, , , , , ,

Over ‘zin’ in/en on-‘zin’. De boer, zijn zoon en hun paard

Soms gebeuren er dingen waarvan je denkt: “Waar heb ik dat aan verdiend, waarom ik toch (weeral)?!”

Pech onderweg, niemand die ervan wordt gevrijwaard, de één natuurlijk wat meer dan de ander. ’t Leven lijkt een soort ondoorgrondelijke onrechtvaardigheid in petto te hebben waar we geen vat op kunnen krijgen. Zingeving in tijden van tegenslag, het is een lastige ontdekkingsreis, waar we zelden de landkaart of handleiding bij krijgen, en jammer genoeg begint deze vaak na de feiten, zelden ervoor. Het is dus het laatste wat we doen, terwijl veel filosofen schreeuwen dat het net het eerste is wat we zouden ‘moeten’ doen.

En als we – in tijden van lijden –  ‘geluk’ hebben is er misschien in onze omgeving wel iemand dichtbij en ’t liefst gewillig om te luisteren. Iemand die dan idealiter zo oordeelvrij en emotioneel beschikbaar mogelijk je verhaal aanhoort, je probeert te doorvoelen, te begrijpen, en jou misschien wat steun en advies biedt. Empathie, brug naar het hart, zalf voor de ziel, het is echter ook een steeds holler begrip aan het worden, een gedrag dat met uitsterven wordt bedreigd.

Meestal worden we op oneliners getrakteerd van “wat je niet doodt, maakt je sterker”, “tijd brengt raad” tot “als het leven met tomaten naar je gooit, leer dan tomatensoep maken.” Mooie, goedbedoelde en zelfs inspirerende woorden in tijden van tegenslag (ik zondig me er zelf ook wel eens aan). Het in de praktijk omzetten vaak minder evident. We missen het recept, struikelen over de bereidingswijze, vinden noch de moed, het geloof, de steun noch de dieptevisie om uit on – zin de zin te puren.

Zingeving is en blijft een eenzaam en vooral persoonlijk proces. In tijden van toenemende empathiemoeheid en betrokkenheidsarmoede verwijs ik naar de kracht van verhalen, omdat zij nog net iets meer kunnen dan oneliners.

Hieronder een illustratief en ook wel inspirerend verhaal uit de Chinese traditie.

“Het kan goed zijn, het kan slecht zijn”

In een dorpje op het Chinese platteland, leefde een boer met zijn zoon.  Naast hun hut en het land was hun enige bezit van enige waarde het paard. Zo konden ze het land bewerken en in alle bescheidenheid rondkomen. Op een dag brak het paard door de omheining en rende weg.

Die avond kwamen de dorpelingen bij de Chinese boer op bezoek om hun medelijden te betuigen.  “Wat vreselijk!” zeiden ze: “Hoe moet het nu met het land? Je paard verloren, wat een ongeluk!”
Maar de boer glimlachte rustig en zei: “Het kan goed zijn, het kan slecht zijn.”

De dag daarna gingen de boer en zijn zoon weer aan het werk op het land en voor enige tijd maakten ze er het beste van. Tot op een dag het paard weer kwam aangelopen. En in zijn kielzog nam hij een kudde van tien wilde paarden mee!

Die avond kwamen de dorpelingen weer bijeen om hun gelukswensen te geven: “Wat een geluk! Wat geweldig! Je bezit zo maar vertienvoudigd!”

Maar de boer glimlachte rustig en zei: “Het kan goed zijn, het kan slecht zijn.” Het enige dat ik weet, is dat mijn paard weer terug is en dat er tien andere paarden bij zijn.”

De volgende dag wilde de zoon proberen of hij de paarden kon temmen en klom op de rug van een wild paard. Deze was hier echter niet van gediend en bokte net zolang totdat de zoon met een flinke smak op de grond belandde en beide benen brak.

Die avond stonden de dorpelingen weer op de stoep: “Wat vreselijk! Je zoon! Beide benen gebroken! Nu kan hij niet helpen op het land! Wat een ongeluk! Hoe moet dat nu?”

Maar de boer glimlachte rustig en zei: “Het kan goed zijn, het kan slecht zijn.” Het enige dat ik weet, is mijn zoon zijn beide benen gebroken heeft.”

De volgende dag kwam er bericht dat er een oorlog was uitgebroken en dat alle jongemannen die daartoe in staat waren zich onmiddellijk moesten melden om een leger te vormen.

En de boer glimlachte rustig en dacht terug ….

Zo zie je maar. Het is niet omdat je niet begrijpt wat er gebeurt dat het in se een negatieve situatie hoeft te betekenen. Vermijd daarom wat meer om té snel conclusies te koppelen aan de tegenslagen die je overkomen en stel je open voor de stem van het onbekende (vaak grotere) verhaal, dat je eigen leven tenslotte is, want finaal ‘vormen alle ervaringen des levens zich als puzzelstukjes van een bijzonder eindplaatje, waarvan we vaak de details zijn vergeten.’

– Steve Van Herreweghe –

 

, , , , ,

De gebarsten emmer. Over leiderschap bij kwetsbaarheid.

‘In kwetsbaarheid een troef zien’, het is geen evidentie, noch bij onszelf, noch bij anderen. Zeker niet in een wereld waarbij oppervlakkigheid, snelheid van handelen en overmatig consumeren en compenseren voorop staan. Geduld hebben met zichzelf en anderen, voorbij de façade durven kijken, creatief omgaan met tekorten, gebreken en tegenslagen, het vraagt inzicht, diepgang, werkelijk commitment en enorm veel empathie.

Hieronder een oud toepasselijk *blijft goed* – verhaaltje over waarachtig leiderschap bij kwetsbaarheid. Een inspirerende tekst die ook naadloos aansluit bij de typische HR hashtags anno 2017 ala #softskills #peoplemanagement #talentmanagement #waarderendonderzoek #creativiteit #jobcrafting e.a..

Een verhaal uit India

Een waterdrager in India had twee grote emmers waarmee hij elke dag voor zijn meester water haalde uit de put. Elke emmer hing aan één kant van een juk dat hij over zijn schouders droeg. Eén van de emmers had een barst, de andere emmer was in perfecte staat. Terwijl die tweede emmer aan het einde van de lange weg tussen de rivier en het huis van de meester een volle portie water afleverde, was tegen die tijd de gebarsten emmer nog maar half vol.
Dat ging zo twee volle jaren lang. De waterdrager leverde altijd anderhalve emmer water af in het huis van zijn meester. Natuurlijk was de goede emmer bijzonder trots op zijn prestaties omdat hij perfect voldeed aan het doel waarvoor hij gemaakt was. Maar de arme gebarsten emmer was beschaamd om zijn gebrek en voelde zich ellendig omdat hij maar de helft kon presteren van wat je van hem had mogen verwachten.

Nadat hij zich zo twee jaar lang als een mislukking had beschouwd begon hij op een dag bij de rivier tegen de waterdrager te praten. “Ik ben beschaamd over mezelf en ik wil me bij jou verontschuldigen.” “Waarom?”, vroeg de waterdrager. “Waarom ben je beschaamd?” “Omdat ik de laatste twee jaar slechts in staat ben geweest een halve portie water af te leveren. Door die barst in mijn zijwand verlies ik voortdurend water onderweg naar het huis van je meester. Door mijn falen moet jij zo hard werken en krijg je niet het volle loon voor je inspanning”, antwoordde de emmer.

De waterdrager begon te lachen en zei: “Als we dadelijk teruggaan naar het huis van mijn meester moet je eens goed opletten op jouw kant van de weg”.
En inderdaad: toen ze de heuvel opliepen zag de gebarsten emmer dat de berm volstond met prachtige wilde bloemen en dat bracht hem troost. Maar aan het einde van de reis voelde hij zich toch weer ongelukkig omdat de helft van het water was weggelopen en hij verontschuldigde zich opnieuw bij de waterdrager omdat hij gefaald had.De Waterdrager

De waterdrager bekeek de emmer en zei: “Heb je dan niet gezien dat er alleen maar bloemen groeien langs jouw kant van de weg en niet langs de andere kant? Dat komt omdat ik altijd al wist dat je een beetje lekte en ik heb daar mijn voordeel mee gedaan. Ik heb bloemzaadjes geplant aan jouw kant van de weg en elke keer dat we terugkwamen van de rivier heb jij ze water gegeven. En zo heb ik twee jaar lang telkens prachtige bloemen kunnen plukken om de tafel van mijn meester mee te versieren. Als jij niet zou zijn zoals je nu eenmaal bent dan zou zijn huis er nooit zo prachtig uitzien.”

En zo heeft ieder van ons zijn eigen “lekken”, die bekend zijn of verborgen. We zijn ergens allemaal gebarsten emmers, de één natuurlijk meer dan de ander. En als je de moed vindt er naar te kijken, je vertwijfeling ook durft uit te spreken, dan zal wellicht ook jij zicht krijgen op wat jouw unieke kwaliteiten zijn en hoe die bijdragen aan het leven en de mensen die je dierbaar zijn.

– Steve Van Herreweghe –

, , ,

Ik lui-ster, jij lui-stert, wij lui-steren

Een prominent professor uit het Westen ging langs bij een Zenmeester in het verre Oosten. Hij wou antwoord op het gegeven dat zijn studenten steeds minder naar zijn lessen kwamen. Terwijl de Zenmeester hem thee inschonk bleef de professor maar doorvertellen over de mogelijke oorzaken en de mogelijke antwoorden die Zen hem zou kunnen bieden. De Zenmeester schonk de kom vol tot aan de rand en bleef maar doorschenken. De professor merkte dat de kom plots overliep en kon zich niet langer beheersen. “Stop stop stop, de kom is helemaal vol, er kan niets meer bij!”, stamelde hij. “U bent net als deze kom”, antwoordde de meester kalm. “Hoe kan ik u Zen onderwijzen, als u niet eerst uw eigen kom leeg maakt?”

Echt luisteren, we doen het allemaal veel te weinig. De hoofden worden steeds voller, de contacten steeds holler. Voortdurend zijn we op de vlucht via de snelweg van onze gedachten, woorden en verlangens, naar het land van nergens. Net als een bende opgejaagde konijnen, de wortel van geluk in het vizier, ervan overtuigd dat zowel het pad als de bestemming voldoende gekend zijn en de ander zo snel mogelijk moet voorbijgestoken worden of ja zelfs best uit de weg wordt gekegeld. Alsof we in het intermenselijke ‘verkeer’ niets meer te leren of te ervaren hebben, en ook alles al weten. Het kan echter ‘verkeren’, zei Bredero. Ook in de openingscene van de inspirerende film Crash (2004) wordt dit sociaal fenomeen kernachtig geformuleerd :

“In L.A., nobody touches you. We’re always behind this metal and glass. I think we miss that touch so much, that we crash into each other, just so we can feel something.”

Wie neemt anno 2017 nog echt de tijd én de ruimte om werkelijk te verstillen en te luisteren? Wie is echt nog aanwezig bij en ontvankelijk voor het verhaal van die kleine of grote ander, de zorgzame partner, de energieke kids, die verzuurde collega, de vriendelijke postbode of kwieke buur? Maar vooral, wie heeft nog voeling met zichzelf? Wie luistert nog naar de diepe roerselen in diens eigen binnenkant, de soms chaotische en vaak onnavolgbare onderstroom? Wie neemt nu nog echt de tijd en de ruimte om te de prikkels te verwerken, deze te herkauwen, het vaak vertroebelde innerlijke water op te helderen? En wie neemt nu nog echt de tijd en de ruimte om ditzelfde proces ook bij de ander te zien, het te beluisteren en het toe te laten…?

Luisteren, hoe cliché ook, het is dé enige echte basis van verbinding, en we hebben het echt verleerd omdat we de voeling met de eigen innerlijke levensdraad ergens onderweg zijn kwijt geraakt en zodoende ook de bedrading met de ander hebben zien verzwakken of zelfs helemaal verloren. Vervreemding en isolement, en dit te midden van al die hunkering, drukte en overvloed. In luisteren schuilt ‘lui-ster’, ofwel in ‘luiheid’ de ‘ster’ (her)ontdekken, het licht dat verlicht aan de vaak verdonkerde binnenkanten des mensen, dieren en dingen.

Ik lui-ster, jij lui-stert, wij lui-ster(r)en.

Bedankt om te blijven luisteren!