Burn–out, het is anno 2019 wel een heel erg ‘brandend’ actueel thema geworden. Als dat geen contradictio in terminis is, dan weet ik het ook niet… Vergeef me a.u.b. de licht – ironische ondertoon, het is absoluut geen teken van enig ontluikend cynisme (wat nota bene één van de kernsymptomen van een ‘opgebrande status’ zou zijn).

In 2015 werd de maatschappelijke kost van burn-out geschat op € 6,4 miljard, een bedrag dat de totale kost aan werkloosheidsuitkeringen (€ 5,7 miljard) ruim oversteeg. Uit recente cijfers van RIZIV blijkt dat in 2017 8-15% (zo’n 28.000 werknemers!) van de werkende bevolking arbeidsongeschikt was door burn-out en dit voor een periode van enkele weken tot 6-8 maanden of langer.

Nieuwsberichten (november 2018) onthullen dat 1 op 4 Belgen op zondag lijdt aan ‘een slecht gevoel door het werk’, 1 op 10 zich er zelfs diep ongelukkig voelt, maar in 70% van de situaties men de werkomgeving niet verlaat. Bovendien riskeert 15-20% van de werkende bevolking doorheen de loopbaan ‘ooit’ een burn-out te krijgen.

Hoe kan je van dergelijke cijfers gelukkig worden? Er is iets fundamenteels fout, zoveel is zeker, en het ligt mijns inziens niet enkel aan de werkomgeving an sich.

Wijze beleidsmensen, leidinggevenden en het naar adem happend medewerkersgros erkennen steeds meer dat burn-out geen individueel of bij uitbreiding een teamfenomeen is, maar een organisatie- en sociaal-maatschappelijk symptoom is van een ‘steeds-meer-en-snellere-vooruitstuw-en-spuw-cultuur’.

Over wat hebben we het nu eigenlijk, feitelijk?

Met het oog op een goede definitie van burn-out heeft de Hoge Gezondheidsraad (september ’17) ervoor gekozen, zich te beperken tot burn-out in een professioneel kader. Burn-out werd gedefinieerd als:

de uitputting die het gevolg is van een (langdurig) gebrek aan reciprociteit tussen de investering en wat iemand ervoor terugkrijgt. Dat heeft een impact op de beheersing van de emoties en het cognitieve vermogen, wat op zijn beurt kan leiden tot een verandering in het gedrag en de attitudes (mentaal afstand nemen). Dit leidt dan weer tot een gevoel van professionele onbekwaamheid.”

Wat een definitie! Komt dus volgens deze definitie neer op een chronisch onevenwicht tussen wat je professioneel gegeven hebt en wat je ervoor in de plaats hebt gekregen. Voor velen een wellicht heel herkenbare zaak. Alleen leidt dit onevenwicht niet bij iedereen gaandeweg tot toenemende uitputting, verbittering en gevoel van ‘nog weinig te kunnen’. Er is dus meer aan de hand..

Burn-out is, net als stress (en bij uitbreiding vele psychiatrische stoornissen, check), een heel rekbaar containerbegrip. En containerbegrippen zijn m.i. als hedendaagse minirokjes: ze worden alsmaar breder, ze onthullen doorgaans wel iets interessant, maar als puntje bij paaltje komt verbergen ze veelal de diepte van de zaak. #droog

Het is dus stellig aan te raden om niet te snel zelf een diagnose in de mond te nemen en zich daarentegen te beroepen op één of meerdere deskundigen (arts, psychiater, psycholoog) aangezien er een klinisch differentiatieonderzoek moet gebeuren die bijv. uitsluit of het niet om een majeure depressie, persoonlijkheidsstoornis en neurologische (degeneratieve) aandoening gaat. De gelijkenis met depressieve symptomen bijvoorbeeld is frappant maar bij een depressie overheerst vaak (en kort door de bocht) ‘het niet meer willen’, terwijl bij een burn-out ‘het niet meer kunnen’ centraal staat.

Een collectieve (en triestige) neerwaartse spiraal

Werkgebonden stress en burn-out worden gezien als dé ziektes binnen het werkveld van de 21ste eeuw. Ook binnen de Vlaamse overheid worden we er dagelijks mee geconfronteerd. Sinds 1 september 2014 werd ook de welzijnswet gewijzigd waardoor werkgevers verplicht zijn om de nodige maatregelen te nemen om psychosociale risico’s – inclusief risico’s voor burn-out – te voorkomen.

We groeien ‘mijns inziens’ precies ook steeds meer (en tot groot jolijt van de farmaceutische, verzekering-, vorming-, coaching- en therapeutische industrie) meer naar een zgn. ‘burn-out samenleving’:

een weinig samenhangende en toenemende geïndividualiseerde en gefragmenteerde verzameling van overladen en overprikkelde automatische piloten, die (1) goochelen met multitasking, (2) hoofd- versus bijzaken nog moeilijk kunnen onderscheiden, en vooral, (3) die emotioneel vervreemden van zichzelf, buren, geliefden en anderen, en die (4) gulzig dopamine-verslaafd compenseren met medicatie, smartphone e.a. roesmiddelen, overvloedig consumeren, vluchten in absenteïsme, presenteïsme en met onbetrokkenheid als desastreus neveneffect.

In een tijdperk waarin de mogelijkheden en kansen quasi onbegrensd zijn is de biopsychosociale gezondheid bij eenieder ver zoek, net als het innerlijk levenskompas trouwens. Burn-out is in die zin een groeiend sociaal-maatschappelijk syndroom dat een collectieve verdwal/zing en vereenzaming maskeert. Het is m.a.w. te kortzichtig om dit gehypet fenomeen enkel binnen de contouren van jobcontext en -satisfactie te beschouwen.

Misschien moeten we – zoals Jean-Marie De Decker het strijdvaardig omschrijft meer gaan ‘bumperen’ ipv te ‘pamperen’, meer recht- dan kromveren, meer sociaal verdampen ipv verkrampen. Think about it. Een collectief gedoogde pamperpolitiek bestendigt quasi altijd de kleuterattitude. En de kleuters van nu zijn de ouders en leiders van straks. Straffere taal dus.

Het vuur brandende houden in burn-out tijden vraagt niet alleen diepe wortels en sterke vleugels maar ook het doorbreken van de klassieke paternalistische kijk op werk, die zorgt voor de instandhouding van afhankelijkheid en aangeleerde hulpeloosheid. Met de werkomgeving als herinnering aan de afwezige ouder. Waardering en motivatie dient finaal meer intrinsiek te groeien en minder van extrinsieke aard te blijven.

Deze “Sunday neurosis”, dixit Viktor Frankl is al heel oud. Lees zijn “Mens search for meaning”. Het is m.i. meer dan ooit tijd om naar een diepe cultuurwijziging te evolueren niet in de eerste plaats van de werkomgeving maar binnenin het individuele bewustzijn, ook al helpt het natuurlijk dat elke onderneming deze ‘shift’ ook doormaakt.

Met respect voor de complexe realiteit waarin we leven, de disharmonieuze toestand waarin we (kunnen) verkeren, en de lessen die ouderen en stervenden ons blijven influisteren weerhoud ik drie boodschappen voor eenieder (de werkenden maar ook niet-werkenden onder ons).

I. Wie te vaak naar vakantie verlangt leeft wellicht verkeerd

Leven van weekend naar weekend en van verlof naar verlof is om problemen vragen. Temeer omdat er slechts 52 weekends zijn die dan vaak ook opgaan in verplichte gezins- en familiale activiteiten. Bovendien zijn er gemiddeld 30-40 verlofdagen (als je voltijds werkt) die dan ook volgepropt worden om zo weinig mogelijk te ‘missen’.

We zijn gewoonteverslaafd en beseffen amper welke ballast we meezeulen. Zicht krijgen op jouw rugzak (de diverse lagen, de zwaarte én duur van irritaties, frustraties en aanslepende zorgen) en de herevaluatie naar zinvolheid en bruikbaarheid zijn daarom belangrijk in het verschuiven van de prioriteiten en de levensfocus. ‘Wat boeit me nu werkelijk (en wat niet), waar ga ik vooral van branden (en wat niet meer)?’, zijn dé vragen die echt om diepere confrontatie vragen.

Het meisje in de regen indachtig, de bottom line is deze: jouw leven is een geschenk, daarom is jouw beschikbare tijd als 100% vakantietijd te beschouwen, met focus op wat werkelijk telt, voor jou, en op wat jij wil doen met je tijd, je leven, je talenten en dromen. Verantwoordelijkheid is dus niet enkel het herhalen en kopiëren van anderen, maar vooral zelf- en eindigheidsbewust het vakantiegevoel aanhouden en cultiveren in alles wat je doet.

II. Het ligt niet allemaal aan jou (alleen)

Het burn-out fenomeen is een complex samenspel van interne en externe, bewuste (zichtbare) en onbewuste (onzichtbare), professionele én niet professionele factoren. De toestand van uitputting of het opgebrand zijn is slechts het topje van een slapende vulkaan en vaak het gevolg van een (chronisch sluimerend) proces van onevenwicht tussen wat we verdragen (hebben) en waar we werkelijk heen willen. Opvoeding, belangrijke (niet-verteerde) life-events, relaties kunnen daar dus ook een rol in spelen.

Er zijn dus niet enkel de persoonlijke maar ook de contextuele omstandigheden, binnen en buiten de werkomgeving. Die lakse niet-empathische leidinggevende, de zuurstofarme werkplek, de negatieve sfeer, de pesterijen, etc., daar verwijzen we ook meestal eerst naar, zeker als het over onszelf of dierbaren gaat. Als het echter gaat over vreemden of personen waar we minder sympathie voor voelen, is het meestal andere koek. In de psychologie noemen we dat een ‘attributiefout’ (één van de vele denkfouten) : de neiging om te vaak naar interne factoren te verwijzen ipv de externe ook in rekening te brengen (zeker bij anderen).

Kort samengevat. Er is de zeer herkenbare tendens van (1) met steeds minder, steeds meer te moeten verwerken, (2) de toenemende administratieve verplichtingen, (3) de collectieve online-modus, (4) de krimping van ons tijd-, ruimte- en ordegevoel, (5) het gemis aan helden… ‘Drukte’ is er – in de marge – trouwens niet enkel in onze agenda, maar ook op onze wegen, in het straatbeeld, er is de vergrijzing enz. We zijn met veel, veel teveel en we nemen elkaars tijd en ruimte in, gevraagd, maar ook vaak ongevraagd en ongepast. Wist je dat er wereldwijd dagelijks 200.000 mensen bijkomen?! In 2065 zouden er tien miljard mensen op aarde leven. Think again.

III. Je hebt wel degelijk meer invloed dan je denkt

‘Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden’, zei één van mijn cliënten ooit. Groeien uit de zwaarte van je leven naar meer lichtheid is een moeilijke weg, maar wel één die veel wijsheid baart.

Bij een toenemende ervaring van ‘opgebrand zijn’ daalt het gevoel van autonomie, zelfvertrouwen en verbondenheid. Hét sleutelbegrip hierbij is : ‘controle‘.

In tijden van teveel (dis)stress verdwijnt ons controle(gevoel) waardoor we ons absurd genoeg nog meer gaan inspannen om dat gevoel van ‘controle’ terug te verwerven. Een overprikkelde ‘sympaticus’ (de gaspedaal van ons autonoom zenuwstelsel) smacht in feite naar het omgekeerde maar geraakt niet uit ‘de ban’, tot de veer(kracht) breekt. Onderweg vertoont ons zorgzame lichaam wel al voldoende signalen (vermoeidheid, prikkelbaarheid, geheugenklachten, hartkloppingen, hoofdpijn, gedaalde frustratietolerantie, psychosomatische klachten, …) waar we vooral ‘ontkennend’, ‘minimaliserend’ op reageren. Men gaat maar door op hetzelfde elan want “ja maar” en “de plicht roept”… tot een toestand wordt bereikt waarbij het helemaal niet meer gaat.

Evolueren van een kwantitatief naar een kwalitatiever leven vraagt echter bezinning over je kleine en grote keuzes, de bouwstenen van je leven, grondig opruimwerk, een toekomstgerichte herplanning, en herwaardering van leegte, ruimte en stilte om creatief te kunnen herbeginnen. Ik verwijs hierbij verder naar de 9 voedzame take aways, het belang van pauzeren op minstens deze 3 domeinen en het ontwikkelen van een reisattitude in het leven.

Mijn vurig slot in een notendop:

“Keep your fire burning en leef nu, het is al veel later dan je denkt…”

– Steve Van Herreweghe –

Denken. We doen het met zijn allen. Soms te weinig, maar meestal teveel; soms wel juist, maar meestal onvoldoende ‘bewust’ en ‘gezond’.

In 2 instructies die je leven kunnen veranderen verwees ik reeds naar de ‘sporen’ die de 120k en 150k gedachten per dag nalaten, en hoe belangrijk het zorgzaam bewaken ervan is, net als de woorden trouwens die we dagelijks gebruiken.

‘De Denker’ van A. Rodin stelt Dante voor, zittend voor de poorten van de hel. Dante (1265-1321) beschreef in het driedelig gedicht ‘Divina Commedia’ een reis van de hel, door het vagevuur, naar het paradijs. Rodin bedacht een “Poort van de Hel’ naar het gedicht van Dante. ‘De Denker’ personifieerde het geweten van alle onrecht en gewelddadigheid, hij stond voor het menselijk tekort. Het beeld wordt ook wel ‘Le Poête’ genoemd omdat het eveneens de peinzende dichter Dante voorstelt.

Net als velen kan ook ik er mezelf in terug vinden. De weg doorheen het donker gaat nimmer zonder ‘je denken erover’ in vraag te stellen. En net als bij mij is het ook algemeen zo dat we te weinig ‘door’ hebben dat er in dat denkapparaat van ons soms fouten schuilen. Deze fouten zijn als geconditioneerde misleidingen in onze manier van redeneren, en ze treden vooral op voorbij de schermen van ons eigen weten en bewustzijn om. Anderzijds merken en benoemen we ze in de observaties van de ander wel vaak als eerste (op).

Denkfouten. 

Er zijn er heel wat. En ze stammen in de regel af van de vader der denkfouten: ‘oordeel’. Ik som even de voornaamste op: zwart-wit denken (“ik ben vóór iets of iemand, of er helemaal tegen”), veralgemenen (“alle mannen/vrouwen zijn onbetrouwbaar”), confirmeren (“zie je wel dat je altijd te laat komt”), attribueren (“die tegenslagen hebben met haar karakter te maken”), helderzien (“je denkt waarschijnlijk negatief over mij”), rampdenken (“het gaat nog maar eens fout aflopen met het project”), over/onderwaarderen (“die jongen kan nu eens alles/niets”).

De implicaties van deze denkfouten zijn niet gering, niet enkel omwille van het gegeven dat ze onder de radar van ons weten optreden en dat ze tezelfdertijd onze waarneming selectief sturen in de richting van bevestiging, maar vooral omdat ze ook pijn kunnen doen. 

Ik belicht er een drietal: overhaast concluderen, personaliseren en externaliseren, en hoe je het vooral anders kunt doen (op metacognitief en metacommunicatief vlak).

1.Te snel concluderen… (ofwel ‘jumping to conclusions’)

Het is menselijk, veel voorkomend en komt neer op het te snel en zonder het volledige plaatje te kennen overgaan tot conclusies. Deze (be)grijpreflex is een oeractiviteit van ons brein, met diepe wortels in het overlevingsinstinct. We willen controle over wat we niet kennen of hebben opdat we verder kunnen met .. overleven. Liever snel willen begrijpen en toedekken, dan het ongeduld van ‘niet-weten’ te trotseren en te wachten op het juiste en heldere plaatje, op het ontdekken dus.

Tijd en afstand nemen, pauzeren tussen denken en besluiten, het even open laten, vragen stellen, de antwoorden laten rijpen, checken i.p.v. vlug invullen (voor jezelf en een ander). Het zijn allemaal alternatieven die ons finaal (weliswaar niet meteen) rustiger, toegankelijker en zelfzekerder kunnen maken.

Leer bijvoorbeeld van de arend, die bij een storm – niet zoals alle andere vogels een schuilplaats zoeken – zich door de kracht van de wind omhoog laat stuwen, ver voorbij de wolken heen, en zodoende ook het overzicht bewaart i.p.v. zich door angst te laten misleiden. We noemen dit ook wel eens de helikopterview (zeker interessant bij ruzie of conflict)

Het is niet omdat je niet begrijpt wat er gebeurt dat dit in se een negatieve situatie hoeft te zijn. Soms is ook even niet krijgen wat je wilt het beste dat je dan in de gegeven omstandigheden kan overkomen, zo leerde bijvoorbeeld deze wijze boer ons.

2.Personaliseren.

Ook dit doen we met zijn allen. Komt neer op alles op jezelf betrekken of het persoonlijk nemen, hetgeen tot een ‘trek’ maar ook een manie of ziekte kan evolueren (zoals betrekkingswaan of paranoia).

De dingen buiten jezelf krijgen enkel waarde door de waarde die je er zelf aan geeft. Opmerkingen, kritiek, gedrag van anderen heeft altijd een zekere impact, zeker wanneer de inhoud of de persoon je nauw aan het hart ligt en het mogelijks ook oude wonden aanraakt.

Het is echter een kunst om je algehele zelfbeeld of -vertrouwen er niet door te laten leiden, en het als een momentum, een projectie of leerervaring te beschouwen. Je ruimte van kiezen ‘hoe het te zien’ te vergroten en alternatieve denkopties te creëren. Imperfectie is trouwens deel van ons ‘in proces’ zijn, en maant ons aan om de focus op persoonlijke progressie ipv sociale perfectie te richten.

Je bent noch de regen of de sneeuw die op je neerdaalt, noch de wind of de wolken, het onweer of de immer wisselende seizoenen. Je bent niets van dit alles.  “Denk en leef daarom wat meer als een zonnestraal”, een inzicht die ook veel cliënten-in-pijn heeft geholpen.

3. Externaliseren van stress- en geluksbronnen.

Eveneens een menselijke denkfout en misschien wel één van de hoofdoorzaken van chronische stress, aanhoudende zorgen-, conflict- en stemmingmakerij.

Het komt is essentie neer op het (on)bewust verantwoordelijk stellen van de buitenwereld (omgeving, anderen) voor je gevoel van (innerlijk) welbevinden. Want het is ‘dat rotweer’, ‘die rotjob’, ‘die vervelende partner’, ‘de jaloerse vriend’, of ‘die giftige schoonmoeder’, ‘de bekrompen politiek’, die mij somber, negatief en moedeloos maken en mijn gemoed vullen met frustratie (“waar we toch niks kunnen aan doen, toch?”).

Natuurlijk wel dat het d’office aangenamer vertoeven is onder een stralende zon, een heldere hemel, of in het gezelschap van lieve positieve mensenzielen. Natuurlijk ook dat een zuurstofrijke werkomgeving – waar het bruist van enthousiasme en vrolijke collega’s – beter ‘werkt’, of thuis en in sociale kringen waar warmte, begrip en ondersteuning rijkelijk vloeien, het bijzonder fijn is (ook al zijn er – weliswaar – mensen bij wie zelfs dat niet helpt).

Anderzijds weten we ook via bijv. de waarnemings-, de zelfdeterminatietheorie en de neurobiopsychologie dat…

wie (1) de eigen perceptie verzorgt, (2) het eigen denken bewuster stuurt in de richting van eigen waarden, dromen en doelen, (3) het eigen gevoelsleven onderzoekt, beschrijft, bespreekt, ontzuurt en creatief uitwerkt, (4) dagelijks inzet op activiteiten die de goedgevoelhormonen aanwakkeren (lachen, spelen, sporten, natuur, dieren, aanraking, …) en (5) assertief de eigen grenzen aangeeft, en deze moedig durft te verleggen

… die de eigen macht en invloed naar een verbeterd welbevinden ontwikkelt, en zodoende ook minder vervalt in het uit handen geven van voldoening, plezier en geluk.

Dit is echter geen evidente stap, de weg is vaak hobbelig en lang, maar het proces loont, en de resultaten volgen soms sneller dan verwacht.

Kortom en om mee te nemen

  • Check je denken op de oudheid van je automatische gedachten in een situatie
  • Vul niet te snel in voor jezelf, een ander of een mogelijke toekomst. Filter de denkfouten
  • Schakel flexibel in je denken: tussen (1) zo weinig mogelijk, (2) minder, (3) meer, (4) sneller en (5) trager
  • Onderzoek je eigen overtuigingen, traceer de wortels ervan, evalueer naar bruikbaarheid
  • Lees, studeer en test zoveel mogelijk alternatieve zienswijzen
  • Denk sneller dan je praat, denk met meer gevoel, en voel ook met meer verstand
  • Creëer innerlijke verhalen die vòòr je ipv tegen je werken

Succes!

– Steve Van Herreweghe –

We leven in ON-line tijden.

De PLAY-toets is quasi permanent ingedrukt, tussen REWIND of FORWARD wordt kwistig geswitcht, de STOP- en PAUZE-toets lijken wel weeskinderen die uit de aandacht en agenda zijn verbannen (tenzij het van moeten is, ziekte ons dwingt, of als vakantie nadert, hoe kort ook).

Onze mentale focus is hoofdzakelijk gericht op “straks, morgen, gisteren, vorig jaar, volgende week, volgend plan, de vorige en volgende vakantie,” onze actiemodus staat op “gaan, blijven gaan, niet stoppen, doorgaan, opgeven is voor watjes en stilstaan is achteruit gaan.”

Het momentum is niet langer, het ‘hier-en-nu’ lijkt slechts op een zomerkamp voor spirituele zonderlingen.

Alles blijft ook maar doordraaien, ook wij, en niet in het minst onze gedachtestroom, onze gewoontes en onze routines. Tijd om bij te tanken vinden we amper, vakanties en weekends zijn niet alleen wat druppels op een verhitte plaat, ze geraken steeds meer eivol. De levenskwaliteit verwordt tot ijdele hoop en burn-out loert om de hoek. Leegte, stilte, niksen, we hebben het ergens afgeleerd. Voelen doen we enkel nog als we ergens tegen aan botsen, of tegen iemand, of als we ziek zijn.

Lichaam, geest en ziel vormen een eenheid. Iets wordt ‘ziek’ als het ‘zoek’ is in die eenheid. Ziekte is een kans tot herstel van het natuurlijk evenwicht. Echter, je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden, zo leerden patiënten mij trouwens ‘onderweg’…

Vandaar een oproep om dagelijks – te midden van al je gedachten, je activiteiten en drukte – wat meer de ‘pauzetoets’ te gebruiken om zo meer te kunnen genieten en vooral bewust te leren worden van het moment. Om jezelf, je lichaam én ziel de kans te geven dat hoofd van je te kunnen blijven bijbenen. Om te kunnen voelen ook, en zo weer rustiger in (her)verbinding te komen met je omgeving, je dierbaren, jezelf vooral.

Pauzeren vòòr je moe wordt

Intenties alleen werken niet. En pauzeren als je al moe bent is in feite te laat. Elke dag je pauzemomenten vooruit plannen en ze consequent uitvoeren is het devies. Pauzeren vraagt immers geen tijd. Net als ademen. Het is een kwestie van bewuster ‘de tijd of adem’ in je op te nemen, te ervaren en los te laten.

Hoe?

  • Plan er dagelijks 3-5 per dag (kleintjes en grote). Start je dag wat vroeger en ga dus ook wat vroeger slapen. Meer tijd en ruimte om wakker te worden, te verfrissen, te ontbijten en dus ook ook je dag te plannen, zorgt voor een beter tijd- en ruimtegevoel.
  • Vertragen is ook een goede tussenweg. Trager eten en kauwen ook, en ’t liefst zittend eten en enkel je aandacht bij je eten houden.
  • Adem 10x per dag wat bewuster in en uit. Bij elk rood licht een paar x bewust in- en uitademen, eventueel via je buik.
  • Maak wat meer oogcontact en glimlach eens naar 2 vreemden die je die dag ontmoet.
  • Zet die notificaties op je smartphone enkele uren per dag uit of schakel de vliegmodus in.
  • Gebruik meer je zintuigen dan je denken: kijk naar vogels, ruik aan bloemen, proef nieuwe dingen, oefen met aanraking en knuffels.
  • Maak van pauzeren een nieuwe gewoonte. Elke dag pauzeren met je partner en kinderen, van Q-time een dagelijkse gewoonte maken bevordert de intimiteit en dus ook de gezondheid.
  • Ook op het werk je pauzes plannen en nemen, ook als je niet rookt, even 3-4 x per dag een prikkelarme omgeving opzoeken. Een powernap op een bankje nadien, even je lichaam scannen van je voetzolen tot aan je hoofdhuid en terug. Pauze vragen tijdens vergaderingen, tijdig naar toilet gaan, tijdig naar huis gaan, noteren wat je morgen zal doen, je werk niet meenemen naar huis.

Pauzeren vòòr je oordeelt

We moeten eerlijk zijn hierover. Oordelen is een favoriete bezigheid van overvolle, vaak gesloten en egogerichte geesten. In ‘the rush’ van ons leven is er steeds minder ruimte voor onbevangenheid, diepgang, beschouwing en bedachtzaamheid. Ons hoofd bulkt van de instant meningen, standpunten en de tong volgt snel, want de klok tikt nu eenmaal. Dieper nadenken, eens doorvoelen, eventueel een extra vraag stellen en zelfs het antwoord ook afwachten, het wordt steeds moeilijker. Jammer, maar helaas. Niemand die er in feite zelf van houdt en toch bezondigen we er ons aan, meerdere keren per dag: over het nieuws, andere weggebruikers, de politiek, onze collega’s, klanten, chef, over onze vrienden, partner(s), kinderen, en ja ook over onszelf. Oordelen is de vader der denkfouten, het werkt zeer destructief  en creëert verdeeldheid en isolement in de maatschappij en in al onze relaties.

En toch is het belangrijk in ons dagelijks leven en onze relaties, zowel privé als professioneel dat we meer mentaal beschikbaar zijn, meer ruimte hebben aan de binnenkant, meer ruimte maken voor anderen.

Hoe?

  • Bouw het veelpraten in gesprekken af. Hou het korter en meer to the point. In een gesprek hoeft niet steeds alle informatie van jou te komen. Zie ontmoetingen als kansen om bij te leren.
  • Stel je onmiddellijke mening wat langer uit, denk eerst goed na, empathiseer vooral, check bij de ander hoe die de situatie ziet.
  • Vermijd te snelle offensieve of defensieve reacties zoals “ja, maar” en laat je verrassen door de informatie van de ander. Wat als een ‘6’ voor jou is, is een ‘9’ voor de ander.
  • Ken je aannames en hou je vooroordelen in de gaten, want die zoeken steeds naar bevestiging. Echt luisteren is vanuit een lege mok, waar de info van de ander kan in geschonken worden. Stel gericht vragen, wees benieuwd naar het antwoord en luister tot de laatste noot sterft.
  • Enkele acroniemen die hierbij kunnen helpen. Gebruik wat meer NIVEA (niet invullen voor een ander). Oefen met sociale LSD (luisteren, samenvatten, doorvragen), en als je denkt denk dan BON (met bedachtzame, opbouwende en nuttige gedachten)

Pauzeren vòòr je kwaad reageert

“Ik hoor niet wat je zegt want wie je bent schreeuwt zo hard.” Persoonlijkheid overschaduwt vaak de boodschap, of anders gezegd boodschappen missen quasi altijd hun doel wanneer kwaadheid overheerst. Waarom? Het overlevingsmechanisme wordt namelijk bij de ander geactiveerd en de gekende stresscopingmechanismen schieten in gang: terugvechten, wegvluchten of zelfs bevriezen. En kwaadheid werkt besmettelijk natuurlijk, weinigen die de kunst verstaan van het doorbreken hiervan. En toch is het mogelijk.

Hoe?

  • Oefen op voorhand met je fantasie. Leef je in in spannende situaties, zie jezelf rustig en beheerst reageren, voel je zelfzeker en ervaar de fierheid nadien.
  • Focus op je ademhaling, adem in adem uit, en denk vooral “jij maakt mij niet boos, ik maak mezelf boos”. Boosheid volgt vaak op een snel innerlijk besluit dat je gemaakt hebt, zonder het totaalplaatje te kennen.
  • Als jij je opwindt, durf het ook te voelen, het kloppen van je hart, de gejaagdheid in je buik, en laat het de ander ook weten. Erken dus je gevoel en onderliggend verlangen. Blijf echter gefocust op het doel en zacht in de relatie.
  • Vermijdt zoveel mogelijk zinnen die beginnen met “jij”, “jij geeft me stress” of “jij windt me op”. Draai de rollen eens om, hoe voelt het als iemand jou viseert met “jij dit of jij dat?”
  • Visualiseer desnoods een grote plakker op je mond, draai je tong 10 maal, bijt op je tanden.
  • Benoem zintuiglijk de feiten met “ik merk, ik zie, ik hoor..”.
  • Vermijd veralgemening, blijf bij de zaak.
  • Verlaat even de ruimte, het gesprek of de activiteit.
  • Hanteer het ABC-tje van woedebeheersing

Veel pauzeplezier en succes!

– Steve Van Herreweghe –

Verhalen (blijven) inspireren.

Zeker in tijden van toenemende gejaagdheid (empathie)moeheid en ook wel ons verzwakt zingevingsvermogen.

Hieronder een mooi uit het leven gegrepen verhaal over de kracht van kinderlijke spontaneïteit en moed.

Het meisje in de regen

Een klein lief meisje stond onder een luifel.

Ze had net boodschappen gedaan in de supermarkt, met haar moeder. Ze zal ongeveer 6 jaar oud zijn geweest, dit prachtige roodharige sproetige beeld van onschuld. Het stortregende buiten. Je weet wel, dat soort regen dat goten en afvoerputjes doet overstromen, zo gehaast om de aarde te raken, dat het geen tijd had om de straal wat zachter te zetten.

We stonden allemaal onder deze luifel aan de ingang van de supermarkt. We wachtten, sommigen geduldig, anderen ‘geïrriteerd’, omdat de natuur hun haastige dag in de war had gegooid. Ik ben altijd wat dromerig als het regent. Ik verdwijn in het geluid en in het gezicht dat de hemel het vuil en het stof van de wereld afspoelt.

Herinneringen van ‘rennen en spetteren’ als een ‘kind’, zo zorgeloos spelen in je gedachten, als een welkome onderbreking van een voorbije dag met zorgen en stress… Haar stem was zo mooi toen het de hypnotische trance onderbrak waar we allemaal in gevangen zaten. ‘Mama, laten we door de regen gaan rennen’, zei ze. ‘Wat?’, vroeg mama.’Laten we door de regen gaan rennen!’, herhaalde ze. ‘Nee, lieverd. We wachten totdat het wat minder wordt’ antwoordde mama. Het kind wachtte nog een minuutje en herhaalde: ‘Mama, laten we door de regen gaan rennen.’ ‘We worden doornat als we dat doen,’ zei mama. ‘Nee, dat zullen we niet, mama. Dat is niet wat je zei vanmorgen’, zei het meisje terwijl ze aan haar mama’s arm trok. ‘Vanmorgen? Wanneer zei ik dat we door de regen konden rennen en niet nat zouden worden?’ Het meisje zei kalmpjes: ‘Weet je dat niet meer? Toen je met papa praatte over zijn kanker, toen zei je: ‘Als we hier samen doorheen komen, komen we door alles heen!’ Iedereen was opeens muisstil. Ik zweer dat je niets anders hoorde dan de regen. We stonden allemaal doodstil.

De volgende minuten kwam er niemand en ging er niemand weg. Mama dacht even na over wat ze zou antwoorden. Sommigen zouden het weglachen of haar voor gek uitmaken. Sommigen zouden zelfs negeren wat ze zei. Maar dit was een moment van affirmatie in een kinderleven. Een moment van onschuldig vertrouwen, dat wanneer het gevoed en verzorgd wordt, zal bloeien in geloof in de goede dingen en de hoop van het leven.’Lieverd, je hebt gelijk. Laten we door de regen rennen. Als het zo moet zijn dat men ons vanuit hierboven nat laat worden, nou, dan hadden we misschien juist een wasbeurt nodig,’ zei mama. Daar gingen ze. We stonden daar allemaal te kijken en te lachen, toen ze daar vooruit sprongen tussen de auto’s door, en jawel, door de plassen. Ze hielden hun boodschappentassen boven hun hoofd voor het geval dat. Ze werden doornat. Maar ze werden gevolgd door enkele anderen die schreeuwden en lachten als kinderen onderweg naar hun auto’s. En ja, ik ook. Ik rende en werd nat. Ik had ook een wasbeurt nodig.

Omstandigheden of mensen kunnen je geld, je materiële bezittingen en je gezondheid wegnemen. Maar niemand kan ooit je dierbare herinneringen wegnemen … Vergeet daarom niet om ‘tijd’ te maken en de gelegenheden te pakken om elke dag herinneringen te maken. Voor alles en voor elk doel onder de hemel is er een seizoen en een tijd.

– Steve Van Herreweghe –

Spijkers met gaten

Er was eens een jongen met zeer weinig zelfbeheersing. Zijn vader gaf hem een zak spijkers en zei tegen hem dat elke keer als hij zijn zelfbeheersing verloor, hij een spijker in de achterkant van de schutting moest slaan. De eerste dag sloeg de jongen 37 spijkers in de schutting. Over de volgende paar weken, toen hij leerde om zijn kwaadheid onder controle te krijgen, werd het aantal spijkers dat hij in de schutting sloeg geleidelijk aan minder. Hij zag in dat het gemakkelijker was om zijn zelfbeheersing niet te verliezen, dan al die spijkers in de schutting te slaan. Uiteindelijk, kwam de dag dat de jongen zijn zelfbeheersing niet meer verloor.

Hij vertelde dit aan zijn vader en zijn vader stelde voor dat de jongen nu voor elke dag dat hij zijn zelfbeheersing behield hij een spijker uit de schutting haalde.

De dagen gingen voorbij en de jonge man was eindelijk zover dat hij zijn vader kon vertellen dat alle spijkers waren verdwenen.

De vader nam de jongen bij de hand en ging met hem naar de schutting. Hij zei: “Je hebt het goed gedaan, mijn zoon, maar kijk nu eens naar al die gaten in de schutting. De schutting zal nooit meer hetzelfde zijn. Als je dingen zegt in woede, dan laten ze een litteken achter net als deze gaten. Je kunt iemand met een mes steken en het mes er weer uit trekken. Het maakt niet uit hoe vaak je zegt dat het je spijt, de wond zal er blijven.”

Woede, een universele emotie

Woede. We kennen het allemaal, net als het niet goed kunnen beheersen ervan.

Woede kent diverse gedaanten en is dus alomtegenwoordig. Het is een ongecontroleerde emotie die uit het niets kan tevoorschijn komen en vaak getriggerd wordt door een externe situatie of persoon.

Woede en agressiviteit zijn besmettelijk.  Ongeacht waar het zich afspeelt: in huis, in het verkeer, op het werk, op social media of in het wilde weg. Het heeft met spiegelneuronen te maken en het activeert onmiddellijk ons overlevingsmechanisme dat zetelt in het oude reptielenbrein: (terug)vechten of (weg)vluchten. Begrijpelijk dus dat wanneer het in ‘jouw veld’ te warm wordt door taal of gedrag van een verhitte ander, dat je dan zelf ook gaat gloeien. Het gloeien hoeft echter niet te betekenen dat je er naar moet handelen.

Woede is altijd 100% jouw emotie, de projectie ervan op de situatie, het afreageren op allerlei manieren 100% jouw verantwoordelijkheid.

Gelukkig maar. Want dit betekent dat jij wel degelijk 100% controle kunt ontwikkelen over deze destructieve en toxische energie.

Excuses en mythes

Je eigen woede beheersen. Het is één van de moeilijkste vaardigheden die je toch (!) kunt ontwikkelen.

Echter, heel vaak verschuilen we ons achter de volgende ‘klassieke’ excuses en mythes:

– “Ik ben nu eenmaal zo” => gedrag is als kledij, je kan het veranderen, yes you can!
– “O het was niet mijn bedoeling” => je intenties tellen niet wanneer je gedrag en het effect op een ander pijn doet, draai de rollen eens om.
– “Sorry” => de ‘sorry-plaat’ is er één die best niet teveel blijft hangen. Nadenken vooraleer je praat werkt beter dan excuses. Gif of gal spugen doe je beter in het toilet.

‘Maar hoe kan het dan anders?’

Het ABC-tje van woedebeheersing

Woedebeheersing vraagt inzicht en volwassen ‘ouderlijke’ regulering. Het is oefenen in emotioneel intelligent gedrag en dus leerbaar en coachbaar.

Stop met denken dat de ander, de situatie, je werk, de maatschappij verantwoordelijk is voor jouw innerlijke emoties. Het leven buiten je houdt je slechts een spiegel voor en daagt je uit na te denken over je eigen keuzes, je koers, je reactiepatronen, je demonen, je verleden en je toekomst.

Start met denken “jij maakt mij niet boos, ik maak mezelf boos.” Dit is echt een doorbraak van jewelste en vormt trouwens de basis van het boeddhistische zelfreguleringsprincipe.

Onderzoek je denkfouten en de wortels van je kwaadheid. Hoe intenser je woede, hoe ouder je pijn en hoe dieper je verdriet. Je zal merken dat niet de actuele situatie noch persoon aan de basis ligt, maar een langer en vaak vergeten verleden.

Experimenteer ook met de transformerende woededempers van pauze, kalmte, plezier en humor. Het cultiveren van deze dempers in je leven, je agenda, je hoofd, je activiteiten bevordert de kwaliteit in je werk, relaties en leven.

‘En wat bij moeilijke relationele situaties?’

Check bijvoorbeeld deze spelregels. Het ABC-tje kan hierbij ook helpen:

Afleiding

Jezelf of de ander afleiden van het object of subject van de woede.

Wees de lamp ipv de lont en schakel over naar een helikoptermodus, activeer daardoor de innerlijke beschouwer, stop met jezelf boos te maken, stop met reageren, verschuif je focus van onmacht naar waar je wel macht (over hebt), verlaat desnoods (even) de situatie, koel af, kijk weg, adem in adem uit, beschouw vanuit rust.

Blootstelling

Eens de temperatuur is gezakt – en de ander ook emotioneel ‘beschikbaar’ is – de situatie op tafel leggen en er volwassen naar kijken, het aanpakken. De confrontatie durven aangaan. Want conflictvermijding is alleen goed in de eerste fase.

Het is raadzaam de situatie of de persoon meer vanuit mededogen en begrip te benaderen, spreek uit wat je voelt en dat je de situatie of ander wil begrijpen, luister, luister nog meer (dan je praat).

Correctie

Dit betreft een ander gedrag tonen, het vragen of voorstellen. Het gaat om het herstellen van veiligheid en vertrouwen.

Benoem je eigen aandeel zonder ‘(ja) maar’, stel de ander de vraag hoe die zich voelt, wat die zou willen, waar de pijn zit, wat die nodig heeft en wat jij kan doen. Verwoord ook voor jezelf hetzelfde naar die ander. Geef je grenzen aan en luister naar deze van de ander. Oefenen met ‘als…dan…’. Schakel eventueel een mentor of bemiddelende derde in.

Onthoud vooral het volgende:

“Beschadigde mensen beschadigen mensen, tot een veranderde houding de verhouding verandert.”

Liefhebben is veel meer dan een werkwoord. Wees aub bij ‘verhitting’ wat meer de held en wat minder het slachtoffer.

En jawel, oefening baart kunst…!

Good luck!

– Steve Van Herreweghe –

Eerst innerlijk zien, dan geloven.

Het is een kleine nuance op wat we doorgaans aannemen. Vertrouwen op de goede afloop van een eigen project, het is niet aan iedereen gegeven. En toch is het leerbaar.

Herinner jij je nog die momenten toen je droomde over iets wat je wou, toen je verlangens nog embryonaal of prematuur waren? Of het nu gaat om de realisatie van je gezin, je kinderen, je professionele, recreatieve ea. projecten, het interieur van je woning, je kleerkast, enz. enz., alles maar dan ook alles wat in je leven zichtbaar is was ooit onzichtbaar voor je. Think about it. Dit inzicht, deze wetenschap is de hoofdsleutel in tijden van twijfel en onzekerheid.

Je visie en focus houden totdat het onzichtbare zichtbaar wordt, ondanks het ongeloof van anderen, de tegenstand, het soms eenzame gevoel, de vermoeidheid en verlies van moed onderweg, het is een werkelijke kunst, en iedereen kan er wel degelijk in groeien.

De groei van de Chinese bamboe

Rosh Hasjana – het Joods Nieuwjaar – naderde en een man vroeg zich af wat er het afgelopen jaar van zijn goede voornemens terecht was gekomen. Omdat hij niet veranderd was, voelde hij zich teleurgesteld. Weer was hij een jaar lang dezelfde persoon met precies dezelfde gebreken en precies dezelfde problemen gebleven. Hij begon zijn hoop te verliezen. Daarom ging hij naar zijn rabbi.

De rabbi vroeg hem: ‘Weet jij hoe lang de reusachtige Chinese bamboe erover doet om zo hoog als een boom te worden? Gedurende het eerste jaar krijgt het minuscule plantje water en mest en er gebeurt niets. Een heel jaar lang niet. Het jaar daarop gebeurt er nog steeds niets. En het jaar daarna ook niet. Net als het jaar daarna. Maar in het vijfde jaar schiet de bamboe de lucht in en groeit hij in 6 weken tot een plant van 25 meter.’ ‘Weet jij’, vroeg de rabbi, ‘Hoe lang de bamboe erover gedaan heeft om zo hoog te worden?’ ‘6 Weken’, antwoordde de man.

‘Nee’, zei de rabbi. ‘De bamboe heeft er 5 jaar over gedaan. Als de boer op een bepaald ogenblik in die 5 jaar ermee gestopt was om dat kleine plantje water en mest te geven, dan was het doodgegaan. Wat gebeurde er al die jaren? Onder de grond groeide een enorm netwerk van wortels dat het mogelijk maakte dat de bamboe zo snel kon groeien. Groei vereist geduld en volharding. Iedere druppel water zorgt voor een verschil. Elke stap zorgt voor een effect. Je ziet de verandering niet meteen, maar de groei is wel bezig. Door met toewijding en motivatie aan je doelen te werken, bereik je de ontplooiing waarnaar je streeft.’

Doorzetten kan je leren: aanvullende tips

– Vòòr je begint: “van intenties alleen gaat de kaars nooit branden”, schrijf je plan uit, visualiseer via een bord of collage, plan 3-5 startacties, informeer 4 mensen in je omgeving

– Vòòr je wat rendement haalt: “de traagst groeiende bomen produceren het beste fruit”, grote sprongen – zegt de verspringer – beginnen met kleine stappen, evalueer tijdig, waardeer je tocht, omarm een dipje, maar motiveer jezelf dagelijks

– Vòòr je luistert naar anderen: “je kan het niet” .. “het wordt moeilijk voor je”, zegt meer over de grenzen van anderen dan over de jouwe, spiegel je aan doorzetters, omring je met energieke mensen, sluit je regelmatiger af, ontwaar je innerlijke stem

– Vòòr je afhaakt: “herinner van waar je komt en waarom je er aan begonnen ben”, schakel een mentor in, laat het even rusten, kijk over de haag, zoek nieuwe bronnen

Zoek je een mentor? Stel je vraag

– Steve Van Herreweghe –

“Dit mens-zijn is een soort herberg. Elke ochtend weer nieuw bezoek. Een vreugde, een depressie, een benauwdheid, een flits van inzicht komt als een onverwachte gast. Verwelkom ze; ontvang ze allemaal. Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt, die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat. Behandel dan toch elke gast met eerbied. Misschien komt hij de boel ontruimen om plaats te maken voor extase. De donkere gedachte, schaamte, het venijn. Ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns en vraag ze om erbij te komen zitten. Wees blij met iedereen die langskomt. De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd om jou als raadgever te dienen.” (De Herberg, Rumi)

Jalāl ad-Dīn Muhammad Balkhī, ook bekend als Rumi, was een 13e-eeuwse Perzische dichter, jurist, theoloog en soefi-mysticus. Zijn gedichten zijn op grote schaal vertaald in veel van ’s werelds talen en omgezet in verschillende formaten.

Levensvragen, het zijn logge vragen, vragen die aandacht nodig hebben, vaak nog meer vragen doen rijzen, in plaats van antwoorden te baren.

Spreuken, quotes, aforismen, gedichten, muziek, film, kunst, ze vormen allemaal slechts humane en tijdelijke pogingen om het ondefinieerbare en eeuwige te beschouwen, dit niet zozeer in te kapselen, maar het te ontrafelen, te ontwaren, en het liefdevol te aaien.

Hieronder mijn poging om 8 kleine levenslessen te destilleren uit mijn favoriete lijst van Rumi’s mooiste citaten (bewust niet vertaald).

1. De grootsheid zit in jezelf: open jezelf en maak er gebruik van

Idealiseer niet te veel, noch te vaak en waardeer en bewonder steeds met mate. Kijk wat minder naar buiten, wat meer naar binnen, graaf naar en ontwaar je eigen schatten.

Rumi citeert:

“What is planted in each person’s soul will sprout.”
“The light which shines in the eye is really the light of the heart.”

“There is a fountain inside you. Don’t walk around with an empty bucket.”
“I smile like a flower not only with my lips but with my whole being.”

2. Grenzen zijn illusies: wees moedig en daag al je angsten uit

Beperkingen zijn vaak verouderde ideeën die tot verhalen leiden. Verhalen kunnen je hinderen, je gevangen nemen maar je ook verrijken. Kies bewust voor verhalen die jou uitdagen, jou inspireren, jou grenzen doen verleggen.

Rumi citeert:

“As you start to walk out on the way, the way appears.”
“Run from what’s comfortable. Forget safety. Live where you fear to live. Destroy your reputation. Be notorious.”
“It’s easy to stand with the crowd, but it takes courage to stand alone.”
“Don’t be satisfied with stories, how things have gone with others. Unfold your own myth.”

3. Pijn is een leraar in vermomming: omarm je tegenslagen

Zeg ja tegen pijn, het verzacht het lijden. Verzet, hoe menselijk ook, is de duivel van aanvaarding. In het huis van tegenslag schuilen mooie kamers, ontdek ze met moedige nieuwsgierigheid.

Rumi citeert:

“The wound is the place where the light enters you.”
“Don’t worry that your life is turning upside down. How do you know that the side you are used to is better than the one to come?”
“If you are irritated by every rub, how will you be polished?”
“You have to keep breaking your heart until it opens.”
“The moment you accept what troubles you’ve been given, the door will open.”

4. De waarheid woont binnenin: sluit je ogen, maak een innerlijke zoektocht

Waarheden zijn er overal, kleine, grote, oude en nieuwe. Ze bestaan in allerlei talen en vormen. Maar, ze zijn altijd relatief en nooit absoluut. Je bezit – net als elke mens –  een unieke oorsprong, bestemming, talentenpakket en ontwikkelplan. Ontdek en doorleef je eigen waarheid.

Rumi citeert:

“Your task is not to seek for love, but merely to seek and find all the barriers within yourself that you have built against it.”
“When the world pushes you to your knees, you are in the perfect position to pray.”
“Everything you see has its roots in the unseen world. The forms may change, yet the essence remains the same.”
“I am not this hair. I am not this skin. I am the soul that lives within.”

5. Je bent en hebt al wat je zoekt: wees gelukzaligheid en accepteer de wereld als je spiegel

Willen wat je hebt is even essentieel als streven naar wat je nog niet hebt. Er is voor alles een tijd en een rijping. Vergeet niet te genieten onderweg, het is altijd later dan je denkt.

Rumi citeert:

“Wear gratitude like a cloak and it will feed every corner of your life.”
“What matters is how quickly you do what your soul directs.”
“What you seek, is seeking you.”

6. Liefde overwint alles: verander je verhalen, verander ze in liefdesverhalen

Van alle zoetheden is de liefde is het allerzoetst. Proef, geniet en waardeer, maar geraak er niet aan verslaafd. Gebruik haar tevens als middel bij teveel zuur en bitter in je leven.

Rumi citeert:

“Love is the bridge between you and everything.”
“Be foolishly in love, because love is all there is.”
“There is no way into presence except through a love exchange.”
“I belong to no religion. My religion is love. Every heart is my temple.”
“Love risks everything and asks for nothing.”

7. Stilte is het eeuwige goud: luister meer, luister dieper en luister langer

Geluid is er overal, stilte ook, voor wie wilt en durft te verstillen. In het hart van stilte woont wijsheid omringd door de ribbenkast van weerstand. Heb geen schrik van interne ruis, finetuning is een langzaam leer- en groeiproces.

Rumi citeert:

“The quieter you become, the more you are able to hear.”
“Silence is an ocean, speech is a river. Silence is the language of God, all else is poor translation”

“Carry your baggage towards silence , when you seek the signs of the way.”
“Love calls – everywhere and always.”

8. We zijn allemaal verbonden: oefen in mededogen en dienstbaarheid

Waarneming is bedrieglijk, scheiding een illusie. Er is het bekende en het onbekende. Mensen zijn net als eilanden in de oceaan, aan de oppervlakte gescheiden maar in de diepte verbonden. En wie zichzelf werkelijk liefheeft omarmt tegelijkertijd de wereld.

Rumi citeert:

“Goodbyes are only for those who love with their eyes. Because for those who love with heart and soul there is no such thing as separation.”
“Not the ones speaking the same language, but the ones sharing the same feeling understand each other.”
“You are not a drop in the ocean. You are the entire ocean, in a drop.”

“If you wish mercy, show mercy to the weak.”

– Steve Van Herreweghe –

#30dagenzonderklagen.

Het mogen er ook 30.000 zijn, wat mij betreft. Let op, een klaag- of roddelkwartiertje kan wel eens deugd doen, zeker wanneer we er bewust van zijn, zuur verdient dan ook een plaats, zoals kiwi in een fruitmand, of citroen op een glas cola of in het vispannetje, maar het hoeft niet de hele mand in beslag te nemen, noch het gerecht of de sfeer te overheersen.

Bewuste mensen weten dat tegenslag, verlies, omwentelingen net als eb en vloed, de seizoenen, en de vele biopsychoemotionele cycli deel uitmaken van de stroom des levens. Zij vertrekken vanuit een interne locus of control en winnen aan energie en macht door een proactieve attitude.

Onbewuste mensen zien de buitenwereld als gescheiden van zichzelf en vervallen in klaagzangen, waarnemings-, attributie- en andere denkfouten. Zij vertrekken vanuit een externe locus of control en verliezen vaak aan energie en macht door een reactieve attitude.

Groeien in bewustzijn kan, maar het vraagt bijzonder veel moed, kritische introspectie, onderscheidingsvermogen, verantwoordelijkheidszin en assertief-empathische communicatie.

Aan de basis van ons wereld- en werkelijkheidsbeeld, ligt vaak ons zelfbeeld, en dit wordt grotendeels opgebouwd door onze interne en externe dialoogvoeringen vanuit een ver verleden tot in het hier-en-nu-en-later.

Vandaar een bijzondere aandacht voor deze 2 boodschappen die echt het verschil kunnen maken op weg naar een (nog) bewuster en milder leven:

1. Draag zorg voor je gedachten wanneer je alleen bent

Volgens het Standford Research Institute (Washington, VS) denkt een gemiddeld mens zo’n 120.000 gedachten per dag, een stijging van 70.000 ten opzichte van 15 jaar geleden, toen men het onderzoek begon. Een groot deel hiervan is niet effectief en zelfs belemmerend voor ons functioneren. Het zijn de zogenaamde nutteloze gedachten als ‘wat denkt hij van mij, ik ben niet goed genoeg, waarom dit nu weer’, enz. Bovendien weten we dankzij de neuro- en biopsychomedische wetenschappen dat ‘elke gedachte die we opvangen of produceren bepaalde ‘neurochemische sporen’ nalaat in het lichaam en dat die ‘sporen’ dieper gaan wanneer we dergelijke ‘loops’ blijven herhalen (bijv. bij overmatig piekeren). In een wereld waarin individueel en collectief mentale overbelasting overheerst is het steeds moeilijker geworden om het overzicht te bewaren, controle te ervaren en ons innerlijk echt ‘vrij’ te voelen.

Het is m.a.w. niet langer een kwestie van ‘hoe gedachten mij met rust moeten laten maar veeleer hoe ik mijn gedachten met rust moet leren laten’. Toegepaste zachtheid naar binnen als mentale zorgoefening. Want gedachten zijn als voorbijtrekkende wolken: nu eens traag, dan weer snel, soms licht of zwaar en bij tijden ook heel donker, maar altijd, altijd trekken ze voorbij, tenminste als we ze ook zo beschouwen. Jij hoeft je er niet aan vast te klampen, noch erdoor te laten meevoeren of ze als ‘waar’ te beschouwen, is de boodschap. En oefening baart kunst. “Er is de gedachte aan …” uitspreken kan helpen om er afstand van te nemen en met “brengt deze gedachte me dichter of verder bij mijn doel?” als bijkomende hulpvraag.

2. Draag zorg voor je woorden wanneer je met anderen bent

Woorden kunnen goden maken, maar ook duivels kraken. En je maakt jezelf ook nooit witter door een ander zwart te maken. Onbegrip en negatieve projectie vormen vaak de motor van conflict en gevecht, met chronische stress en angst als olie, onwetendheid als sleutel en met toenemende emotionele afstand, ziekte en weerstandsdaling als onverbiddelijk resultaat. En dit terwijl we met zijn allen hetzelfde nastreven: ons erkend, begrepen en geliefd voelen. Ik las ooit dat “één goed woord wel voor drie winters warmte kan voorzien, terwijl één kwaad woord voor zes maanden vorst zorgt.” Mooie en treffende beeldspraak. Nadenken alvorens we ‘schieten’ dus, want tijd om een woord toe te voegen is er wel, tijd om er één terug te nemen niet. En bovendien hebben mensen al – diep verscholen – schotwonden genoeg…

Alleen inkeer en bewustwording van je diepere kern en(on)zichtbare verbondenheid met alles en iedereen rondom kan soelaas en verlichting bieden. De echt gelukkigen onder ons gebruiken de ander als spiegel en niet langer als doel(wit). Toegepaste zachtheid naar buiten als sociale zorgoefening. Want de echt gelukkigen onder ons stellen veeleer grenzen i.p.v. deze bij anderen te overschrijden. Denk daarom ook steeds sneller dan je praat en zeef je woorden vooral heel secuur alvorens je ze verzendt : “zijn ze wel bon?” (bedachtzaam, opbouwend en nuttig).

Succes!

– Steve Van Herreweghe –

“Wie teveel naar vakantie verlangt, leeft verkeerd.”

Als doordenker kan dit wel tellen, niet? Het klopt ook, in waarheid en hopelijk ons ook (een beetje) meer wakker. Wakker waaruit dan? Uit het “doen,doen,doen” en “moeten, moeten, moeten” – deuntje waarmee we onszelf en anderen blijven opjagen en zelfs irriteren, tot het deuntje zelfs uitmondt in een doffe cynische klaagzang. Moderne voorbode van burn-out, empathie-, levens- e.a. moeheden.

We lijken wel duracellkippen geworden, met onze AAA – batterijen ontzettend in het rood: in Ademnood hijgend, zuchtend – vol van kleine en grotere Angsten – en steeds Agressiever in woord en (over)daad, opgejaagd door vreemde agenda’s, rennend naar (n)ergens, en troost zoekend in gezonde en minder gezonde afrodisiaca.  En dit i.p.v. gezond en wel het groen in: de stroom des levens Accepterend – er zich wijs aan Adapterend – en met correct assertieve Acties er doorheen groeiend.

Wel, hoe tevreden ben jij eigenlijk? Ja jij! En neen, niet enkel over je werk, maar over jezelf, je relaties, je ontwikkeling? Check eens – als je wilt en tijd hebt – via deze quick scan hoe het met je globale tevredenheid, je prioriteiten en aandachtspunten op diverse levensdomeinen is gesteld.

De kom van je leven

Op een dag werd een oude professor gevraagd een lezing te geven over efficiënt tijdsbeheer. Hij nam het woord en zei: ‘Laten we beginnen met een experiment’. Hij haalde een aardewerken pot onder de tafel vandaag en zette die voorzichtig voor zich neer. Daarna nam hij een twaalftal grote stenen die hij voorzichtig in de pot legde. Toen deze gevuld was, richtte hij zijn blik langzaam naar zijn publiek en vroeg: ‘Is deze pot vol?’. Deze vraag werd unaniem met ‘ja’ beantwoord. De professor bukte zich opnieuw en nam een pot met kiezelsteentjes. Minutieus goot hij ze over de stenen. De kiezeltjes vielen tussen de stenen tot op de bodem van de pot. Opnieuw vroeg de professor: ‘Is deze pot vol?’. Zijn toehoorders begrepen zijn opzet en één van hen antwoordde: ‘Waarschijnlijk niet…’. Daarop haalde de professor onder de tafel een zakje met zand vandaan, dat hij aandachtig in de grote pot leeggoot. Het zand vulde de plaats tussen de grote stenen en de kiezelsteentjes. Wederom vroeg de professor: ‘Is deze pot vol?’. Ditmaal schudde zijn publiek eensgezind het hoofd. ‘Goed’, zei de professor, en alsof iedereen het verwachtte, nam hij een kannetje water en vulde de pot tot de rand en vroeg: ‘Welke grote waarheid laat dit experiment ons zien?’. De moedigste antwoordde: ‘Het laat zien dat onze agenda nooit zo gevuld is als we wel denken en dat er, als we het echt willen, nog altijd wel wat tijd is voor meer afspraken en meer activiteiten’. ‘Nee’, zei de professor, ‘daar gaat het niet om … de grote waarheid die in dit experiment schuilt, is de volgende: als je niet eerst de grote stenen in de pot doet, krijg je ze er achteraf nooit meer in’. ‘Wat zijn jouw grote stenen in jouw leven: je familie,  je vrienden, je dromen, gezondheid? Als we meer belang hechten aan de futiliteiten zoals het zand en de kiezelsteentjes, zullen ze alle plaats in beslag nemen en blijft er geen tijd meer over voor de belangrijkste dingen in het leven. Daarom mag je niet vergeten jezelf de vraag te stellen wat de grote stenen van je leven zijn, om ze vervolgens in de pot te leggen’.

Het is een heel herkenbaar menselijk fenomeen dat we pas echt grondig in actie schieten wanneer we vaak al ‘te ver’ in de alarmfase vertoeven. Uitstelgedrag, het is des mensen. Wachten tot het begin van een nieuw jaar om de goede voornemens (terug) uit de diepvries te halen is in feite totaal ineffectief als strategie. Wachten op ziekte hoeft al evenmin. Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden, schreef een wijze ooit. Een regelmatige en dus structurele reflectie (dagelijks, wekelijks, maandelijks) daarentegen werkt veel constructiever.

De Australische palliatieve verpleegkundige Bronnie Ware verzorgt mensen op hun sterfbed. Zij schreef het boek ‘The Top Five Regrets of the Dying’. Deze vijf punten sluiten naadloos aan bij het carpe diem en het memento mori beginsel en niet in het minst Abraham Lincolns wake – up quote dat “op het einde niet zozeer de hoeveelheid jaren in je leven tellen maar eerder de hoeveelheid leven in je jaren.”

Enkele ‘take – away’ BOODSCHAPPEN (inclusief oefening) vanuit het experiment :

1. Krijg zicht op JOUW bokaal

Evolueren of veranderen vertrekt steeds vanuit een confrontatie met de realiteit, jouw realiteit. En dit kan je zelf in kaart brengen door te inventariseren waar jij al je kostbare tijd aan spendeert. Hoe ziet jouw feitelijke agenda er vandaag werkelijk uit? Uit welke ingrediënten bestaat deze? Zit er een goede spreiding in werk, privé, sociaal? Ben je gelukkig met de gang van zaken? Is er evenwicht tussen diverse domeinen (professioneel, relationeel, hobby, familie, cultuur)? Hanteer jij wel de wetenschappelijke 8 (u werk)/8 (u privé)/8 (u slaap) gezondheidsregel?

Oefening : zet je neer en noteer eens alles wat je doet van maandag – zondagavond, dit is jouw bokaal, het is tevens de vertaling van jouw prioriteiten, focus en (actueel) leven. Maak vervolgens je TO DON’T lijst eens op. Check nadien ook de vuistregels omtrent intelligent tijdsbeheer.

2. Bezinnen over je grote stenen

Heb jij zicht op je waardenschaal, jouw bucket list? Waar droom(de) jij van als kind, als tiener, als (jong)volwassene? Heb je het gevoel dat je reële agenda dicht en heel ver van je droomagenda ligt? Waar zou jij (later) spijt over hebben nooit te hebben ondernomen, gedaan, gedurfd? Wat zou ‘je toekomstige zelf’ jou adviseren? Wat als je nog 1 jaar te leven zou hebben, wat zou je dan (niet meer) doen? Wat zou je doen wetende nooit te kunnen falen? (her)Opbouw van eigenwaarde is een dagelijkse oefening, begin vandaag nog!

Oefening : maak een collage (‘moodbord’, ‘mindmap’), met in het hart jezelf en er omheen alles waar je van houdt / hield en waar je heen wenst. Proactief visualiseren begint met een inspirerend design, dat weten we van architecten. Tip : gebruik wat meer Pinterest.

3. Erover praten met anderen

Reflectie is 1 ding, het allemaal helder krijgen iets anders. ‘Praten helpt’ zo luidt het cliché, en het blijft een waarheid als een koe. Niet alleen wanneer je vastzit of jij je down voelt of zelfs helemaal het noorden kwijt. Ook om zicht te krijgen op je waardenschaal, je diepere wensen en doelen kunnen gesprekken met anderen helpen. Een goede mix van vertrouwde – neutrale en deskundige ‘anderen’ werkt nog het best. Durf hen te betrekken, tijd en steun te vragen jou om je te helpen bij de uitklaring van je diepere waarden. En als praten nog niet goed lukt, begin dan met schrijven, kleine stukjes, langere, het liefst regelmatig (15min / dag). Schrijven (‘journaling’) is trouwens een heel gezonde zelfs therapeutische start om taal te geven aan wat onduidelijk of vaag is (ook bij bij conflict en ruzie)

Oefening : werk aan een lijstje van 5-10 mensen die jou zouden kunnen helpen in je verdere onderzoek naar jezelf. Dit kunnen mensen uit je kring maar ook (en het liefst) buiten je kring zijn. Doelgerichte netwerking verhoogt je zelfsturing en veerkracht. Stuur hen een mail / smsje, of beter nog : bel hen, nu!

4. Je identiteit niet verloochenen

Leef jij je eigen leven of voel jij je eerder geleefd worden? Blijf je eerder steken in het verleden van ‘hoe (goed) het vroeger was’ of klamp je vast aan ‘hoe het zou kunnen zijn’ – fantasieën, of heb je zelfs reeds die best case scenario’s opgeborgen? Veel levenswetenschappers maken in hun betogen, boeken ea media gewag van het belang van authentiek in het leven staan als basis van dieper geluk en voldoening. Voeling krijgen met wat werkelijk telt voor jou. Want wie zich beter wil voelen, dient ook het voelen te verbeteren. Tijd, ruimte en orde scheppen voor jezelf, het kan zelfs starten met 5-10 min / dag. Lang leve de reisattitude want je werkagenda moet in je levensvalies kunnen passen, nooit omgekeerd!

Oefening : denk eens na en schrijf neer wat je zou doen mocht je slechts nog 1 jaar te leven hebben. Wat zou je minder doen, wat meer, waarmee zou je stoppen, wie zou je opzoeken, met wie zou je breken, waar zou je heen willen gaan, welke oude dromen zou je van onder het stof halen, enz. En giet dit in een persoonlijke wensenkaart.

5. Van reactief naar proactief

Veel mensen ervaren hun werk, relaties en leven als ‘reageren op de omstandigheden die hen overkomen’, of ‘brandjes blussen’, of ‘dweilen met de kraan open’. Het kan zorgen voor een daling in het controlegevoel en je mate van eigenaarschap doen afzwakken. Investeren in jezelf, je doelen, je dromen vraagt spontane en gerichte actie én dus zelfvertrouwen. Maar zelfvertrouwen groeit ook door spontane en gerichte actie. Faalangst, drempelvrees, verlegenheid, het heeft altijd betrekking met en zit vastgeroest in verhalen uit het verleden, verhalen die we zelf blijven herhalen. Om deze vervelende cirkel te doorbreken vormen creatieve fantasie en gepast assertief gedrag dé sleutel. Nieuwe verhalen creëren aan de binnenkant schept de basis voor best case scenario’s aan de buitenkant. Niemand, hoe lief, goed, deskundig ook kan je over de brug helpen naar meer zelfvertrouwen indien jijzelf niet aan die nieuwe verhalen gaat werken. Of jij nu gelooft of niet gelooft dat het kan, je hebt altijd gelijk.

Oefening :  Verdeel een A4-tje in ligstand in 5 kolommen. Uiterst links plaats je jouw frustraties. Daarnaast wat je in de plaats zou willen (wensen – doelen). Rechts ervan maak je een kolom met als titel “Ja, maar” (jouw ‘verhalen’). Rechts in de 4de kolom bedenk je een alternatieve gedachte. Uiterst rechts : “to do (+timing)”

6. Streven naar progressie ipv perfectie

Uit diverse studies blijkt een sterk verband tussen perfectionisme en (verhoogde kans op bijv.) burn – out. Perfectionisme kan motiverend maar ook verlammend en destructief werken, dit hangt af van de totale persoonlijkheidsstructuur en de effectieve graad van perfectionisme. Perfectionisten hebben een ingebakken voorkeur voor wat ontbreekt, wat nog niet af is, goed is en vertrekken vaak vanuit een te enge focus. Het is echter beter je scope te verbreden via de vragen (1) van waar kom ik (2) waar wil ik werkelijk heen en van je dromen doelstellingen maken door ze in een plan te gieten en deze te voorzien van haalbare stappen maar ook wel uitdagende deadlines. Vermijd hierbij teveel vergelijken en angstig vooruitzien en laat ‘beter worden dan wie ik gisteren was’ voortaan je motto worden.

Oefening : Lees meer autobiografieën. Lees meer tout court. Plan een 5-10 tal / boeken jaar. Suggesties : Leef voor jezelf (Ph. Mc Graw), Hoe overleef ik mijn familie (J. Cleese), Macht der gewoonte (J. Duhigg), Denken als Da Vinci (M. Gelb). Tip: maak je lijstje en recensies op via Goodreads

7. Grenzen kennen, stellen en bewaken

Verwijzend naar het homeostatisch principe is het van belang om je (biopsychosociaal en professioneel) evenwicht niet alleen te behouden maar het ook proactief te scheppen : leren doseren dus tussen moeten én willen, tussen geven én vragen, tussen activiteit én intimiteit.

Een dag bestaat finaal slechts uit 24u en deze deel je best structureel in volgens het 8/8/8 – principe. Plannen doe je best elke dag. Rust in bouwen (4x15min) is een dagelijkse maar ook wekelijkse must (4u). Verplichte bezoeken aan ouders, familie herbekijk je best, er zijn maar 52 weekends in een jaar! Kwaliteit der contact is belangrijker dan de kwantiteit. Sommige zaken moeten nu eenmaal gebeuren, da’s waar, doe het dan wel met enthousiasme, voeg meer willen toe aan het moeten, maar ook meer moeten aan het willen. Vergeet ook niet echt contact te (blijven) maken met je geliefden (op een dagelijkse basis) en als je iets nodig hebt of graag zou willen, verwacht het niet maar vraag!

Oefening : inventariseer eens je versterkende en verzwakkende relaties met anderen en zet er naast hoeveel tijd je er telkens aan besteedt. Check ook Pauzeren kan je leren en print de infografiek Relaxeren vanuit je 5 zintuigen af

8. Ongemak als voorbode van groei

Ongemak, stress, verandering, niemand die er echt van houdt. De geneeskunde ook niet. Leren omgaan met pijn is een vaardigheid die van pas komt bij nieuwe moeilijkheden en tegenslagen. Dit wordt vaak vergeten terwijl het net heel normaal – natuurlijk is gezien wij ‘voortdurende in ontwikkeling zijnde wezens’ zijn. Via onderstaand filmpje wordt verduidelijkt wat we van kreeften kunnen leren over stress, weerstand tegen verandering en groei.

Oefening : 4xG. ga eens terug in je persoonlijke geschiedenis en lijst je dieptepunten links chronologisch op een blad (Gebeurtenis). Zet vervolgens in een kolom ernaast hoe jij ermee bent om gegaan (Gedrag) en in de derde kolom wat het Gevolg hierbij was, hoe ben je er uit gekomen, wie is in je leven gekomen, wie verdwenen, wat is er veranderd? In de laatste kolom schrijf je uit wat je liever had gehad dat gebeurde (Gewenst).

9. Schakel een mentor in

“Alleen jij kan het, maar je kan het nooit alleen”, zo luidt de centrale gedachte in een bekende organisatie voor verslavingszorg. Verslaafd zijn we ergens allemaal, aan kleine en grotere zaken. Gewoontes doorbreken vraagt enorm veel moed, wilskracht en .. helpers onderweg! Je kan veel alleen maar je hebt hulp nodig en hulp inschakelen getuigt van bijzonder veel moed, lef en proactieve intelligentie!

Succes gewenst!

Mentor nodig? Welkom!

– Steve Van Herreweghe –

“Love Is All We Need”

En toch slagen we er vaak niet in om deze diepmenselijke behoefte te erkennen bij onszelf en bij onze dierbaren..

Waar we wel in slagen zijn ‘spelletjes spelen’ om verbondenheid manipulatief en soms destructief af te dwingen.

Het is één van de vele relatiemythes dat ruzie maken nodig is om een stevige relatie uit te bouwen. Niets is minder waar. Diverse vormen van ruzie laten zonder pardon onuitwisbare sporen na en knagen aan de binnenkant, en dus ook buitenkant van elke relatie. Het moet dus echt veel korter en gerichter (zie ook andere spelregels) en het liefst zo weinig mogelijk.

Onze noden versus ons hechtingsalarm

De behoefte aan verbondenheid is een fundamentele menselijke behoefte en na de ouders in de kindertijd en onze peers onderweg zijn het vooral de partner(s) en kinderen bij wie we deze behoefte hopen ingevuld te zien. Wanneer we deze verbondenheid met hen dreigen te verliezen ontstaat er hechtingspaniek, slaat ons hechtingsalarm aan, maar drukken we dit – vaak onwetend en compulsief – en dus allesbehalve op de juiste manier uit.

De Amerikaanse professor J. Gottman – die wordt beschouwd als de Einstein van de liefde – bracht naast zijn wetenschappelijke inzichten omtrent oa ‘hoe de quality-time tussen geliefden te verhogen’ (zie de magische 5 uur). ook de metafoor van de ‘Vier ruiters van de Apocalyps’ (verwijzend naar het Oude Testament, in casu de Openbaringen van Johannes: de 4 ruiters die een ‘rampspoed’ aankondigen).

Deze staan bij Gottman voor de 4 negatieve communicatievormen die in een intieme relatie zoveel schade kunnen aanrichten dat deze krachtige voorspellers kunnen zijn van relationeel falen en dus scheiding. Uit zijn wetenschappelijke observatiestudies blijkt dat 95% van de koppels gaat scheiden indien deze ‘ruiters’ te vaak en vooral samen optreden. Het vermogen van koppels om deze patronen te doorbreken en te veranderen (de inherente denkfouten incluis) is tevens een goede voorspeller voor de duurzaamheid van de intieme relatie.

John Gottman: “Repair during and after fight is the key to relationship success!”

De eerste ruiter:  kritiek

Deze ruiter is die van de persoonlijke aanval, de wijzende vinger, met “jij” als favoriete aanzet en de woorden “altijd, nooit” als conflictversterkers. “Er is iets mis met jou. Jij bent fout ! Jij bent alweer de vuilzakken vergeten buiten te zetten. Het interesseert je blijkbaar niet dat de garage stinkt. Jij neemt nooit je verantwoordelijkheid op”. Kritiek brengt een venijnige relatiedynamiek op gang, het levert vaak de brandstof voor een conflict en laat dit ook makkelijk escaleren. Het schept een gevechtssfeer en activeert automatisch het vecht- of vluchtmechanisme van ons instinctieve brein.

Het is beter je ergernis verstandig te uiten of gepast feedback te geven. Je zegt dan iets vanuit jezelf over het gedrag van de ander, zonder die onderuit te halen. Je blijft in het hier – en – nu, start met “ik”, zegt wat je observeert, deelt je gevoel en verduidelijkt je vraag. “Ik merk dat je vuilzak niet hebt buiten gezet en dat vind ik vervelend. We hadden daarover toch een afspraak gemaakt”.

De tweede ruiter: verdediging

Kritiek lokt dus een typisch instinctief gedrag uit, nl. verdediging. Bijna iedereen die zich aangevallen voelt reageert met afweer, met “Ja, maar” als veelvoorkomend begin. “Ja, maar ik heb de hele dag gewerkt en heb dan nadien nog de kinderen in het bad gezet. Ik ben dat vergeten”. Door zich te verdedigen gaat men niet in op wat de partner die ‘aanvalt’ tracht te zeggen. Het ego voelt zich bedreigd, het harnas aan, defensie voorbereid en daar gaat de energie… Men doet geen moeite om erachter te komen wat het precies is dat de ander zo stoort waardoor deze zich niet serieus genomen voelt en er vaak nog een schepje bovenop doet. Meestal gaat de verdediging dan ook weer over in een tegenaanval. “En ik dan ? Ik heb ook de hele dag gewerkt en wat als ik ook vergeet te koken of de kinderen vergeet af te halen ?”

Het is beter de actie – reactie te benoemen en te onderzoeken wat je partner zegt, proeven dus alvorens defensieve gal te spuwen. “Ik heb het gevoel me te gaan verdedigen wat ik niet wens, maar je “jij boodschap / kritiek” doet me wat pijn, kan zijn dat ik in de fout ben gegaan, kunnen we er anders over praten?”

De derde ruiter: minachting

Voor Gottman is dit de gevaarlijkste ruiter omdat hij tot doel heeft de ander bewust te kwetsen. De wapens van deze ruiter halen de ander helemaal onderuit, ontnemen de eigenwaarde en zorgen voor vernedering. Minachting kent vele gezichten: sarcastische opmerkingen, cynisme, een spottende blik, rollen met de ogen, … Minachting duikt niet plotseling op maar wortelt in ‘onuitgeklaarde negatieve ervaringen tussen beiden’ en het wordt gevoed door ‘blijvende negatieve gedachtencirkels over de partner’

Bijvoorbeeld: ‘Ben je moe? Ocharme toch! Ik ben hier ook van deze morgen vroeg op om alles gedaan te krijgen, en het enige wat jij kan doen als je thuis komt is in je zetel ploffen als een klein kind en te gaan gamen of op je gsm tokkelen. Ik heb aan jou gewoon een kind er bij.’

Het is raadzaam te onderzoeken wat onderliggend blijft steken, hoe lang geleden ook. Waar en wanneer is ‘dit’ begonnen, wat werd niet uitgesproken, waar zit men nog mee in de maag of ligt op de lever te sudderen? Oude niet-erkende en besproken pijn verzuurt de communicatie en dus de relatie. Anderzijds moet paal en perk gesteld worden en minachting buiten de intimiteit van de relatie gehouden worden. Het ABC – tje van woedebeheersing kan helpen, net als inzicht in de vele psychologische effecten. Ook het inschakelen van een professional (bemiddelaar / relatietherapeut) kan van waarde zijn.

De vierde ruiter: zich terugtrekken

Als een partner op een aanval reageert met verdediging is dat schadelijk omdat hij een conflict veroorzaakt, maar nog kwetsender is het als hij helemaal niet reageert door zich in stilzwijgen te hullen, te gaan lopen of een muur op te trekken. In het eerste voorbeeld van de vuilzakken zou dit betekenen dat de partner in kwestie niet reageert en bijvoorbeeld gewoon naar de living loopt en de TV opzet zonder een reactie te geven op zijn partner. Doordat hij zich afwendt, gaat hij een ruzie uit de weg zegt Gottman, maar ook de relatie. Er is geen contact meer, alleen nog afstand. Niets laat de ander zo machteloos achter omdat je de boodschap geeft: het interesseert me niet meer, je bent lucht voor me. Klank zonder beeld, weggaan, negeren zijn vormen van manipulatie en zeer nefast voor de veiligheid en het vertrouwen tussen beiden. Vermijdingsgedrag is des mensen, maar erken het, benoem het en vermijdt het zo veel mogelijk, zeker binnen intieme relaties. Het vraagt moed om heikel onderwerpen aan te kaarten en door te spreken maar geeft ook immens veel nieuwe energie, vertrouwen en hoop.

Liefhebben is – anno 2019 – niet enkel een werkwoord, maar vooral een leerproces van jezelf (verder) ontwikkelen in het aanschijns van die bijzondere ‘eveneens in ontwikkeling zijnde’ ander. Bezint dus, eer ge beg/mint’ én vooral smeed samen een weldoordacht strak plan om deze 4 vernietigende machten voorgoed uit jullie huis te bannen.

Good luck!

– Steve Van Herreweghe –