Berichten

‘Get busy living, or get busy dying.

Het is één van de drijvende quotes in de nr. 1 film (IMDB) The Shawshank Redemption, gebaseerd op het korte verhaal Rita Hayworth And Shawshank Redemption van Stephen King. Deze met 7 Oscarnominaties bekroonde topfilm vertelt het verhaal van Andy Dufresne (Tim Robbins) die beschuldigd wordt van de moord op zijn vrouw en haar minnaar. Hij houdt vol dat hij onschuldig is, maar krijgt toch tot tweemaal toe levenslang in de strenge gevangenis Shawshank. Hij raakt bevriend met de zwarte medegevangene Ellis (Morgan Freeman), die voor iedereen spullen kan regelen en de bijnaam ‘Red’ heeft. En er zijn nog twee dingen die Andy op de been houden: hoop en een poster van Rita Hayworth…

‘He who has a ‘why’ to live, can bear with almost any ‘how’. (F.Nietzsche)

Deze beroemde quote gidste ook Viktor Frankl – Weense psychiater, professor in de neurologie én holocaustoverlever – doorheen hele zware historische tijden. In zijn boek A Mens Search For Meaning beschrijft hij hoe mensen in zeer extreme situaties toch niet alle zin verliezen en (blijven) volhouden. Het enige antwoord op de vraag naar de zin van het leven, is je concrete leven, zegt hij. “Zoeken naar het ultieme antwoord, is een verkeerd uitgangspunt. Je moet leven van moment tot moment, en in elk moment een andere invulling ontwaren.” 

4 maal ‘W’

Twee verhalen die me – in (Corona)tijden van dreiging, lockdowns, reëel en gevoelsmatig ‘gevangenschap’ en ‘(vrijheids)beroving’ – te binnen schoten en aanvuurden tot het uitpakken van een psy-toolkit waar we zelf mee aan de slag kunnen opdat we naast lichamelijk gezond ook wakker – weerbaar – wendbaar – waarachtig (blijven). Temeer omdat mondmaskers, social distancing, handen wassen en sociale bubbels alleen de mentaal – emotionele gezondheid niet op pijl gaan houden. Het verfilmde verhaal van The (Stephen) King of Horror houdt ons een universele spiegel voor van ‘onschuld en opgesloten worden’ enerzijds, en van ‘mentale vrijheid’ en grote ‘levensmoed’ anderzijds. ‘Wat (of wie) licht wil geven, dient het branden te doorstaan’ (met of zonder poster als houvast), was eveneens het centrale leitmotiv in Frankls survival .

Hieronder een zevental essentiële, doorwrochte en bruikbare adviezen om in ‘ver- en benauwde’ tijden naast de fysieke gezondheid ook deze van je hoofd en hart in optimale conditie te houden.

  1. Accepteer de realiteit
    ‘Pijn is onvermijdelijk, lijden – echter – is optioneel’, zo luidt het bij H. Murakami. Ik schreef erover in 50 wijsheden voor een ‘licht’-er leven, een inspirerende lijst met inzichten die groeide doorheen mijn eigen tijd en deze met cliënten-in-pijn. Aanvaarden van wat onprettig is, de plannen dwarsboomt, perspectieven ontneemt, pijn doet, de hoop ontneemt, het is het aller lastigste des mensen. We verzetten ons met argumenten, vechten tegen bierkaaien, putten onszelf en anderen uit. We willen die mogelijke ziekte, de angst eromheen, de groeiende onvrede, het verlies en vrijheidsinperking niet. Controleverlies, het bezorgt ons stress. De touwtjes, neen, die houden we liever in eigen handen. Het vertrouwde los(ser) laten boezemt schrik in. Onbekend maakt (nog steeds) onbemind. Lieve mensen, luister eens goed. Het is gezonder de situatie te aanvaarden zoals die (nu) is, incl. de machteloosheid die je nu mogelijks te beurt valt. Strijden, het vraagt immens veel energie en dit heb je nu met massa’s nodig om naast fysiek ook mentaal-emotioneel op kracht te blijven. Ik moedig daarom geen knieval maar een buiging aan – zoals deze van een respectvolle leerling voor zijn leraar – zodat je vanuit de onmiddellijke realiteit – hoe hard die ook is – verder kunt. Tenslotte is ‘t leven 10% wat je overkomt en 90% hoe je erop reageert. Wees dus slimmer dan de valkuil van strijd.
  2. Wees niet (te lang) bang.
    Een beetje bangheid kan geen kwaad. We maken wat mee en er kwam al zoveel op ons af. Het lijkt wel oorlog, ook al is de vijand van dienst zo onzichtbaar als wat. Misschien is het wel net dát laatste ook dat ons zo onrustig en onzeker maakt. Echter, teveel of te lang angst voegt niks maar dan ook niks toe dat werkelijk goed voor je is, integendeel. Ook niet wanneer je al ziek bent of mensen rondom jou ziek zijn. Angst is vooral een product van ons denken en het activeert heel snel het stresssysteem waardoor we voortdurend op onze hoede zijn voor het (veelal denkbeeldige) gevaar: we willen vluchten, vechten of ter plaatse bevriezen en zelfs verdwijnen. Hoe langer je deze angst aanhoudt en voedt hoe meer het – als een uitgehongerde familie ratten – aan je sterke maar ook gevoelige lijf gaat knagen. Bovendien is angst bijzonder aanstekelijk, besmettelijk en vernauwt het je blikveld en gevoelsleven. Stop eens met lezen nu. Kijk rondom jou en zoek naar alles wat een rode kleur heeft, lees dan verder. Ok, sluit nu je ogen, en herinner je alles wat de kleur ‘blauw’ heeft. Inderdaad.. Waar jij je aandacht op richt, dat zal toenemen, de rest bestaat niet (voor je selectieve waarneming). Wees dus waakzaam met je eigen focus en deze die wordt opgedrongen. Je angstvuur ontwikkelt snel. Het is beter er gezonde rust en kalmte ipv olie op te (blijven) gieten. Hanteer (zoals hier ook beschreven) de “Jij maakt mij niet bang, ik maak mezelf bang” afspraak (met jezelf). Zoek ook vaker de natuur op, luister naar zachtere muziek en stemmen, vermijd teveel nieuws, mediteer, en ga aub aan de slag met deze toolkit.
  3. Denk in mogelijkheden
    “Makkelijk gezegd” hoor ik sommigen denken. Klopt! Je moet het dan ook doen, en niet slechts eenmalig maar in voort-durende-zin. Iedereen heeft een “Ja, maar..”- schrift, tracht er aub geen boek of heel oeuvre van te maken. In de podcast mini-reeks rond crisis en wijze coping zoom ik in episode 3 in op de pervasieve impact van je eigen denkpatronen wanneer het ‘tegenzit’. Onder het mom van ‘anders leren denken‘ leg ik uit hoe jouw automatische gedachten aan de basis liggen van geautomatiseerde reacties en deze kleuren op hun beurt je wereld, je realiteit, je resultaten en gevoelens. Voortdurend denken aan hoe vervelend het allemaal is, wat mogelijks niet meer terugkomt, welke beperkingen er zijn enz. haalt je stemming onderuit en verziekt tegelijk ook de sfeer rondom jou. Aan je angstniveau werken betekent actief het piekeren verlaten en inzetten op initiatief en creativiteit. ‘Ieder nadeel eb zijn voordeel’, zei Johan Cruyff. Bekijk daarom wat je met de vrijgekomen tijd, ruimte en mogelijkheden kunt doen, alleen en/of samen. Focus op wat je wel nog kunt en met wie. Schrijf het allemaal op, lees het dagelijks luidop (ook aan je kinderen) en vul aan! Denken in mogelijkheden helpt je trouwens de cyclus van angstdenken te doorbreken, het maakt je creatiever en je behoudt een gevoel van controle en macht over de situatie. Bovendien geef je ook aan het concrete leven (zie Frankl) dat voor je ligt werkelijke positieve zin. Anders gezegd: ‘als jij zorgt voor het ‘nu’, dan zorgt dat nu wel voor ‘later’.
  4. Vermijd negativiteit.
    Vechten tegen de politiek en het onzichtbare enerzijds; gedijen in angst, je verliezen in rampdenken, innerlijke maar ook jammer genoeg relationele strijd anderzijds – ook al is het heel menselijk – het zorgt voor een klimaat en cultuur van (geestelijke) gezondheidsverzwakking en groeiende sociale negativiteit. Ziekenhuizen rapporteren bijvoorbeeld in de rand een verhoogd aantal patiënten dat zich aanmeldt met hyperventilatie. Hoe kan het ook anders met massale verspreiding van angst- en wanhoopinducerende boodschappen? De gezondheidszorg moe(s)t beter georganiseerd worden, zoveel is duidelijk. Ziekenhuizen kreunen natuurlijk (cfr. de besparingen- en fusiegolven). Er was al een burn-out epidemie onder de zorgverstrekkers (teveel werkdruk, overuren, administratie en te weinig waardering en heldere communicatie). Bovendien, waarom propageert men niet meer positivisme? Waarom brengt men niet meer positieve, creatieve oplossingen en verhalen van ‘overlevers’ in de schijnwerpers? Wat is er mis met hoop uitdragen? Ook hoop werkt net als angst: aanstekelijk! We doen er natuurlijk wel allemaal zelf aan mee .. Dus is het zaak om hierin (minimaal ‘iets’) verstandiger te worden. Zoals gezegd is het in lastige tijden cruciaal om je zelfcontrole en dus ook je energie beter te beheren, ofwel veel selectiever om te springen met jouw energiebronnen en jouw energievreters. Hieronder een viertal kritische hulpvragen die je helpen om van eerder vullen naar meer voeden te evolueren:
    1. Wat en wie geeft jou energie (en hoe)?
    2. Wat en wie geef jij energie (en hoe)?
    3. Wat en wie ontneemt jou energie (en hoe)?
    4. Wat en wie ontneem jij de energie (en hoe)?
  5. Blijf werken aan je doelen.
    ‘Fear can hold you prisoner, hope can set you free’ (S. King). Andy Dufresne (zie boven) slaagde er in om zich succesvol in te passen in de gevangenis: hij maakte er vrienden, stichtte er een bieb en leerde oa. analfabeten lezen. Tezelfdertijd werkte hij 20 jaar op eigen houtje aan zijn ultieme ontsnapping. Andy had één doel en stelde alles in het werk om dat doel te bereiken: een nieuw leven hebben in Zihuatanejo (Mexico), de plek waarvan hij altijd droomde. Ook Frankl hield zich meer dan staande door wat hij en anderen in de concentratiekampen voor ogen hielden. Het waren dingen als: de hoop om ooit hun geliefde weer te zien, de verwondering om een zonsondergang die tussen al het gruwelijke mooi kon zijn, het uitzicht op ergens een groene kruin boven een muur. Frankl maakte zich ondertussen ook in de kampen bijzonder nuttig als psychiater en gezondheidseducator: hij stond zowel de soldaten als zijn kamp- en lotgenoten medisch bij, gaf les over slaap- en mentale hygiëne enz. ‘Waar geluk bestaat uit drie dingen’ – zo klinkt een Oosterse tegeltjeswijsheid: ‘iets om van te houden, iets om te doen en iets om op te hopen.’ Ja, zelfs al is de uitputting nabij, staat je gezin op springen, leef je geïsoleerd als single, heb jij je baan of zaak verloren, ben je de oriëntatie wat kwijt, het devies blijft: laat de huidige situatie niet het eindpunt van je fantasieën zijn, maar veeleer de springplank naar een diepere duik in je dromen. Zie je het grotere plaatje even niet? Neem dan extra rust, zet geen druk, laat de tijd voor jou werken, focus op de dagtaken en voeg er iets meer intensiteit en plezier aan toe; vertrouw ook wat meer op kleine ingevingkjes, visualiseer jezelf af en toe denkbeeldig in volle glorie, hou een dagboek bij. Vrijheid, dat is vooral een innerlijke aangelegenheid..
  6. Verbeter je zelfzorg
    Natuurlijk is het allemaal ook lastig. En de ene dag is de andere niet. Daarom zijn positieve dagelijkse zelfversterkend gewoontes zo belangrijk. Want als jij je goed voelt, als jij voor jezelf zorg draagt, dan stimuleer jij je ‘goed-gevoel hormonen’ (dopamine, serotonine, endorfine, oxytocine) en ben je in staat ook beter zorg te dragen voor je dierbaren en je in te zetten voor anderen, indien je dat wil natuurlijk. ‘Wie voor zichzelf zorgt, zorgt steeds voor zijn beste vriend(in)’; vriendschap met jezelf is de zachtste basis van elke relatie met een ander, zowel binnen intieme als professionele context. Zelfzorg is wel voor alle duidelijkheid (ook al het is fijn dat je daarmee start) meer dan enkel je laptop of smartphone eens uitzetten, even te niksen, te luieren, te dagdromen, een warm bad nemen, een massage en lekker kopje thee. Het is vol-wassen aandacht aan en voor jezelf, je wensen, je noden, maar ook je talenten, je dromen, je valkuilen, je vergeten pijn..; het is eigenwaarde en dieper zelfengagement in de dagdagelijkse praktijk gebracht vanuit een ‘wie niet zeeft, die zweeft’ – principe. Met ‘niets minder dan het beste voor mezelf’ als dagelijkse mantra. Zelfzorg is – hoe fijn ook – ook geen instant geneesmiddel, noch een 8-weken training, het is een groeiproces van blijven opstaan en doorgaan na het vallen en uitstellen; het is een levenslang leren integreren van wat voor jou echt nodig is, gezond is en werkt. Een acroniempje hierbij is BRAVO:
    Beweging (elke dag, frequenter, meer trappen, meer te voet, yoga/tai chikwartiertje, dansen – ook thuis, duursporten indien mogelijk)
    Rust (elke dag, intenser, zie pauzeren kan je leren, check de relax nog meer met je zintuigen kaart, liefst zonder pillen)
    Attitude (elke dag, positiever, deze 2 instructies volgen, leren van stervenden, focus op het waardevolle, het mooie, het kleine, liefst zonder pillen)
    Voeding (elke dag, gezonder, biologischer, lichter, minder frequent, af en toe onderbroken vasten, met supplementen, liefst minder bewerkt, voorzichtig met alcohol)
    Ontlading (elke dag, meer, beheerst doch met overgave, in het lachen, spreken, vrijen, schrijven, hulp vragen, zingen, tekenen, op muziek vooral).
  7. Blijf connecteren en nog meer liefhebben
    De natuur gaf ons 2 oren en 1 mond, opdat we meer zouden luisteren dan praten. Het is een tijdloze waarheid, die nog het meest dwingt in tijden van nood en crisis. Hoe moeilijk we het zelf ook hebben, tracht hierin nog meer een rolmodel te worden. We worden met zijn allen waarlijk door elkaar geschud; ingrijpende (historische) gebeurtenissen doen dat nu eenmaal met ons, ook al kunnen we hierdoor veerkrachtiger worden. De kwestie is niet of de ander(en) lijdt(en), de kwestie is hoe zwaar en zichtbaar is dat lijden? Zij die lijden – vergeet dat niet – zijn meesters in vermomming! Voor heel wat mensen gaat deze pandemie hand in hand met 2 andere pandemieën van deze tijd: de (financiële) stress- en eenzaamheidspandemie. Over dat laatste schreef ik een gewaagd, kritisch maar m.i. noodzakelijk stukje. Iedereen rondom jou, ook iedereen die je – virtueel en reëel – nog zult ontmoeten lijdt ofwel luidop ofwel in stilte onder de zorgen, de angst, het verlies, het gevecht. Coronatijden, ze brengen ons inderdaad verder van het werk, cultuur én elkaar, maar tegelijk ook veel dichter bij essenties: bij tijdelijkheid, vergankelijkheid, bij onze gehechtheden, de (toenemende) vervreemding alsook de emotionele afstandelijkheid en zingevingsarmoede. Stuur daarom massaal kaartjes, cadeautjes, bloemen met de post, bel systematisch met (groot)ouders, vrienden en geliefden, wees extra vriendelijk in supermarkten, glimlach met je ogen, wees niet te streng tegen je kinderen, zeg wat vaker mooie hartelijke dingen, bied je vrijwillige hulp aan in de zorg. Treffender dan ‘Doe wat je kan met wat je hebt en waar je ook bent’ (T. Roosevelt), kan ik echt niet besluiten.

Lieve mensen,

Het is een zure mand appelen. Maar laten we hier samen waardig doorbijten en -gaan. Niets blijft duren, ook dit niet. Laten we er het beste van maken en hier sterker, wijzer en liefdevoller door worden. Steek dan nu maar die kaars van je aan ipv het duister te (blijven) vervloeken. Go go go, I’m on your side!

– Steve Van Herreweghe –

14 februari. Valentijn. Ideaal moment om één van mijn overrijpe drafts rond intieme relaties de ether in te sturen. Tenslotte is het morgen alweer 15 februari…

“Op elk potje past een dekseltje”, we kennen het oude gezegde allemaal. De vraag is of we er vandaag de dag nog echt in geloven. Statistici, sociologen, filosofen en psychologen krabben sinds oudsher twijfelend over hun diepdenkende hersenpan. En net als de man in de straat ook de schrijver dezes.

Vergane duurzaamheid?

Ondanks de vele vernieuwende onlinemogelijkheden, blind-, speeddating ea. Blind Getrouwd-formules rijst steeds meer de hamvraag “of de duurzame intieme relatie nog wel bestaat, van deze tijd is en nog wel realistisch is?” En zo ja “hoe deze kan overleven in het yolo-tijdperk – waar de individualiteit de gezamenlijkheid heeft overstemd, en waar de aardse shortcut-, wegwerp- en recyclagecultuur de langetermijn- en spirituele focus heeft verdreven?

Duurzaamheid staat haaks op kortzichtigheid en snelheid. De langetermijnrelatie is bij uitstek – jammer genoeg net als veel kinderen – het ongewenste kind van deze tijd geworden. We voelen wel ergens de sociomorele druk om ermee ‘bezig’ te zijn, maar het wordt steeds meer als de spruitjes eten van toen we kleiner waren: met hele lange tanden…

In België strandt anno 2018 1 op de 2 huwelijken, treedt er binnen 1 op de 4 gezinnen een vorm van partnergeweld op (zowel van man naar vrouw als vice versa), is het gemiddelde normgezin stilaan een samengesteld gezin. Seriële monogamie, het wordt mogelijks het hoogst haalbare, afgewisseld met periodes van vereenzaming, FWB (friends with benefits), ONS (one night stands) en massa’s afterwork ea doelloze fakefeestjes. Sprookjes lijken dus al lang hun magische krachten kwijt. We zien, voelen, vrezen de realiteit met zijn allen. Klinkt verre van hoopgevend, er zijn ook uitzonderingen, gelukkig… Houden zo!

Mijns inziens is dit echter van alle tijden, alleen werden de laatste decennia door de transparantie en snelheid van informatiedeling (wat ik ten zeerste apprecieer) de huiskamergordijnen opengetrokken, kwam er meer licht op de vaak donkere intieme werelden, en werden hierdoor heel wat taboes doorprikt.

Filosofen, natuurwetenschappers, antropologen ea. mensonderzoekers bijten er sinds mensenheugenis hun tanden op stuk. Zoeken we via onze partner naar voortplantingskansen en/of zekerheid, naar volledigheid en/of aanvulling, naar romantiek en/of extase? En wat is de garantie op duurzaamheid en succes? Hoe meer scheidingen (en dus kinderen van gescheiden ouders), hoe groter het risico op scheidingsherhaling en bindingsangst later bij die dan groot geworden kinderen. Tot de jaren ’80-’90 was het eerder uitzondering dan regel, nu is een kind van nog steeds getrouwde ouders stilaan een unicum… Er wordt – in de marge – ook veel te weinig onderwijs en vorming gegeven rond relatie- en gezinspsychologie, terwijl het – samen met ADL (activiteiten van het dagelijkse leven) één van de meest essentiële pijlers is van ons zo kort en worstelende aardse bestaan.

Het eeuwige romantische ideaal

Kan het nog mooier, poëtischer, profetischer dan dit? In exact – jawel – 69 woorden drukt Khalil zich hier meesterlijk en tijdloos uit over de liefde, de intieme relatie, het huwelijk, en haar intrinsieke uitdagingen, valkuilen en problemen.

Het blijft aanspreken en de (dag)dromen voeden, ook bij mezelf, moet ik eerlijk bekennen. Soms omschrijf ik mezelf knipogend als een ex-romanticus, maar in feite klopt dat niet echt. Een post-romanticus is misschien wel juister. Een dromer blijf je nu eenmaal voor het leven, alleen – en wellicht herkenbaar bij velen – eentje die de liefde pragmatischer, wat meer berekend en ook wel collectiever aanschouwt, vanuit ontnuchtering vooral gestoeld op de dubbele “ik-ben-en-heb-ontgoocheld”-moraal.

Die belangrijke intieme ander als een ultieme reddingsboei, surrogaat-ouder, bron van geluk, tijdverdrijf of als invulling van (existentiële) leegte beschouwen, het is nu eenmaal des mensen, ook al kent het een vervaldatum én heeft het een niet te versmaden prijs.

Liefhebben kan je leren

De ervaring heeft mij (naast de wetenschap) geleerd dat liefhebben niet enkel een werkwoord maar vooral een levenslang leer- en groeiproces is, van vallen (in oude gewoontes) en opstaan (in nieuwe), een schoorvoetende herontdekking van wie je werkelijk bent, je licht- en schaduwkanten inbegrepen.

En verder. Dat het loslaten van alle geleende maskers – die jou bescherm(d)en tegen oude pijn en diepe wonden – een weg van lange adem kan zijn. Dat het bevrijdend werkt onbevreesd “ja” en “neen” te kunnen zeggen tegen de ander, net als tegen jezelf. En dat de evenwichtsoefening tussen afstand houden en nabij blijven een werkelijk martiale – venusiaanse levenskunst is waarbij veel introspectieve oefening – en vooral heldere en frequente communicatie de blijvende centrale pijlers vormen.

Tot (voorlopig) slot. Leren liefhebben in een (ludieke) notendop:

1. vòòr je in relatie gaat: je sterktes eren, je verleden omarmen, je doelen kennen, reizen, in zelfzorg en -respect groeien, humor cultiveren

2. vòòr je vreemd gaat: zie 1, hulplijn(en) inschakelen, een afgebakende time-out inlassen, van perspectief wisselen, het niet doen

3. vòòr je breekt met iets of iemand: zie 1-2, scenario’s uitwerken en doorleven, je omgeving erbij betrekken 

4. vòòr je alle relaties verbrandt: zie 1-2-3, een huisdier nemen, verdiepen in fauna & flora, oude connecties opzoeken

5. vòòr je jezelf opgeeft: zie 1-2-3-4, vernieuwing scheppen, anderen helpen, een hoger ideaal zoeken

Lukt het steeds moeizamer, neem gerust contact op

Succes ♥♥♥

– Steve Van Herreweghe –

Spijkers met gaten

Er was eens een jongen met zeer weinig zelfbeheersing. Zijn vader gaf hem een zak spijkers en zei tegen hem dat elke keer als hij zijn zelfbeheersing verloor, hij een spijker in de achterkant van de schutting moest slaan. De eerste dag sloeg de jongen 37 spijkers in de schutting. Over de volgende paar weken, toen hij leerde om zijn kwaadheid onder controle te krijgen, werd het aantal spijkers dat hij in de schutting sloeg geleidelijk aan minder. Hij zag in dat het gemakkelijker was om zijn zelfbeheersing niet te verliezen, dan al die spijkers in de schutting te slaan. Uiteindelijk, kwam de dag dat de jongen zijn zelfbeheersing niet meer verloor.

Hij vertelde dit aan zijn vader en zijn vader stelde voor dat de jongen nu voor elke dag dat hij zijn zelfbeheersing behield hij een spijker uit de schutting haalde.

De dagen gingen voorbij en de jonge man was eindelijk zover dat hij zijn vader kon vertellen dat alle spijkers waren verdwenen.

De vader nam de jongen bij de hand en ging met hem naar de schutting. Hij zei: “Je hebt het goed gedaan, mijn zoon, maar kijk nu eens naar al die gaten in de schutting. De schutting zal nooit meer hetzelfde zijn. Als je dingen zegt in woede, dan laten ze een litteken achter net als deze gaten. Je kunt iemand met een mes steken en het mes er weer uit trekken. Het maakt niet uit hoe vaak je zegt dat het je spijt, de wond zal er blijven.”

Woede, een universele emotie

Woede. We kennen het allemaal, net als het niet goed kunnen beheersen ervan.

Woede kent diverse gedaanten en is dus alomtegenwoordig. Het is een ongecontroleerde emotie die uit het niets kan tevoorschijn komen en vaak getriggerd wordt door een externe situatie of persoon.

Woede en agressiviteit zijn besmettelijk.  Ongeacht waar het zich afspeelt: in huis, in het verkeer, op het werk, op social media of in het wilde weg. Het heeft met spiegelneuronen te maken en het activeert onmiddellijk ons overlevingsmechanisme dat zetelt in het oude reptielenbrein: (terug)vechten of (weg)vluchten. Begrijpelijk dus dat wanneer het in ‘jouw veld’ te warm wordt door taal of gedrag van een verhitte ander, dat je dan zelf ook gaat gloeien. Het gloeien hoeft echter niet te betekenen dat je er naar moet handelen.

Woede is altijd 100% jouw emotie, de projectie ervan op de situatie, het afreageren op allerlei manieren 100% jouw verantwoordelijkheid.

Gelukkig maar. Want dit betekent dat jij wel degelijk 100% controle kunt ontwikkelen over deze destructieve en toxische energie.

Excuses en mythes

Je eigen woede beheersen. Het is één van de moeilijkste vaardigheden die je toch (!) kunt ontwikkelen.

Echter, heel vaak verschuilen we ons achter de volgende ‘klassieke’ excuses en mythes:

– “Ik ben nu eenmaal zo” => gedrag is als kledij, je kan het veranderen, yes you can!
– “O het was niet mijn bedoeling” => je intenties tellen niet wanneer je gedrag en het effect op een ander pijn doet, draai de rollen eens om.
– “Sorry” => de ‘sorry-plaat’ is er één die best niet teveel blijft hangen. Nadenken vooraleer je praat werkt beter dan excuses. Gif of gal spugen doe je beter in het toilet.

‘Maar hoe kan het dan anders?’

Het ABC-tje van woedebeheersing

Woedebeheersing vraagt inzicht en volwassen ‘ouderlijke’ regulering. Het is oefenen in emotioneel intelligent gedrag en dus leerbaar en coachbaar. Natuurlijk is dat sneller geschreven dan gefixt in de praktijk. Introspectie, oefening en een ervaren mentor zijn hierbij imperatief. Toch zijn hier alvast enkele adviezen: 

Stop met denken dat de ander, de situatie, je werk, de maatschappij verantwoordelijk is voor jouw innerlijke emoties. Het leven buiten je houdt je slechts een spiegel voor en daagt je uit na te denken over je eigen keuzes, je koers, je reactiepatronen, je demonen, je verleden en je toekomst.

Start met denken “jij maakt mij niet boos, ik maak mezelf boos.” Dit en nog twee andere sleutelzinnen kunnen echt voor een doorbraak van jewelste zorgen en vormt trouwens de basis van het boeddhistische zelfreguleringsprincipe.

Onderzoek je denkfouten alsook (!) de wortels van je kwaadheid. Beloftes maken, teren op mooie intenties, het werkt – net als overdreven positivisme – echt niet! Hoe intenser je woede, hoe ouder je pijn en hoe dieper je verdriet. Je zal merken dat niet de actuele situatie noch persoon aan de basis ligt, maar een langer en vaak vergeten verleden.

Experimenteer ook met de transformerende woededempers van pauze, kalmte, plezier en humor. Het cultiveren van deze dempers in je leven, je agenda, je hoofd, je activiteiten bevordert de kwaliteit in je werk, relaties en leven.

‘En wat bij moeilijke relationele situaties?’

Check bijvoorbeeld deze spelregels. Het ABC-tje kan hierbij ook helpen:

Afleiding

Jezelf of de ander afleiden van het object of subject van de woede.

Wees de lamp ipv de lont en schakel over naar een helikoptermodus, activeer daardoor de innerlijke beschouwer, stop met jezelf boos te maken, stop met reageren, verschuif je focus van onmacht naar waar je wel macht (over hebt), verlaat desnoods (even) de situatie, koel af, kijk weg, adem in adem uit, beschouw vanuit rust.

Blootstelling

Eens de temperatuur is gezakt – en de ander ook emotioneel ‘beschikbaar’ is – de situatie op tafel leggen en er volwassen naar kijken, het aanpakken. De confrontatie durven aangaan. Want conflictvermijding is alleen goed in de eerste fase.

Het is raadzaam de situatie of de persoon meer vanuit mededogen en begrip te benaderen, spreek uit wat je voelt en dat je de situatie of ander wil begrijpen, luister, luister nog meer (dan je praat).

Correctie

Dit betreft een ander gedrag tonen, het vragen of voorstellen. Het gaat om het herstellen van veiligheid en vertrouwen.

Benoem je eigen aandeel zonder ‘(ja) maar’, stel de ander de vraag hoe die zich voelt, wat die zou willen, waar de pijn zit, wat die nodig heeft en wat jij kan doen. Verwoord ook voor jezelf hetzelfde naar die ander. Geef je grenzen aan en luister naar deze van de ander. Oefenen met ‘als…dan…’. Schakel eventueel een mentor of bemiddelende derde in.

Onthoud vooral het volgende:

“Beschadigde mensen beschadigen mensen, tot een veranderde houding de verhouding verandert.”

Liefhebben is veel meer dan een werkwoord. Wees aub bij ‘verhitting’ wat meer de held en wat minder het slachtoffer.

En jawel, oefening baart kunst…!

Good luck!

– Steve Van Herreweghe –

Bruno

Nooit zal ik hem vergeten. Bruno was lang één van mijn patiënten in het psychiatrisch ziekenhuis, ongeveer 10 jaar geleden. Bruno was een geïnterneerde en verbleef in een gesloten afdeling voor 2 jaar. Toen hij naar ons dagcentrum kwam leerde ik hem kennen als een heel gevoelige maar fijne man, getormenteerd door extreme mishandeling in de jeugdjaren. Vernielde ziel, maar wel één met een hele attente en diepzinnige rand. Bruno geraakte aan de drugs, werd psychotisch, pleegde ook misdrijven en geraakte zo in de gevangenis. Een alternatieve straf werd zijn deel. Bruno geraakte heel moeizaam uit het diepe dal van zijn leven en integreren in de maatschappij – met zo’n verziekte bodem, heel veel letterlijke en emotionele schulden – leek net als beginnen aan een heuse bergbeklimming, na een marathon te hebben gelopen..

Uiteindelijk stapte hij uit het leven nadat hij opnieuw een strafrechtelijk feit had gepleegd en terug naar de gevangenis werd verwezen, waar de veilige muren de ‘bange-jongen-in-hem’ slechts tijdelijk van bescherming konden voorzien. Dit ‘geïnstitutionaliseerd’ zijn – want zo luidt deze dramatiek – wordt trouwens subliem beschreven én verfilmd in ‘The Shawshank Redemption’, naar het boek van Stephen King.

Bruno had één welbepaalde favoriete quote waarmee ik hem altijd zal blijven associëren. Hij kon dit zo vaak herhalen in gesprekken en tegen zijn medepatiënten in groep, het was zijn lijfspreuk geworden en hij gebruikte dit om zijn levensloop én inherente problematische ontwikkeling te illustreren:

“Wanneer jij je wijsvinger uitsteekt naar iemand, zijn er altijd drie vingers die in jouw richting zijn gedraaid”

Kritiek, verwijt, beschuldiging, zeker wanneer het herhaaldelijk gebeurt, schept afstand, kwaad bloed en schade. Ik schreef erover in de 4 vernietigende ruiters binnen elke betekenisvolle relatie en moedig ook aan om met zijn allen minder vanuit ego en steeds meer vanuit ziel te verbinden.

Want, in een wereld waarin onwetendheid, oordeel en verwerping vaak centraal staan, kleine en grote oorlogen worden uitgevochten binnen en buiten onze kamers, en één simpele wijsvinger in de richting van een ander de basis kan leggen van strijd, dan denk ik nog vaak aan Bruno’s wijze maar tevens intrieste woorden. Want woorden, die kunnen nu eenmaal goden maken maar tegelijk ook duivels kraken.

– Steve Van Herreweghe –

Op een winterse morgen hoorde ik een Vlaamse radiostem diep zuchten: “de helft van de Vlamingen zijn volgens een recent onderzoek ongelukkig”…

De werkelijke armoede van een zgn. welvaartsland is niet langer van feitelijke maar van emotionele aard. Compulsieve scrollers zijn we geworden, van bericht naar bericht, op zoek naar (n)iets, automatisch piloterend van punt A naar Z, gestuwd en dus geleefd door vreemde agenda’s en afglijdend in ‘meer, beter, sneller’, net als verdwaalde dopamine-junkies, met vervreemding van zichzelf en anderen als neveneffect. In tijden van nooit geziene digitale interconnectiviteit lijkt het erop dat de kloof tussen elkaars harten en zielen zelden groter is. Vroeger sprak men nog over muren tussen mensen, nu zijn het schermpjes geworden.

En toch. Elke morgen opnieuw probeer ik het – tijdens mijn 8-minuten-wandeling – naar het bureau in hartje Gent: oogcontact met anderen, een glimlach misschien. Mensen zijn zo gehaast, zo verdwaald in gedachten, in tijd en smartphone, kijken zo afwezig, vaak bedrukt en slaperig voor zich uit. En toch blijf ik het doen, het houdt mij wakker, in verwondering ook, wanneer een enkeling het erop waagt. Oogcontact, basis van verbinding, hoe eenvoudig kan het zijn. Blikken die zich kruisen en mogelijks vermengen, in ruimte en tijd, en misschien een glimp van eenheid in verscheidenheid, van eeuwigheid in vergankelijkheid en van zin in gedeelde on-zin ervaren. Zien en gezien worden, maar dan zonder schermpjes en duimpjes als verb(l)indingsbruggen en -tools.

Hieronder een experiment van Amnesty International – geïnspireerd op de ontdekking van psycholoog Arthur Aron, zo’n 20 jaar terug, dat 4 minuten in elkaars ogen kijken mensen werkelijk dichterbij kan brengen. Het experiment – waarbij vluchtelingen en Europeanen tegenover elkaar werden gezet – werd (niet toevallig) uitgevoerd in Berlijn: de stad, die in de eerste plaats een symbool is van het overwinnen van de scheidslijnen, en ten tweede het centrum van het hedendaagse Europa lijkt te zijn.

Werkelijk zien en gezien worden, met naast oogcontact vooral ook spontaneïteit als sociaal maizena. Want niet zozeer de held- maar vooral de ‘kindhaftigheid’ in onszelf is aan herwaardering toe.

“Minder online, meer inline” is dan ook mijn motto voor 2018, en ik daag jullie uit. Want ook al leven we in een steeds transparantere wereld – waar het voyeurisme menige universele inzichten heeft gebaard en dus ergens een stiekeme vorm van verbondenheid in verscheidenheid heeft gecreëerd – stel ik echter vast dat veel mensen nog al te vaak verkrampen bij natuurlijke spontaneïteit en assertiviteit. Op zich geen drama, maar ‘te strak’ en ‘te geremd’ in woord, daad en dus keurslijf, kan finaal leiden tot milde en ook wel ernstige problemen op biopsychosociaal én professioneel vlak.

We functioneren nog teveel vanuit afweging en via de reageermodus, waarbij ‘overleven’ primeert boven ‘waarachtig leven’, ‘aanpassen’ het nog steeds haalt van ‘inpassen’, ‘vullen’ wint van ‘voeden’, ‘vermijden’ voorrang krijgt op ‘verzoenen’ en ‘maskeren’ belangrijker lijkt dan ‘exprimeren’. Daarom een ode aan en warme oproep voor de complexloze alledaagse spontaneïteit (in elk van ons): het vertrouwen op eerste impulsen, het alerter en opmerkzamer zijn, het sneller uiten van ongenoegen, het opkomen voor wat je ok maar vooral niet ok vindt, je binnenkant laten blinken aan de buitenkant. Want finaal kan men enkel in helder water – ontdaan van al het troebele en andere kleurstoffen – echt diep gaan kijken.

Laten we, naast het meisje in de regen, ook de driejarige Madeline als voorbeeld nemen en terug opgaan in ervaringen, mensen maar ook dieren en dingen alsof we ze voor het eerst (en misschien wel het laatst zullen) zien en beleven.

– Steve Van Herreweghe –

#30dagenzonderklagen.

Het mogen er ook 30.000 zijn, wat mij betreft. Let op, een klaag- of roddelkwartiertje kan wel eens deugd doen, zeker wanneer we er bewust van zijn, zuur verdient dan ook een plaats, zoals kiwi in een fruitmand, of citroen op een glas cola of in het vispannetje, maar het hoeft niet de hele mand in beslag te nemen, noch het gerecht of de sfeer te overheersen.

Bewuste mensen weten dat tegenslag, verlies, omwentelingen net als eb en vloed, de seizoenen, en de vele biopsychoemotionele cycli deel uitmaken van de stroom des levens. Zij vertrekken vanuit een interne locus of control en winnen aan energie en macht door een proactieve attitude.

Onbewuste mensen zien de buitenwereld als gescheiden van zichzelf en vervallen in klaagzangen, waarnemings-, attributie- en andere denkfouten. Zij vertrekken vanuit een externe locus of control en verliezen vaak aan energie en macht door een reactieve attitude.

Groeien in bewustzijn kan, maar het vraagt bijzonder veel moed, kritische introspectie, onderscheidingsvermogen, verantwoordelijkheidszin en assertief-empathische communicatie.

Aan de basis van ons wereld- en werkelijkheidsbeeld, ligt vaak ons zelfbeeld. Het zelfbeeld fungeert als een soort lens waardoor we de wereld gaan bekijken. De staat ervan steunt grotendeels op 2 pijlers: de interne en externe dialogen die we voeren en gevoerd hebben én het geheel van ons zichtbaar en verdoken gedrag.

Vandaar een bijzondere aandacht voor deze 2 boodschappen die echt het verschil kunnen maken op weg naar een (nog) bewuster, milder en positiever leven:

1. Draag zorg voor je gedachten wanneer je alleen bent

Volgens het Standford Research Institute (Washington, VS) denkt een gemiddeld mens zo’n 120.000 gedachten per dag, een stijging van 70.000 ten opzichte van 15 jaar geleden, toen men het onderzoek begon. Een groot deel hiervan is niet effectief en zelfs belemmerend voor ons functioneren. Het zijn de zogenaamde nutteloze gedachten als ‘wat denkt hij van mij, ik ben niet goed genoeg, waarom dit nu weer’, enz. Bovendien weten we dankzij de neuro- en biopsychomedische wetenschappen dat ‘elke gedachte die we opvangen of produceren bepaalde ‘neurochemische sporen’ nalaat in het lichaam en dat die ‘sporen’ dieper gaan wanneer we dergelijke ‘loops’ blijven herhalen (bijv. bij overmatig piekeren). In een wereld waarin individueel en collectief mentale overbelasting overheerst is het steeds moeilijker geworden om het overzicht te bewaren, controle te ervaren en ons innerlijk echt ‘vrij’ te voelen.

Het is m.a.w. niet langer een kwestie van ‘hoe gedachten mij met rust moeten laten maar veeleer hoe ik mijn gedachten met rust moet leren laten’. Toegepaste zachtheid naar binnen als mentale zorgoefening. Want gedachten zijn als voorbijtrekkende wolken: nu eens traag, dan weer snel, soms licht of zwaar en bij tijden ook heel donker, maar altijd, altijd trekken ze voorbij, tenminste als we ze ook zo beschouwen. Jij hoeft je er niet aan vast te klampen, noch erdoor te laten meevoeren of ze als waar te beschouwen, is de boodschap. En oefening baart kunst. Je gedachten meer opschrijven werkt bevrijdend, net als “Er is de gedachte aan …” uitspreken kan helpen om er afstand van te nemen en met “brengt deze gedachte me dichter of verder bij mijn doel?” als bijkomende hulpvraag.

2. Draag zorg voor je woorden wanneer je met anderen bent

Woorden kunnen goden maken, maar ook duivels kraken. En je maakt jezelf ook nooit witter door een ander zwart te maken. Onbegrip en negatieve projectie vormen vaak de motor van conflict en gevecht, met chronische stress en angst als olie, onwetendheid als sleutel en met toenemende emotionele afstand, ziekte en weerstandsdaling als onverbiddelijk resultaat. En dit terwijl we met zijn allen hetzelfde nastreven: ons erkend, begrepen en geliefd voelen. Ik las ooit dat “één goed woord wel voor drie winters warmte kan voorzien, terwijl één kwaad woord voor zes maanden vorst zorgt.” Mooie en treffende beeldspraak. Nadenken alvorens we ‘schieten’ dus, want tijd om een woord toe te voegen is er wel, tijd om er één terug te nemen niet. En bovendien hebben mensen al – diep verscholen – schotwonden genoeg…

Alleen inkeer en bewustwording van je diepere kern en(on)zichtbare verbondenheid met alles en iedereen rondom kan soelaas en verlichting bieden. De echt gelukkigen onder ons gebruiken de ander als spiegel en niet langer als doel(wit). Toegepaste zachtheid naar buiten als sociale zorgoefening. Want de echt gelukkigen onder ons stellen veeleer grenzen i.p.v. deze bij anderen te overschrijden. Denk daarom ook steeds sneller dan je praat, bouw wat meer aub in je communicatie: alert voor wat je binnenkant gebeurt, uitstel van onmiddellijk reageren en een secuur gebruik van bon-woorden?” (bedachtzaam, opbouwend en nuttig).

Succes!

– Steve Van Herreweghe –

Het gaat tegenwoordig snel, heel snel. We hebben het druk met 1001 dingen en “geen tijd voor” wordt stilaan een algemeen aanvaard stopzinnetje om wat werkelijk belangrijk is te verdrukken. Tot het natuurlijk niet meer kan, tot ziekte, onophoudelijk geruzie, afstand of zelfs een scheiding uitbreekt…

Kwaliteitsdenkers maken gewag van het belang van prioriteitengebaseerde tijdsbesteding, jouw persoonlijke prioriteiten. Buig je eens over je agenda en stel de hamvraag : beg/heer ik mijn agenda of beg/heert mijn agenda mij? Is er wel degelijk evenwicht tussen activiteit en … intimiteit?

Eén van dé belangrijkste waarden en pijlers van veerkracht in het leven blijft nog steeds de intieme relatie met je partner.

Een relatie is, net als een bloem, een levend organisme : het ‘wij’ kent een geboorte, groeipijnen, behoeften, een eigen karakter en een bestemming. Hou het daarom levendig, blijf het voeden, verzorg de bodem, geef het voldoende licht, water en liefde, en dit op een dagelijkse basis, liefhebben blijft een werkwoord.

Gottman, een gerenommeerd Amerikaans professor in de psychologie (Washington) bestudeerde met zijn team langdurig koppels met een zgn. sterke ‘partnerband’. Deze bleken niet enkel de 4 ruiters in bedwang te houden, maar vooral ook gemiddeld genomen per week 5 uur kwaliteitsvol met elkaar ‘bezig zijn’ … het seksueel contact zelfs buiten beschouwing gelaten. Deze magische 5 uur zorgen ervoor dat de chemie, de verbondenheid, het rustgevoel, de vitaliteit in je relatie en dus in je leven aanwezig blijft.

De Magische 5 uur:

Afscheid: zorg voordat je ‘s morgens afscheid neemt van je partner op de hoogte te zijn van een ding dat er die dag in zijn of haar leven gebeurt, of dat nu een lunch met de baas is, een bezoek aan de dokter of een gepland telefoontje met een oude vriend(in)
Tijd: 2 minuten / dag x 5 werkdagen
Totaal: 10 minuten

Weerzien: zorg aan het eind van elke werkdag voor een gesprek ter vermindering van je stress. De vraag “hoe was het vandaag schat?” gevolgd door een begripvol – vanuit een ‘wij-tegen-de-anderen’-houding – beluisteren van elkaars belevenissen, werkt heel destresserend en versterkt het gevoelsmatig en relationeel welbevinden
Tijd: 20 minuten / dag x 5 dagen
Totaal: 1 uur en 40 minuten

Bewondering en waardering: probeer elke dag een manier te vinden om oprechte genegenheid en waardering aan je partner te laten blijken
Tijd: 5 minuten / dag x 7 dagen
Totaal: 35 minuten

Genegenheid: kus elkaar, raak elkaar aan, houd elkaar vast en knuffel elkaar in de tijd dat je bij elkaar bent. Denk eraan elkaar een kus te geven voordat je gaat slapen. Beschouw die kus ook als een manier om kleine ergernissen die zich in de loop van de dag hebben opgebouwd te laten verdwijnen.
Tijd: 5 minuten / dag x 7 dagen
Totaal: 35 minuten

Wekelijkse afspraak: dit kan een ontspannen, gemakkelijke manier zijn om contact met elkaar te houden. Stel elkaar vragen om je liefdeskaarten bij te werken en richt je op elkaar. Uiteraard kan je deze afspraak ook gebruiken om zo nodig een probleem of een ruzie die je hebt gehad uit te praten.
Tijd: 2 uur / week
Totaal: 2 uur

——————————-
Algemeen totaal: 5 uur

En dan nu, aan de slag!

– Steve Van Herreweghe –

H

et is stil waar het niet waait’ … ‘alleen bomen komen elkaar nooit tegen’, hoor je wel eens zeggen. Klopt als een bus! Geen echt contact zonder wrijving, en na wrijving komt glans … soms … maar soms ook niet …

Het is één van de vele relatiemythen dat ‘een fantastische relatie steeds een vredige relatie is’. Intieme relaties zonder wrijving of conflict bestaan niet. Elke wrijving heeft echter een reden én een doel. De natuurkunde leert ons trouwens dat ‘wrijving’ kan leiden tot vormverandering en warmteproductie. Productie van nieuwe energie, warmte dus, zolang we maar niet oververhit geraken!

We zijn ‘hier’ finaal om te leren en te groeien als mens. Een dispuut, een ruzie, een conflict betekent dat er een diepere ontmoeting plaatsvindt tussen mensen. Door onwetendheid, angst en gewoontevorming kiezen we vaak voor ‘onaangepast ruziegedrag’: we vechten, vluchten of bevriezen en we halen de 4 onheilspellende ruiters op ons relationeel toneel. Heel zelden kiezen we voor een volwassen aanpak. Het doel van ‘wrijving’ is niet dat we winnen of verliezen of het gebeuren gaan ontkennen. Het doel is dat we bewuster worden van onszelf, evenwichtiger in relatie tot de ander kunnen functioneren en liefhebben als leerproces beschouwen.

In een intieme relatie verlangen we 3 essentiële zaken: (1) erkenning (2) invloed hebben en (3) geliefd worden. Een positieve, intieme, vruchtbare relatie is ook een onmiskenbare krachtbron om je vitaal en creatief in het leven te geven. ‘Respect’ is hierbij altijd het sleutelbegrip. Conflicten zijn vaak te herleiden tot een verwerping van of een onevenwicht tussen deze drie essentiële behoeften.

Bovendien vormen conflicten en ruzies vaak het topje van de ijsberg, verbergen ze veelal trauma’s uit vroegere intieme relaties, en verwijzen ze naar een fundamenteel gebrek aan eigenwaarde. Blijven hangen in woede- en pijncirkels verlengt de dramatiek en is immens beschadigend voor het veiligheidsgevoel en het wederzijds vertrouwen. Onthoud dat partners spiegels zijn van en voor elkaar, geen doelwitten! Juist dáárom is elke strijd, elk conflict een kans tot ver-zoen-ing met zichzelf en de ander.

Hieronder volgen een aantal ‘spelregels‘ indien er een ruzie of conflict is tussen partners:

1. Hou het ‘onder ons’

Ruzie is privé. Vermijd het betrekken van derden erbij, tenzij het om een deskundige gaat. Maak vooral ook geen ruzie in bijzijn van kinderen, dit kan voor ernstige emotionele schade zorgen en bovendien gaan ze ook dit voorbeeld volgen.

2. Blijf waardig

Hoogspanning zorgt voor heel wat averij. Emotionele uitbarstingen raken heel diep en missen altijd hun doel. “Ik meende het niet” is te laat. Bijt nog liever je tong af dan dat jij je impulsief stort in het gevecht. Blijf waardig jezelf, hou je hoofd koel en denk 10 maal na alvorens je gal spuugt.

3. Verschuif van solo-denken naar samen-denken

Veel conflicten zijn gebaseerd op misverstanden, jouw specifieke manier van denken over de situatie en het gedrag van je partner. Denkfouten kunnen heel hardnekkig zijn in aanhoudend conflict. Wees bereid om de ‘zes’ eens als ‘negen’ te bekijken en je partners visie te onderzoeken, misschien leer je nog iets?

4. Blijf bij de zaak

Wapen je niet met oude koeien, focus je op de situatie. Blijf dus bij de zaak en breid het onderwerp ook niet uit maar baken het af. Blijf bij ruzies bij de inhoud en verzorg de wijze waarop je communiceert. Vaak verschuift de ruzie naar ‘de manier waarop’ en dan wordt het complexer.

5. Beoefen meer zelfkritiek dan verwijtpolitiek

Vermijd “jij dit, jij dat”, dat verlengt en stookt het ‘gevecht’ alleen maar aan. Richt je naar binnen, onderzoek je eigen deel, proef de kritiek van je partner zonder deze uit te spuwen. Toegeven als je ongelijk hebt werkt bevrijdend. Het gaat minder om gelijk hebben, meer om gelukkig worden.

6. Speel de bal, niet de man

Wees heel zuinig met – vaak ten onrechte gebruikte – veralgemeningen zoals “altijd” en “nooit”. Een mug is geen olifant, blaas de situatie dus niet op. Focus je op de echte feiten. Als je partner ‘geen tijd heeft’, ‘koel’ of ‘koppig’ is hij / zij daarom nog geen ‘koppige ongevoelige egoïst(e)’

7. Opkomen voor jezelf is een keuze, niet altijd een vereiste

Jij hebt het recht om je gedachten, wensen en gevoelens te uiten. Onderdrukking hoeft niet. Jij bent wie je bent en jouw partner is wie die is. Water bij de wijn zorgt voor slecht water en slechte wijn. Echter, assertiviteit mag geen excuus zijn voor vechtlust, gematigdheid kan ook.

8. Weet waar de eindstreep ligt, hou de neuzen in dezelfde richting

De lont is dikwijls snel ontstoken. Woedebeheersing is een ware kunst, doch leerbaar. Stress, vermoeidheid en miscommunicatie liggen hierbij vaak aan de basis. Hoe intenser de ruzie, hoe dieper de wortels, hoe schadelijker het effect. Als je ruziet onthou vooral het doel ervan, maak van ruzie geen hobby, hou het kort en effectief.

9. Probeer eens de humor ervan te doorzien

Neus aan neus? Dan staat de gevechtsmodus op ‘aan’: adrenaline giert door je bloed, spieren gespannen, overleven de missie. STOP! Probeer de helikoptervisie: bekijk de situatie op denkbeeldige afstand, adem rustig, probeer eens een lach om jezelf. Humor ontspant, en verlicht.

10. Stel je grenzen en respecteer deze van de ander

Een ruzie, een relatieprobleem komt vaak neer op: 1. ‘te dicht bij’ of 2. ‘te ver van’ elkaar staan. De vaagheid der persoonlijke grenzen speelt hierbij een grote rol. Weten wat je wilt en wat niet, en dit consequent naleven is cruciaal. En, alleen als je ‘neen’ een ‘neen’ is, kan je ‘ja’ een ‘ja’ zijn.

11. Appelen zijn geen peren. De verschillen maken het boeiend

Net als jij is je partner een uniek individu met kwaliteiten én valkuilen. Sommige kenmerken zijn aantrekkelijk, andere ergerlijk, ook dit geldt in beide richtingen. Partners hebben veel gemeen, daarom zijn ze ook partners! Waardeer naast jullie overeenkomsten vooral ook jullie verschillen.

12. Eerst begrijpen dan begrepen worden

Wees de beste luisteraar! Gebruik de LSD-techniek (luisteren – samenvatten – doorvragen). “Bedoel je dat…?” “Begrijp ik het goed als je zegt…” zijn voorbeelden hiervan. Als je partner zich begrepen voelt verzacht dat vaak de spanning en het inspireert hem / haar ditzelfde te doen.

– Steve Van Herreweghe –

Een prominent professor uit het Westen ging langs bij een Zenmeester in het verre Oosten. Hij wou antwoord op het gegeven dat zijn studenten steeds minder naar zijn lessen kwamen. Terwijl de Zenmeester hem thee inschonk bleef de professor maar doorvertellen over de mogelijke oorzaken en de mogelijke antwoorden die Zen hem zou kunnen bieden. De Zenmeester schonk de kom vol tot aan de rand en bleef maar doorschenken. De professor merkte dat de kom plots overliep en kon zich niet langer beheersen. “Stop stop stop, de kom is helemaal vol, er kan niets meer bij!”, stamelde hij. “U bent net als deze kom”, antwoordde de meester kalm. “Hoe kan ik u Zen onderwijzen, als u niet eerst uw eigen kom leeg maakt?”

Echt luisteren, we doen het allemaal veel te weinig. De hoofden worden steeds voller, de contacten steeds holler. Voortdurend zijn we op de vlucht via de snelweg van onze gedachten, woorden en verlangens, naar het land van nergens. Net als een bende opgejaagde konijnen, de wortel van geluk in het vizier, ervan overtuigd dat zowel het pad als de bestemming voldoende gekend zijn en de ander zo snel mogelijk moet voorbijgestoken worden of ja zelfs best uit de weg wordt gekegeld. Alsof we in het intermenselijke ‘verkeer’ niets meer te leren of te ervaren hebben, en ook alles al weten. Het kan echter ‘verkeren’, zei Bredero. Ook in de openingscene van de inspirerende film Crash (2004) wordt dit sociaal fenomeen kernachtig geformuleerd :

“In L.A., nobody touches you. We’re always behind this metal and glass. I think we miss that touch so much, that we crash into each other, just so we can feel something.”

Wie neemt anno 2017 nog echt de tijd én de ruimte om werkelijk te verstillen en te luisteren? Wie is echt nog aanwezig bij en ontvankelijk voor het verhaal van die kleine of grote ander, de zorgzame partner, de energieke kids, die verzuurde collega, de vriendelijke postbode of kwieke buur? Maar vooral, wie heeft nog voeling met zichzelf? Wie luistert nog naar de diepe roerselen in diens eigen binnenkant, de soms chaotische en vaak onnavolgbare onderstroom? Wie neemt nu nog echt de tijd en de ruimte om te de prikkels te verwerken, deze te herkauwen, het vaak vertroebelde innerlijke water op te helderen? En wie neemt nu nog echt de tijd en de ruimte om ditzelfde proces ook bij de ander te zien, het te beluisteren en het toe te laten…?

Luisteren, hoe cliché ook, het is dé enige echte basis van verbinding, en we hebben het echt verleerd omdat we de voeling met de eigen innerlijke levensdraad ergens onderweg zijn kwijt geraakt en zodoende ook de bedrading met de ander hebben zien verzwakken of zelfs helemaal verloren. Vervreemding en isolement, en dit te midden van al die hunkering, drukte en overvloed. In luisteren schuilt ‘lui-ster’, ofwel in ‘luiheid’ de ‘ster’ (her)ontdekken, het licht dat verlicht aan de vaak verdonkerde binnenkanten des mensen, dieren en dingen.

Ik lui-ster, jij lui-stert, wij lui-ster(r)en.

Bedankt om te blijven luisteren!

Portfolio Items