Berichten

“Dit mens-zijn is een soort herberg. Elke ochtend weer nieuw bezoek. Een vreugde, een depressie, een benauwdheid, een flits van inzicht komt als een onverwachte gast. Verwelkom ze; ontvang ze allemaal. Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt, die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat. Behandel dan toch elke gast met eerbied. Misschien komt hij de boel ontruimen om plaats te maken voor extase. De donkere gedachte, schaamte, het venijn. Ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns en vraag ze om erbij te komen zitten. Wees blij met iedereen die langskomt. De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd om jou als raadgever te dienen.” (De Herberg, Rumi)

Jalāl ad-Dīn Muhammad Balkhī, ook bekend als Rumi, was een 13e-eeuwse Perzische dichter, jurist, theoloog en soefi-mysticus. Zijn gedichten zijn op grote schaal vertaald in veel van ’s werelds talen en omgezet in verschillende formaten.

Levensvragen, het zijn logge vragen, vragen die aandacht nodig hebben, vaak nog meer vragen doen rijzen, in plaats van antwoorden te baren.

Spreuken, quotes, aforismen, gedichten, muziek, film, kunst, ze vormen allemaal slechts humane en tijdelijke pogingen om het ondefinieerbare en eeuwige te beschouwen, dit niet zozeer in te kapselen, maar het te ontrafelen, te ontwaren, en het liefdevol te aaien.

Hieronder mijn poging om 8 kleine levenslessen te destilleren uit mijn favoriete lijst van Rumi’s mooiste citaten (bewust niet vertaald).

1. De grootsheid zit in jezelf: open jezelf en maak er gebruik van

Idealiseer niet te veel, noch te vaak en waardeer en bewonder steeds met mate. Kijk wat minder naar buiten, wat meer naar binnen, graaf naar en ontwaar je eigen schatten.

Rumi citeert:

“What is planted in each person’s soul will sprout.”
“The light which shines in the eye is really the light of the heart.”

“There is a fountain inside you. Don’t walk around with an empty bucket.”
“I smile like a flower not only with my lips but with my whole being.”

2. Grenzen zijn illusies: wees moedig en daag al je angsten uit

Beperkingen zijn vaak verouderde ideeën die tot verhalen leiden. Verhalen kunnen je hinderen, je gevangen nemen maar je ook verrijken. Kies bewust voor verhalen die jou uitdagen, jou inspireren, jou grenzen doen verleggen.

Rumi citeert:

“As you start to walk out on the way, the way appears.”
“Run from what’s comfortable. Forget safety. Live where you fear to live. Destroy your reputation. Be notorious.”
“It’s easy to stand with the crowd, but it takes courage to stand alone.”
“Don’t be satisfied with stories, how things have gone with others. Unfold your own myth.”

3. Pijn is een leraar in vermomming: omarm je tegenslagen

Zeg ja tegen pijn, het verzacht het lijden. Verzet, hoe menselijk ook, is de duivel van aanvaarding. In het huis van tegenslag schuilen mooie kamers, ontdek ze met moedige nieuwsgierigheid.

Rumi citeert:

“The wound is the place where the light enters you.”
“Don’t worry that your life is turning upside down. How do you know that the side you are used to is better than the one to come?”
“If you are irritated by every rub, how will you be polished?”
“You have to keep breaking your heart until it opens.”
“The moment you accept what troubles you’ve been given, the door will open.”

4. De waarheid woont binnenin: sluit je ogen, maak een innerlijke zoektocht

Waarheden zijn er overal, kleine, grote, oude en nieuwe. Ze bestaan in allerlei talen en vormen. Maar, ze zijn altijd relatief en nooit absoluut. Je bezit – net als elke mens –  een unieke oorsprong, bestemming, talentenpakket en ontwikkelplan. Ontdek en doorleef je eigen waarheid.

Rumi citeert:

“Your task is not to seek for love, but merely to seek and find all the barriers within yourself that you have built against it.”
“When the world pushes you to your knees, you are in the perfect position to pray.”
“Everything you see has its roots in the unseen world. The forms may change, yet the essence remains the same.”
“I am not this hair. I am not this skin. I am the soul that lives within.”

5. Je bent en hebt al wat je zoekt: wees gelukzaligheid en accepteer de wereld als je spiegel

Willen wat je hebt is even essentieel als streven naar wat je nog niet hebt. Er is voor alles een tijd en een rijping. Vergeet niet te genieten onderweg, het is altijd later dan je denkt.

Rumi citeert:

“Wear gratitude like a cloak and it will feed every corner of your life.”
“What matters is how quickly you do what your soul directs.”
“What you seek, is seeking you.”

6. Liefde overwint alles: verander je verhalen, verander ze in liefdesverhalen

Van alle zoetheden is de liefde is het allerzoetst. Proef, geniet en waardeer, maar geraak er niet aan verslaafd. Gebruik haar tevens als middel bij teveel zuur en bitter in je leven.

Rumi citeert:

“Love is the bridge between you and everything.”
“Be foolishly in love, because love is all there is.”
“There is no way into presence except through a love exchange.”
“I belong to no religion. My religion is love. Every heart is my temple.”
“Love risks everything and asks for nothing.”

7. Stilte is het eeuwige goud: luister meer, luister dieper en luister langer

Geluid is er overal, stilte ook, voor wie wilt en durft te verstillen. In het hart van stilte woont wijsheid omringd door de ribbenkast van weerstand. Heb geen schrik van interne ruis, finetuning is een langzaam leer- en groeiproces.

Rumi citeert:

“The quieter you become, the more you are able to hear.”
“Silence is an ocean, speech is a river. Silence is the language of God, all else is poor translation”

“Carry your baggage towards silence , when you seek the signs of the way.”
“Love calls – everywhere and always.”

8. We zijn allemaal verbonden: oefen in mededogen en dienstbaarheid

Waarneming is bedrieglijk, scheiding een illusie. Er is het bekende en het onbekende. Mensen zijn net als eilanden in de oceaan, aan de oppervlakte gescheiden maar in de diepte verbonden. En wie zichzelf werkelijk liefheeft omarmt tegelijkertijd de wereld.

Rumi citeert:

“Goodbyes are only for those who love with their eyes. Because for those who love with heart and soul there is no such thing as separation.”
“Not the ones speaking the same language, but the ones sharing the same feeling understand each other.”
“You are not a drop in the ocean. You are the entire ocean, in a drop.”

“If you wish mercy, show mercy to the weak.”

– Steve Van Herreweghe –

“Had ik maar…”

‘Berouw komt na de zonde’, we kennen het gezegde allemaal. Je hoeft echter niet te gezondigd te hebben – in de strikte zin van het woord – om berouw en spijt te voelen over de keuzes die je hebt gemaakt of net niet hebt gemaakt in je leven.

In de jachtigheid, verleidelijkheid en turbulenties van ons leven ontbreekt het ons vaak aan diepere reflectie over onze ware en dus diepere behoeften en waarden. En dit terwijl we net het enige levende wezen zijn dat dit vermogen tot beschouwing bezit. “Life is what happens to you, while you’re busy making other plans”, zei John Lennon ooit.. We worden inderdaad soms zo overladen door wat naar ons toekomt dat het onze blik op ons ‘geliefkoosde morgen’ vertroebelt. En in ons dikwijls dwangmatig streven naar zekerheid, schuwen we krampachtig de enige echte zekerheid die we bezitten : de dood, onze dood en deze van dierbaren.

De Australische palliatieve verpleegkundige Bronnie Ware verzorgt mensen op hun

sterfbed. Zij schreef het boek ‘The Top Five Regrets of the Dying’. Jullie hebben er waarschijnlijk al eens van gehoord. Oude wijn in nieuwe vaten zeer zeker, maar ze blijft wel smaken! De vijf punten waar mensen op hun sterfbed het meeste spijt van hadden lijken universele vraagstukken en liggen in de lijn van de oude Latijnse gezegden ‘carpe diem’ en vooral ‘memento mori’ ofwel ‘gedenk je sterfelijkheid’. Niet wachten op ziekte of sterfbed bijv. om te leven, te geven, te voelen, te zijn … zoals je echt wil zijn. Bronnie werkte jaren op palliatieve zorgen, waar ze de laatste gesprekken met patiënten voerde. Hieronder de top 5 in de spijtlijst van stervenden.

1 Keuzes

“Ik wou dat ik de moed had gehad om mijn eigen leven te leiden. Niet dat wat anderen van mij verwachten.”

“Hier hebben mensen het vaakst spijt van,” schrijft Ware in haar boek. “Wanneer mensen beginnen beseffen dat hun leven op zijn einde loopt en ze erop terugkijken, zien ze duidelijk hoeveel dromen ze niet hebben verwezenlijkt. Dat komt dan omdat ze zelf bepaalde keuzes hebben gemaakt, of net niet hebben gemaakt.”

Het is hierbij essentieel dat we de moed vinden onze eeuwigheidswaan, onze zelf – saboterende excuses en uitstelgedrag onder ogen zien. Zolang we deze 3 belemmerend factoren niet erkennen blijven we gewoon doorgaan op hetzelfde veelal existentieel slaperige elan.

2Werk

“Ik wou dat ik minder hard gewerkt had.”

“Bijna alle mensen die ik de laatste zorgen toediende, hadden er heel veel spijt van dat ze zoveel tijd van hun leven hadden doorgebracht op het werk,” schrijft Ware.

Werken is gezond en nuttig, zeker wanneer we er passie en plezier aan toevoegen want deze bevorderen de aanmaak van gelukshormonen in ons lichaam. Vluchten in je werk echter duidt net als bij alle andere verslavingen op een onderliggende problematiek, en heeft een houdbaarheidsdatum. De werkagenda dient vooral ingebed te zijn in de levensagenda, best niet omgekeerd.

3 Gevoelens

“Ik wou dat ik de moed had gehad om mijn gevoelens uit te drukken.”

“Veel mensen onderdrukken hun gevoelens om anderen niet voor het hoofd te stoten,” schrijft Ware. “Dat resulteert dan in een middelmatig leven, waarin ze nooit helemaal de persoon zijn geworden die ze hadden kunnen zijn. Er zijn ook mensen die hier heel verbitterd door raken op het einde van hun leven, en net daardoor ziek worden.”

Velen hebben het verleerd om het kind in zichzelf toe te laten en spontaan uit te drukken wat hen innerlijk bedrukt. Het is wetenschappelijk bewezen dat onderdrukking van gevoelens nefast is voor je gezondheid. Hetgeen niet impliceert dat overmatig afreageren dat wel is. Emotionele intelligentie wijst op het rustig en zelfbeheerst kunnen zeggen wat je denkt, voelt en wilt en wat niet, en dit op het juiste moment en tegen de juiste persoon. Wie zich beter wil voelen dient dus ook zijn voelen te beteren…

4 Vriendschap

“Ik wou dat ik contact had gehouden met mijn vrienden.”

“Heel vaak beseffen mensen op het einde van hun leven pas hoe waardevol hun vriendschappen zijn. Velen gaan zo op in hun eigen leven dat ze vriendschappen door hun vingers laten glippen doorheen de jaren. Er zijn dan ook veel mensen die spijt hebben dat ze te weinig moeite en tijd in vrienden hebben gestoken, terwijl die dat wel verdienden.”

Vriendschap is als één ziel in twee lichamen, zei Aristoteles. Vriendschap schept rust, vertrouwen, en relativering, het kleurt je dag, moedigt aan en biedt geborgenheid en troost in moeilijke tijden. Maar de enige manier om dit werkelijk te kunnen ervaren en krijgen is door er zelf één te zijn of (terug) te worden. Dit vraagt dus priori – ‘tijd’, ruimte én inspanning, het liefst op regelmatige basis.

5 Geluk

“Ik wou dat ik mezelf gelukkiger had laten zijn.”

“Deze komt verbazend vaak voor. Velen beseffen niet tot op het einde van hun dagen dat gelukkig zijn een keuze is. Ze blijven steken in oude patronen en gewoonten. Ze raken gevangen in hun  ‘comfortzone’, en maken zichzelf wijs dat ze gelukkig zijn, omdat verandering hen angst inboezemt.”

Geluk zit in een klein hoekje, in het hoekje waar jij helemaal jezelf mag, kan en laat zijn. Als je gelukkiger wil worden, wees het dan, er zijn steeds redenen genoeg zelfs al vind je er geen. Jij zit aan het stuur en jij bepaalt naar waar je heen wil gaan, welke zender je opzet en wie er met je mag of zelfs moet meerijden. Gun jezelf en de besten in je leven wat meer ‘ja’, en de rest wat meer ‘neen’. En onthoud vooral dat je hart altijd en in de eerste plaats voor jezelf klopt.

– Steve Van Herreweghe –

Soms gebeuren er dingen waarvan je denkt: “Waar heb ik dat aan verdiend, waarom ik toch (weeral)?!”

Pech onderweg, niemand die ervan wordt gevrijwaard, de één natuurlijk wat meer dan de ander. ’t Leven lijkt een soort ondoorgrondelijke onrechtvaardigheid in petto te hebben waar we geen vat op kunnen krijgen. Zingeving in tijden van tegenslag, het is een lastige ontdekkingsreis, waar we zelden de landkaart of handleiding bij krijgen, en jammer genoeg begint deze vaak na de feiten, zelden ervoor. Het is dus het laatste wat we doen, terwijl veel filosofen schreeuwen dat het net het eerste is wat we zouden ‘moeten’ doen.

En als we – in tijden van lijden –  ‘geluk’ hebben is er misschien in onze omgeving wel iemand dichtbij en ’t liefst gewillig om te luisteren. Iemand die dan idealiter zo oordeelvrij en emotioneel beschikbaar mogelijk je verhaal aanhoort, je probeert te doorvoelen, te begrijpen, en jou misschien wat steun en advies biedt. Empathie, brug naar het hart, zalf voor de ziel, het is echter ook een steeds holler begrip aan het worden, een gedrag dat met uitsterven wordt bedreigd.

Meestal worden we op oneliners getrakteerd van “wat je niet doodt, maakt je sterker”, “tijd brengt raad” tot “als het leven met tomaten naar je gooit, leer dan tomatensoep maken.” Mooie, goedbedoelde en zelfs inspirerende woorden in tijden van tegenslag (ik zondig me er zelf ook wel eens aan). Het in de praktijk omzetten vaak minder evident. We missen het recept, struikelen over de bereidingswijze, vinden noch de moed, het geloof, de steun noch de dieptevisie om uit on – zin de zin te puren.

Zingeving is en blijft een eenzaam en vooral persoonlijk proces. In tijden van toenemende empathiemoeheid en betrokkenheidsarmoede verwijs ik naar de kracht van verhalen, omdat zij nog net iets meer kunnen dan oneliners.

Hieronder een illustratief en ook wel inspirerend verhaal uit de Chinese traditie.

“Het kan goed zijn, het kan slecht zijn”

In een dorpje op het Chinese platteland, leefde een boer met zijn zoon.  Naast hun hut en het land was hun enige bezit van enige waarde het paard. Zo konden ze het land bewerken en in alle bescheidenheid rondkomen. Op een dag brak het paard door de omheining en rende weg.

Die avond kwamen de dorpelingen bij de Chinese boer op bezoek om hun medelijden te betuigen.  “Wat vreselijk!” zeiden ze: “Hoe moet het nu met het land? Je paard verloren, wat een ongeluk!”
Maar de boer glimlachte rustig en zei: “Het kan goed zijn, het kan slecht zijn.”

De dag daarna gingen de boer en zijn zoon weer aan het werk op het land en voor enige tijd maakten ze er het beste van. Tot op een dag het paard weer kwam aangelopen. En in zijn kielzog nam hij een kudde van tien wilde paarden mee!

Die avond kwamen de dorpelingen weer bijeen om hun gelukswensen te geven: “Wat een geluk! Wat geweldig! Je bezit zo maar vertienvoudigd!”

Maar de boer glimlachte rustig en zei: “Het kan goed zijn, het kan slecht zijn.” Het enige dat ik weet, is dat mijn paard weer terug is en dat er tien andere paarden bij zijn.”

De volgende dag wilde de zoon proberen of hij de paarden kon temmen en klom op de rug van een wild paard. Deze was hier echter niet van gediend en bokte net zolang totdat de zoon met een flinke smak op de grond belandde en beide benen brak.

Die avond stonden de dorpelingen weer op de stoep: “Wat vreselijk! Je zoon! Beide benen gebroken! Nu kan hij niet helpen op het land! Wat een ongeluk! Hoe moet dat nu?”

Maar de boer glimlachte rustig en zei: “Het kan goed zijn, het kan slecht zijn.” Het enige dat ik weet, is mijn zoon zijn beide benen gebroken heeft.”

De volgende dag kwam er bericht dat er een oorlog was uitgebroken en dat alle jongemannen die daartoe in staat waren zich onmiddellijk moesten melden om een leger te vormen.

En de boer glimlachte rustig en dacht terug ….

Zo zie je maar. Het is niet omdat je niet begrijpt wat er gebeurt dat het in se een negatieve situatie hoeft te betekenen. Vermijd daarom wat meer om té snel conclusies te koppelen aan de tegenslagen die je overkomen en stel je open voor de stem van het onbekende (vaak grotere) verhaal, dat je eigen leven tenslotte is, want finaal ‘vormen alle ervaringen des levens zich als puzzelstukjes van een bijzonder eindplaatje, waarvan we vaak de details zijn vergeten.’

– Steve Van Herreweghe –

 

Het is donderdag 30/3. Phaedra, een laatstejaarsstudente journalistiek komt langs. Ze had dringend “voor haar eindwerk – reportage (zie hier het resultaat) – naast 2 voorbeeldcases – ook een deskundige mening nodig omtrent suicide bij jongeren”. Ze bracht drie vragen mee. “Graag uitleg in 10-15 min en ’t liefst in ‘knip- en plakbare’ taal.” Ok, tot uw dienst. Op diezelfde dag stond in De Morgen (zie artikel) ook dat de richtlijn ‘Suïcidepreventie voor hulpverleners in de gezondheidszorg’ online stond. Eindelijk. Want in 6 op de 10 zorginstellingen worstelen ook de hulpverleners – mensen met de vraag “wat zeg je nu tegen iemand die niet meer wil leven?” Een herkenbare angst en onmacht, zeer zeker, maar je verwacht het niet bij ‘getrainde professionals’. Zeker niet gezien er – naar schatting – 28 Vlamingen per dag op Spoed belanden door een suïcidepoging. Na wat zoeken vond ik de vrij lijvige richtlijn van 232 pag. (voor de geïnteresseerden, zie link).

Terug naar Phaedra, en haar 3 vragen : (1) waarom pleegt iemand zelfdoding? (2) wat met de omgeving nadien? en (3) waarom zetten nabestaanden soms initiatieven op touw?

Ik had een schemaatje gemaakt (zie afbeelding) op basis van de ijsbergmetafoor en voegde er ook een doos melk aan toe, omdat een beeld nog altijd beter blijft ‘doorwerken’. Het is dan ook nodig. Volgens de statistieken (WHO) sterft er elke 40 sec. (!) ergens ter wereld iemand door zelfdoding (800.000/jaar). Stel je voor zeg, dat zijn alle inwoners van Antwerpen en Gent samen, jaarlijks! In België – dat na Hongarije koploper is –  is dat elke 3u (7/dag). In Vlaanderen 3/dag en 1 tiener per week. Dagelijks en wekelijks drama in vele (Vlaamse ea.) gezinnen en telkens met onomkeerbare schade en dus heel pijnlijke en immens diepgaande en verstrekkende gevolgen.

Naar het schema dan maar (klik op de afbeelding).

Zelfdoding is een fatale daad, volgend op een (impulsieve of geplande) beslissing van een individu, en dit op grond van (zichtbare of onzichtbare) pijn. Deze pijn – die lichamelijk, geestelijk of sociaal van aard kan zijn, nieuw of oud kan zijn, is de motor van hele proces. De gifrijke olie die deze motor ‘voedt’ bestaat uit ingrijpende gebeurtenis(sen) uit een recent – maar meestal verder – verleden. Deze gebeurtenissen (verlies, mishandeling, agressie) hebben diepe emotionele schade berokkend waardoor het overleven lastiger werd. De onderliggende (beperkte tot grote) kwetsbaarheid verwijst naar een algemene status waarvan de lichamelijke, geestelijke, familiale en sociale veerkracht de deelcomponenten zijn. Tussen de gebeurtenissen en de uiteindelijke daad kan 1 dag zitten maar ook >20 jaar. “Maar waarom dan toch?”

(Ik haalde de melkdoos erbij en bespeurde een nieuwsgieriger wordende blik bij Phaedra)

Net als bij melk is er ook een houdbaarheidsdatum wat onze emoties betreft. Als de melk niet gedronken of gebruikt wordt gaat ze verzuren. Hetzelfde gebeurt aan de binnenkant bij mensen die door (een) ingrijpende gebeurtenis(sen) fysiek – emotioneel werden beschadigd. Indien deze – veelal diep verscholen pijn en wonden – niet gezien en verzorgd worden dan gaan de betrokken emoties (zoals verdriet, boosheid, ontgoocheling, angst) ‘op de achtergrond’ verzuren. We gaan als ‘getroffene’ (hoe jonger, hoe meer) op onszelf toepassen wat we vooral van onze omgeving gekregen en geleerd hebben. We spiegelen dus hun copingswijze, en deze is meestal (en door angst ingefluisterd) ‘pijn-vermijdend’. In plaats van er aandacht aan te besteden, er naar te luisteren, er tijd & ruimte aan te geven gaan we er ons tegen verzetten. Vervreemding vindt plaats en de lange weg naar de hel is begonnen, ook al beseffen we het nog niet en denken we dat onze ‘façade’ ons wel zal redden. Maar de natuur werkt zo niet. Vluchten van jezelf kan je wel willen, maar finaal is het slechts een tijdelijke illusie. Hét grote probleem hierbij is dat zij die pijn lijden zich gaandeweg gaan vereenzelvigen met het zuur. Ze zien en ervaren zichzelf dus als de melk en niet langer als de doos, ofwel het (volledige) lichaam. Vandaar dat destructieve gewoontes (zoals drug- en alcoholmisbruik, zelfverwonding, agressie, dwangmatigheden) vaak toenemen en simultaan groeit ook het verlangen om het lichaam te doden, opdat men zich uit het zuur zou kunnen bevrijden… (inspelend op Phaedra’s vraag). Indien we door een zelfdoding van een geliefde getroffen worden dan is dat voor ons een zgn. ‘ingrijpende gebeurtenis’ en kunnen ook wij in ditzelfde proces terecht komen. Ook wij worden dan afhankelijk van het steunvlak van onze omgeving naast de opgebouwde innerlijke veerkracht.

Het belang van onze (naaste) omgeving kan daarom niet genoeg beklemtoond worden. Ik herhaal het waar nodig: we moeten terug meer familie worden. Steun werkt niet alleen zalvend maar ook herstellend. En wat is fout gelopen in relatie mét anderen kan alleen in relatie tót anderen genezen. Kortom, meer ABCD!

Aandacht. Alles begint bij moedige aandacht voor het lijden aan de binnenkant. Durven bevragen is dé boodschap en dit op een voorzichtige maar toch kordate manier. De feiten zijn er, de schade dus ook. “Ca va”, “’t gaat wel” zijn vaak afwimpelende reacties. Durf de vraag gerust ook herhalen. “Waarom ca va?” Pijnverbergers – want zo noem ik hen – hebben een heel dikke huid, je geraakt er dus niet zomaar doorheen. Het brengt me bij de B van

Betrokkenheid. Dat betekent dat we met aandacht alleen er niet (door)geraken. De achtergrond van het verhaal daar geraak je pas wanneer je gaat doordenken, doorvragen, doorprikken én doorvoelen. Extra tijd en extra ruimte geven en het liefst op een regelmatige basis. “Hoe voel jij je (nu, de laatste tijd), en waarom?” is een betrokken vraag, zeker als je na de vraag ook genoeg tijd en ruimte neemt om te luisteren. Je kan aansluitend – maar het moet niet – ook een herkenbare ervaring delen, dat is goed voor het hart en het maakt de weg ook vrij voor vernieuwde moed en hoop.

Creativiteit. Nogmaals, de zure melk is niet de doos! Het is echter niet omdat de emotionele melk is verzuurd dat je hele wezen ‘slecht’ is. Je kan de melk weggooien, je kan er ook yoghurt, karnemelk, pannenkoeken en hangop van maken, tenminste als het niet té zuur is. Dat geldt dus ook voor emoties. “Hoe brengt deze nare ervaring jou en mij in beweging?” is een vraag die creativiteit aanwakkert. Emoties bevatten creatieve energie. Ze liggen trouwens aan de basis van alle denkbare kleine en grote kunstvormen (literatuur, film, muziek, theater enz). De essentiële boodschap is altijd deze: maak aub onderscheid tussen de doos en wat er in zit, de (verzuurde) melk en wees moedig – creatief ipv angstig – destructief.

Dienstbaarheid. “Wat kan ik voor jou betekenen of doen?” is hier de centrale vraag. Anderen helpen werkt helend. Jezelf ten dienste stellen van een ander in nood, het bevrijdt je, het voegt een dimensie toe aan je leven waarbij uit de aanwezige on-zin toch ergens een diepere zin kan gehaald worden. Dit verklaart waarom nabestaanden zich vaak engageren als vrijwilliger of een initiatief uit de grond stampen. Het is een soort innerlijk dwang naar betekenis, naar zingeving, naar een gevoel ‘dat het niet voor niets is geweest’, naar groeien in de herinnering van verbondenheid met anderen.

Phaedra was zichtbaar enthousiast maar vooral heel tevreden en dankbaar, en dat was ook wederzijds. Na wat extra beeld shots te hebben gemaakt namen we afscheid. “Ik zal er een blogtekst over schrijven”, beloofde ik haar, omdat ikzelf ook graag het ABCD – tje in de praktijk omzet.

Voor meer tekst en uitleg => infotekst zelfdoding (zie ook ‘tag’ toolbox)
Voor meer info : 1813, de werkgroep Verder, het VLESP

Ik hoop en streef ernaar dat we samen zin uit on-zin puren, dat we wat meer ego los- en wat meer ziel toelaten, dat we afstanden verkleinen tussen hoofd en hart en harten onderling, en dat we (terug) meer familie worden.

– Steve Van Herreweghe –

Het is stil waar het niet waait’ … ‘alleen bomen komen elkaar nooit tegen’, hoor je wel eens zeggen. Klopt als een bus! Geen echt contact zonder wrijving, en na wrijving komt glans … soms … maar soms ook niet …

Het is één van de vele relatiemythen dat ‘een fantastische relatie steeds een vredige relatie is’. Intieme relaties zonder wrijving of conflict bestaan niet. Elke wrijving heeft echter een reden én een doel. De natuurkunde leert ons trouwens dat ‘wrijving’ kan leiden tot vormverandering en warmteproductie. Productie van nieuwe energie, warmte dus, zolang we maar niet oververhit geraken!

We zijn ‘hier’ finaal om te leren en te groeien als mens. Een dispuut, een ruzie, een conflict betekent dat er een diepere ontmoeting plaatsvindt tussen mensen. Door onwetendheid, angst en gewoontevorming kiezen we vaak voor ‘onaangepast ruziegedrag’: we vechten, vluchten of bevriezen en we halen de 4 onheilspellende ruiters op ons relationeel toneel. Heel zelden kiezen we voor een volwassen aanpak. Het doel van ‘wrijving’ is niet dat we winnen of verliezen of het gebeuren gaan ontkennen. Het doel is dat we bewuster worden van onszelf en evenwichtiger in relatie tot de ander kunnen functioneren.

In een intieme relatie verlangen we 3 essentiële zaken: (1) erkenning (2) invloed hebben en (3) geliefd worden. Een positieve, intieme, vruchtbare relatie is ook een onmiskenbare krachtbron om je vitaal en creatief in het leven te geven. ‘Respect’ is hierbij altijd het sleutelbegrip. Conflicten zijn vaak te herleiden tot een verwerping van of een onevenwicht tussen deze drie essentiële behoeften.

Bovendien vormen conflicten en ruzies vaak het topje van de ijsberg, verbergen ze veelal trauma’s uit vroegere intieme relaties, en verwijzen ze naar een fundamenteel gebrek aan eigenwaarde. Onthoud dat partners spiegels zijn van en voor elkaar, geen doelwitten! Juist dáárom is elke strijd, elk conflict een kans tot ver-zoen-ing met zichzelf en de ander.

Hieronder volgen een aantal ‘spelregels‘ indien er een ruzie of conflict is tussen partners:

1. Hou het ‘onder ons’

Ruzie is privé. Vermijd het betrekken van derden erbij, tenzij het om een deskundige gaat. Maak vooral ook geen ruzie in bijzijn van kinderen, dit kan voor ernstige emotionele schade zorgen en bovendien gaan ze ook dit voorbeeld volgen.

2. Blijf waardig

Hoogspanning zorgt voor heel wat averij. Emotionele uitbarstingen raken heel diep en missen altijd hun doel. “Ik meende het niet” is te laat. Bijt nog liever je tong af dan dat jij je impulsief stort in het gevecht. Blijf waardig jezelf, hou je hoofd koel en denk 10 maal na alvorens je gal spuugt.

3. Verschuif van solo-denken naar samen-denken

Veel conflicten zijn gebaseerd op misverstanden, jouw specifieke manier van denken over de situatie en het gedrag van je partner. Wees bereid om de ‘zes’ eens als ‘negen’ te bekijken en je partners visie te onderzoeken, misschien leer je nog iets?

4. Blijf bij de zaak

Wapen je niet met oude koeien, focus je op de situatie. Blijf dus bij de zaak en breid het onderwerp ook niet uit maar baken het af. Blijf bij ruzies bij de inhoud en verzorg de wijze waarop je communiceert. Vaak verschuift de ruzie naar ‘de manier waarop’ en dan wordt het complexer.

5. Beoefen meer zelfkritiek dan verwijtpolitiek

Vermijd “jij dit, jij dat”, dat verlengt en stookt het ‘gevecht’ alleen maar aan. Richt je naar binnen, onderzoek je eigen deel, proef de kritiek van je partner zonder deze uit te spuwen. Toegeven als je ongelijk hebt werkt bevrijdend. Het gaat minder om gelijk hebben, meer om gelukkig worden.

6. Speel de bal, niet de man

Wees heel zuinig met – vaak ten onrechte gebruikte – veralgemeningen zoals “altijd” en “nooit”. Een mug is geen olifant, blaas de situatie dus niet op. Focus je op de echte feiten. Als je partner ‘geen tijd heeft’, ‘koel’ of ‘koppig’ is hij / zij daarom nog geen ‘koppige ongevoelige egoïst(e)’

7. Opkomen voor jezelf is een keuze, niet altijd een vereiste

Jij hebt het recht om je gedachten, wensen en gevoelens te uiten. Onderdrukking hoeft niet. Jij bent wie je bent en jouw partner is wie die is. Water bij de wijn zorgt voor slecht water en slechte wijn. Echter, assertiviteit mag geen excuus zijn voor vechtlust, gematigdheid kan ook.

8. Weet waar de eindstreep ligt, hou de neuzen in dezelfde richting

De lont is dikwijls snel ontstoken. Stress, vermoeidheid en miscommunicatie liggen hierbij vaak aan de basis. Hoe intenser de ruzie, hoe dieper de wortels, hoe schadelijker het effect. Als je ruziet onthou vooral het doel ervan, maak van ruzie geen hobby, hou het kort en effectief.

9. Probeer eens de humor ervan te doorzien

Neus aan neus? Dan staat de gevechtsmodus op ‘aan’: adrenaline giert door je bloed, spieren gespannen, overleven de missie. STOP! Probeer de helikoptervisie: bekijk de situatie op denkbeeldige afstand, adem rustig, probeer eens een lach om jezelf. Humor ontspant, en verlicht.

10. Stel je grenzen en respecteer deze van de ander

Een ruzie, een relatieprobleem komt vaak neer op: 1. ‘te dicht bij’ of 2. ‘te ver van’ elkaar staan. De vaagheid der persoonlijke grenzen speelt hierbij een grote rol. Weten wat je wilt en wat niet, en dit consequent naleven is cruciaal. En, alleen als je ‘neen’ een ‘neen’ is, kan je ‘ja’ een ‘ja’ zijn.

11. Appelen zijn geen peren. De verschillen maken het boeiend

Net als jij is je partner een uniek individu met kwaliteiten én valkuilen. Sommige kenmerken zijn aantrekkelijk, andere ergerlijk, ook dit geldt in beide richtingen. Partners hebben veel gemeen, daarom zijn ze ook partners! Waardeer naast jullie overeenkomsten vooral ook jullie verschillen.

12. Eerst begrijpen dan begrepen worden

Wees de beste luisteraar! Gebruik de LSD-techniek (luisteren – samenvatten – doorvragen). “Bedoel je dat…?” “Begrijp ik het goed als je zegt…” zijn voorbeelden hiervan. Als je partner zich begrepen voelt verzacht dat vaak de spanning en het inspireert hem / haar ditzelfde te doen.

– Steve Van Herreweghe –

Een prominent professor uit het Westen ging langs bij een Zenmeester in het verre Oosten. Hij wou antwoord op het gegeven dat zijn studenten steeds minder naar zijn lessen kwamen. Terwijl de Zenmeester hem thee inschonk bleef de professor maar doorvertellen over de mogelijke oorzaken en de mogelijke antwoorden die Zen hem zou kunnen bieden. De Zenmeester schonk de kom vol tot aan de rand en bleef maar doorschenken. De professor merkte dat de kom plots overliep en kon zich niet langer beheersen. “Stop stop stop, de kom is helemaal vol, er kan niets meer bij!”, stamelde hij. “U bent net als deze kom”, antwoordde de meester kalm. “Hoe kan ik u Zen onderwijzen, als u niet eerst uw eigen kom leeg maakt?”

Echt luisteren, we doen het allemaal veel te weinig. De hoofden worden steeds voller, de contacten steeds holler. Voortdurend zijn we op de vlucht via de snelweg van onze gedachten, woorden en verlangens, naar het land van nergens. Net als een bende opgejaagde konijnen, de wortel van geluk in het vizier, ervan overtuigd dat zowel het pad als de bestemming voldoende gekend zijn en de ander zo snel mogelijk moet voorbijgestoken worden of ja zelfs best uit de weg wordt gekegeld. Alsof we in het intermenselijke ‘verkeer’ niets meer te leren of te ervaren hebben, en ook alles al weten. Het kan echter ‘verkeren’, zei Bredero. Ook in de openingscene van de inspirerende film Crash (2004) wordt dit sociaal fenomeen kernachtig geformuleerd :

“In L.A., nobody touches you. We’re always behind this metal and glass. I think we miss that touch so much, that we crash into each other, just so we can feel something.”

Wie neemt anno 2017 nog echt de tijd én de ruimte om werkelijk te verstillen en te luisteren? Wie is echt nog aanwezig bij en ontvankelijk voor het verhaal van die kleine of grote ander, de zorgzame partner, de energieke kids, die verzuurde collega, de vriendelijke postbode of kwieke buur? Maar vooral, wie heeft nog voeling met zichzelf? Wie luistert nog naar de diepe roerselen in diens eigen binnenkant, de soms chaotische en vaak onnavolgbare onderstroom? Wie neemt nu nog echt de tijd en de ruimte om te de prikkels te verwerken, deze te herkauwen, het vaak vertroebelde innerlijke water op te helderen? En wie neemt nu nog echt de tijd en de ruimte om ditzelfde proces ook bij de ander te zien, het te beluisteren en het toe te laten…?

Luisteren, hoe cliché ook, het is dé enige echte basis van verbinding, en we hebben het echt verleerd omdat we de voeling met de eigen innerlijke levensdraad ergens onderweg zijn kwijt geraakt en zodoende ook de bedrading met de ander hebben zien verzwakken of zelfs helemaal verloren. Vervreemding en isolement, en dit te midden van al die hunkering, drukte en overvloed. In luisteren schuilt ‘lui-ster’, ofwel in ‘luiheid’ de ‘ster’ (her)ontdekken, het licht dat verlicht aan de vaak verdonkerde binnenkanten des mensen, dieren en dingen.

Ik lui-ster, jij lui-stert, wij lui-ster(r)en.

Bedankt om te blijven luisteren!