Berichten

In vertrouwen kunnen (her)verbinden, het is zo essentieel.

Het wordt – echter – stilaan een kostbare curiositeit in de samenleving, een met uitsterven bedreigde ervaring én gewoonte, ook al zal de behoefte eraan nooit verdwijnen. Het zit namelijk ingebakken in ons evolutionair DNA, het is het fundament waarop we ons (over)leven, onze projecten, onze relaties en onze wereld (uit)bouwen.

Jammer genoeg stel ik in de dagdagelijkse praktijk, op straat, op sociale media, op de werkvloer en ook op feestjes echter vast dat – voorbij glimlach en façade, voorbij virtuele schijn (de hedendaagse kwalen en ziektes incluis) – enorm veel verborgen pijn, teleurstelling, angst en vereenzaming schuilt. Het stemt me triest, maar ook gedreven en opstandig (soms). Zijn er grenzen aan oppervlakkigheid? Is er aan de afwezigheid van werkelijk contact een vervaldatum gekoppeld? Ik ben er helemaal van overtuigd!

In de magistrale film Crash (2004) begint het verhaal met een botsing. Een voice-over vertelt dat “het in LA allemaal anders gaat als in andere steden. In LA raakt niemand elkaar aan. Ze verstoppen zich liever achter metaal en glas. Soms botsen ze tegen elkaar; gewoon om te voelen…” Herkenbaar ‘fenomeen’, niet?

‘Ik, we lijk(en) wel emotioneel gehandicapt’, ik hoor het steeds vaker. Voelen doen we precies enkel nog wanneer we compleet overdonderd worden door tegenslag, breuk, accidenten, aanhoudende pijn, verliefdheden … en overlijden. Drama als wakkerschudder, maar hoeft het zo?

Heel wat psychische kwalen en stoornissen waarmee we te kampen hebben vinden au fond hun oorsprong in vroegere (intieme) relaties; in beschadigde verbindingen, oude verbindingen die – net als ruis – de muziek in het hier en nu blijft overstemmen of zelfs overheersen. En ondanks dat we deze storende echo’s uit een ver verleden vooral willen dempen met eten, drinken, pillen of andere roesmiddelen, en onuitputtelijk veel verslavende gewoontes, loopt de enige werkelijke weg naar diepteherstel en -genezing via het opnieuw aangaan van relaties met anderen, maar dan wel anders, bewuster, voorzichtiger, sensitiever, authentieker én liefdevoller. Ahum.

“De snelweg naar essentiële kennis loopt via steden van bedrog naar de kust van ontwaakte verstomming”, quote ik reeds eerder. Maar, soms is  – zoals in het verhaal van Bruno – de opgelopen schade zo omvangrijk en zit dit zo diep verankerd dat we die kust niet halen en dat noch kennis en transformatie, noch de nieuw aangeknoopte verbindingen maar vooral ‘gevecht’ en ‘(uit)vlucht’ de enige relaties zijn die men nog kan of durft aangaan. Oppervlakkigheid dan maar…

Groeien in menselijkheid

Om te kunnen groeien als mens – en dus in menselijkheid onder de mensen – zullen we van online naar inline, van verblinding naar verbinding en van conflict naar contact moeten overschakelen. De ‘ruis’ als kans zien naar finetuning ipv de radio uit te zetten. Neen. Rustig leren worden in contact – eerst en vooral dicht bij onszelf blijven – én zo dichter bij de ander geraken, en terug, als een soort perpetuum mobile, een blijvend heen en weer pendelen tussen binnen- en buitenkant. Daarbij én helder bewust blijvend van de eigen roots, de diepere waarden, de bezochte steden van bedrog én tegelijk ook deze van je directe naasten, je omgeving, en alles en iedereen die op je pad komt. Ja ook vreemden en zelfs vijanden. Huh?

Jawel. Het moet moeite vragen, anders groeien de diepere sociale aanhechtingsspieren niet. Hieronder een zestal uitdagingen voor het gulzig, pronkerig en ‘zich-exclusief-wanend-deel-in-onszelf’: het ego, jammer genoeg nog al te vaak het middelpunt van ons boeiend maar o zo kort aards bestaan. Een alledaagse oefening in spiritualiteit, het liefst, op weg naar – wie weet – een vriendelijker, jovialer, enthousiaster en ko(s)mischer geïnspireerde maatschappij.

1Oordeel vermijden

“Een oordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom”, zo sprak A. Einstein, meer dan een eeuw geleden. Nagels met koppen. Oordelen, het is van alle tijden en we doen het allemaal, en alle dagen, bewust en onbewust. Het is een zeer geliefd sociaal tijdverdrijf van het ego en haar pijlen missen elke vorm van diepgang, maar zelden de kwetsbare harten en zielen. Het wortelt vooral in geestelijke luiheid en blindheid en ligt aan de basis van taboevorming en dus verdrukking. Het werkt zeer destructief en creëert verdeeldheid en isolement in de maatschappij en in al onze relaties. Oordeel schept afstand, maakt onzeker en wakkert een defensieve houding aan. Check de 4 ruiters op het toneel van intieme relaties.

Mensen streven naar inclusie, naar ‘erbij horen’, zich opgenomen voelen in de ‘samen’leving. De baarmoederervaring zit nu eenmaal diep ingebakken in en drijft elk van ons naar de ander, en alle anderen toe. Iedereen heeft, ongeacht huidskleur, taal, religie, geaardheid, afkomst het recht om – met behoud van fundamenteel respect voor elk ander levend wezen – zijn/haar leven te leiden zoals hij/zij dat voor ogen heeft en dus verkiest. Het is niet omdat je de keuzes, het uitzicht, de vorm en geschiedenis van een ander niet begrijpt dat je zelf beter bent. Want dat is de boodschap achter elk oordeel: “ik ben beter dan jij”.

William James – de man die de moderne Europese psychologie naar de Verenigde Staten bracht – lanceerde ooit het volgende: “Mensen zijn als eilanden in de zee, aan de oppervlakte gescheiden, maar in de diepte verbonden.” De natuur als dankbare spiegel. Ga dus in dialoog met elkaar, leer de ander kennen, diens verhaal en geschiedenis, ontdek de persoonlijkheid voorbij diens façade en jouw eenzijdige perceptie. Finaal zijn we mensen, en dat (ver)bindt ons, de rest zijn slechts details.

Bezinningsvraag: hoeveel ruimte en vrijheid schenk jij de ander doorgaans in diens waarheid?

2Verdediging loslaten

Niks mis met het ego, we hebben het ergens nodig om onszelf te kunnen identificeren en dus onderscheiden. Maar, het is wel slechts een gereduceerde versie van onszelf, een afkooksel van ons volledig potentieel. En, het werkt als een mentaal-emotioneel programma, een soort verlevendigd script dat wil blinken door zich kritisch af te scheiden. Kritiek en verdediging horen vaak samen en vormen ‘de Siamese tweeling van conflict’. Waar de ene is, is quasi altijd de ander. Met onze kritiek plaatsen we onszelf boven en buiten de ander en zien we de ander als minder. Die ander reageert quasi instinctief en pareert de kritiek met verdediging omdat hij/zij zich gekleineerd of gedomineerd voelt, in casu het ego. Onze verdedigingsreflex zit natuurlijk heel diep in ons overlevingsmechanisme ingebakken, de vraag is echter of het wel nog nodig is, nuttig is, of het ons vooruit helpt en ons wel degelijk beschermt?

Wie zich vereenzelvigt met zijn/haar ego zit – bij een ervaren aanval – vrij snel gewapend in het zadel. Het uit elkaar halen van deze Siamese tweeling is geen sinecure, het is van lange duur en vraagt precisiewerk en vakmanschap. Belangrijk om weten is dat beiden niet zonder elkaar lijken te kunnen en ook wel als concurrenten strijden om voeding en macht. Macht is bij uitstek hét lievelingsvoedsel van het ego. En zowel via de kritiek als via de verdediging willen we die macht (terug)halen hetgeen tot een heuse uitputtingsslag kan leiden.

Het snel en gericht doorbreken van dit diep ingesleten ‘sociaal spel’ is dé uitdaging. Wat kan helpen hierbij zijn de volgende 4 reminders. Onthoud dat die (kritische) ander (1) zelf mogelijks niet goed in zijn vel zit, (2) een vorm van aandacht en geldingsdrang heeft (die identiek is of verschillend van de jouwe) maar ook (3) jou uitdaagt om zelf te groeien in ‘minder ego en reactie’ en (4) eventueel zelfs een leerrijke boodschap brengt. De kritiek(situatie) dus leren beschouwen als ‘vreemd voedsel’: ervan proeven met nieuwsgierigheid en zonder grillen, en wat je niet lust of niet voedzaam, gezond of lekker is laat je gaan. Voor meer hierover verwijs ik naar enkele spelregels rond ruziën.

Bezinningsvraag: hoe vaak schiet jij in verdediging en hoe bewust ben jij je daarvan?

3Kwetsbaarheid delen

Taboe lokte recent wekelijks 1,5 miljoen Vlaamse kijkers en is mijns inziens één van de beste sociaal-maatschappelijke programma’s van de laatste jaren! Waarom? Het brengt ludiek de verborgen maar alomtegenwoordige onderwerpen op een humane wijze in het licht, én het geeft vooral de mensen achter de aandoening een gezicht. Een uniek recept met humor als ‘de lekkerste saus’. De humanisering van psychische kwetsbaarheden, adhd, hoogsensitiviteit, depressie en burn-out is een trend die ik wel kan appreciëren, ook al gaan de gordijnen vrij snel weer dicht. Want op het toneel der ego’s weerklinkt het luid: “the show must go on”.

Het is nog steeds mijn vurig statement dat ‘in elke patiënt finaal een kwetsbare mens schuilt’, iemand met een verhaal, een diepere pijn en vaak immens verborgen verdriet, maar ook wel onrijpe dromen en verborgen verlangens. En kwetsbaarheid, dat is tevens de gedeelde natuur des mensen. Daarom schuilt ook in elke mens een patiënt, tot spijt van wie dit niet wil of durft te erkennen. Oogkleppen dus best af, het harnas van oordeel durven loslaten, de eigen broosheid erkennen en met sensitieve voelsprieten empathisch de brug oversteken naar het hart van eenieder. Het doorbreken van relationele en maatschappelijke verharding wordt ongetwijfeld één van de lastigste uitdagingen.

Bezinningsvraag: hoe moedig kan jij je eigen tere plekken laten zien, en wat vertel jij tegen jezelf om dit net niet te doen?

4Veranderlijkheid zien

Niemand houdt van verandering en zeker het ego niet. En toch is het de enige constante in ons leven. Van een tegenstrijdigheid én heuse uitdaging gesproken! Verandering vraagt dat we ‘ja’ zeggen tegen obstakels, omleidingen en koerswijzigingen, dat we controle op het/ons plan durven loslaten, een open geest en enthousiast hart bewaren ten aanzien van het onbekende, een reisattitude cultiveren in het leven en durven groeien in excellentie. Hola Pola!

Alles gaat voorbij. Slechts drie woorden, waarin o zoveel wijsheid steekt. Woorden die zowel troost kunnen bieden, in donkere tijden, maar ook de voetjes op de grond houden, bij voorspoed. Woorden die steek houden en resoneren met moeder natuur en al haar bijzondere wetten.

Iedereen gaat (dus ook) voorbij. Ontmoetingen, contacten, vriendschappen, relaties, ze zijn allemaal slechts tijdelijk én veranderlijk. Dit onthouden zorgt voor veel meer spontaneïteit, echtheid, empathie en waardering in contact, en dus ook voor minder negativiteit, wrok, haat en andere vormen van emotie-onderdrukking.

Bezinningsvraag: Hoe bereid ben jij om – onderweg naar je bestemming – je te blijven open stellen voor wat en wie er op je afkomt?

5Eindigheid aanvaarden

Van carpe diem tot memento mori, we gebruiken het te pas en te onpas. We leven in tijden van #yolo #metoo en #hierennu waarin alles zo intens mogelijk beleefd, nagestreefd en liefst zoveel mogelijk gedeeld moet worden. Dit past natuurlijk allemaal in het kraam van het ego, dat genoegzaam in de handen wrijft en deze oude levensprincipes dankbaar en gretig uitspeelt.

Het Ik boven alles, de idiotie van een zandkorrel dat zich woestijn en eeuwig waant. Een grappige, gevaarlijke tristesse is het. Vroeger hadden we de hemel nog als perspectief, maar de hemel is niet meer. Op rijstpap met gouden lepeltjes zitten we heus niet meer te wachten, de onmiddellijkheid der dingen is waar het nu om draait: onmiddellijk leuk, onmiddellijk geleverd, onmiddellijk geld, onmiddellijk succes, onmiddellijke matchkes, onmiddellijk in bed, onmiddellijk gescheiden. Onmiddellijkheid als nieuwe opium voor het volk, met opgejaagdheid, rusteloosheid, ontevredenheid en groeiende vervreemding als logische afkickverschijnselen.

Het ego ontziet en ontloopt de onzekerheid en de angst die de dood, het ultieme einde uitademt. Ook alles wat daar mogelijks aan herinnert wordt vanuit een angstvallige superioriteit weggehoond. Het dieper existentieel reflecteren hierop is nochtans een uitstekend antigif en geneesmiddel voor dit oeverloze vluchtgedrag. De diepe, ontwapenende en stralende glimlach van een boeddhistisch monnik bijvoorbeeld wortelt in dagelijkse meditatie op de eindigheid en vergankelijkheid. De dood als vriend, leraar en bron van waarachtige bevrijding en mededogen.

Bezinningsvraag: Hoe is je band met afscheid, einde, vergankelijkheid en nietigheid in het leven?

6Eeuwigheid herontdekken

In een Ik-gerichte samenleving telt de buitenkant, de status, de zichtbare resultaten, het (na te streven) bezit. De wereld aan de binnenkant, met name het afdalen in gedachten en gevoelens, het beschouwen van het samenspel der behoeften, het rijk der diepere machten en schaduwen, het waarom en waartoe der dingen en mensen, is voor het ego als het betreden van een spookkasteel, daar ook waar ‘die bizarre introverten’ onder ons zich zich vaak het meest thuis voelen.

De werkelijke zoektocht naar het goud is niet een uiterlijke maar een innerlijke, en ze brengt ons via de smalle straten der gedachten, naar moerassen en meren vol gevoelens en zo naar een diepere oceaan van mysterieuze realiteiten, mogelijkheden en waarheden. Het brengt ons bij het besef dat we ko(s)mische miscroscopische stofjes zijn, bestaande uit miljarden dansende cellen zich ingenieus groeperend tot een tijdelijk zichtbaar lichaam, dat – voorbij de zintuiglijke domheid en spirituele armoede van het ego – hunkert naar wasdom, verbinding en zielsverheffing. Het brengt ons bij verzoening met misschien wel één van de grootste paradoxen des levens: grootsheid (durven) ervaren in het nietige, en nietigheid (durven) ervaren in het grootse.

Bezinningsvraag: Hoe frequent richt jij je aandacht wat dieper naar de binnenkant en durf je in dialoog te gaan met het mysterieuze niet-weten?

 

– Steve Van Herreweghe –

 

Wijsheid is niets anders dan doorleefde pijn”, zo las ik ooit.

Een waarheid als een koe. ‘Pijn’ is inherent aan het leven, aan geboorte, aan groei en aan eindigheid. We stoten tegen tafels, struikelen over stenen en molshopen, botsen tegen de lamp en keihard met onze wagens. En vallen, dat doen we massaal! Van roze wolken, hoge bomen, ons voetstuk, tot in de liefde en van de ene in de andere illusie.

Barsten, breuken, met oppervlakkige en diepe wonden, hartzeer vaak, kleine en grote ontgoochelingen. We kennen het allemaal. “Pijn is onvermijdelijk, lijden echter, dat is optioneel”, zo luidt het bij E. Tolle, “tenminste als we maar in het hier-en-nu kunnen blijven…”, waar dat ook precies moge wezen… Misschien wel ergens tussen het verre toen en dan, in het dichte midden, daar waar we ook het diepst kunnen voelen, tenminste als we durven verstillen.

Pijn is m.a.w. niet gelijk aan lijden, het ligt er wel aan ten grondslag, in de regel, maar er zijn ook uitzonderingen.

“Er is een scheurtje in alles”, zei Cohen, “zo komt het licht ook binnen.” Maar willen we dat licht wel, vrezen we het niet? Volgens Marianne Williamsen is onze diepste angst niet dat we onbekwaam zouden zijn maar eerder onze onmetelijke macht. We vrezen niet zozeer het donkere maar vooral het licht in onszelf.

Te midden van zoveel ‘noise’, van zoveel drukte, verblinding en massale doofheid in bange tijden : een ode aan het fluisterend licht van wijsheid. Zingeving als natuurlijke pijnstiller, voor kwetsbare helden.

Hieronder een lijst met 50 wijsheden die zich creatief vormden doorheen de tijd, mijn autobiografische tijd, en mijn tijd samen met cliënten-in-pijn :

  1. Ook al horen wolken en regen bij het leven, de zon stopt nooit met warmte geven.
  2. Het leven is één grote leerschool. Hoe moeilijk en zwaar de beproeving ook is, weet dat je nooit wordt beproefd boven je mogelijkheden.
  3. Vertrouw wat meer op tegenslag want soms is niet krijgen wat je wilt, het beste wat je kan overkomen mag.
  4. Het mooiste geschenk dat je iemand kunt geven is ‘oprechte aandacht’. Begin vandaag nog met een glimlach in de spiegel.
  5. Echte winnaars zijn zij die zin kunnen geven aan hun verlies, zonder daarbij hun focus te verliezen.
  6. Beschadigde mensen beschadigen mensen, tot een veranderde houding de verhouding verandert.
  7. Wapens hoeven niet voor wie de ander als spiegel in plaats van als doelwit ziet.
  8. In de schoot van rust, ligt de kern van kracht. Want niet zozeer buiten maar binnenin jezelf ligt je macht.
  9. Toeval helpt vaak liefdevol een handje aan wie door het leven stapt met een open mandje.
  10. Behandel je dromen met ernst, je onvolmaaktheden met humor.
  11. De vreugde die komt is vooral de overgave die gaat.
  12. Als het leven met tomaten naar je gooit, leer dan vooral de beste tomatensoep maken.
  13. Op waarheid staat geen vervaldatum, hoe sterk de bewaarmiddelen ook zijn.
  14. Tijd heelt nooit wonden, liefdevolle aandacht, rust, zorg en inzicht des te meer.
  15. Niet het stappen vermoeit ons, eerder de overtollige lading in de rugzak en het zand in onze schoenen.
  16. De snelweg naar essentiële kennis loopt via steden van bedrog naar de kust van ontwaakte verstomming.
  17. Verlies kan heel pijnlijk zijn, het betekent echter ook dat je in staat bent tot liefhebben. Bovendien gaat niets ooit helemaal weg. Een suikerklontje in een glas water verdwijnt niet, het gaat er helemaal in op. Proef geregeld de zoete herinneringen, zo hou je het geliefde in leven.
  18. Een masker dragen beschermt maar vraagt immens veel energie. Onthoud dat je niet steeds iedereen aardig hoeft te vinden.
  19. Vrees geen einde, zegt de wakkere herder. Als we dood zijn dromen we gewoon weer verder
  20. Het leven is als een onophoudelijke cyclus van seizoenen. De natuur leert ons hierbij flexibel te vertrouwen dat niets blijft duren en dat alles steeds terugkomt, maar dan anders.
  21. Succes is niet zozeer de overwinning van het bijzondere op het gewone, het is vooral genieten van het gewone op een bijzondere manier. Wie tevreden is met wat hij heeft, geniet nu, wie steeds uitkijkt naar wat er nog niet is, geniet nooit.
  22. Dromen zijn geen bedrog, het zijn de bouwstenen van onze werkelijkheid, herinneringen aan het onbegrensde kind in onszelf. Mensen dromen omdat ze tijdens het wakker zijn nog al te vaak slapen. Het levendig houden van deze creatieve flitsen, zorgt ervoor dat de realiteit je niet in slaap wiegt.
  23. Begin je pijlen niet te haten, durft ze ook eens los te laten. Alleen wie stopt met zoeken, ontvangt de liefde uit alle hoeken.
  24. Wie om zichzelf kan lachen heeft altijd een goede vriend op zak.
  25. Een beetje wraak kan wel zoet smaken, maar wie er teveel op zint houdt zijn eigen wonden open. Vergeving is geen act van de zwakkeren maar van de hartelijke inzichtelijken.
  26. Als je altijd blijft doen wat je altijd deed zal je altijd krijgen wat je altijd kreeg.
  27. Een sprong voorwaarts maken is heel moeilijk met je beide voeten op de grond.
  28. Lichaam, geest en ziel vormen een eenheid. Iets wordt ‘ziek’ als het ‘zoek’ is in die eenheid. Ziekte is een kans tot herstel van natuurlijk evenwicht. Echter, je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden. Gebruik wat meer de ‘pauzetoets’ om te midden van al je drukte even te genieten van het moment, zo geef je ook je lichaam én ziel de kans dat hoofd van je te kunnen bijbenen.
  29. Zoals een lotusbloem groeit in modderige vijvers met onzuiver water, zo kunnen ook wij uit het ‘niet mooie’ iets ‘moois’ trachten te ontwikkelen. Het ‘slechte in ons leven’ is er alleen maar om het ‘beste in onszelf uit te dagen’.
  30. Alle ervaringen des levens vormen de puzzelstukjes van een eindplaatje waarvan we vaak de details zijn vergeten.
  31. Soms is grote schoonmaak in je leven nodig om te ontdekken wie je in wezen bent. Durf ‘rommel’ weg te gooien, behoud het ‘mooie’ en blink het op en maak ook plaats voor ‘nieuwe’ zaken. Stel niet uit, begin vandaag nog.
  32. Onze ogen staan aan de voorkant omdat we meer voor- dan achterwaarts zouden kijken. Terugblikken op wat was is pas zinvol als we er de moed uit halen om verder te doen. Loslaten is ‘het vasthouden’ durven opgeven en ‘het vernieuwen’ durven toelaten.
  33. Niet zozeer de verandering doet lijden, wel de pijn van het vasthouden. Loslaten is als het pellen van een ajuin. Durf je tranen te voelen en te laten vloeien, het zijn jouw vergeten parels van geluk. Want wie zich beter wil voelen dient het voelen te verbeteren.
  34. Als je even de weg kwijt bent is paniek niet je beste vriend. Parkeer jezelf, overdenk de reeds afgelegde weg, herinner je reisdoel en durf hulp te vragen dichtbij. Ergens aankomen kan deugd doen maar nog meer dan de bestemming is vooral het-onderweg-zijn je doel.
  35. Je glas is half vol of half leeg, in beide gevallen heb je gelijk. Het gaat echter niet om het gelijk maar om het geluk. Wie alleen zijn tekorten ziet wordt een echte zeurpiet, wie zijn zegeningen telt een ware held.
  36. Piekeren neemt de zorgen van morgen niet weg, maar wel de kracht van vandaag. Weet dat zolang je ademt is er meer goed met je is dan fout. Wacht dus niet met lachen tot je gelukkig bent, lach jezelf gelukkig.
  37. Iedereen heeft talent. Moeilijkheden zijn vaak een uitnodiging tot de herontdekking ervan. Blaas daarom niet te snel een probleem op, zo ‘verknal’ je de oplossing. Bekijk een ‘6’ eens als een ‘9’ en vervang je boosheid door daadkracht en creativiteit.
  38. We zeggen vaak ‘de tijd gaat snel voorbij’, maar we vergissen ons, wij zijn het die voorbijgaan. De belangrijkste dingen in het leven zijn geen ‘dingen.
  39. De menselijke kwetsbaarheid wordt enorm gevreesd, en toch , diens buitengewone veerkracht onderschat men nog het meest.
  40. Niet de omstandigheden maar wel je reacties erop bepalen je stemming en de verdere koers. Je gedachtewereld is als een kleurenpalet waarmee jij je werkelijkheid schildert. Wees zuinig met donkere en heel gul met lichte tinten en vooral kies je eigen kleuren!
  41. Niet alleen met de riemen maar ook met de remmen moeten we leren roeien. Vertraging is een lastige oefening in geduld. Geen enkele vlieger stijgt zonder weerstand, de rups moet durven sterven in de cocon, en het zijn de traagst groeiende bomen die het beste fruit dragen.
  42. Smijt het lijstje van tekorten in je leven in de prullenbak en breng vandaag nog een toast uit op iets waardevols. Is de toekomst wazig? Poets dan die brillenglazen op en kijk van waar je komt. Herinner en herlaad je hart met zoete dromen
  43. Als je job je geen zuurstof meer reikt tot verdere ontplooiing, durf dan moedig en planmatig je comfortzone te ontgroeien. Het is jouw leven, en alleen jouw unieke route telt! Beter zelfs even blootsvoets te stappen dan met geknelde voeten in te nauw geworden schoenen.
  44. Voorbereiding is alles in de chaos des levens. Maar jammer genoeg leren we nog al te vaak de lessen pas na de tests die ons worden voorgeschoteld.
  45. Als alle hoop is geweken en alle illusies zijn verstreken, is wat rest, de naakte waarheid op haar best. Droefenis, paniek en ongestilde honger maken je brozer en nimmer jonger; wijzer dat wel, tenminste als je de hemel kunt zien doorheen de hel
  46. In het Oosten zegt men dat we 2 soorten gebeurtenissen aantrekken: waar we in geloven en waar we bang voor zijn. Niemand weet wat de toekomst brengt, doch, van alle waarzegsystemen biedt het verbeeldingsvermogen veruit de beste garanties!
  47. We gebruiken een paraplu bij regen en een crème bij zonneschijn. Als het je goed vergaat, doseer dan je vreugde; als het je slecht vergaat doseer dan je verdriet. Echt evenwicht is er pas wanneer men kalmte bewaart te midden van onrust en levendigheid ervaart te midden van stilte.
  48. De nacht valt over je leven omdat de tijd rijp is voor herbronning. Alles gebeurt met een reden. Net zoals je oogpupillen zich in het donker aanpassen en langzaam meer licht opnemen, zo vraagt de natuur ons in een donkere levensperiode te leren vertrouwen op het proces van vernieuwd in-‘zicht’.
  49. Wie zijn pijn in de kern niet erkent zal deze in de rand blijven ontmoeten. Vluchten werkt slechts tijdelijk, het houdt je nooit eeuwig op de been. Want de enige weg naar het licht – zo leert de tunnel ons – is er doorheen.
  50. Een oude wijsheid zegt: “Het is beter een kaars aan te steken dan te vloeken op de duisternis.” En als je’r eentje wilt aansteken, begin dan met een kaarsje voor jezelf. Want alleen wie zelf brandt kan licht scheppen voor anderen.

– Steve Van Herreweghe –

Je zal maar Hanne zijn. Op je 11jr ouders uiteen en kort nadien overlijdt je mama aan kanker. Je houdt je ‘kranig’ onder de gegeven omstandigheden, tot de puberteit bijna voorbij is en de volwassenheid ‘roept’, je lang verborgen pijn en verdriet onverbiddelijk wakker schieten, ergens ver weg van huis, in een donker studentenkot. De barstjes worden langzaam scheuren, angsten breken uit, huilbuien, eenzaamheid, depressie maakt zijn intrede, net als onbegrip, de psychiaters, de psychiatrie, de pillen (-industrie).

Vandaag 1 van dé hot topics in Het Groot Psychiatrierapport (gedurende 1 week lang, zie alle andere artikels onderaan) van De Morgen : psychofarmaca, meer bepaald de overconsumptie, zin en onzin ervan. En neen het gaat al lang niet meer over Prozac, of Haldol alleen, maar over de vele broertjes, zusjes, neven en nichten ‘Effexor’, ‘Sipralexa’, ‘Cymbalta’, ‘Trazolan’, ‘Serlain’, ‘Lormetazepam’, ‘Stilnoct’ ‘Trazolam’, ‘Abilify’, ‘Zyprexa’, ‘Seroquel’, ‘Solian’, enz. Een heel vruchtbare familie, zo blijkt, en ze dikt alsmaar aan, net als de vele lichamen die ze trouwens (moeten) slikken … Aan het hoofd ervan staan de almachtige maffiotische ouders, ondertussen beheerders van een miljardenindustrie : de (psycho)farmaceutische sector, ‘de nieuwe kerk’ zeg maar! Geen zondags- of gebedsdiensten meer maar pillen als ‘opium voor het volk’. Vaarwel aan het Oude of Nieuwe Testament, de DSM-V is nu dé nieuwe Bijbel. Voor eenieder een ‘labeltje’, en neen, het is geen gouden…

Je bespeurt een cynische ondertoon, ik kan en wil het nauwelijks onderdrukken. Waarom zou ik eigenlijk? Omdat het zoals voor Hanne en vele anderen echt wel anders kan. Omdat het verslavend is, je gevoelsmatig afvlakt, je dik(er) maakt, impotent maakt. Omdat het je vitaliteit en natuurlijke assertiviteit doet afnemen. En niet in het minst omdat het depressief maakt, suicide, agressie en depressie bevordert. Bovendien zijn de vaak gehanteerde ‘boodschappen’ van veel psychiaters-artsen als “je kan de stoffen zelf niet meer aanmaken”, “je zal dit voor de rest van je leven nodig hebben”, ronduit idioot, manipulatief, wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd en ruiken ze volstrekt naar een vorm van paternalistisch-narcistisch getint misbruik van macht, vertrouwen en van kwetsbaarheid. Vroeger waren het dwangbuizen, schedelboringen en duiveluitdrijvingen, nu heten de ultieme foltertuigen ‘stigmatisering’ en ‘psychofarmaca’.

Het weze gezegd en geschreven : “ik ben niet pro, ik ben contra, en met reden”. Ik besef ook – net als ethicus Ignaas Devisch dat voor velen inderdaad een pil vertrouwd, snelwerkend en goedkoop is, en gesprekstherapie dat niet is. Wel beste mensen, pillen werken zoals alcohol werkt : verdovend en altijd tijdelijk, de kater(s) inbegrepen.

De Deense arts, hoogleraar en onderzoeker Peter Gøtzsche, die zelf jarenlang werkzaam was in de farmaceutische industrie, laat zien dat de ‘psychopillen’industrie niet alleen patiënten, maar ook artsen voor de gek houdt met frauduleuze praktijken. De grote farmaceuten verdoezelen onderzoeks-resultaten, verzwijgen bijwerkingen, kopen artsen om, infiltreren nascholingen, corrumperen patiëntenorganisaties, plaatsen leugenachtige advertenties en bedriegen tijdschriftredacties via ghostwriters. Ze verdienen miljarden met hun dubieuze pillen door te liegen over de kosten van ontwikkeling en productie. “Er is veel moed voor nodig om klokkenluider te worden”, aldus Gøtzsche. Voor meer verwijs ik naar zijn boek ‘Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad’.

Jullie hebben het ondertussen gelezen : 1 op 3 psychisch ziek, 1 op 10 aan de pillen, alle dagen 7 zelfdodingen in Vlaanderen. Maar dit is slechts topje ijsberg. Ook wat voorschrijfgedrag is zo blijkt nog heel veel niet geweten. Men heeft enkel zicht op de verkochte dosissen, en ook psychiaters laten nog te weinig in hun kaarten kijken. Ik kan je verzekeren dat de rauwe realiteit echt veel schrijnender is dan de statistieken. Soms worden patiënten opgenomen die een waslijst van medicatie mee hebben (13-20 pillen per dag, vergaard door te ‘shoppen’ bij diverse huisartsen-psychiaters) en moet er eerst ‘gewerkt’ worden aan ‘medicamenteuze oppuntstelling’, want zo heet dat dan. Sommige patiënten zijn al zo geconditioneerd dat ze enkel nog zweren bij ‘baxterkuren’ van 1 week, liggend aan ‘de tap’ (met gele – en ‘zonder schuim’ – chemicaliën) wachtend op Godot.. Bedden gevuld, portemonnees gevuld, lichamen gevuld, “tot de volgende, patiënt”!

Beste heren en dealers van de pillenmaffia. Ook al vragen zij erom, zij willen niet echt verdoofd worden, maar beschermd en echt geholpen. Zij willen er niet echt goedkoop vanaf komen, zij willen duurzaam resultaat, perspectief en zorg op maat. Als iemand met zelfverwondend gedrag vraagt naar een cuttermes, ga je het toch ook niet geven? Als iemand huilbuien heeft door opgelopen trauma ga je toch ook niet zeggen, “je ogen lekken, we gaan ze dichtplakken”? Als iemand rood uitslaat van verlegenheid of boosheid ga je toch ook niet zeggen “we moeten je dringend schminken?”. Emoties, da’s – net als het lijden – deel van het leven!

Er zijn er ook die – zoals Hanne – de moed vinden om “voor mij liever geen pillen” te durven zeggen. Maar, dit wordt nog steeds door veel psychiaters én teams geïnterpreteerd als “niet therapietrouw”, “lastige patiënt”, “wil niet geholpen worden.” Je zou voor minder gaan koken, terwijl je al ‘ziek’ bent. Onderdrukken dan maar? Want anders dreigt misschien ontslag, de isolatiecel, of zelfs gedwongen opname..

We moeten van de biologische psychiatrie (lees “je bent het slachtoffer van je brein”) naar een meer holistische geneesKUNDE (lees “je bent de meester van je brein”) Van koude psy-zorg naar warmere psy-zorg, van ‘vullen’ naar (herop)’voeden’, naar ‘de-medicalisering’, naar meer psycho(somatiek-)educatie voor onderwijsbevoegden, politici, artsen – psychiaters, zorgteams, patiënten, familie én het volk.

Waarschijnlijk stamp ik hiermee ook velen tegen de schenen : zij die het nodig lijken te hebben, of het reeds gebruiken, zij die er in ‘geloven’, en zij die het voorschrijven, met goede en minder goede intenties. Wel actually I don’t care, because I deeply do care! Er zijn wel degelijk veel natuurlijker en dus gezondere manieren en praktijken om psychisch lijden ten gevolge van trauma, chronische stress, angst en andere pijn het hoofd te bieden. Deze alternatieven vragen weliswaar meer inspanning, zijn minder schadelijk, zijn vaak gratis en voor niets en geven gaandeweg meer garantie op een lichter, luchtiger maar vooral gezonder en voller leven.

– Steve Van Herreweghe –

Werken met weinig middelen en weinig personeel, herkenbaar binnen veel sectoren, en niet in het allerminst in de (Geestelijke) gezondheidszorg. Het Groot Psychiatrierapport van De Morgen belicht vandaag dit zware knelpunt. Wat mij betreft een steeds groter wordende schaduwvlek ook op het scherm der psychiatrie, waarachter de (gedeelde) onvrede bij patiënt – familie én hulpverlener, om ernstige en diepe verandering vraagt.

In zes op de tien (!) instellingen (intramurale of residentiële psychiatrie) stelt de Zorginspectie een bemanningsprobleem vast. Deze onderfinanciering staat in schril contrast met de statistische realiteit, want terwijl 1 op 3 Belgen kampt met psychische problemen, gaat amper 6 procent (!) van het totale budget gezondheidszorg naar de volwassen geesteszorg, en slechts 3% naar de zorg voor kinderen en jongeren (!!) … Politieke inconsequentie ten voeten uit, én met verstrekkende gevolgen, what’s new?!
Komt daarbij dat (1) de budgetten niet alleen steeds meer afslanken, (2) ze worden ook nog steeds niet efficiënt genoeg ingezet (80% van het budget gaat naar gehospitaliseerde zorg, ‘bedden’ m.a.w., en deze zijn net het duurst voor de maatschappij, wij dus), bovendien (3) hangt er ook steeds meer verplichte registratie en controle vast aan de toegekende budgetten en fondsen. Dit leidt zowel boven (directie) als beneden (werkvloer) tot soms ongeziene overdruk, meer administratie, minder directe patiënten- maar ook personeelszorg, en dus tot een steeds groter wordende kloof in het psychiatrische zorglandschap, waarin misnoegdheid, verzuring en kwaliteitsverlies als woekerplanten aan terrein winnen. “Vroeger hadden we meer tijd voor de patiënten”, is niet alleen een pijnlijke realiteit voor de patiënt, het is ook een zware dobber voor elke hartstochtelijke hulpverlener die steeds minder en minder met zijn corebusiness kan bezig zijn : de patiënt, de cliënt, de mens.

Ik kan het alleen maar – jammer genoeg, en ook in tijden van accreditering, netwerkconcepten, mobiele teams en andere liaisoninitiatieven – vanuit mijn praktijkervaring beamen. Het gaat vaak (de uitzonderingen bevestigen de regel) ten koste van de individuele aanpak, het individuele begeleidingsproces. Een steeds maar ‘schever wordende situatie’ die meestal ter plaatse – creatief maar ook vaak oubollig en rigide – wordt rechtgetrokken door (1) basiszorg (eten, bed, bezigheid), door (2) focusverschuiving naar groepsactiviteiten (“want dan kan je meer patiënten tegelijk zien binnen een uur”), door (3) de opwaardering van het zgn ‘IB – schap’ (d.w.z. van verpleging therapeuten willen maken, opgeleid of niet). En de psychiaters (die meestal zelfstandigen zijn, en dus liever meer en kort dan minder en lang patiënten zien) – zien gemiddeld 5-10 min / week hun patiënt(en). En wat met de psychologen dan? Budgettair is er vaak maar 1 voltijdse psycholoog voorzien voor 60 bedden (!). Bovendien wordt de terugbetaling voor psychologen – ook al zijn deze sinds 2016 een erkend zorgberoep – zeker nog niet voor morgen voorzien. De ‘goedkopere’ opties zoals psychiatrische thuiszorg en CGGZ zijn alternatieven op papier maar allesbehalve dé oplossing in praktijk. De gemiddelde wachttijden bijv. binnen CGGZ bedragen 9 maanden tot 1,5 jaar. De huisarts dan maar of de ambulante psychiater (want dat wordt wel terugbetaald) : psychofarmaca, aub! 1 op de 10 aan de pillen… De cirkel is rond.

Je zal dus maar (familielid van een) psychiatrische patiënt zijn of worden. Het is nog taboe, maar moet gezegd, weinig veldwerkers die zichzelf of hun familie zouden laten opnemen in de psychiatrie. Ontluisterend. Triest vooral. Zonde van tijd en geld. Met de periodieke Witte – woede – marsen als ultieme noodkreet. Met blijkbaar sterk verhoogd ziekteverzuim, burn-outs bij zorgverleners. Zorg voor de zorgenden? Meestal holle woorden en loze beloften. Zelfzorg dan maar..

Opname wordt hoe langer hoe minder de te bewandelen weg. Alles moet herdacht en heruitgewerkt worden, zowel politiek, onderwijsmatig als in de zorginstellingen. Bovendien is het ook voor ieder van ons persoonlijk hoogtijd om voor een diepe cultuur- en mentaliteitswijziging te zorgen, en dus niet alleen in pillen heil te blijven zoeken, of een opname – ver weg van de realiteit – als dé remedie te zien. Neen, we moeten kritischer worden, meer in twijfel trekken, meer lezen, meer (na)denken over en voor onszelf, meer praten mét ipv tegen elkaar. We moeten terug naar de basis, naar de roots, naar een andere vorm van verbondenheid met ons lijf, de natuur, de gebuur, met elkaar.

Onthoud dat ook jij net als bij iedereen – zowel een been – als de spreekwoordelijke ‘veer’ kan breken.

We moeten terug (en veel meer) familie worden, zeker als het er echt toe doet.

– Steve Van Herreweghe –

Bijna nergens ter wereld belanden zoveel psychiatrische patiënten in ziekenhuisbedden als in België. Maar worden ze ook beter van een opname? We slikken massaal psychofarmaca en hebben 1 van de hoogste zelfdodingcijfers van Europa. Wie is er nu precies geestesziek en waarom? Hoe worden zij geholpen en heeft dit effect? Hoe meetbaar is de behandeling? Wat kost dat precies voor hen, aan de staat, en dus aan ons…?

De Morgen
(en ik) nemen jullie -‘vrank en vrij – ‘via ‘Het Grote Psychiatrierapport’ mee achter de dikke gordijnen van het nog steeds zo taboe- en dramarijke schouwspel dat we ‘de psychiatrie’ noemen. Mijn ongezouten comments hierbij zijn gefundeerd op 17jr ervaring in de sector (als leidinggevende – psycholoog – groepstherapeut – vertrouwenspersoon – beleidsadviseur). Het betreft zeer interessante materie voor iedereen die hier (on)rechtstreeks mee te maken heeft (gehad). Onderaan het artikel kan je telkens ook alle gerelateerde en becommentarieerde artikels lezen.

De ‘journalisten-zonder-troebelwatervrees’ Sara Vandekerckhove en Femke Van Garderen, bestudeerden de voorbije jaren – met toestemming maar ook veel weerstand (!) – diverse inspectieverslagen van 105 psychiatrische voorzieningen in gans Vlaanderen en gingen in dialoog met experten en patiënten – ervaringsdeskundigen. Alle verslagen zijn hiervan online in te kijken! Zij belichten verder 5 knelpunten en illustreren via de 5 gezichten (Micha, Nadia, Davy, Hanne en Willy) hoe het er anno 2017 in de psychiatrie aan toe gaat.

Wat alvast heel duidelijk is is dat er voor de buitenwereld en dus statistisch gezien nog heel veel onduidelijk is, nog heel veel niet geweten is, nog heel veel niet onderzocht werd, en nog heel veel misverstanden bestaan. En ondertussen wordt er wel naar hartenlust voorgeschreven door psychiaters (die mogen) en door huisartsen (die eigenlijk niet mogen), slibben heel veel voorzieningen dicht, verschuift de psychiatrie stilaan van ‘achter gesloten deuren’ naar de vele ‘huiskamers’ en ‘wachtkamers van huisartsen’ binnen, doen de laag bezette psychiatrie-veldwerkers dagelijks hun stinkende best om de nog steeds machtige arts-psychiater, de 1001 verplichte registraties, de – terecht – mondiger wordende en rechten-verdedigende patiënt een meer dan degelijke ‘hoofd-hart-handen’ zorg te bieden, tot ze er soms ook zelf – en steeds meer – bij neervallen … Gelukkig zijn er nog psychologen bij wie men echt op verhaal kan komen.

“So what & who cares?”, hoor ik sommigen denken.

Inderdaad, ‘de psychiatrie’, het roept nog steeds en zonder pardon enkele automatische reflexen bij ons op en deze zijn – de beleefde “aha’s”, “oohh’s”, “hmm’s” en “tja’s” buiten beschouwing gelaten – verre van fraai, laat staan ‘up to date’ en – net als onze dementerende oude tante in het PVT – een eerder ‘ver van mijn bed’ kwestie … Vermijdingsgedrag, het is des mensen, en heel begrijpelijk in de huidige turbo-, ego- en ‘smart’phone-cultuur.

Tot natuurlijk één van onze geliefden of wijzelf ge(k)raakt worden. Tot het plots heel donker wordt, de tank helemaal leeg, de vaste grond onder onze voeten drijfzand wordt, het kompas én onze zelfbeheersing zoek zijn geraakt. Tot wanneer de huisarts, de arbeidsgeneesheer of een ander specialist met het labeltje afkomt van ‘burn-/bore-out’, ‘majeure depressie’, ‘bipolaire, compulsieve en / andere angststoornis.’ Tot wanneer je via dr Google of via een vriend(in) ontdekt dat die partner van je, of jijzelf overeenkomsten vertoont met een Borderline- of Narcistische persoonlijkheidsstructuur. Plotse vertwijfeling, paniek alom, schaamte ook, maskers die afvallen. “Fuck! Waar moet ik heen? Wie kan mij helpen? Is dat normaal wat ik doormaak? Terug naar de huisarts dan maar. Pillen? Bij de psycholoog? In opname? Jeetje, wat gaan de mensen denken of zeggen? Straks verlies ik mijn werk nog…?! Neen, dan maar liever doorbijten, camoufleren, keeping up that smiling face, hopen dat het allemaal als vanzelf overwaait… Hmmm, of dan toch maar die pillen, het ligt nu eenmaal – dat zegt de dokter trouwens – aan mijn overhoop liggende chemische huishouding…”

Micha V.

Op haar dertiende (!) komt Micha V. voor het eerst met de psychiatrie in aanraking. Iets meer dan dertig jaar later is ze ‘uitbehandeld’.

Haar verhaal is dat van een geesteszorg die maar zelden nagaat of een opname helpt. Micha was een zgn. ‘draaideurpatiënt’, iemand met wie de psychiatrie geen raad weet, een ‘complex of in de volksmond ‘zot’ geval’, zeg maar. Doorheen de tijd besmeurd met 101 etiketten : van “eetstoornis, bipolaire stoornis, tot psychose, paranoia, verslaving, opstandigheid, borderline…”

Micha had echter ook een verhaal, een verleden, en dan vooral één van het traumatisch zwaarste kaliber. Maar zoals Micha zijn er spijtig genoeg veel. Haar verhaal doet je huiveren, het maakt je stil, niet enkel omwille van de ingrijpende aard van haar vroege ervaringen, maar vooral ook omwille van de soms betreurenswaardige (én gevaarlijke) onmondigheid, de gekunsteldheid en het determinerende karakter van het huidige psychiatrische kader.

“Mijn leven liep al verkeerd nog voor het goed en wel begonnen was”, zegt Micha. Als baby te vondeling gelegd in de straten van Seoel, geadopteerd door een Vlaams gezin, seksueel misbruikt door een vriend van de familie en op haar dertiende weggelopen van huis. Onthecht, ontworteld en radeloos. Vanaf die leeftijd leert ze ook de psychiatrie kennen en amper drie jaar later bevalt ze van haar enige zoon. Haar grote geluk, zegt ze zelf. “Ik moest wel een mens zijn, als ik zoiets moois kon maken.” Maar met die zwangerschap komt ook de eerste psychose en een nieuwe rist opnames. Een scenario dat zich de decennia erna regelmatig zal herhalen. “Ik heb me in de psychiatrie zelden een ‘mens’ gevoeld. Voor het merendeel van de artsen en verplegers blijf je de ‘krankzinnige’. Alles wat je zegt of doet, wordt van tafel geveegd omdat je zogezegd niet goed bij je hoofd bent. Er werd maar zelden echt naar mij geluisterd.” Als je het haar vraagt, dan heeft 30 jaar in ziekenhuizen weinig soelaas gebracht… Op 24/12 overleed Micha – in aanwezigheid van zoon, zus, moeder en vriend – door euthanasie.

– Steve Van Herreweghe –

Primum no noscere, ofwel ‘vooreerst geen kwaad doen’, het klinkt wat archaïsch, maar het geldt nog steeds als 1 van dé basisuitgangspunten in de geneeskunde.

Wordt anno 2017 ook in de psychiatrie nog ‘leed toegevoegd’? Het Groot Psychiatrierapport van De Morgen –  dat in de laatste week van feb. (2017) de status praesens van de Vlaamse psychiatrie belicht – draait er alvast geen doekjes om.

Vandaag dus hét pijnpunt bij uitstek : ‘isoleren en fixeren’. 105 Vlaamse psychiatrische voorzieningen werden hierbij grondig op de rooster gelegd. “Wablief? Gebeurt dat nog?” Jawel! “En hoe gaat dat dan?” Hard! “En voor wie?” Voor patiënten die ‘onveilig gedrag’ stellen of ‘als onveilig worden gezien / ervaren’. “En is dat gezond?” Neen!! “En hoe ziet zo’n cel eruit?” Zoals een cel, maar dan zonder tralies of vensters en mét centraal een bedplank voorzien van voldoende riemen. “En gefixeerd liggen uren, dagen, soms weken lang, is dat geen vorm van foltering en bijkomend trauma??” Jazeker!! “En hoe doen ze dat bij onze noorderburen?” Hier en daar al veel beter! “En waarom doen we dat hier nog niet anders of beter?” Omdat Belgen – ook al schermen ze met “we zijn goed bezig” vaak – naar Westerse normen – achterlopen, gemiddeld 3-10jaar, op alle vlakken.

Ook als je het mij vraagt, heel terechte en pertinente vragen, waar we nog veel te weinig exacte cijfers over krijgen, veel te weinig gefundeerde verslaggeving over terugvinden, veel te weinig dieptevisie en creatieve humane alternatieven voor ontwikkeld hebben. Maar ondertussen is het wel dagelijkse kost in (spoed) psychiatrische eenheden waar verpleging en artsen vaak letterlijk worstelen met de zichtbare demonen van deze tijd : angst, psychose, agressie, verslaving en zelfverwondend gedrag. Moderne duiveluitdrijving anno 2017 via de cel, de spuit, de fixatieriemen, de almachtspositie. Onmacht in witte jassen. Pijnlijk. En voor iedereen, zonder twijfel oneindig vernederend en traumatisch tot op het bot.

Ik pleit vurig maar doordacht – en dit al jaren – voor een aantal zaken.

Ten eerste een genuanceerde niet – veroordelende kijk als start, een gezamenlijke oefening dus in leren en oefenen met perspectieven wisselen. De ‘6’ als ‘9’ leren zien én omgekeerd. Want je zal maar die ‘gedemoniseerde’ patiënt zijn (zoals Nadia, zie artikel) die eigenlijk compleet (chemisch en / of emotioneel) opgefokt is en tot rust wil gebracht worden; of je zal maar die verpleegster zijn die er quasi alleen voor staat en zich immens bedreigd voelt; of je zal maar dat wanhopig familielid zijn of die medepatiënt die aangevallen wordt… Think about it!

Ten tweede een drastische wijziging van wat ik ‘verantwoorde counter – agressie’ noem naar meer ‘professionele vindingrijkheid’ en een ‘leren van onze noorderburen en andere voorbeelden’, want het gras is soms wel degelijk groener aan de overkant! Niet navelstaren maar ons eigen veld mesten is de boodschap! Hoe je het ook draait of keert afzonderen, fixeren, sederen (ofwel ‘inspuiten’), het is – ook al is de context zgn. ‘deskundig’ … altijd (!) een vorm van agressie, hoe nodig het ook lijkt, hoe onveilig de situatie ook aanvoelt, hoe acuut en druk het op de afdeling ook is. Niemand die daar in sé vrolijk, laat staan beter of gezonder van wordt. Er is m.i. nog steeds veel te weinig psychologisch – psychotraumatologisch inzicht en gedragen beleid qua agressievermijdend (en dus rust- en kalmtebevorderend) denken en werken. Begrijpelijk dus dat het voor veel ‘isolatie – slachtoffers’ als “olie op het vuur gieten en dan het vuur veroordelen, verwerpen en vernederen” wordt ervaren. Hulpverleners hebben wel degelijk invloed en macht, ook zonder de stilaan verouderde wapens van isolatiecellen, injectienaalden en fixatiegordels. In Breda (GGz Breburg) bijv. doen ze het anders. Het aantal isolaties is er sinds 2010 met liefst 90 procent gedaald! Zij hanteren ten allen tijde de ‘1 op 1 benadering’, werken met ‘holding’ technieken en hun afzonderingskamers zijn licht, fris en met vensters. Het voorbije jaar isoleerden zij zo goed als niet meer. In zeker 23 instellingen in Nederland wordt het model nu uitgerold en ook in België worden de eerste stappen gezet. Halleluja!! Hun visie is ‘hoe ziek de cliënt ook is, contact maken kan altijd.’ Een goed lezer heeft het gemerkt : ze spreken over ‘cliënt’ en niet over ‘patiënt’. Het brengt me bij het derde en laatste punt, als pleitbezorger van dienst.

Ik ijver al jaren om patiënten veel meer als cliënten te beschouwen, om niet alleen de patiënt-in-de-mens, maar vooral de mens-in-de-patiënt (terug te leren) zien. Wie alleen naar patiënt kijkt, ziet ziekte, wie alleen maar ziekte ziet vindt altijd redenen om te bestrijden en om dus te ‘bekampen’. Er schuilt wel degelijk, hoe ziek ook, in elke patiënt een menselijke cliënt met een nood en hulpvraag, een verhaal, een toekomst. Dit betekent als dusdanig dat je van je hulpverlenerstroon dient af te komen en dient te groeien in medemenselijkheid, in kwetsbaarheid. Dit is één van dé grootste uitdagingen voor elke zichzelf respecterende zorgverlener. Het begint ‘simpelweg’ al in de zienswijze van die zgn ‘ander-in-nood’. Leren verder kijken dan naar de symptomen, de ziekte, het gedrag alleen, en zich afvragen wie die ‘worstelende mens’ werkelijk is, wat de mogelijke oorsprong van zijn lijden zou kunnen zijn, hoe hard hij zelf al zijn best heeft gedaan om te overleven in het leven. Het helpt echt om elke cliënt (de lastigste nog het meest!) telkens te behandelen alsof het je eigen broer, zus, ouder, kind of vriend is. Emotionele betrokkenheid tonen, het roept echter nog veel te vaak weerstand op. Spijtig. Het maakt het hulpverleningswerk inderdaad veel intenser, het verplicht je om diep te verbinden, je in te leven, de wereld vanuit die mens te zien, het verplicht je om geen agressie toe te voegen aan onstuimigheid of beginnende agressiviteit, neen vooral vragen te blijven stellen naar wat de ander nodig heeft, alternatieven aanreiken, rustbevorderende maatregelen te installeren, de oude wapens neer te leggen, het voorbeeld te geven… Er is nog heel veel werk aan de winkel, maar er is hoop en er zijn ook verstandige buren om ons te helpen.

– Steve Van Herreweghe –

Een hele week (einde feb. 2017) lang werden via het Groot Psychiatrierapport van De Morgen de diverse pijnpunten binnen de hedendaagse Vlaamse psychiatrie belicht : de algemene werking, de financiering, de zin en onzin van isolatie, fixatie en psychofarmaca. Het deed wat stof opwaaien, debatten kwamen op gang, het rapport zoomde – en ja terecht – vooral in op de tekorten en de fouten. Is de Vlaamse psychiatrie nu abominabel en beter te vermijden? Natuurlijk niet! Het is er niet allemaal kommer en kwel (check). Er is al een bijzonder lange weg afgelegd, de zorg evolueert – weliswaar traag en weinig rechtlijnig – toch gestaag naar meer volwassenheid, naar creatieve integratie, en bovendien – niet onbelangrijk – dient zij als (stiefmoederlijk behandelde) uitvalsbasis ook nog altijd een maatschappelijke functie. Want laat ons eerlijk zijn, mochten de heren inspecteurs en dames journalisten een rapport schrijven over de zorgzaamheid, de genezende invloed en de veiligheid binnen de huidige maatschappij, hoe zouden de resultaten er dan uit zien?

Een hart onder de riem dus voor alle noeste vaak op-hun-tandvlees-zittende psyzorgdragers en -trekkers, aan alle multidisciplinaire teams die dagelijks het slagveld trotseren met weinig middelen, onder verhoogde (administratieve) druk, en met weinig waardering van een steeds veeleisender wordende patiënt, familie en overheid. Chapeau! Werken met mensen die suïcidaal, depressief, psychotisch, verslaafd, bipolair of agressief zijn, het is echt geen evidentie. Vaak heeft de buitenwereld, de omgeving het al vrij lang opgegeven en moeten de hulpverleners het maar ‘klaren’. Vaak komt men ‘binnen’ aan het einde van een lange weg, vrijwillig of gedwongen door intimi of politie, verslagenheid alom. De problematieken zijn ronduit schrijnend, de verwachtingen zeer hoog gespannen, de weg naar herstel is lang en het vertrouwen is helemaal zoek, ziek vooral. De vaak onzichtbare en goed verscholen pijn en trauma’s hebben dan ook diepe wortels in een vergeten verleden (vol van lichte tot zware vernederingen). En, wat werd veroorzaakt in relaties met anderen kan alleen maar hersteld worden via nieuwe relaties met anderen, maar dan anders. Dat is dé basisvisie van hoe je intermenselijke pijn en verdriet ombuigt tot moed en vernieuwde kracht. Net daarom zijn alle gesprekken individueel en in groep zo cruciaal, naast de vele non – verbale vormen van therapie (muziek, creatieve, film, relaxatie, educatie) die ook nodig zijn om mensen terug bij hun oorspronkelijke ik te brengen.

Maar, de psychiatrie alleen kan al dat lijden niet dragen en verwerken. We moeten niet wachten ‘op een rapport’, maar samen ‘in rapport’ gaan, meer samen de verantwoordelijkheid dragen, niet exclusief maar inclusief denken, niet in collectieve nalatigheid maar in blijvende voorzichtigheid en attentiviteit investeren. Denk maar aan de vele draaideurpatiënten, shoppers, die vaak herval – willens nillens – als ultieme noodkreet gebruiken naar bescherming en houvast. Want, die overgang van opname naar buiten is en blijft voor velen moordend, en quasi niet te overbruggen kloof, een fenomeen dat trouwens ook bij vele (ex)gedetineerden heel herkenbaar is.

Beste allen, gekwetste zielen hebben een veiliger en gezondere wereld nodig! Kwetsbaarheid is nu eenmaal onze gemeenschappelijke grond, en ze is heel vatbaar én dankbaar voor dagelijkse aandacht, zorg, voeding, liefde en creativiteit. Moeten we daarom psychiatriseren (lees : het ‘ziek verklaren’ van normale menselijke reacties op abnormale gebeurtenissen)? Liever niet!
Moeten we daarom (over)medicaliseren (lees : heil zoeken in de korte, vertrouwde goedkope weg van pillen)? Absoluut niet! Moeten we de realiteit van onze algemene weg- en verwerphouding blijven negeren? Aub niet!
Neen. We moeten ons (1) beter en kritischer informeren, (2) (geestes)ziekte anders leren te benaderen en (3) samen actiever werken aan preventie en educatie.

Er zijn m.i. finaal slechts twee soorten hulpverleners: zij die de patiënt in zichzelf zien en zij die zich ervan hebben vervreemd. En er zijn m.i. finaal slechts twee soorten hulpvragers: zij die willen leren en zij die zichzelf de rug toekeren. Kies in beide situaties – indien mogelijk – voor het eerste, aub.

Tot slot verwijs ik voor verdere informatie en ‘als huis- en naslagwerk’ naar het menu ‘inspiratie’ => geestelijk gezond en vitaal

– Steve Van Herreweghe –