Berichten

Lees meer

Op een winterse morgen hoorde ik een Vlaamse radiostem diep zuchten: “de helft van de Vlamingen zijn volgens een recent onderzoek ongelukkig”…

De werkelijke armoede van een zgn. welvaartsland is niet langer van feitelijke maar van emotionele aard. Compulsieve scrollers zijn we geworden, van bericht naar bericht, op zoek naar (n)iets, automatisch piloterend van punt A naar Z, gestuwd en dus geleefd door vreemde agenda’s en afglijdend in ‘meer, beter, sneller’, net als verdwaalde dopamine-junkies, met vervreemding van zichzelf en anderen als neveneffect. In tijden van nooit geziene digitale interconnectiviteit lijkt het erop dat de kloof tussen elkaars harten en zielen zelden groter is. Vroeger sprak men nog over muren tussen mensen, nu zijn het schermpjes geworden.

En toch. Elke morgen opnieuw probeer ik het – tijdens mijn 8-minuten-wandeling – naar het bureau in hartje Gent: oogcontact met anderen, een glimlach misschien. Mensen zijn zo gehaast, zo verdwaald in gedachten, in tijd en smartphone, kijken zo afwezig, vaak bedrukt en slaperig voor zich uit. En toch blijf ik het doen, het houdt mij wakker, in verwondering ook, wanneer een enkeling het erop waagt. Oogcontact, basis van verbinding, hoe eenvoudig kan het zijn. Blikken die zich kruisen en mogelijks vermengen, in ruimte en tijd, en misschien een glimp van eenheid in verscheidenheid, van eeuwigheid in vergankelijkheid en van zin in gedeelde on-zin ervaren. Zien en gezien worden, maar dan zonder schermpjes en duimpjes als verb(l)indingsbruggen en -tools.

Hieronder een experiment van Amnesty International – geïnspireerd op de ontdekking van psycholoog Arthur Aron, zo’n 20 jaar terug, dat 4 minuten in elkaars ogen kijken mensen werkelijk dichterbij kan brengen. Het experiment – waarbij vluchtelingen en Europeanen tegenover elkaar werden gezet – werd (niet toevallig) uitgevoerd in Berlijn: de stad, die in de eerste plaats een symbool is van het overwinnen van de scheidslijnen, en ten tweede het centrum van het hedendaagse Europa lijkt te zijn.

Werkelijk zien en gezien worden, met naast oogcontact vooral ook spontaneïteit als sociaal maizena. Want niet zozeer de held- maar vooral de ‘kindhaftigheid’ in onszelf is aan herwaardering toe.

“Minder online, meer inline” is dan ook mijn motto voor 2018, en ik daag jullie uit. Want ook al leven we in een steeds transparantere wereld – waar het voyeurisme menige universele inzichten heeft gebaard en dus ergens een stiekeme vorm van verbondenheid in verscheidenheid heeft gecreëerd – stel ik echter vast dat veel mensen nog al te vaak verkrampen bij natuurlijke spontaneïteit en assertiviteit. Op zich geen drama, maar ‘te strak’ en ‘te geremd’ in woord, daad en dus keurslijf, kan finaal leiden tot milde en ook wel ernstige problemen op biopsychosociaal én professioneel vlak.

We functioneren nog teveel vanuit afweging en via de reageermodus, waarbij ‘overleven’ primeert boven ‘waarachtig leven’, ‘aanpassen’ het nog steeds haalt van ‘inpassen’, ‘vullen’ wint van ‘voeden’, ‘vermijden’ voorrang krijgt op ‘verzoenen’ en ‘maskeren’ belangrijker lijkt dan ‘exprimeren’. Daarom een ode aan en warme oproep voor de complexloze alledaagse spontaneïteit (in elk van ons): het vertrouwen op eerste impulsen, het alerter en opmerkzamer zijn, het sneller uiten van ongenoegen, het opkomen voor wat je ok maar vooral niet ok vindt, je binnenkant laten blinken aan de buitenkant. Want finaal kan men enkel in helder water – ontdaan van al het troebele en andere kleurstoffen – echt diep gaan kijken.

Laten we daarom de driejarige Madeline als voorbeeld nemen en terug opgaan in ervaringen, mensen maar ook dieren en dingen alsof we ze voor het eerst (en misschien wel het laatst zullen) zien en beleven.

– Steve Van Herreweghe –

“Love Is All We Need”

En toch slagen we er vaak niet in om deze diepmenselijke behoefte te erkennen bij onszelf en bij onze dierbaren..

Waar we wel in slagen zijn ‘spelletjes spelen’ om verbondenheid manipulatief en soms destructief af te dwingen.

Het is één van de vele relatiemythes dat ruzie maken nodig is om een stevige relatie uit te bouwen. Niets is minder waar. Diverse vormen van ruzie laten zonder pardon onuitwisbare sporen na en knagen aan de binnenkant, en dus ook buitenkant van elke relatie. Het moet dus echt veel korter en gerichter (zie ook andere spelregels) en het liefst zo weinig mogelijk.

Onze noden versus ons hechtingsalarm

De behoefte aan verbondenheid is een fundamentele menselijke behoefte en na de ouders in de kindertijd en onze peers onderweg zijn het vooral de partner(s) en kinderen bij wie we deze behoefte hopen ingevuld te zien. Wanneer we deze verbondenheid met hen dreigen te verliezen ontstaat er hechtingspaniek, slaat ons hechtingsalarm aan, maar drukken we dit – vaak onwetend en compulsief – en dus allesbehalve op de juiste manier uit.

De Amerikaanse professor J. Gottman – die wordt beschouwd als de Einstein van de liefde – bracht naast zijn wetenschappelijke inzichten omtrent oa ‘hoe de quality-time tussen geliefden te verhogen’ (zie de magische 5 uur). ook de metafoor van de ‘Vier ruiters van de Apocalyps’ (verwijzend naar het Oude Testament, in casu de Openbaringen van Johannes: de 4 ruiters die een ‘rampspoed’ aankondigen).

Deze staan bij Gottman voor de 4 negatieve communicatievormen die in een intieme relatie zoveel schade kunnen aanrichten dat deze krachtige voorspellers kunnen zijn van relationeel falen en dus scheiding. Uit zijn wetenschappelijke observatiestudies blijkt dat 95% van de koppels gaat scheiden indien deze ruiters te vaak en vooral samen optreden. Het vermogen van koppels om deze patronen te doorbreken en te veranderen is tevens een goede voorspeller voor de duurzaamheid van de intieme relatie.

John Gottman: “Repair during and after fight is the key to relationship success!”

De eerste ruiter:  kritiek

Deze ruiter is die van de persoonlijke aanval, de wijzende vinger, met “jij” als favoriete aanzet en de woorden “altijd, nooit” als conflictversterkers. “Er is iets mis met jou. Jij bent fout ! Jij bent alweer de vuilzakken vergeten buiten te zetten. Het interesseert je blijkbaar niet dat de garage stinkt. Jij neemt nooit je verantwoordelijkheid op”. Kritiek brengt een venijnige relatiedynamiek op gang, het levert vaak de brandstof voor een conflict en laat dit ook makkelijk escaleren. Het schept een gevechtssfeer en activeert automatisch het vecht- of vluchtmechanisme van ons instinctieve brein.

Het is beter je ergernis verstandig te uiten of gepast feedback te geven. Je zegt dan iets vanuit jezelf over het gedrag van de ander, zonder die onderuit te halen. Je blijft in het hier – en – nu, start met “ik”, zegt wat je observeert, deelt je gevoel en verduidelijkt je vraag. “Ik merk dat je vuilzak niet hebt buiten gezet en dat vind ik vervelend. We hadden daarover toch een afspraak gemaakt”.

De tweede ruiter: verdediging

Kritiek lokt dus een typisch instinctief gedrag uit, nl. verdediging. Bijna iedereen die zich aangevallen voelt reageert met afweer, met “Ja, maar” als veelvoorkomend begin. “Ja, maar ik heb de hele dag gewerkt en heb dan nadien nog de kinderen in het bad gezet. Ik ben dat vergeten”. Door zich te verdedigen gaat men niet in op wat de partner die ‘aanvalt’ tracht te zeggen. Het ego voelt zich bedreigd, het harnas aan, defensie voorbereid en daar gaat de energie… Men doet geen moeite om erachter te komen wat het precies is dat de ander zo stoort waardoor deze zich niet serieus genomen voelt en er vaak nog een schepje bovenop doet. Meestal gaat de verdediging dan ook weer over in een tegenaanval. “En ik dan ? Ik heb ook de hele dag gewerkt en wat als ik ook vergeet te koken of de kinderen vergeet af te halen ?”

Het is beter de actie – reactie te benoemen en te onderzoeken wat je partner zegt, proeven dus alvorens defensieve gal te spuwen. “Ik heb het gevoel me te gaan verdedigen wat ik niet wens, maar je “jij boodschap / kritiek” doet me wat pijn, kan zijn dat ik in de fout ben gegaan, kunnen we er anders over praten?”

De derde ruiter: minachting

Voor Gottman is dit de gevaarlijkste ruiter omdat hij tot doel heeft de ander bewust te kwetsen. De wapens van deze ruiter halen de ander helemaal onderuit, ontnemen de eigenwaarde en zorgen voor vernedering. Minachting kent vele gezichten: sarcastische opmerkingen, cynisme, een spottende blik, rollen met de ogen, … Minachting duikt niet plotseling op maar wortelt in ‘onuitgeklaarde negatieve ervaringen tussen beiden’ en ze wordt gevoed door ‘blijvende negatieve gedachtencirkels over de partner’

Bijvoorbeeld: ‘Ben je moe? Ocharme toch! Ik ben hier ook van deze morgen vroeg op om alles gedaan te krijgen, en het enige wat jij kan doen als je thuis komt is in je zetel ploffen als een klein kind en te gaan gamen of op je gsm tokkelen. Ik heb aan jou gewoon een kind er bij.’

Het is raadzaam te onderzoeken wat onderliggend blijft steken, hoe lang geleden ook. Waar en wanneer is ‘dit’ begonnen, wat werd niet uitgesproken, waar zit men nog mee in zijn / haar maag of ligt op de lever te sudderen. Oude niet-erkende en besproken pijn verzuurt de communicatie en dus de relatie. Anderzijds moet paal en perk gesteld worden en minachting buiten de intimiteit van de relatie gehouden worden. Het inschakelen van een professional (bemiddelaar / relatietherapeut) is hierbij nuttig.

De vierde ruiter: zich terugtrekken

Als een partner op een aanval reageert met verdediging is dat schadelijk omdat hij een conflict veroorzaakt, maar nog kwetsender is het als hij helemaal niet reageert door zich in stilzwijgen te hullen, te gaan lopen of een muur op te trekken. In het eerste voorbeeld van de vuilzakken zou dit betekenen dat de partner in kwestie niet reageert en bijvoorbeeld gewoon naar de living loopt en de TV opzet zonder een reactie te geven op zijn partner. Doordat hij zich afwendt, gaat hij een ruzie uit de weg zegt Gottman, maar ook de relatie. Er is geen contact meer, alleen nog afstand. Niets laat de ander zo machteloos achter omdat je de boodschap geeft: het interesseert me niet meer, je bent lucht voor me. Klank zonder beeld, weggaan, negeren zijn vormen van manipulatie en zeer nefast voor de veiligheid en het vertrouwen tussen beiden. Vermijdingsgedrag is des mensen, maar erken het, benoem het en vermijdt het zo veel mogelijk, zeker binnen intieme relaties. Het vraagt moed om heikel onderwerpen aan te kaarten en door te spreken maar geeft ook immens veel nieuwe energie, vertrouwen en hoop.

‘Bezint, eer ge bemint’ – zou ik willen afsluiten – én vooral smeed samen een weldoordacht strak plan om deze 4 vernietigende machten voorgoed uit jullie huis te bannen.

– Steve Van Herreweghe –