Berichten

, , ,

12 boodschappen die (kinderen) diepe wortels en sterke vleugels geven

“Pillen zijn een onderdeel geworden van de opvoeding”… #wtf

Zo staat in de krant van deze morgen. Laat de cijfers nog even bezinken: 3.125 kinderen tussen 11 en 15 aan de antidepressiva. #wtf In de leeftijdscategorie 16 tot 20 jaar gaat het om nog eens 14.480 jongeren – een stijging met 2 procent. En dat terwijl ook vorig jaar al aan de alarmbel werd getrokken. “Trieste tendens”, zo zeggen de psychiaters, ook al werken ze eraan mee..

Kunnen wij (ouders, opvoeders, geneesheren, beleidsvoerders) dan echt niet beter? #wtf Waar gaat dit heen? De maatschappij van morgen wordt stilaan zeker een afhankelijke, weinig weerbare, hoog-sensitieve, labiele groepering. #wtf

Even kort en ongezouten mijn mening (voor meer, lees) :

… niet vullen maar voeden is het devies …
… niet pamperen maar bumperen vooral …
… geen pillen maar Plato desnoods …
… geen chemicaliën maar liefde, rust, grenzen en respect…
… en ook geen voorschrijfidioten maar inspirerende – holistisch werkende wijs-geren…
 

“We moeten onze kinderen veel leren” is misschien wel de grootste misvatting van het hele opvoedingsdenken waar vooral volwassenen immens mee worstelen (en hun kinderen dus ook).

Educatie komt van educare ofwel ‘eruit halen’. Onze kinderen zijn eigenlijk onze belangrijkste leraren, onze vergeten spiegels, die ons leren hoe broos, kwetsbaar maar ook speels, verwonderend, creatief en “gewoon blij” we kunnen zijn. Jij, ik, wij moeten dringend van onze hoogmoedige narcistische troon af en groeien in nederigheid ten opzichte van hen die tenslotte veel dichter bij hun ware pure ‘ikje’ staan (dan hun ouderlijke spiegels, die zich bang – hardnekkig achter maskers proberen te verschuilen, en in continue overlevingsmodus vertoeven) en het leven terug leren zien als een bijzonder schouwspel waar veel mogelijk is, waar vergiffenis logisch is, waar samen plezier maken de essentie is, waar liefde ervaren voor het schoon vanbinnen en overal rondom hét belangrijkste doel is.

Mijn visie en oproep is dus keihard : het is dus niet omdat ge ‘u’ kunt voortplanten dat ge ‘het’ moet doen. Identiteitsontwikkeling, emotionele tekorten dichten, relaties redden, existentiële leegte toedekken, ouders ea behagen, enz., wel : je hebt er geen kinderen voor nodig! Voed aub eerst jezelf (terug) op en bekijk het dan eens kritisch – doorwrocht (en ’t liefst meer vanuit een mondiaal perspectief en minder vanuit egoverblinding en inherente compulsiviteit) is mijn devies.

En als ze er zijn, leer ervan! Want terwijl wij ze wegwijs maken ‘door’ onthullen zij ons de wijsheid ‘van’ het leven. Volwassenheid, staat jammer genoeg nog al te vaak synoniem voor ‘opgedroogde verwondering’. In die zin zijn volwassenen ergens als overleden kinderen, ver weg van de essentie, verdoofd door allerhande en kompasloos de regie overlatend aan vreemde machtshebbers ea. hypnotiseurs. Alleen de mens die zijn kinderhart terug ontwaart ‘leeft’ echt en ‘geeft’ echt. Er was eens een kind, zwanger van magie, dromend van wonderen, liefde en geluk … herinner het en bevrijd het uit de stoffige kast der tijd, jouw tijd, jouw realiteit!

Hieronder 12 universele boodschappen die elk klein en groot kinderhart verwarmt, in vaak koude en (ver)vreemde tijden.

  1. “Doe maar”
  2. “Gebruik je zintuigen”
  3. “Blijf vragen stellen”
  4. “Vertrouw op tegenslag”
  5. “Speel en geniet”
  6. “Het ligt niet altijd aan jou”
  7. “Zeg gewoon “neen” als je niet wilt”
  8. “Doe een ander geen pijn”
  9. “Kijk eens over de haag”
  10. “Help je vriend”
  11. “Je bent uniek”
  12. “Ik hou van je”

– Steve Van Herreweghe –

Wat we van zure melk kunnen leren. Een schematische blik op zelfdoding.

Het is donderdag 30/3. Phaedra, een laatstejaarsstudente journalistiek komt langs. Ze had dringend “voor haar eindwerk – reportage (zie hier het resultaat) – naast 2 voorbeeldcases – ook een deskundige mening nodig omtrent suicide bij jongeren”. Ze bracht drie vragen mee. Graag uitleg in 10-15 min en ’t liefst in ‘knip- en plakbare’ taal. Ok, tot uw dienst. Op diezelfde dag stond in De Morgen (zie artikel) ook dat de richtlijn ‘Suïcidepreventie voor hulpverleners in de gezondheidszorg’ online stond. Eindelijk. Want in 6 op de 10 zorginstellingen worstelen ook de hulpverleners – mensen met de vraag “wat zeg je nu tegen iemand die niet meer wil leven?” Een herkenbare angst en onmacht, zeer zeker, maar je verwacht het niet bij ‘getrainde professionals’. Zeker niet gezien er – naar schatting – 28 Vlamingen per dag op Spoed belanden door een suïcidepoging. Na wat zoeken vond ik de vrij lijvige richtlijn van 232 pag. (voor de geïnteresseerden, zie link).

Terug naar Phaedra, en haar 3 vragen : (1) waarom pleegt iemand zelfdoding? (2) wat met de omgeving nadien? en (3) waarom zetten nabestaanden soms initiatieven op touw?

Ik had een schemaatje gemaakt (zie afbeelding) op basis van de ijsbergmetafoor en voegde er ook een doos melk aan toe, omdat een beeld nog altijd beter blijft ‘doorwerken’. Het is dan ook nodig. Volgens de statistieken (WHO) sterft er elke 40 sec. (!) ergens ter wereld iemand door zelfdoding (800.000/jaar). Stel je voor zeg, dat zijn alle inwoners van Antwerpen en Gent samen, jaarlijks! In België – dat na Hongarije koploper is –  is dat elke 3u (7/dag). In Vlaanderen 3/dag en 1 tiener per week. Dagelijks en wekelijks drama in vele (Vlaamse) gezinnen en telkens met onomkeerbare schade en dus heel pijnlijke en verstrekkende gevolgen.

Naar het schema dan maar (klik op de afbeelding).
Zelfdoding is een fatale daad, volgend op een (impulsieve of geplande) beslissing van een individu, en dit op grond van (zichtbare of onzichtbare) pijn. Deze pijn – die lichamelijk, geestelijk of sociaal van aard kan zijn, nieuw of oud kan zijn, is de motor van hele proces. De gifrijke olie die deze motor ‘voedt’ bestaat uit ingrijpende gebeurtenis(sen) uit een recent – maar meestal verder – verleden. Deze gebeurtenissen (verlies, mishandeling, agressie) hebben diepe emotionele schade berokkend waardoor het overleven lastiger werd. De onderliggende (beperkte tot grote) kwetsbaarheid verwijst naar een algemene status waarvan de lichamelijke, geestelijke, familiale en sociale veerkracht de deelcomponenten zijn. Tussen de gebeurtenissen en de uiteindelijke daad kan 1 dag zitten maar ook >20 jaar. “Maar waarom dan toch?”

(Ik haalde de melkdoos erbij en bespeurde een nieuwsgieriger wordende blik bij Phaedra)

Net als bij melk is er ook een houdbaarheidsdatum wat onze emoties betreft. Als de melk niet gedronken of gebruikt wordt gaat ze verzuren. Hetzelfde gebeurt aan de binnenkant bij mensen die door (een) ingrijpende gebeurtenis(sen) fysiek – emotioneel werden beschadigd. Indien deze – veelal diep verscholen pijn en wonden – niet gezien en verzorgd worden dan gaan de betrokken emoties (zoals verdriet, boosheid, ontgoocheling, angst) ‘op de achtergrond’ verzuren. We gaan als ‘getroffene’ (hoe jonger, hoe meer) op onszelf toepassen wat we vooral van onze omgeving gekregen en geleerd hebben. We spiegelen dus hun copingswijze, en deze is meestal (en door angst ingefluisterd) ‘pijn-vermijdend’. In plaats van er aandacht aan te besteden, er naar te luisteren, er tijd & ruimte aan te geven gaan we er ons tegen verzetten. Vervreemding vindt plaats en de lange weg naar de hel is begonnen, ook al beseffen we het nog niet en denken we dat onze ‘façade’ ons wel zal redden. Maar de natuur werkt zo niet. Vluchten van jezelf kan je wel willen, maar finaal is het slechts een tijdelijke illusie. Hét grote probleem hierbij is dat zij die pijn lijden zich gaandeweg gaan vereenzelvigen met het zuur. Ze zien en ervaren zichzelf dus als de melk en niet langer als de doos, ofwel het (volledige) lichaam. Vandaar dat destructieve gewoontes (zoals drug- en alcoholmisbruik, zelfverwonding, agressie, dwangmatigheden) vaak toenemen en simultaan groeit ook het verlangen om het lichaam te doden, opdat men zich uit het zuur zou kunnen bevrijden… (inspelend op Phaedra’s vraag). Indien we door een zelfdoding van een geliefde getroffen worden dan is dat voor ons een zgn. ‘ingrijpende gebeurtenis’ en kunnen ook wij in ditzelfde proces terecht komen. Ook wij worden dan afhankelijk van het steunvlak van onze omgeving naast de opgebouwde innerlijke veerkracht.

Het belang van onze (naaste) omgeving kan daarom niet genoeg beklemtoond worden. Ik herhaal het waar nodig: we moeten terug meer familie worden. Steun werkt niet alleen zalvend maar ook herstellend. En wat is fout gelopen in relatie mét anderen kan alleen in relatie tót anderen genezen. Kortom, meer ABCD!

Aandacht. Alles begint bij moedige aandacht voor het lijden aan de binnenkant. Durven bevragen is dé boodschap en dit op een voorzichtige maar toch kordate manier. De feiten zijn er, de schade dus ook. “Ca va”, “’t gaat wel” zijn vaak afwimpelende reacties. Durf de vraag gerust ook herhalen. “Waarom ca va?” Pijnverbergers – want zo noem ik hen – hebben een heel dikke huid, je geraakt er dus niet zomaar doorheen. Het brengt me bij de B van
Betrokkenheid. Dat betekent dat we met aandacht alleen er niet (door)geraken. De achtergrond van het verhaal daar geraak je pas wanneer je gaat doordenken, doorvragen, doorprikken én doorvoelen. Extra tijd en extra ruimte geven en het liefst op een regelmatige basis. “Hoe voel jij je (nu, de laatste tijd), en waarom?” is een betrokken vraag, zeker als je na de vraag ook genoeg tijd en ruimte neemt om te luisteren. Je kan aansluitend – maar het moet niet – ook een herkenbare ervaring delen, dat is goed voor het hart en het maakt de weg ook vrij voor vernieuwde moed en hoop.
Creativiteit. Nogmaals, de zure melk is niet de doos! Het is echter niet omdat de emotionele melk is verzuurd dat je hele wezen ‘slecht’ is. Je kan de melk weggooien, je kan er ook yoghurt, karnemelk, pannenkoeken en hangop van maken, tenminste als het niet té zuur is. Dat geldt dus ook voor emoties. “Hoe brengt deze nare ervaring jou en mij in beweging?” is een vraag die creativiteit aanwakkert. Emoties bevatten creatieve energie. Ze liggen trouwens aan de basis van alle denkbare kleine en grote kunstvormen (literatuur, film, muziek, theater enz). De essentiële boodschap is altijd deze: maak aub onderscheid tussen de doos en wat er in zit, de (verzuurde) melk en wees moedig – creatief ipv angstig – destructief.
Dienstbaarheid. “Wat kan ik voor jou betekenen of doen?” is hier de centrale vraag. Anderen helpen werkt helend. Jezelf ten dienste stellen van een ander in nood, het bevrijdt je, het voegt een dimensie toe aan je leven waarbij uit de aanwezige on-zin toch ergens een diepere zin kan gehaald worden. Dit verklaart waarom nabestaanden zich vaak engageren als vrijwilliger of een initiatief uit de grond stampen. Het is een soort innerlijk dwang naar betekenis, naar zingeving, naar een gevoel ‘dat het niet voor niets is geweest’, naar groeien in de herinnering van verbondenheid met anderen.

Phaedra was zichtbaar enthousiast maar vooral heel tevreden en dankbaar, en dat was ook wederzijds. Na wat extra beeld shots te hebben gemaakt namen we afscheid. “Ik zal er een blogtekst over schrijven”, beloofde ik haar, omdat ikzelf ook graag het ABCD – tje in de praktijk omzet.

Voor meer tekst en uitleg => infotekst zelfdoding (zie ook ‘tag’ toolbox)
Voor meer info : 1813, de werkgroep Verder, het VLESP

– Steve Van Herreweghe –

Genoeg middelen in de psychiatrie?

Werken met weinig middelen en weinig personeel, herkenbaar binnen veel sectoren, en niet in het allerminst in de (Geestelijke) gezondheidszorg. Het Groot Psychiatrierapport van De Morgen belicht vandaag dit zware knelpunt. Wat mij betreft een steeds groter wordende schaduwvlek ook op het scherm der psychiatrie, waarachter de (gedeelde) onvrede bij patiënt – familie én hulpverlener, om ernstige en diepe verandering vraagt.

In zes op de tien (!) instellingen (intramurale of residentiële psychiatrie) stelt de Zorginspectie een bemanningsprobleem vast. Deze onderfinanciering staat in schril contrast met de statistische realiteit, want terwijl 1 op 3 Belgen kampt met psychische problemen, gaat amper 6 procent (!) van het totale budget gezondheidszorg naar de volwassen geesteszorg, en slechts 3% naar de zorg voor kinderen en jongeren (!!) … Politieke inconsequentie ten voeten uit, én met verstrekkende gevolgen, what’s new?!
Komt daarbij dat (1) de budgetten niet alleen steeds meer afslanken, (2) ze worden ook nog steeds niet efficiënt genoeg ingezet (80% van het budget gaat naar gehospitaliseerde zorg, ‘bedden’ m.a.w., en deze zijn net het duurst voor de maatschappij, wij dus), bovendien (3) hangt er ook steeds meer verplichte registratie en controle vast aan de toegekende budgetten en fondsen. Dit leidt zowel boven (directie) als beneden (werkvloer) tot soms ongeziene overdruk, meer administratie, minder directe patiënten- maar ook personeelszorg, en dus tot een steeds groter wordende kloof in het psychiatrische zorglandschap, waarin misnoegdheid, verzuring en kwaliteitsverlies als woekerplanten aan terrein winnen. “Vroeger hadden we meer tijd voor de patiënten”, is niet alleen een pijnlijke realiteit voor de patiënt, het is ook een zware dobber voor elke hartstochtelijke hulpverlener die steeds minder en minder met zijn corebusiness kan bezig zijn : de patiënt, de cliënt, de mens.

Ik kan het alleen maar – jammer genoeg, en ook in tijden van accreditering, netwerkconcepten, mobiele teams en andere liaisoninitiatieven – vanuit mijn praktijkervaring beamen. Het gaat vaak (de uitzonderingen bevestigen de regel) ten koste van de individuele aanpak, het individuele begeleidingsproces. Een steeds maar ‘schever wordende situatie’ die meestal ter plaatse – creatief maar ook vaak oubollig en rigide – wordt rechtgetrokken door (1) basiszorg (eten, bed, bezigheid), door (2) focusverschuiving naar groepsactiviteiten (“want dan kan je meer patiënten tegelijk zien binnen een uur”), door (3) de opwaardering van het zgn ‘IB – schap’ (d.w.z. van verpleging therapeuten willen maken, opgeleid of niet). En de psychiaters (die meestal zelfstandigen zijn, en dus liever meer en kort dan minder en lang patiënten zien) – zien gemiddeld 5-10 min / week hun patiënt(en). En wat met de psychologen dan? Budgettair is er vaak maar 1 voltijdse psycholoog voorzien voor 60 bedden (!). Bovendien wordt de terugbetaling voor psychologen – ook al zijn deze sinds 2016 een erkend zorgberoep – zeker nog niet voor morgen voorzien. De ‘goedkopere’ opties zoals psychiatrische thuiszorg en CGGZ zijn alternatieven op papier maar allesbehalve dé oplossing in praktijk. De gemiddelde wachttijden bijv. binnen CGGZ bedragen 9 maanden tot 1,5 jaar. De huisarts dan maar of de ambulante psychiater (want dat wordt wel terugbetaald) : psychofarmaca, aub! 1 op de 10 aan de pillen… De cirkel is rond.

Je zal dus maar (familielid van een) psychiatrische patiënt zijn of worden. Het is nog taboe, maar moet gezegd, weinig veldwerkers die zichzelf of hun familie zouden laten opnemen in de psychiatrie. Ontluisterend. Triest vooral. Zonde van tijd en geld. Met de periodieke Witte – woede – marsen als ultieme noodkreet. Met blijkbaar sterk verhoogd ziekteverzuim, burn-outs bij zorgverleners. Zorg voor de zorgenden? Meestal holle woorden en loze beloften. Zelfzorg dan maar..

Opname wordt hoe langer hoe minder de te bewandelen weg. Alles moet herdacht en heruitgewerkt worden, zowel politiek, onderwijsmatig als in de zorginstellingen. Bovendien is het ook voor ieder van ons persoonlijk hoogtijd om voor een diepe cultuur- en mentaliteitswijziging te zorgen, en dus niet alleen in pillen heil te blijven zoeken, of een opname – ver weg van de realiteit – als dé remedie te zien. Neen, we moeten kritischer worden, meer in twijfel trekken, meer lezen, meer (na)denken over en voor onszelf, meer praten mét ipv tegen elkaar. We moeten terug naar de basis, naar de roots, naar een andere vorm van verbondenheid met ons lijf, de natuur, de gebuur, met elkaar.

Onthoud dat ook jij net als bij iedereen – zowel een been – als de spreekwoordelijke ‘veer’ kan breken.

We moeten terug (en veel meer) familie worden, zeker als het er echt toe doet.

– Steve Van Herreweghe –

,

Over psychofarmaca en stigmatisering

Je zal maar Hanne zijn. Op je 11jr ouders uiteen en kort nadien overlijdt je mama aan kanker. Je houdt je ‘kranig’ onder de gegeven omstandigheden, tot de puberteit bijna voorbij is en de volwassenheid ‘roept’, je lang verborgen pijn en verdriet onverbiddelijk wakker schieten, ergens ver weg van huis, in een donker studentenkot. De barstjes worden langzaam scheuren, angsten breken uit, huilbuien, eenzaamheid, depressie maakt zijn intrede, net als onbegrip, de psychiaters, de psychiatrie, de pillen (-industrie).

Vandaag 1 van dé hot topics in Het Groot Psychiatrierapport (gedurende 1 week lang, zie alle andere artikels onderaan) van De Morgen : psychofarmaca, meer bepaald de overconsumptie, zin en onzin ervan. En neen het gaat al lang niet meer over Prozac, of Haldol alleen, maar over de vele broertjes, zusjes, neven en nichten ‘Effexor’, ‘Sipralexa’, ‘Cymbalta’, ‘Trazolan’, ‘Serlain’, ‘Lormetazepam’, ‘Stilnoct’ ‘Trazolam’, ‘Abilify’, ‘Zyprexa’, ‘Seroquel’, ‘Solian’, enz. Een heel vruchtbare familie, zo blijkt, en ze dikt alsmaar aan, net als de vele lichamen die ze trouwens (moeten) slikken … Aan het hoofd ervan staan de almachtige maffiotische ouders, ondertussen beheerders van een miljardenindustrie : de (psycho)farmaceutische sector, ‘de nieuwe kerk’ zeg maar! Geen zondags- of gebedsdiensten meer maar pillen als ‘opium voor het volk’. Vaarwel aan het Oude of Nieuwe Testament, de DSM-V is nu dé nieuwe Bijbel. Voor eenieder een ‘labeltje’, en neen, het is geen gouden…

Je bespeurt een cynische ondertoon, ik kan en wil het nauwelijks onderdrukken. Waarom zou ik eigenlijk? Omdat het zoals voor Hanne en vele anderen echt wel anders kan. Omdat het verslavend is, je gevoelsmatig afvlakt, je dik(er) maakt, impotent maakt. Omdat het je vitaliteit en natuurlijke assertiviteit doet afnemen. En niet in het minst omdat het depressief maakt, suicide, agressie en depressie bevordert. Bovendien zijn de vaak gehanteerde ‘boodschappen’ van veel psychiaters – artsen als “je kan de stoffen zelf niet meer aanmaken”, “je zal dit voor de rest van je leven nodig hebben”, ronduit idioot, manipulatief, wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd en ruiken ze volstrekt naar een vorm van paternalistisch – narcistisch getint misbruik van macht, vertrouwen en van kwetsbaarheid. Vroeger waren het dwangbuizen, schedelboringen en duiveluitdrijvingen, nu heten de ultieme foltertuigen ‘stigmatisering’ en ‘psychofarmaca.

Het weze gezegd en geschreven : “ik ben niet pro, ik ben contra, en met reden”. Ik besef ook – net als ethicus Ignaas Devisch dat voor velen inderdaad een pil vertrouwd, snelwerkend en goedkoop is, en gesprekstherapie dat niet is. Wel beste mensen, pillen werken zoals alcohol werkt : verdovend en altijd tijdelijk, de kater(s) inbegrepen.

De Deense arts, hoogleraar en onderzoeker Peter Gøtzsche, die zelf jarenlang werkzaam was in de farmaceutische industrie, laat zien dat de ‘psychopillen’industrie niet alleen patiënten, maar ook artsen voor de gek houdt met frauduleuze praktijken. De grote farmaceuten verdoezelen onderzoeks-resultaten, verzwijgen bijwerkingen, kopen artsen om, infiltreren nascholingen, corrumperen patiëntenorganisaties, plaatsen leugenachtige advertenties en bedriegen tijdschriftredacties via ghostwriters. Ze verdienen miljarden met hun dubieuze pillen door te liegen over de kosten van ontwikkeling en productie. “Er is veel moed voor nodig om klokkenluider te worden”, aldus Gøtzsche. Voor meer verwijs ik naar zijn boek ‘Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad’.

Jullie hebben het ondertussen gelezen : 1 op 3 psychisch ziek, 1 op 10 aan de pillen, alle dagen 7 zelfdodingen in Vlaanderen. Maar dit is slechts topje ijsberg. Ook wat voorschrijfgedrag is zo blijkt nog heel veel niet geweten. Men heeft enkel zicht op de verkochte dosissen, en ook psychiaters laten nog te weinig in hun kaarten kijken. Ik kan je verzekeren dat de rauwe realiteit echt veel schrijnender is dan de statistieken. Soms worden patiënten opgenomen die een waslijst van medicatie mee hebben (13-20 pillen per dag, vergaard door te ‘shoppen’ bij diverse huisartsen – psychiaters) en moet er eerst ‘gewerkt’ worden aan ‘medicamenteuze oppuntstelling’, want zo heet dat dan. Sommige patiënten zijn al zo geconditioneerd dat ze enkel nog zweren bij ‘baxterkuren’ van 1 week, liggend aan ‘de tap’ (met gele – en ‘zonder schuim’ – chemicaliën) wachtend op Godot.. Bedden gevuld, portemonnees gevuld, lichamen gevuld, “tot de volgende, patiënt”!

Beste heren en dealers van de pillenmaffia. Ook al vragen zij erom, zij willen niet echt verdoofd worden, maar beschermd en echt geholpen. Zij willen er niet echt goedkoop vanaf komen, zij willen duurzaam resultaat, perspectief en zorg op maat. Als iemand met zelfverwondend gedrag vraagt naar een cuttermes, ga je het toch ook niet geven? Als iemand huilbuien heeft door opgelopen trauma ga je toch ook niet zeggen, “je ogen lekken, we gaan ze dichtplakken”? Als iemand rood uitslaat van verlegenheid of boosheid ga je toch ook niet zeggen “we moeten je dringend schminken?”. Emoties, da’s – net als het lijden – deel van het leven!

Er zijn er ook die – zoals Hanne – de moed vinden om “voor mij liever geen pillen” te durven zeggen. Maar, dit wordt nog steeds door veel psychiaters én teams geïnterpreteerd als “niet therapietrouw”, “lastige patiënt”, “wil niet geholpen worden.” Je zou voor minder gaan koken, terwijl je al ‘ziek’ bent. Onderdrukken dan maar? Want anders dreigt misschien ontslag, de isolatiecel, of zelfs gedwongen opname..

We moeten van de biologische psychiatrie (lees “je bent het slachtoffer van je brein”) naar een meer holistische geneesKUNDE (lees “je bent de meester van je brein”) Van koude psy – zorg naar warmere psy – zorg, van ‘vullen’ naar (herop)’voeden’, naar ‘de – medicalisering’, naar meer psycho(somatische) educatie voor onderwijsbevoegden, politici, artsen – psychiaters, zorgteams, patiënten, familie én het volk.

Waarschijnlijk stamp ik hiermee ook velen tegen de schenen : zij die het nodig lijken te hebben, of het reeds gebruiken, zij die er in ‘geloven’, en zij die het voorschrijven, met goede en minder goede intenties. Wel actually I don’t care because I deeply do care! Er zijn wel degelijk veel natuurlijker en dus gezondere manieren en praktijken om psychisch lijden ten gevolge van trauma, chronische stress, angst en andere pijn het hoofd te bieden. Deze alternatieven vragen weliswaar meer inspanning, zijn minder schadelijk, zijn vaak gratis en voor niets en geven gaandeweg meer garantie op een lichter, luchtiger maar vooral gezonder en voller leven.

– Steve Van Herreweghe –

Worden we nu beter in de psychiatrie?

Bijna nergens ter wereld belanden zoveel psychiatrische patiënten in ziekenhuisbedden als in België. Maar worden ze ook beter van een opname? We slikken massaal psychofarmaca en hebben 1 van de hoogste zelfdodingcijfers van Europa. Wie is er nu precies geestesziek en waarom? Hoe worden zij geholpen en heeft dit effect? Hoe meetbaar is de behandeling? Wat kost dat precies voor hen, aan de staat, en dus aan ons…?

De Morgen
(en ik) nemen jullie -‘vrank en vrij – ‘via ‘Het Grote Psychiatrierapport’ mee achter de dikke gordijnen van het nog steeds zo taboe- en dramarijke schouwspel dat we ‘de psychiatrie’ noemen. Mijn ongezouten comments hierbij zijn gefundeerd op 17jr ervaring in de sector (als leidinggevende – psycholoog – groepstherapeut – vertrouwenspersoon – beleidsadviseur). Het betreft zeer interessante materie voor iedereen die hier (on)rechtstreeks mee te maken heeft (gehad). Onderaan het artikel kan je telkens ook alle gerelateerde en becommentarieerde artikels lezen.

De ‘journalisten-zonder-troebelwatervrees’ Sara Vandekerckhove en Femke Van Garderen, bestudeerden de voorbije jaren – met toestemming maar ook veel weerstand (!) – diverse inspectieverslagen van 105 psychiatrische voorzieningen in gans Vlaanderen en gingen in dialoog met experten en patiënten – ervaringsdeskundigen. Alle verslagen zijn hiervan online in te kijken! Zij belichten verder 5 knelpunten en illustreren via de 5 gezichten (Micha, Nadia, Davy, Hanne en Willy) hoe het er anno 2017 in de psychiatrie aan toe gaat.

Wat alvast heel duidelijk is is dat er voor de buitenwereld en dus statistisch gezien nog heel veel onduidelijk is, nog heel veel niet geweten is, nog heel veel niet onderzocht werd, en nog heel veel misverstanden bestaan. En ondertussen wordt er wel naar hartenlust voorgeschreven door psychiaters (die mogen) en door huisartsen (die eigenlijk niet mogen), slibben heel veel voorzieningen dicht, verschuift de psychiatrie stilaan van ‘achter gesloten deuren’ naar de vele ‘huiskamers’ en ‘wachtkamers van huisartsen’ binnen, doen de laag bezette psychiatrie-veldwerkers dagelijks hun stinkende best om de nog steeds machtige arts-psychiater, de 1001 verplichte registraties, de – terecht – mondiger wordende en rechten-verdedigende patiënt een meer dan degelijke ‘hoofd-hart-handen’ zorg te bieden, tot ze er soms ook zelf – en steeds meer – bij neervallen … Gelukkig zijn er nog psychologen bij wie men echt op verhaal kan komen.

“So what & who cares?”, hoor ik sommigen denken.

Inderdaad, ‘de psychiatrie’, het roept nog steeds en zonder pardon enkele automatische reflexen bij ons op en deze zijn – de beleefde “aha’s”, “oohh’s”, “hmm’s” en “tja’s” buiten beschouwing gelaten – verre van fraai, laat staan ‘up to date’ en – net als onze dementerende oude tante in het PVT – een eerder ‘ver van mijn bed’ kwestie … Vermijdingsgedrag, het is des mensen, en heel begrijpelijk in de huidige turbo-, ego- en ‘smart’phone-cultuur.

Tot natuurlijk één van onze geliefden of wijzelf ge(k)raakt worden. Tot het plots heel donker wordt, de tank helemaal leeg, de vaste grond onder onze voeten drijfzand wordt, het kompas én onze zelfbeheersing zoek zijn geraakt. Tot wanneer de huisarts, de arbeidsgeneesheer of een ander specialist met het labeltje afkomt van ‘burn-/bore-out’, ‘majeure depressie’, ‘bipolaire, compulsieve en / andere angststoornis.’ Tot wanneer je via dr Google of via een vriend(in) ontdekt dat die partner van je, of jijzelf overeenkomsten vertoont met een Borderline- of Narcistische persoonlijkheidsstructuur. Plotse vertwijfeling, paniek alom, schaamte ook, maskers die afvallen. “Fuck! Waar moet ik heen? Wie kan mij helpen? Is dat normaal wat ik doormaak? Terug naar de huisarts dan maar. Pillen? Bij de psycholoog? In opname? Jeetje, wat gaan de mensen denken of zeggen? Straks verlies ik mijn werk nog…?! Neen, dan maar liever doorbijten, camoufleren, keeping up that smiling face, hopen dat het allemaal als vanzelf overwaait… Hmmm, of dan toch maar die pillen, het ligt nu eenmaal – dat zegt de dokter trouwens – aan mijn overhoop liggende chemische huishouding…”

Micha V.

Op haar dertiende (!) komt Micha V. voor het eerst met de psychiatrie in aanraking. Iets meer dan dertig jaar later is ze ‘uitbehandeld’.

Haar verhaal is dat van een geesteszorg die maar zelden nagaat of een opname helpt. Micha was een zgn. ‘draaideurpatiënt’, iemand met wie de psychiatrie geen raad weet, een ‘complex of in de volksmond ‘zot’ geval’, zeg maar. Doorheen de tijd besmeurd met 101 etiketten : van “eetstoornis, bipolaire stoornis, tot psychose, paranoia, verslaving, opstandigheid, borderline…”

Micha had echter ook een verhaal, een verleden, en dan vooral één van het traumatisch zwaarste kaliber. Maar zoals Micha zijn er spijtig genoeg veel. Haar verhaal doet je huiveren, het maakt je stil, niet enkel omwille van de ingrijpende aard van haar vroege ervaringen, maar vooral ook omwille van de soms betreurenswaardige (én gevaarlijke) onmondigheid, de gekunsteldheid en het determinerende karakter van het huidige psychiatrische kader.

“Mijn leven liep al verkeerd nog voor het goed en wel begonnen was”, zegt Micha. Als baby te vondeling gelegd in de straten van Seoel, geadopteerd door een Vlaams gezin, seksueel misbruikt door een vriend van de familie en op haar dertiende weggelopen van huis. Onthecht, ontworteld en radeloos. Vanaf die leeftijd leert ze ook de psychiatrie kennen en amper drie jaar later bevalt ze van haar enige zoon. Haar grote geluk, zegt ze zelf. “Ik moest wel een mens zijn, als ik zoiets moois kon maken.” Maar met die zwangerschap komt ook de eerste psychose en een nieuwe rist opnames. Een scenario dat zich de decennia erna regelmatig zal herhalen. “Ik heb me in de psychiatrie zelden een ‘mens’ gevoeld. Voor het merendeel van de artsen en verplegers blijf je de ‘krankzinnige’. Alles wat je zegt of doet, wordt van tafel geveegd omdat je zogezegd niet goed bij je hoofd bent. Er werd maar zelden echt naar mij geluisterd.” Als je het haar vraagt, dan heeft 30 jaar in ziekenhuizen weinig soelaas gebracht… Op 24/12 overleed Micha – in aanwezigheid van zoon, zus, moeder en vriend – door euthanasie.

– Steve Van Herreweghe –

Een hart onder de riem aan alle ‘psywerkers’

Een hele week (einde feb. 2017) lang werden via het Groot Psychiatrierapport van De Morgen de diverse pijnpunten binnen de hedendaagse Vlaamse psychiatrie belicht : de algemene werking, de financiering, de zin en onzin van isolatie, fixatie en psychofarmaca. Het deed wat stof opwaaien, debatten kwamen op gang, het rapport zoomde – en ja terecht – vooral in op de tekorten en de fouten. Is de Vlaamse psychiatrie nu abominabel en beter te vermijden? Natuurlijk niet! Het is er niet allemaal kommer en kwel (check). Er is al een bijzonder lange weg afgelegd, de zorg evolueert – weliswaar traag en weinig rechtlijnig – toch gestaag naar meer volwassenheid, naar creatieve integratie, en bovendien – niet onbelangrijk – dient zij als (stiefmoederlijk behandelde) uitvalsbasis ook nog altijd een maatschappelijke functie. Want laat ons eerlijk zijn, mochten de heren inspecteurs en dames journalisten een rapport schrijven over de zorgzaamheid, de genezende invloed en de veiligheid binnen de huidige maatschappij, hoe zouden de resultaten er dan uit zien?

Een hart onder de riem dus voor alle noeste vaak op-hun-tandvlees-zittende psyzorgdragers en -trekkers, aan alle multidisciplinaire teams die dagelijks het slagveld trotseren met weinig middelen, onder verhoogde (administratieve) druk, en met weinig waardering van een steeds veeleisender wordende patiënt, familie en overheid. Chapeau! Werken met mensen die suïcidaal, depressief, psychotisch, verslaafd, bipolair of agressief zijn, het is echt geen evidentie. Vaak heeft de buitenwereld, de omgeving het al vrij lang opgegeven en moeten de hulpverleners het maar ‘klaren’. Vaak komt men ‘binnen’ aan het einde van een lange weg, vrijwillig of gedwongen door intimi of politie, verslagenheid alom. De problematieken zijn ronduit schrijnend, de verwachtingen zeer hoog gespannen, de weg naar herstel is lang en het vertrouwen is helemaal zoek, ziek vooral. De vaak onzichtbare en goed verscholen pijn en trauma’s hebben dan ook diepe wortels in een vergeten verleden (vol van lichte tot zware vernederingen). En, wat werd veroorzaakt in relaties met anderen kan alleen maar hersteld worden via nieuwe relaties met anderen, maar dan anders. Dat is dé basisvisie van hoe je intermenselijke pijn en verdriet ombuigt tot moed en vernieuwde kracht. Net daarom zijn alle gesprekken individueel en in groep zo cruciaal, naast de vele non – verbale vormen van therapie (muziek, creatieve, film, relaxatie, educatie) die ook nodig zijn om mensen terug bij hun oorspronkelijke ik te brengen.

Maar, de psychiatrie alleen kan al dat lijden niet dragen en verwerken. We moeten niet wachten ‘op een rapport’, maar samen ‘in rapport’ gaan, meer samen de verantwoordelijkheid dragen, niet exclusief maar inclusief denken, niet in collectieve nalatigheid maar in blijvende voorzichtigheid en attentiviteit investeren. Denk maar aan de vele draaideurpatiënten, shoppers, die vaak herval – willens nillens – als ultieme noodkreet gebruiken naar bescherming en houvast. Want, die overgang van opname naar buiten is en blijft voor velen moordend, en quasi niet te overbruggen kloof, een fenomeen dat trouwens ook bij vele (ex)gedetineerden heel herkenbaar is.

Beste allen, gekwetste zielen hebben een veiliger en gezondere wereld nodig! Kwetsbaarheid is nu eenmaal onze gemeenschappelijke grond, en ze is heel vatbaar én dankbaar voor dagelijkse aandacht, zorg, voeding, liefde en creativiteit. Moeten we daarom psychiatriseren (lees : het ‘ziek verklaren’ van normale menselijke reacties op abnormale gebeurtenissen)? Liever niet!
Moeten we daarom (over)medicaliseren (lees : heil zoeken in de korte, vertrouwde goedkope weg van pillen)? Absoluut niet! Moeten we de realiteit van onze algemene weg- en verwerphouding blijven negeren? Aub niet!
Neen. We moeten ons (1) beter en kritischer informeren, (2) (geestes)ziekte anders leren te benaderen en (3) samen actiever werken aan preventie en educatie.

Er zijn m.i. finaal slechts twee soorten hulpverleners: zij die de patiënt in zichzelf zien en zij die zich ervan hebben vervreemd. En er zijn m.i. finaal slechts twee soorten hulpvragers: zij die willen leren en zij die zichzelf de rug toekeren. Kies in beide situaties – indien mogelijk – voor het eerste, aub.

Tot slot verwijs ik voor verdere informatie en ‘als huis- en naslagwerk’ naar het menu ‘inspiratie’ => geestelijk gezond en vitaal

– Steve Van Herreweghe –

Isoleren en fixeren anno 2017

Primum no noscere, ofwel ‘vooreerst geen kwaad doen’, het klinkt wat archaïsch, maar het geldt nog steeds als 1 van dé basisuitgangspunten in de geneeskunde.

Wordt anno 2017 ook in de psychiatrie nog ‘leed toegevoegd’? Het Groot Psychiatrierapport van De Morgen –  dat in de laatste week van feb. (2017) de status praesens van de Vlaamse psychiatrie belicht – draait er alvast geen doekjes om.

Vandaag dus hét pijnpunt bij uitstek : ‘isoleren en fixeren’. 105 Vlaamse psychiatrische voorzieningen werden hierbij grondig op de rooster gelegd. “Wablief? Gebeurt dat nog?” Jawel! “En hoe gaat dat dan?” Hard! “En voor wie?” Voor patiënten die ‘onveilig gedrag’ stellen of ‘als onveilig worden gezien / ervaren’. “En is dat gezond?” Neen!! “En hoe ziet zo’n cel eruit?” Zoals een cel, maar dan zonder tralies of vensters en mét centraal een bedplank voorzien van voldoende riemen. “En gefixeerd liggen uren, dagen, soms weken lang, is dat geen vorm van foltering en bijkomend trauma??” Jazeker!! “En hoe doen ze dat bij onze noorderburen?” Hier en daar al veel beter! “En waarom doen we dat hier nog niet anders of beter?” Omdat Belgen – ook al schermen ze met “we zijn goed bezig” vaak – naar Westerse normen – achterlopen, gemiddeld 3-10jaar, op alle vlakken.

Ook als je het mij vraagt, heel terechte en pertinente vragen, waar we nog veel te weinig exacte cijfers over krijgen, veel te weinig gefundeerde verslaggeving over terugvinden, veel te weinig dieptevisie en creatieve humane alternatieven voor ontwikkeld hebben. Maar ondertussen is het wel dagelijkse kost in (spoed) psychiatrische eenheden waar verpleging en artsen vaak letterlijk worstelen met de zichtbare demonen van deze tijd : angst, psychose, agressie, verslaving en zelfverwondend gedrag. Moderne duiveluitdrijving anno 2017 via de cel, de spuit, de fixatieriemen, de almachtspositie. Onmacht in witte jassen. Pijnlijk. En voor iedereen, zonder twijfel oneindig vernederend en traumatisch tot op het bot.

Ik pleit vurig maar doordacht – en dit al jaren – voor een aantal zaken.

Ten eerste een genuanceerde niet – veroordelende kijk als start, een gezamenlijke oefening dus in leren en oefenen met perspectieven wisselen. De ‘6’ als ‘9’ leren zien én omgekeerd. Want je zal maar die ‘gedemoniseerde’ patiënt zijn (zoals Nadia, zie artikel) die eigenlijk compleet (chemisch en / of emotioneel) opgefokt is en tot rust wil gebracht worden; of je zal maar die verpleegster zijn die er quasi alleen voor staat en zich immens bedreigd voelt; of je zal maar dat wanhopig familielid zijn of die medepatiënt die aangevallen wordt… Think about it!

Ten tweede een drastische wijziging van wat ik ‘verantwoorde counter – agressie’ noem naar meer ‘professionele vindingrijkheid’ en een ‘leren van onze noorderburen en andere voorbeelden’, want het gras is soms wel degelijk groener aan de overkant! Niet navelstaren maar ons eigen veld mesten is de boodschap! Hoe je het ook draait of keert afzonderen, fixeren, sederen (ofwel ‘inspuiten’), het is – ook al is de context zgn. ‘deskundig’ … altijd (!) een vorm van agressie, hoe nodig het ook lijkt, hoe onveilig de situatie ook aanvoelt, hoe acuut en druk het op de afdeling ook is. Niemand die daar in sé vrolijk, laat staan beter of gezonder van wordt. Er is m.i. nog steeds veel te weinig psychologisch – psychotraumatologisch inzicht en gedragen beleid qua agressievermijdend (en dus rust- en kalmtebevorderend) denken en werken. Begrijpelijk dus dat het voor veel ‘isolatie – slachtoffers’ als “olie op het vuur gieten en dan het vuur veroordelen, verwerpen en vernederen” wordt ervaren. Hulpverleners hebben wel degelijk invloed en macht, ook zonder de stilaan verouderde wapens van isolatiecellen, injectienaalden en fixatiegordels. In Breda (GGz Breburg) bijv. doen ze het anders. Het aantal isolaties is er sinds 2010 met liefst 90 procent gedaald! Zij hanteren ten allen tijde de ‘1 op 1 benadering’, werken met ‘holding’ technieken en hun afzonderingskamers zijn licht, fris en met vensters. Het voorbije jaar isoleerden zij zo goed als niet meer. In zeker 23 instellingen in Nederland wordt het model nu uitgerold en ook in België worden de eerste stappen gezet. Halleluja!! Hun visie is ‘hoe ziek de cliënt ook is, contact maken kan altijd.’ Een goed lezer heeft het gemerkt : ze spreken over ‘cliënt’ en niet over ‘patiënt’. Het brengt me bij het derde en laatste punt, als pleitbezorger van dienst.

Ik ijver al jaren om patiënten veel meer als cliënten te beschouwen, om niet alleen de patiënt-in-de-mens, maar vooral de mens-in-de-patiënt (terug te leren) zien. Wie alleen naar patiënt kijkt, ziet ziekte, wie alleen maar ziekte ziet vindt altijd redenen om te bestrijden en om dus te ‘bekampen’. Er schuilt wel degelijk, hoe ziek ook, in elke patiënt een menselijke cliënt met een nood en hulpvraag, een verhaal, een toekomst. Dit betekent als dusdanig dat je van je hulpverlenerstroon dient af te komen en dient te groeien in medemenselijkheid, in kwetsbaarheid. Dit is één van dé grootste uitdagingen voor elke zichzelf respecterende zorgverlener. Het begint ‘simpelweg’ al in de zienswijze van die zgn ‘ander-in-nood’. Leren verder kijken dan naar de symptomen, de ziekte, het gedrag alleen, en zich afvragen wie die ‘worstelende mens’ werkelijk is, wat de mogelijke oorsprong van zijn lijden zou kunnen zijn, hoe hard hij zelf al zijn best heeft gedaan om te overleven in het leven. Het helpt echt om elke cliënt (de lastigste nog het meest!) telkens te behandelen alsof het je eigen broer, zus, ouder, kind of vriend is. Emotionele betrokkenheid tonen, het roept echter nog veel te vaak weerstand op. Spijtig. Het maakt het hulpverleningswerk inderdaad veel intenser, het verplicht je om diep te verbinden, je in te leven, de wereld vanuit die mens te zien, het verplicht je om geen agressie toe te voegen aan onstuimigheid of beginnende agressiviteit, neen vooral vragen te blijven stellen naar wat de ander nodig heeft, alternatieven aanreiken, rustbevorderende maatregelen te installeren, de oude wapens neer te leggen, het voorbeeld te geven… Er is nog heel veel werk aan de winkel, maar er is hoop en er zijn ook verstandige buren om ons te helpen.

– Steve Van Herreweghe –