtte tevergeefs op het spreiden van de vleugels. Wat bleek? In zijn medelijden had de man niet beseft dat het nauwe gaatje de wijsheid van de natuur voorstelde. De vlinder wordt namelijk gedwongen zich door een klein gaatje te wurmen, omdat daardoor de levenssappen vanuit het lijf in de vleugels worden geperst. Het moeilijke geboorteproces was precies wat nodig was voor de vlinder.

Teveel schrik voor nauwe gaatjes en zure appels

Het transformatieproces van rups tot vlinder wordt sinds oudsher in menige culturele, religieuze en spirituele tradities gebruikt als metafoor voor onze ontpopping van ‘onbewuste-kruipende-aardse-ego-staat’ naar een ‘lichtere-bovenbewuste-spirituele-staat’. Het popstadium wordt daarbij figuurlijk gezien als de overgangs- en natuurlijk dwingende loslaatfase: een lastige doortocht doorheen het donker waarbij in een fase van klaarblijkelijke verstilling en verdwijning in feite de integratie van al het oude (‘vergetene’) geschiedt, en dit als voorbode van een nieuwe verschijningsvorm.

Het verhaaltje hierboven houdt ons een spiegel voor en zit dus boordevol analogie. De man in het verhaal bijvoorbeeld. Hij lijkt alert en wakker, behulpzaam en vol (zelf)medelijden! Hij vertegenwoordigt onze klassieke manier van kijken, denken en probleemhantering. Enerzijds verwijzend naar ons aangeleerd verzet tegen verandering en groei, en de hiermee verbonden angst- en betuttelcultuur (waar we met zijn allen deel van uitmaken). Anderzijds naar onze ‘slaperige en geautomatiseerde staat’ van zijn en leven, waarbij we vooral niet willen en kunnen losmaken van wat vertrouwd is en daardoor angstvallig smachten naar ‘het oude normaal’. In mijn ‘Wakker & Bereid’ podcast zoom ik hier via een eerste mini-reeks dieper op in.

“Wat is er mis met helpen dan?” hoor ik jullie luidop denken. Goeie vraag! Op zich niks mis, alleen, wat is de definitie van helpen en hoe nodig is het precies? En vooral hoe gevraagd en welkom is het werkelijk?

Er ‘doorheen’ groeien kan ook

Zoals ik beschreef in de 9 takeaways naar een kwaliteitsvoller leven is ‘ongemak vaak een voorbode van groei’, en kunnen we naast vlindergeworden rupsen ook heel wat van zich terugtrekkende kreeften leren! Alleen wordt ‘ongemak’ (en bij uitbreiding ‘crisis’) vanuit ons westers denk- en geneesmodel zelden echt zo bekeken. Onmiddellijk comfort daarentegen staat voorop. Weg dus met die (groei)pijn, te nauwe gaatjes en te zure appelen! Onze hedendaagse quick fix mentaliteit en -cultuur met haar favoriete instantoplossingen (zoals overmedicalisering, junk food, Tinder, onlineverheerlijking) worden als meer ‘passend, #yolo en normaal’ beschouwd.

We zijn ergens onderweg vervreemd geraakt van de oerkennis over het diepere ‘waarom’, inclusief het belang, de initiatie en waardering van (overgangs)rituelen. We hebben het afgeleerd om te pauzeren, vertrouwen minder op ons eigen ontwikkelproces en hebben daardoor immens veel moeite om door te bijten en te zetten. We verkrampen bij (grote) crisissen en schieten in vermijdingsgedrag omdat we vergeten zijn dat verandering de enige constante is in het leven. We moeten het willen én durven onder ogen zien: we zijn gebrainwasht en misvoed – én – we geven dit vaak blindelings gewoon verder door aan onze kinderen, onze vrienden en om te beginnen aan onszelf. Graag nieuwe en andere boodschappen dus, boodschappen die ’t liefst sterke wortels en vleugels geven. Ik belichtte er ter info 12 ‘eenvoudige’ hier.

Medelijden naar zichzelf en anderen is dus i.m.o. zelden een goede raadgever want het wortelt in een waarheid van ‘gepercipieerd slachtofferschap’, bij onszelf en vervolgens ook geprojecteerd op onze omgeving. Het biedt schijnbare voordelen en schept een gemeenschappelijke deler van onschuld, gekwetst en bang zijn. Dat menselijk lijden zelden in een groter perspectief wordt geplaatst leerde dit verhaaltje ons. Ook uit de crisispsychologie wordt dit bevestigd: het menselijk lijden kan slechts waarlijk transformeren als ‘de situatie’ niet als (goddelijke) ‘straf’ maar als ‘opportuniteit’ wordt gezien, als doortocht naar meer licht(heid).

We zijn dus geen slachtoffers van de omstandigheden (ook al geloven we dit graag en kunnen de omstandigheden ook behoorlijk uitdagend zijn), maar bezitten het vermogen om te kiezen ons denkpatroon hierover te veranderen en jawel zelfs ‘post-traumatisch veerkrachtig‘ te groeien ipv in het stresssyndroom te blijven hangen.

De imaginaal cellen (eren)

Terug naar de worsteling van de rups. In het popstadium gebeurt de histolyse: alle organen van de rups worden opgelost tot vormloze materie. Hieruit ontwikkelt zich de toekomstige vlinder. Met dank vooral aan de imaginale schijven! Deze ‘schijven’ zijn als kleine groepjes cellen de belangrijkste werkpaarden die de ombouw van de hongerige rups naar kilometervretende vlinder mogelijk maken. Deze cellen ‘lezen’ als het ware die informatie van hun genetische blauwdruk en fungeren als een levendig en dwingend ‘design’ dat de rups tot een andere vorm laat evolueren. Fantastisch toch!

Deze analogie kunnen we zeker ook doortrekken naar elke zich-ontwikkelende-mens. Jezelf of een ander (onwetend of angstvallig) identificeren met ’teveel rups’ is ook vergeten dat er een dieper ‘design’ is dat wil ontwikkeld geraken. Pijn, tegenslag, crisis, het heeft allemaal een functie, tenminste als we dit ook zo willen zien en begrijpen. Zoals ik verhelderde aan de hand van deze 3 metaforen heeft elke crisis naast een vergrootglas- ook ‘brug-functie’: het dicht een kloof, lost altijd iets op en maant ons aan om meer te leren loslaten en meer op het zich ‘ontvouwende en onzekere nieuwe’ te vertrouwen. Wil je nog meer survivaltools in lastige tijden, lees hier dan verder.

Van medelijden naar medeleven, -reizen en -rijzen

Brengt mij tot slot terug bij de gestelde vraag van hierboven (“waarom enthousiast blijven?”). Mijn allerdiepste drijfveer en bron van enthousiasme in het begeleiden van cliënten-in-pijn ligt dus niet in (zelf)medelijden vervat bij maar leeft in de verwondering die elke crisisdoorgang en -doorbraak (en de daarbij potentiële nieuwe evolutievorm die tevoorschijn rijst) met zich kan meebrengen. Wat een ander ‘miserie’ noemt geldt voor mij slechts als een vernauwing van iemands (gevoelsmatige) werkelijkheid.

De pijn, het verdriet, de angst, frustraties, twijfels en uitzichtloosheid waarmee cliënten geconfronteerd worden zie ik dus niet als slotsom of eindpunt aan een menselijk verhaal, en evenmin als een verhaal dat bovenop mijn zgn. denkbeeldige ‘op te lossen berg’ komt te liggen, maar als een mogelijke hergeboorte of ‘ingang naar een dieper en nieuwer leven’. Het actief getuige en medereiziger mogen zijn van diverse wedergeboortes zorgt voor een onvoorstelbare positieve energiestorm die niet enkel elke gedachte aan ‘hoe erg het wel was’ resoluut teniet doet maar tevens de mens-in-mijzelf doet rijzen.

Als hulpverlener en wakker(der) mens leer je ook dat er een verschil bestaat tussen helpen en begeleiden. Je bent geen rasecht technieker die de problemen van een ander eventjes fixt zodat ze vervolgens weer verdwijnen. Begeleiden is ruimer dan en omvat (oa) het helpen. Maar het kan ook perfect iemand met rust laten zijn.

In die zin is medeleven belangrijker en ruimer dan medelijden, want medeleven veronderstelt een gemeende aandachtigheid en betrokkenheid met behoud van respect voor de vrijheid van de ander (tenzij die zichzelf en anderen in gevaar brengt). Medelijden daarentegen verlengt en accentueert het lijden, en onderbreekt het natuurlijke vermogen tot een autonomer, bewuster en innovatiever leven.

– Steve Van Herreweghe –

Ik schrijf dit artikel in tijden van ‘Coronaberoering’.

Begin april werd ik gevraagd om het zwaar getroffen WZC De Meers te begeleiden, in het bijzonder het personeelskader. Het virus had een ware ravage aangericht en met een ongeziene snelheid voor een besmettings- en overlijdensgolf gezorgd. Niemand die het kon blijven volgen en behappen, temeer omdat ook het personeel massaal uitviel.

De Meers is – met meer dan 300 bedden en 200 personeelsleden – het grootste woon- & zorgcentrum van W-Vlaanderen. En alhoewel de woonzorgcentra niet meteen in de aandacht kwamen verschoof onderweg (terecht) meer en meer de focus hiernaar. De statistieken spreken (dd. juni 2020) voor zich: in België 9500 overlijdens bijna 2/3 in de (55) wzc. In De Meers stierf tot op heden 1 op de 5 bewoners (60 in totaal).

Crisis- en arbeidspsychologische begeleiding was dan ook geen overbodige luxe, laat staan een sinecure. Het getroffen centrum leek op een echte ‘warzone’, waar vooral paniek, wanhoop en verslagenheid overheerste. Hier was niemand op voorbereid. Gelukkig herstelde – in lijn met de algemene statistieken (plusminus 98%) – het merendeel van de besmette bewoners en personeelsleden. Het blijft natuurlijk bang en vooral Corona-vermoeid afwachten wat de volgende maanden gaan ontwaren. De implicaties van deze crisis zijn dan ook – vanuit alle (expert)hoeken bekeken – onvoorspelbaar, pervasief en tot op zekere hoogte traumatiserend te noemen. Want, deze Coronapandemie baarde tegelijk ook parallelle pandemieën van angst, woede, economische en psychosociale overdruk of stress.

Metaforen

“Een klop van de hamer” …”’t Licht ging uit” … “Aan de voordeur van de hel” … “Door de zure appel bijten” … “Licht op ’t einde van de tunnel”... Het waren alomtegenwoordige verzuchtingen; beeldspraak die trouwens iedereen meteen (gevoelsmatig) begrijpt, want een beeld, het zegt nog steeds meer dan 1000 woorden. Dank je wel aan de metaforen, ze werken net als verhalen: verhelderend, verlichtend (in alle betekenissen), en versterkend.  

Ook omtrent (het begrip van) crisisbegeleiding bestaan er diverse metaforen zoals bijv. een reisgids die ‘gepakt en gezakte reizigers doorheen een bijzonder lastige bergtocht wil leiden, niet wetend wie en hoe men het zal halen’, en dat geldt ook allerminst voor de reisgids dezes..

In de marge. Elke vorm van psychologische begeleiding bij een crisis doorloopt standaard een aantal fasen. Er is de acute shock-, de recuperatie- en de rehabilitatie- of groeifase. Ook in het WZC De Meers is dat niet anders (geweest). De begeleiding geschiedde dientengevolge op alle niveaus binnen de organisatie én via diverse methoden: actieve presentie, groepsdebriefing, individuele sessies, (indirecte) bewonerszorg en psychoeducatie. De volgende 3 metaforen werkten daarbij bijzonder inspirerend en zelfs creatief crisisverheffend.

1. Crisis als wekker

Is een crisis als een nachtmerrie die komt terwijl we wakker zijn, of eerder een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen waren?

“Crisis, het zorgt voor (meer) beweging”

Niet enkel deze Coronapandemie maar au fond elke crisis fungeert als een actieve wekker. Het maakt ons wakker, gewild of ongewild, ongeacht onze bewustzijnsstaat; veelal wakker uit een soort slaperige – dromerige – geautomatiseerde staat. Een staat waarmee we onze tijd doodden, een staat ook die zelden echt in de diepte bevredigt, tot spijt van wat we onszelf vaak vertelden. Dit geautomatiseerde leven geldt als een soort ‘normaal’ waarbij we slaafs door het geheel van onze gewoontes (existentieel) in slaap worden gewiegd, de lett. en fig. slaapstoornissen van deze tijd inbegrepen. Ik leefde me er in Minder online en meer inline kritisch in uit.

Zoals de dagelijkse wekker wakker maakt en typisch menselijke reacties uitlokt: van paniekerig, verveeld tot neutraal en blij dat de dag weer begint; zo loopt het in feite ook wanneer een crisis (als wekker) uitbreekt: alhoewel de reacties zeer uiteenlopend kunnen zijn, zijn deze nog het meest op angst en verzet gebaseerd. Het hamsteren en andere impulsieve op zekerheidgerichte acties staan nog heel vers in het geheugen.

Deze vrijgekomen ‘wat-gebeurt-er-nu-en-wat-moet-nog-komen-angst’ heeft typische kenmerken: ze komt in golven, is vrij intens zijn, gericht op overleving en kan naast motiverend soms ook verlammend gaan werken. Zoals ik in de mini-podcastreeks rond crisis en wijze coping belicht zijn de instinctieve en aangeleerde crisis- en stressreflexen universeel en oermenselijk: we willen de realiteit vermijden, er tegen vechten, ervan wegvluchten of zelfs ter plaatse bevriezen.

Veranderstress. Niet iedereen wil echt die donkere tunnel door, de ’terug-naar-normaal-wens’ weergalmt vanop elk balkon en bovendien wordt deze angst jammergenoeg ook op allerlei manieren ge- en misvoed door media, traditionele geneeskunde en andere politieke en economische agenda’s.

Wakker (geschud) worden kan best pijn doen en kan aanvoelen als een vorm van ‘verdoving die is uitgewerkt’. En in de comfort- en quick-fix cultuur waarin we leven is het devies om ‘pijn ten allen tijde te vermijden en te bestrijden’. In het (sterk aan te raden) artikel “de valkuil van (zelf)medelijden” beschrijf ik waarom de ‘underdogpositie’ niet enkel een universeel menselijk fenomeen is maar tevens aan de basis ligt van een verzwakte individuele en collectieve veerkracht.

Soms lijken we te zijn vergeten dat onze belangrijkste leer- en groeiprocessen nooit echt pijnvrij waren en dat onze verworven veerkracht en vertrouwen is gestut op bijzonder veel moeite en doorzetting. De keuze ligt steeds in het besef en gebruik van het vermogen om positief – creatief gevolg te leren geven aan wat jou in negatieve zin lijkt te overkomen, ook wel (modern) post-traumatische groei (PTG) genoemd. Let wel, geen enkel oordeel hierover! Elke mens verwerkt beproevingen volgens diens eigen kwetsbaarheid, verhaal, mogelijkheden en ondersteuning op dat moment!

2. Crisis als vergrootglas

Wanneer het leven aan je boom schudt, wat wil het dan anders, misschien, dan dat je doorheen de nu kaalgeworden takken duidelijker de hemel kan zien?

“Crisis, het maakt (iets) zichtbaar”

Als de maskers aan moe(s)ten, vallen ze ook dikwijls af. Wat vòòr een crisis niet zo goed liep (ook al ontkenden of verdrongen we dit), komt vervolgens (on)gewild nog duidelijker in beeld. De kans is dus bijzonder groot dat – onder een verhoogde (crisis)druk – de kwalitatieve mate van gezondheid, afstand-nabijheid, voldoening, communicatie en integriteit van en met jezelf, je partner, kinderen, je collega’s, je chef(s) mogelijks zal – ont’mask‘erd worden. De vooraf bestaande kwetsbaarheid wordt als het ware ontmanteld en komt helemaal bloot te liggen, en met de verhoogde crisisalertheid en inherente nood aan nabijheid wordt elk contrast hiermee des te pijnlijker aangevoeld.

Door de ingrijpende slagkracht maakt een crisis niet enkel wakkerder, maar dwingt het ons ook om onder die ‘ontstane en immense druk’ eerlijker en dieper te reflecteren op wat zich ontvouwt en niet in het minst op onze werkelijke bereidheid hierbij naar een dieper en waarachtiger engagement. Ahum..

En zet je nu schrap. In die zin spiegelt en uitvergroot ook elke crisis een (sociaal) gedrag dat reeds impliciet aanwezig was maar vooral aan het bewuste weten voorbijging. Kijken we bijvoorbeeld naar de typische ‘reactie- en zgn voorzorgsfenomenen’ eigen aan de Coronatijd – namelijk het dragen van maskers, de sociale distancing, de verdeeldheid en polarisatie in de samenleving, de bubbel – dan weerspiegelt dit tegelijk ook hoe we vòòr de crisis in het leven stonden en met elkaar verbonden waren: eerder aangepast – gemaskerd ipv ingepast – authentiek, eerder (sociaal) vervreemd-indirect ipv verbonden en rechttoe rechtaan, eerder angstig-vast in de comfortzone ipv enthousiast-vertrouwensvol gericht op (onze) groei.

‘Wat we niet ons bewustzijn brengen verschijnt ons als lot’, zo verwees C.G. Jung naar de binnen-buiten dynamiek van vergeten pijn en trauma. Heel veel psychische, somatische, relationele, professionele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dieper (zelf)onderzoek, analyse en zelfs (klinische en arbeids-)therapeutische begeleiding geen overbodige luxe vormt, vooraleer de carroussel van gewoonte (en dus verdrukking) zich weer manifesteert. l’Histoire se répète (toejours) omdat we vaak kennis en lef ontberen en we schermen met de “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”-attitude. Maar zo werkt het natuurlijk niet, en dit weerklinkt niet enkel bij dieptepsychologen en -filosofen maar vooral in toenemende zin bij de kwantumwetenschappers.

Het is m.a.w. niet omdat we in ‘voortdurende beweging’ leken te zijn dat we wel degelijk in lijn of harmonie met de diepere meer authentieke stroom des levens waren. Geleefd worden door agenda, gewoontes, oude patronen, niet bevredigende gewoontes, jobs, relaties … en toch maar verder doen, dat is om dramatische omwentelingen vragen. Crisis, het maakt dus niet enkel wakker, het herinnert ook in uitvergrote zin aan die zaken waar we al te slaperig-‘normaal’ over zijn blijven gaan.

3. Crisis als brug

Afscheid-ing, het is meestal vrij pijnlijk, alsof de huid van je verleden langzaam afscheurt. Maar kunnen we een uitgang ook ervaren als een ingang naar ergens anders? En kunnen we in het breken ook een stimulans om (nog meer) te delen zien, of zelfs het gebroken zijn als een kans tot naakte herverbinding beschouwen?

“Crisis, het verbindt en lost iets op”

Je lees het eigenlijk wel tussen de regels. Ik hou van het transformerend potentieel van elke crisis. Zelf heb ik er menige mogen en ook wel moeten doorspertelen om te kunnen evolueren tot een zichzelf respecterend, (sociaal) evenwichtig individu en ervaringsdeskundige professional.

Ook bij cliënten-en cursisten-in-pijn tracht ik sinds meer dan 20 jaar telkens deze natuurlijke doorbraaktendens te belichten en hen enthousiast te maken voor elke verborgen parel die in de brekende schelp van crisis schuilt. Een beetje naar analogie met Michelangelo’s “Ik zag een engel in het marmer en houwde tot ik hem bevrijdde”, zo is het ook zaak om zowel als hulpverlener én als wakker(geworden) mens in elk blok (probleem, crisis) het authentieke beeld te (durven en blijven) zien.

In 5 dingen waar stervenden spijt over hebben (naar het boek van B. Ware) ging het vooral over de dood als ultieme spiegel voor de gemaakte levenskeuzes en over het belang van verschuiving van ‘wat belangrijk leek te zijn’ naar ‘wat echt werkelijk telt‘. Net als de dood werkt ook crisis als een soort verbindingsbrug, een brug tussen wat je voorrang gaf en wat niet; tussen het oude (vergetene) en het nieuwe (zich ontwikkelende); tussen het hoofd en het hart en tussen harten onderling; tussen het lichamelijk (zichtbare) en het geestelijk (onzichtbare); tussen wie je beweert te zijn en wie je werkelijk bent; tussen je schijnbare en je ware roeping. In die zin kan het de kloof dichten en je als het ware terugroepen naar de kern en wat essentieel is, naar de herwaardering van vriendschap, het eigen (gezins)geluk en de herstelkracht van je (diepere) gevoelens. En dit geldt voor elk systeem: individu, relatie, groep!

Bottom line is..

Dat elke crisis – klein of groot, verwacht of onverwacht – niet enkel wakker schudt, het oude zichtbaar maakt, een brug slaat tussen wat van elkaar vervreemd was maar bovendien ook een product of manifestatie is van een (onbewuste) staat van zijn, zowel op individuele als op collectieve schaal. Op hun best zijn het dus unieke en zinvolle kansen om van ‘meer naar minder’, van ‘geautomatiseerd naar geïnspireerd’, van ‘hebben naar zijn’, en van ‘vereenzaming naar verbinding’ te evolueren. Aan ons om hen zo steeds meer te benaderen. Wil je evt. nog meer survivaltools in lastige tijden, lees hier dan verder.

– Steve Van Herreweghe –

Coronatijden. Ze confronte(e)r(d)en ons met ‘halt’, duw(d)en ons naar ‘minder’, hakten in op ons pantser en ma(a)k(t)en ons bang. Ze brachten ons verder van elkaar en ook veel dichter bij essenties: bij tijdelijkheid, vergankelijkheid, bij onze gehechtheden, de (toenemende) vervreemding alsook de emotionele afstandelijkheid en zingevingsarmoede. Vrolijk, neen, dat werden we er niet echt van, de gezellige bubbelmomenten buiten beschouwing gelaten.

En voor heel wat mensen ging en gaat deze pandemie ook hand in hand met 2 andere pandemieën van deze tijd: de (financiële) stress- en eenzaamheidspandemie. Over dat laatste schreef ik een gewaagd, kritisch maar m.i. noodzakelijk stukje.

De Post-Corona vermoeidheidsklachten en behoedzaamheid houden ons nog deels op de rem, deels lonkt wel al meer en meer de gaspedaal. We zijn waarlijk door elkaar geschud, dat doen individuele en collectief zwaar ingrijpende gebeurtenissen nu eenmaal willens nillens met ons.

Crisis, trauma en verzet

Crisissen, kleine en grote, ze zijn – echter – van alle (leef)tijden, en ze presenteren zich in alle vormen, maten en kleuren. Soms lijken ze wel op mysterieuze en he(me)lse poorten en doorgangen die ons meenemen op golven van vertwijfeling en angst alsook met de valkuil van (zelf)medelijden confronteren. We reageren er vaak heel typisch menselijk op met diverse vormen van verzet: we mijden ze, overstemmen ze vaak met misplaatst positivisme, junk food, medicatie, alcohol en vele andere onderdrukkingsvormen. Finaal houden we zelden van verandering, zeker de gedwongen, het bezorgt ons veranderstress en groeipijnen. Ik zoom hier trouwens dieper op in via mijn Wakker en Bereid podcast.

Voor heel wat mensen heeft deze crisis trouwens ook oude (herinnerings)pijn doen heropleven evenals ook nieuwe gebaard, ik besprak dit trouwens iets dieper via deze 3 verhelderende metaforen. Hoe kwetsbaarder mensen waren voorheen des te groter de kans op een langer durend traumatiserend effect op lichaam en geest.

Soms lees je dat trauma ‘een nachtmerrie is die komt terwijl we wakker zijn’ en dat klopt ergens (letterlijk verwijzend naar de alles omwentelende ‘shock’) maar m.i. werkt het evengoed andersom, namelijk ‘een (mooie) droom die zich wil manifesteren terwijl we aan het slapen zijn’. Dat is natuurlijk gewaagd geschreven hoor ik sommigen denken, en dat klopt ook wel. De slachtofferrol of -positie is vaak een hele lastige om te willen verlaten, niet in het minst in het licht van onze relaties met anderen. Het vraagt gigantisch veel introspectie en moed om zich los te maken van de eigen verhalen – nl. deze waar het ego zich in wentelt – enerzijds, en anderzijds om ons te willen herverbinden met anderen vanuit een diepere visie en noodzaak en op een geheel andere wijze.

Van gewone tot traumatische events

Traumatische ervaringen en perioden doorworstelen, het vergt een enorme inspanning, doorzettingsvermogen en de juiste steun en omkadering om dit te doen. Lijden is niet enkel pijnlijk, het heeft ook een transformerende kracht. Of het nu in religie, poëzie, filosofie of literatuur is – het algemene begrip van hoe pijn nuttig kan zijn, is helemaal geen nieuw concept. Ik schreef in 50 wijsheden voor een lichter leven over wat ik autobiografisch en via cliënten-in-pijn hierover heb geleerd.

Grosso modo zijn er 3 soorten gebeurtenissen (events) in ons leven: de normale, de ingrijpende en de traumatische. Over de normale kunnen we kort zijn: deze gaan over de alledaagse weinig ingrijpende gang van zaken, geen echte hoogtes of laagtes, waar we op de zgn. automatische piloot drijven. De ingrijpende events, deze kunnen positief – de zgn. ‘hoogtes’ – zijn (bijv. geboorte, huwelijk, promotie) of negatief – de zng. ‘laagtes’ – van aard zijn (bijv. verlies dierbare, accident, ontslag), en deze halen ons steeds uit onze comfort- of geautomatiseerde zone. De traumatische events, deze zijn het zwaarst en in se altijd negatief en vooral destructief geaard. Ze kunnen collectief (bijv. oorlog, epidemie) en individueel (bijv. agressie, misbruik van macht) voorkomen in diverse vormen en tijdspannes. Hoe destructiever het event hoe groter de kans op problematieken nadien (angst- en stemmingsklachten, PTSS, verslavingen, psychosomatische ziektes). Ingrijpende gebeurtenissen kunnen ook een traumatische impact hebben, afhankelijk van de kwetsbaarheid op dat moment of oude pijn die daardoor heropflakkert (zie artikel metaforen).

Heel veel psychische, somatische, relationele en sociale problematieken zijn op ‘vergeten’ trauma gebaseerd. De pijn die men in het heden ervaart in lijf, werk, relaties en leven gaat daarbij hand in hand met oude wonden en onverteerde kwesties. Het spreekt voor zich dat dit vooral voer is voor dieper zelfonderzoek, analyse en zelfs therapeutische begeleiding. Jammer genoeg behelpen we ons te vaak veel te oppervlakkig (jawel zelfs met overdreven positivisme) onder het mom van “geen oude potjes opendoen en het verleden vooral met rust laten”. Maar zo werkt het natuurlijk niet, weerklinkt het bij dieptepsychologen, daarbij verwijzend naar het Jungiaanse kerncitaat ‘Wat je niet in je bewustzijn brengt, zal je verschijnen als lot’.

De talrijke ‘beperkingen’ en ‘vernauwingen’ waarin we terecht komen als basis leren zien van een potentiële (weder)geboorte, het blijft in tijden van globale verzieking, onlineverslaving en opgebrand zijn een gigantische uitdaging. Het uitklaren van, het stilstaan bij wat donker, oud en zuur is, het begrijpend leren en het leren doorbijten en doorzetten, vragen veel meer tijd en moeite (ook al leidt dit finaal tot structureel duurzamere veerkracht).

Post-traumatische groei (PTG) en veerkracht

Een vader-alcoholieker had twee zonen. De ene werd eveneens een alcoholieker en geraakte aan lager wal. De andere werd een succesvol ondernemer. Op de vraag wat de oorzaak van hun parcours was antwoordden ze beiden “mijn vader was een alcoholieker”. Waarin ligt het verschil? Gewoonweg toeval, een speling van het lot, of is er meer in het spel?

De Amerikaanse psychologen Tedeschi en Calhoun wijzen er al langer op dat ingrijpende en ontregelende situaties en alle daaruit voortvloeiende (existentiële) vragen niet enkele kunnen leiden tot posttraumatische stress (PTSS) maar ook posttraumatische groei (PTG, ofte het ‘bloeiende proces’ van Post-Traumatic Growth).

PTG is een mogelijk positief veranderproces dat volgt na een (reeks) onverwachte negatieve gebeurtenissen. In essentie dus een vorm van zelfverbetering die men ondergaat na het ervaren van levensuitdagingen. Zo is het is niet toevallig dat we bijv. in deze periode van sociale afzondering meer solidariteit en appreciatie van menselijk contact zien opduiken, alsook nieuwe vormen van (tele)’werken’. Crisissen herinneren ons aan onze kwetsbare status en maken ons alerter voor wat werkelijk van belang is, ook al werkt dit meestal maar voor even..

PTG sluit de pijn en de angst van het moment niet uit, maar het stuurt onszelf in de richting van een authentieker en zinvoller leven. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen meestal in staat zijn om na dit soort indringende gebeurtenissen het leven op een andere manier aanpakken. Ze vertonen een grotere veerkracht bij volgende tegenslagen en meer realiteitszin. Ze begrijpen dat wat hen overkomt op zich geen macht hoeft te hebben op hoe ze het willen verwerken. Ik ging er ook dieper op in in het artikel 2 instructies die je leven kunnen veranderen. In die zin kan PTG als een psychologische transformatie die volgt op een (reeks van) stressvolle ervaring(en) ook begrepen worden als ‘een uitdagende manier om het doel van pijn te vinden, en dus verder te kijken dan de (on)bewuste strijd er tegen’.

De 5 kenmerken van PTG

Interessant en diepzinnig allemaal maar hoe herkennen we het verschil nu? Wel, de positieve transformatie van PTG weerspiegelt zich volgens de heren Tedeschi en Calhoun in een of meer van de volgende vijf gebieden:

  • Het durven omarmen van nieuwe kansen zowel op persoonlijk als op professioneel vlak.
  • Verbeterde persoonlijke relaties en meer plezier door samen te zijn met mensen van wie we houden.
  • Een verhoogd gevoel van dankbaarheid voor het leven.
  • Grotere spirituele verbinding.
  • Verhoogde emotionele kracht en veerkracht.

PTG kan zich heel divers uiten, in stilte, in kracht maar ook in toenemende zelfexpressie; soms ook als onzelfzuchtige hulp aan anderen, of als verdiept zelfinzicht en waarachtige zelfacceptatie. Er zijn massaal veel voorbeelden hiervan, in mijn eigen leven, dat van cliënten en denk ook zelf maar eens na over hoe je zelf je als mens, ouder, partner ‘gegroeid’ bent doorheen het vaak pijnlijke proces van tegenslagen. PTG verwijst naar onze natuurlijke veerkracht en naar het belang van meer te denken vanuit de ‘waartoe (leidt dit allemaal)- dan de ‘waarom (overkomt mij/ons dit nu)-vraag.

Hier zijn tot slot enkele voorbeelden van hoe posttraumatische groei er klassiek kunnen uitzien:

  • Ouders die hun kind aan kanker of door suïcide hebben verloren die geld inzamelen voor verschillende organisaties of goede preventiegerichte doelen.
  • Overlevenden van terroristische aanslagen worden vaak vriendelijker en accepteren meer anderen. Veel van hun gedragsverandering is te danken aan het trauma waarmee ze zijn geconfronteerd.
  • Oorlogsslachtoffers en soldaten die veilig terugkeren uit de strijd krijgen een breder perspectief op het leven.
  • Mensen die op jonge leeftijd een dierbaar persoon verliezen zijn veel dankbaarder voor wat ze hebben dan anderen van hun leeftijd. Een kind dat zijn moeder heeft verloren, kent bijvoorbeeld de waarde van moederlijke genegenheid en zou waarschijnlijk emotioneler volwassen zijn dan andere kinderen van haar leeftijd.
  • Koppels die hertrouwen nadat ze hun eerste echtgenoot hebben verloren, ontwikkelen vaak een diepere en transparantere relatie. Het eerdere trauma waarmee ze in het verleden zijn geconfronteerd, zet hen ertoe aan het heden te waarderen en de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties die ze nu hebben te verbeteren.

Wil je nog meer survivaltools in lastige tijden, lees hier dan verder. Wil je nog meer tips over een verbeterd gevoelsleven, check hier.

– Steve Van Herreweghe –

Vandaag 25/6/19 in De Morgen (weliswaar enkel voor abonnees) laait het debat over medicatie weer op. Het is exact 10 jaar geleden dat Yasmine – die in het echt Hilde Rens heette – zich van het leven had beroofd. In ‘de marge’: exact 10 jaar geleden stierf ook ‘The King of Pop’ Michael (Joseph) Jackson.

Yasmine. Een emotionele vrouw, een kwetsbare artieste, die prachtige liedjes had geschreven en gezongen, was plotsklaps uitgezongen. Het kon niet waar zijn, maar dat was het wél. Er was de laatste trigger van de relatiebreuk, maar Yasmine zat ook al een tijdje vrij diep, depressief, zo luidde het.

Pillen bevatten ook boodschappen

’t Blijft een beladen thema ‘het nemen/voorgeschreven worden van psychofarmaca’. Vele visies. Respect voor iedereens visie (laat dat duidelijk zijn).

Maar zoals jullie wellicht weten ben ik – in globo – ‘niet pro’ (tenzij uitzonderlijk, strikt in tijd afgebakend en met voorzichtigheid in de boodschappen die door de betrokken arts worden gegeven, want 1000-en placebostudies tonen aan dat meer dan de helft van de uitwerking van het middel door ‘het verhaal erover’ wordt gecreëerd). Over psychologische effecten ala placebo schreef ik hier.

Mensen zijn vormelijke verhalen, ik zeg het vaak. En de verhalen die we over onszelf hebben gehoord gebruiken we als opbouw van ons groter levensverhaal. En alle boodschappen (de mooie, de lelijke) vertalen zich neurochemisch ook tot stofjes (neurotransmitters) in ons lijf (voor meer over belang van bewuste en positieve boodschappen, check dit artikel)

Verhalen die door een machtsfiguur (ouderfiguur, familie, arts, …) werden gebracht én vaak herhaald in een situatie van verhoogde kwetsbaarheid hakken er steeds zwaar op in en blijven een soort hypnotische kracht uitoefenen, lang ook nadat we dit voor het eerst hebben gehoord. Over stigmatisering sprak ik (iets feller) hier.

Psychofarmaca verdoven de intensiteit van je emoties, zorgen voor vervlakking van hoogtes en laagtes maar versterken in de diepte je weerloosheid en afhankelijkheid, hetgeen finaal je algehele conditie niet ten goede komt. Dat farmaceutische bedrijven hier slechts heel selectief over publiceren is natuurlijk logisch (‘de publicatiebias’) maar mijns inziens onethisch – immoreel. Lees eens dit Knack-artikel over ’the dirty little secret van antidepressiva’.

Trauma ligt altijd aan de basis van kwetsbaarheid, en niet geheelde diepere kwetsuren kunnen een suïcidaal proces in gang steken dat zelfs 10-15 en meer jaar later pas de kop kan opsteken. Dat legde ik aan Phaedra (studente) uit via de zure melkmetafoor inclusief wat we er als omgeving aan kunnen doen.

Alles begint bij visie

Wat dan als alternatief, Steve?

Wel, 1 alternatief ‘product of methode’ bestaat er jammer genoeg niet, wel een alternatieve ‘visie’ op mens, gezondheid en genezing. Een visie gestut op de zelfregulerende intelligentie van ons organisme, een visie die 3 dingen zegt, namelijk dat:

(1) ‘zolang je ademt er meer goed met je is dan fout’, wat je denken je ook wijsmaakt (check denkfouten en een ode aan het vandaag in elke dag).
(2) ziekte ook ‘een vorm van genezing op zich is’, een teken dat het lichaam te lang en te zwaar onder spanning heeft gestaan en er ‘nu’ genoeg van heeft en wil loslaten.
(3) er meerdere wegen naar Rome zijn, tenminste als je de moed om naar Rome te willen gaan nooit opgeeft (lees over doorzetten en moed).

En Rome, dat staat dan voor: wie je werkelijk bent of wilt worden, waar je hart van droomt, je diepste zielewensen, je verlangen naar werkelijke gezondheid, verbondenheid, liefhebben en je geliefd voelen.

Alternatieve wegen, autobiografisch getest

De alternatieve wegen die mij onderweg (en met vallen en opstaan) hebben bevallen zijn:

(1) studie over filosofie, psychologie en psychosomatiek
(2) lichaamswerk: bewuster eten/drinken, yoga, meditatie, fitness, sport
(3) gevoelsverdieping: onderzoeken, schrijven, praten over alles wat leeft aan de binnenkant, van toen tot nu
(4) zelfexpressie: je (verborgen) talenten laten zien en ontwikkelen
(5) hulp toelaten: van anderen, professionals, het getuigt van moed en zelfrespect
(6) hulp verlenen: anderen helpen stimuleren de goedgevoelhormonen
(7) je eigen visie ontwikkelen en er blijven aan schaven
(8) van veel lachen en in verbinding blijven met alles en iedereen buiten je, een dagelijkse zaak maken
(9) reizen: innerlijk (dagdromen, fantasieën toelaten, visualiseren) en letterlijk (kleine en grotere), je grenzen verleggen, nieuwe plekken en mensen ontdekken en waarderen, een reisattitude ontwikkelen.

Good luck en … You are not alone ??

– Steve Van Herreweghe –